dinsdag 8 september 2026

Handel

Ik zat aan de Vredenburgkade een biertje te drinken en The Big Sleep te lezen van Raymond Chandler. Een boek vol bloedzuigers, afpersers, gangsters en moordenaars.
  Het contrast met de omgeving kon niet groter zijn.
  De zon scheen als een brandende fakkel, het water van de Stadsbuitengracht schommelde gemoedelijk.
  Dat was weleens anders geweest. Twintig jaar geleden stroomde hier geen water, stoven onder je voeten de auto’s op een zesbaansweg van niets naar nergens. Een donker hoekje Hoog Catharijne, bevolkt door dealers, verslaafden en mannen op zoek naar problemen.
  Nu is het een groen en vrolijk stukje Utrecht, met studenten in korte broek op de traptreden aan de waterkant. 
 Toch wordt er nog steeds gedeald.
 Waar mensen zijn wordt handel gedreven, het zit in ons DNA. Het enige dat verandert, is het handelswaar.
 
  Een jongeman, op het oog een student, drentelt al een tijdje rond tussen terras en kade. Hij heeft een vierkant doosje in zijn hand, af en toe gluurt hij onder het deksel. Van links komen de kopers het beeld in fietsen. Een vrouw van een jaar of veertig en een jongen van een jaar of twaalf. De vrouw draagt een ruim hangende jurk en heeft een zonnebril op haar voorhoofd. De student begint te praten als Brugman, het doosje houdt hij voorlopig voor zijn borst. Zijn ogen schieten van de vrouw naar de jongen, hij doet net iets te ontspannen.
 
  De vrouw knikt, ze gelooft het wel. Het doosje gaat over naar de jongen, die behoedzaam onder het deksel gluurt en een vinger naar binnen steekt. 
  Ook zijn moeder werpt een blik.
  
  Alles wijst erop dat er in het doosje iets levends zit. Een piepjong katje? Een paar wandelende takken? De jongen haalt een briefje uit zijn broekzak, het lijkt op twintig euro. De student lacht voor het eerst echt ontspannen, spreekt nog wat woorden en wandelt weer weg. Moeder en zoon blijven nog even staan praten, totdat moeder een kus op de wang van de jongen wil drukken. De jongen duikt weg en verdwijnt richting het Paardenveld. 
  Zijn moeder staart hem na. Ze vouwt het doosje nog eens goed dicht, plaatst het zorgvuldig in haar fietstas en schuift haar zonnebril voor haar ogen. Ze verlaat als laatste het toneel, de kijker achterlatend met een gevoel van verlatenheid. 

dinsdag 25 augustus 2026

Vriendjes

Weinig mensen weten dat Jesse Welles geboren is in een boom. Op een dag brak hij door de bast heen en stapte op de mossige grond van een bos in Arkansas. Hij schudde een paar keer met zijn hoofd, kreeg een gitaar aangereikt door een zwarte beer en begon te wandelen. De vogels zongen melodietjes, intuïtief plukten zijn vingers de juiste snaren aan. 
  De mensentaal pikte hij op door ’s avonds onder open ramen naar tetterende televisies te luisteren.
   
  Lang dacht hij dat hij de enige in zijn soort was.
  Toen liep hij op een dag over een groene weide en hoorde een echo. Er klonk een tweede gitaar, een tweede mensenstem. Zijn spiegelbeeld hield halt op een halve meter afstand. Sprakeloos staarden de twee elkaar aan.
 
  ‘Jesse’, zei Jesse, terwijl hij naar zichzelf wees.
  ‘Daniel’, zei de ander, die ook naar zichzelf wees.
  ‘Bob Dylan?’ vroeg Jesse.
  ‘Bob Dylan’, bevestigde Daniel.
 
  Grijnzend begonnen ze te spelen, de vogels luisterden aandachtig en een eindje verderop tikte een zwarte beer goedkeurend de maat op een boomstam.

dinsdag 4 augustus 2026

Wroeging

Den Bosch, het wordt steeds meer
een spookstad met schimmen
uit het verleden, zo is de bibliotheek
waar ik ooit Ulysses leende
verbouwd tot ballenbak waarin 
Gen Alfa’s spelen.
 
Neergestreken op een terras
langs de weg die we vroeger
jogden, onze voetstappen sinds
lange tijd verdwenen en over Odysseus
gesproken, heeft iemand die nieuwe
film
gezien?
 
