donderdag 2 december 2010

Winter

Foto: Flickr, by DaveKav
Ik ben door mijn rug gegaan. Als een oude man loop ik door het huis: handen in de zij, buik vooruit, om de onderrug zo hol mogelijk te houden. Alleen een slecht zittend kunstgebit ontbreekt nog, en een stevige scheldkanonnade op de jeugd van tegenwoordig. Af en toe schuif ik als een kromgevouwen harmonica achter mijn bureau en lees 'Mind and World', van McDowell.
 Ik ben gek op filosofie in de winter. In de zomer denk ik wel eens: waarom lees ik al die onzin eigenlijk. De zon schijnt, en er is voetbal op tv. Maar de winter blaast alle ruis weg, in het lege landschap kan ik me weer op de essenties concentreren: Mind, Thought en World. En hoe die drie dan met elkaar verbonden zijn.  Vorig jaar las ik rond deze tijd Wittgenstein, het staat me nog scherp voor de geest. Wat ik van de zomer las, ben ik allang weer vergeten. Het is samen met de zomerhitte verdampt.

Remco Campert schrijft in 'Koud':

...Alles wordt klaarder: de straat
is tot het eind te zien. De woorden
hebben geen eind.

Ik ben dichter
bij de waarheid in December
dan in Juli. Ik ben dichter
bij gratie van de kalender, lijkt het
soms wel...

Zoals Campert dichter is bij gratie van de kalender, ben ik misschien wel filosoof bij gratie van de sneeuw.