donderdag 20 maart 2014

Een fraaie novelle

Terwijl de trein met koppige precisie het oneindig laagland in hoekige vlakken sneed, verdiepte ik mij in het boekenweekgeschenk. Een klein juweel, bloedrode kers op de kaft. Symbool van sensualiteit of naderend onheil? Adam en Eva, de verboden vrucht. De zinnen van Wieringa draaiden soepele bochten over het chloorvrij gedrukte papier, kleine contra-melodieën tegenover het monotone ritme van de gele rups over zijn doodlopende bielzen.
  Taal is ritme zei een schrijver ooit, advies dat bij Wieringa in vruchtbare aarde gevallen moet zijn. Zwarte aarde, klaar om bevrucht te worden, zwanger van levengevende kracht. Poëzie stijgt eruit op, het bezielt alles wat leeft, de rode kers aan het eind van een tak, op haar beurt weer afgebeeld op een kaft van het boek dat diezelfde kracht bezingt.
  Wieringa betovert je makkelijk met zijn taal, als een achteloze magiër strooit hij zijn zinnen, bespiegelingen, vergelijkingen. Het is toegankelijk en beeldend, maar ook net mysterieus genoeg, als een dansende vrouw in de witte nevelen boven een donker ven, wuivend, waaiend met haar armen die met doorzichtige tule zijn omkleed, juist net genoeg achteruit schrijdend om je nieuwsgierig te houden, gulzig als een ezeltje blijf je eindeloos achter dezelfde wortel aanhobbelen.
 
Maar dan sla je het boekje weer dicht. Wat een rare mensen eigenlijk. Waarom ging die kerel op de vloer van zijn kantoor slapen? En die vrouw was wel erg vaag. Ging dit eigenlijk wel over een jonge vrouw met een oude man? Wat hebben we over hun relatie gelezen, anders dan 'zij maakte hem niet jonger, hij maakte haar ouder'. Zet die maar op een tegeltje, Tommie. Met je ringworm.
  Maar toch laat ik me de volgende keer graag opnieuw door Wieringa oplichten. Want een oplichter die zijn vak verstaat, die kom je tegenwoordig ook veel te weinig tegen.