Ja, Odysseus, de Vernietiger der Steden
is nu een getraumatiseerde man
met wroeging over zijn verleden.
 
Oh, heeft iemand dan die nieuwe serie
met Lucky Luke
gezien? Ja, die relaxte
cowboy met de snelle handen
is nu een gebroken man met
wroeging over zijn verleden.
 
Oh, heeft iemand dan die laatste
Star Wars-films gezien? Ja, de
originele held, Luke Skywalker,
is nu een verbitterde kluizenaar
met wroeging over zijn verleden.
 
Oh, heeft iemand dan die film over
He-Man
gezien?
 
Ja, He-Man, de Meester van het
Universum is nog steeds sterk en
Skeletor is nog steeds boosaardig.
 
Laten we dan drinken op He-Man
en Skeletor, dat ze altijd oppervlakkig
mogen blijven en nooit wroeging over
hun verleden zullen krijgen.  

vrijdag 17 juli 2026

Verbroedering

Van de vele blijmoedig verkondigde misvattingen die je zoal tegenkomt in het leven, zal dit toch wel een van de grootste zijn: ‘sport verbroedert’.
 Het klinkt ongeveer even logisch als 'een razzia op zijn tijd verbroedert' of 'een vreemd land binnenvallen verbroedert.'

  Zelf had ik bijvoorbeeld nooit een bijzonder uitgesproken mening over Portugezen. Totdat het Nederlands elftal op 25 juli 2006 op het WK tegen Portugal speelde, een wedstrijd die heel toepasselijk de geschiedenis in gegaan is als de ‘Slag van Neurenberg’.
  Sinds die slag zijn de schellen van mijn ogen gevallen: Portugezen, dat zijn miezerige, zuigerige, door en door verdorven üntermenschen, door de Atlantische oceaan uitgespuugde gnooms die de Europese voetbalvelden terroriseren met hun geperfectioneerde anti-voetbal.
 
  Ik dacht lange tijd dat het niet veel erger kon, totdat Nederland op 9 december 2022 op een ander WK een kwartfinale speelde tegen Argentinië. Vergeleken met die Argentijnen werden de Portugezen met terugwerkende kracht vriendelijke, hardwerkende jongemannen. Dankzij deze wedstrijd kreeg ik een levenslange hekel aan het zogenaamde voetbalfenomeen ‘Lionel Messi’.
  Waar anderen een voetbalwonder zien, zie ik sindsdien een misvormde woelrat op voetbalschoenen, een knaagdier met platvoeten dat zich als een blinde lemming op de vijandelijke linies stort, tegen de eerste de beste verdediger aanbotst, waarna hij zich met veel gekrijs op de grond laat vallen, zijn zwarte kraaloogjes op de scheidsrechter fixeert en als beloning een vrije trap krijgt.
   Hieromheen lopen dan nog een stuk of acht psychopaten wiens gezuig, gezaag en gejank door de welwillende Nederlandse media zonder uitzondering wordt omschreven als ‘grinta’, iets wat we in de Nederlandse volksaard node zouden missen.
  Het lijkt me dat we die ‘grinta’ net zo kunnen missen als een Nederlandse ICE-divisie, of denken de grinta-liefhebbers dat zo’n volksaard zich beperkt tot het voetbalveld? 
  Waarschijnlijk kan de gemiddelde Argentijn nog geen bruin brood bestellen zonder de halve broodafdeling te verbouwen omdat er geen spelt-volkoren meer beschikbaar is, waarna hij een bejaarde onderuit hoekt om het gewenste brood alsnog uit haar mandje te stelen en bij de manager gaat klagen dat hij gediscrimineerd wordt.
 
 Het WK dat momenteel bezig is, doet weinig om mijn Argentijnenfobie te verminderen. Natuurlijk hangt er een sfeertje van corruptie om die Argentijnse ploeg, was dat land na de Tweede Wereldoorlog niet het favoriete toevluchtsoord van de nazi’s, via de zogenaamde rattenlijn?
 Heeft iemand eigenlijk al eens uitgezocht of er geen rechtstreekse bloedband is tussen die gevluchte oorlogsmisdadigers en het Argentijnse elftal? En hoeveel van die Argentijnen wonen momenteel in Nederland? Waar is de PVV als je ze nodig hebt?
  Het is maar goed dat het WK bijna voorbij is, nog een paar weken verbroedering en de anti-Argentinië partijen zullen in de hele wereld als paddenstoelen uit de grond schieten.

