zondag 18 mei 2014

Stijl


Dus dat weten we ook weer: het 1-5-2-1-2 systeem is geen magische oplossing die ervoor zorgt dat matige voetballers ineens de pannen van het dak gaan spelen. Het voordeel van dit inzicht lijkt te zijn dat van Gaal lichtelijk lovende woorden over Sneijder en van der Vaart begint te spreken.
  Van Gaal heeft eens goed om zich heen gekeken en begint zich te realiseren dat zelfs de Goddelijke Louis niets kan beginnen met al dat zogenaamd van talent barstende Eredivisie-grut. Dus is Sneijder ineens een 'hele goede voetballer' en heeft van der Vaart wel een 'bewezen staat van dienst.'
   Hij sprak dit soort teksten alsof heel Nederland twee jaar lang het tegenovergestelde geroepen heeft, maar laten we daar niet moeilijk over doen. Laten we blij zijn dat het erop lijkt dat van Gaal langzaam een draai aan het voorbereiden is. Want je kan ze neerzetten zoals je wilt, 1-4-3-3, 1-7-2-1 of 1-2-3-4-1 met een puntmuts en een kratje bier, als ze niet zo goed kunnen voetballen kan je het sowieso wel vergeten.

  Daarom snap ik die discussie over het wel of niet meenemen van van der Vaart ook niet zo goed. Als er iets is waar ik naar snak als ik al dat harde werk zie, is het wel een voetballer. De essentie van een goede voetballer is namelijk dat hij niet hard hoeft te werken. Het werk is al gedaan: de afgelopen twintig jaar op pleintjes, veldjes, grotere veldjes en hoofdvelden.
  Goede voetballers werken niet meer, goede voetballers plukken een bal uit de lucht, zwaaien even naar hun vriendin en zetten met een kromme pass drie mensen vrij voor de keeper. Daarom is het ook zo prettig om naar goede voetballers te kijken: je kijkt naar een perfect eindproduct. Als je een roman leest wil je ook niet dat het zweet van de schrijver en de blinde paniek van de redacteur nog uit de pagina's opstijgen.
   Mensen die ervan genieten om te zien hoe elf mannen heel erg hard rondrennen en soms wat gedesoriĆ«nteerd ergens tegenaan schoppen wil ik graag doorverwijzen naar een nachtelijk uitgaansgebied in een middelgrote provinciestad.
   Tegen van Gaal zou ik willen zeggen: verliezen doen we toch wel, laten we dan in godsnaam verliezen met een beetje stijl.