Hoe ouder ik word, hoe meer het me verbaast dat de mensheid zichzelf nog niet heeft vernietigd. Deze zelfvernietiging lijkt me het onontkoombare gevolg van twee feiten:
1. De mensheid heeft genoeg atoombommen gecreëerd om zichzelf te vernietigen.
2. De meeste van deze atoombommen worden beheerd door kleinzielige mannetjes die nog liever de voetbal lek steken, dan dat ze er andere kinderen mee laten spelen.
Dat deze twee feiten samen nog niet hebben geleid tot:
3. Een kleinzielig (of religieus waanzinnig) mannetje laat een paar atoombommen ontploffen, met een kettingreactie tot gevolg die de hele mensheid wegvaagt, komt me steeds bizarder voor.
Ik zie zo’n Trump er bijvoorbeeld best voor aan om tegen het einde van zijn tweede termijn nog snel even op die knop te drukken, gewoon om nog een schop na te kunnen geven als hij er zelf toch bijna tussenuit piept.
Wat me enigszins kalmeert bij deze gedachten, is dat de vernietiging van de mensheid me helemaal niet zo verkeerd lijkt. De aarde mag het weer opnieuw proberen en hopelijk komen er deze keer geen uit hun krachten gegroeide sadistische chimpansees aan de macht, maar bijvoorbeeld leuke aaibare dieren die het vooral gezellig en prettig voor iedereen willen maken.
In contrast met mijn afkeer van de mensheid als geheel, staat de affectie die ik sporadisch voel voor specifieke personen.
Zo ken ik een man die waarschijnlijk een hersenbloeding heeft gehad. Elke dag, in weer en wind, werkt deze man, zijn lamme ledematen met zich meeslepend, vol goede moed voor de plantsoenendienst. In de pauze haalt hij bij de snackbar wat te eten. Dit zet hij op zijn ‘rekening’, die hij eens in de maand met een trots gezicht betaalt.
Als ik zo’n man, die het toch niet mee zit in het leven, zijn rekening zie betalen met zijn eigen, met bloed zweet en verlamde ledematen verdiende geld, kan ik ter plekke in huilen uitbarsten.
Als het aan mij lag, kreeg deze man onmiddellijk het beheer over het wereldwijde atoombom-arsenaal.
Wat zou er door me heen gaan, als al die bommen in de lucht zijn en er nog een minuut of drie te leven is? Als eerste bel ik snel wat vrienden op, die dit betoog van mij al vaker gehoord hebben en het altijd wegzetten als hysterische onzin.
Waarschijnlijk zijn mijn laatste woorden: ‘Zie je wel.’
Helaas zal er geen tijd meer zijn om mijn gelijk ook nog te onderstrepen met een zelfingenomen blogje.
Helaas zal er geen tijd meer zijn om mijn gelijk ook nog te onderstrepen met een zelfingenomen blogje.