dinsdag 30 juni 2026

Het ethische en het esthetische

In 1924 richten filosoof Moritz Schlick, wiskundige Hans Hahn en sociaal hervormer Otto Neurath in Wenen de Wiener Kreis ( Weense Cirkel) op. 
  Het vormde de basis voor het logisch positivisme: een wijsgerig stelsel dat alleen aanvaardt wat zintuiglijk waargenomen kan worden. Een van de twee werken die deze stroming aanzwengelde was de Tractatus Logico-Philosophicus van Ludwig Wittgenstein. Dit werk opent met de stelling:
 
1. De wereld is alles, wat het geval is.
1.1. De wereld is de totaliteit van de feiten, niet van de dingen.
1.11. De wereld wordt door de feiten gedefinieerd en daardoor dat hij alle feiten is.
1.12. Immers het geheel van de feiten bepaalt wat het geval is en ook wat er allemaal niet het geval is.
1.13. De feiten in de logische ruimte zijn de wereld.
1.2. De wereld valt in feiten uiteen.
1.21. Iets kan het geval zijn of niet het geval zijn en de rest kan hetzelfde blijven.
 
Tot zover kan ik de Tractatus nog wel volgen, maar het is me nooit gelukt me er helemaal doorheen te worstelen. Aangekomen bij stelling 3.3441 staat er bijvoorbeeld:
 
We kunnen bijvoorbeeld het gemeenschappelijke van alle notaties voor waarheidsfuncties als volgt uitdrukken: zij hebben gemeen dat ze zich allemaal bijvoorbeeld laten vervangen door de notatie van "¬p" ("niet p") en "p q" ("p of q"). Hiermee wordt aangegeven hoe een bijzondere mogelijke notatie ons algemene inzichten kan verschaffen.
 
Na drie keer lezen begrijp ik wat er staat, maar ik blader uiteindelijk toch altijd snel naar het einde, waar Wittgenstein interessante dingen over ethiek, psychologie en schoonheid heeft te zeggen. Zoals:
 
6.421 Het is duidelijk dat de ethiek niet onder woorden gebracht kan worden. Ethiek is transcendentaal. (Ethiek en esthetiek zijn één.)
 
Ook mooi is:
 
6.52 Wij voelen dat zelfs wanneer alle mogelijke wetenschappelijke vragen beantwoord zijn, onze levensproblemen nog helemaal niet zijn opgelost. Natuurlijk blijft er dan geen enkele vraag meer over; en juist dit is het antwoord.
 
Een tekst waar geen dichter zich voor hoeft te schamen. Of:
 
6.522 Er zijn, inderdaad, dingen die niet in woorden zijn uit te drukken. Ze manifesteren zichzelf. Zij zijn wat het mystieke is.
 
In 1983 opende een stel filosofisch onderlegde ondernemers in Chicago de Wieners Circle, een restaurant dat onder meer hotdogs (‘Wieners’) serveert. Het restaurant staat bekend om het nachtelijke gescheld tussen werknemers en klanten: een soort ‘taalspel’ dat Wittgenstein waarschijnlijk wel interessant had gevonden.
 
Onlangs speelde Jesse Welles, wiens transformatie tot een jonge Bob Dylan bijna lijkt voltooid, voor de Wieners Circle het liedje ‘Take Me Home, Country Roads’ van John Denver. Een optreden waarbij het esthetische en het ethische aardig samenvielen:


zondag 7 juni 2026

Alle liedjes leiden naar Dylan

In de jaren negentig had je het gezelschapsspel 'Six degrees of Kevin Bacon'. Het idee van dit spelletje was dat Kevin Bacon in zoveel films zat, dat je elke acteur of actrice via hoogstens zes films tot een film met Kevin Bacon kon herleiden. 
  Een klassiek voorbeeld was: Jennifer Lawrence speelt in The Burning Plain met Charlize Theron (1). Charlize Theron speelt in Trapped met Kevin Bacon (2). Het Bacon-nummer van Lawrence was dus 2.
  
  Waarschijnlijk zou je iets soortgelijks met de liedjes van Bob Dylan kunnen doen. Pak een willekeurig nummer en via hoogstens zes covers kom je bij een nummer van Dylan uit. 

Dit had ik bij mijzelve overdacht
verregend, op een middag
domweg fietsend door de Achterstraat

- om J.C. Bloem maar eens te parafraseren. Ik had namelijk net in de supermarkt dit nummer gehoord:




Het is typisch zo'n winkelliedje dat je al honderd keer gehoord hebt, zonder te weten van wie het is of wanneer het gemaakt is. Een beetje googelen leerde me dat het een remix is van het liedje 'I Follow Rivers' van Lykke Li. En ik vond ook meteen een mooie cover door de Belgische band Triggerfinger, live op de radio bij Giel Beelen, waarbij iemand met een mes glas en mok bespeelt:




Als we vertrekken bij Lykke Li, dan is haar Dylan-nummer 2, want Triggerfinger heeft een hele aardige cover van het Dylan-nummer 'Father of Night':




Het origineel staat op New Morning, de plaat die Dylan volgens de meeste Dylanologen snel uitbracht na de vernietigende reacties op zijn album Self Portrait. In de zwaardere versie van Triggerfinger krijgen de teksten over de Bijbelse Vader van de Nacht een lading die ik er eigenlijk beter bij vind passen en de woorden meer openbreken dan Dylan zelf deed:

vrijdag 5 juni 2026

En het is hier warm

Tijdens een interview met Coen Verbraak vertelde Kees van Kooten eens hoe hij Gerard Reve leest: ‘Een van zijn boeken uit de kast trekken, een paar alinea’s lezen en weer terugzetten. Even lekker een bonbonnetje.’
 
Hoe Van Kooten Reve leest, zo lees ik meestal poëzie. Ik ga niet met een bundel op de bank zitten om dan bij kaarslicht zeventien gedichten te lezen. Het heeft meer weg van stiekem snoepen. Even bladeren, blijven haken bij een titel of een zin, hele gedicht lezen en het boekje gaat de kast weer in.
  Een van mijn favoriete graasbundels is ‘Man met hoed’ van Lieke Marsman. Ik maakte zo’n acht jaar geleden kennis met het werk van Marsman via een analyse van het gedicht ‘Broertje’ door Rob Schouten in poëzietijdschrift Awater. De eerste zin van dit gedicht luidt:
 
Er zijn verschillende manieren waarop
je iemand kunt ophalen van zwemles en
te laat is er een van.

 
Ellen Deckwitz, een collega-stadsdichter, parafraseert deze zin in haar I.M. voor Marsman in Het Parool:
 
Er zijn veel manieren
waarop je slecht nieuws
kan ontvangen.
 
Een daarvan is weigeren 
om stil te staan
 
en zo van de uitslag 
een slijpsteen te maken
voor het leven.

 
Ik hou van het speelse en het meanderende in de poëzie van Marsman, waarbinnen ook ineens een mes kan flikkeren. Terwijl de verteller in ‘Broertje’ mijmert over het jochie dat in het zwembad zit te wachten tot hij wordt opgehaald (‘je kunt tijdens het wachten je haren vast laten drogen’), dwaalt ze af naar zijn mogelijke toekomst en de keuzes die hij zal maken:
 
[…] Wellicht
dat je vrienden zullen roepen dat ze een varken
aan het spit willen hangen, terwijl jij het liefst
het woordje tofoe op je hoofd zou laten tatoeëren.
Of zou je zelf toch liever ook een slagersmes hanteren?

 
Iets anders waarop ik aanhaak, is dat Marsman klinkt als een generatiegenoot, hoewel ze tien jaar jonger was dan ik. Maar ze debuteerde al op haar twintigste en misschien pikt iemand met haar talent als vijftienjarige al dingen op die iemand anders op zijn vijfendertigste een keertje gaan opvallen.
 
Het werk van Marsman is geestig, fel en mooi. Ik zal erin blijven grazen en ik zal zelf poëtisch blijven ploeteren. Want zoals Marsman schrijft in het gedicht ‘Wiegeliedje voor wie alles moet’:
 
[…]
het moeilijke aan ouder worden is niet
dat je steeds verdrietiger wordt
maar dat je steeds meer woorden krijgt
om je verdriet te beschrijven
en als je het kunt, moet je het doen
dat is waar
maar ik heb hier een fleecedekentje neergelegd
en ik leid je er hand in hand naartoe
en het is hier warm
en je bent hier veilig
oh