woensdag 3 juni 2026

Voordat de bom valt

Hoe ouder ik word, hoe meer het me verbaast dat de mensheid zichzelf nog niet heeft vernietigd. Deze zelfvernietiging lijkt me het onontkoombare gevolg van twee feiten:
 
1. De mensheid heeft genoeg atoombommen gecreëerd om zichzelf te vernietigen.
2. De meeste van deze atoombommen worden beheerd door kleinzielige mannetjes die nog liever de voetbal lek steken, dan dat ze er andere kinderen mee laten spelen.

 
 Dat deze twee feiten samen nog niet hebben geleid tot:
 
3. Een kleinzielig (of religieus waanzinnig) mannetje laat een paar atoombommen ontploffen, met een kettingreactie tot gevolg die de hele mensheid wegvaagt, komt me steeds bizarder voor.
 
Ik zie zo’n Trump er bijvoorbeeld best voor aan om tegen het einde van zijn tweede termijn nog snel even op die knop te drukken, gewoon om nog een schop na te kunnen geven als hij er zelf toch bijna tussenuit piept.
 
Wat me enigszins kalmeert bij deze gedachten, is dat de vernietiging van de mensheid me helemaal niet zo verkeerd lijkt. De aarde mag het weer opnieuw proberen en hopelijk komen er deze keer geen uit hun krachten gegroeide sadistische chimpansees aan de macht, maar bijvoorbeeld leuke aaibare dieren die het vooral gezellig en prettig voor iedereen willen maken.
 
  In contrast met mijn afkeer van de mensheid als geheel, staat de affectie die ik sporadisch voel voor specifieke personen.
  Zo ken ik een man die waarschijnlijk een hersenbloeding heeft gehad. Elke dag, in weer en wind, werkt deze man, zijn lamme ledematen met zich meeslepend, vol goede moed voor de plantsoenendienst. In de pauze haalt hij bij de snackbar wat te eten. Dit zet hij op zijn ‘rekening’, die hij eens in de maand met een trots gezicht betaalt.
  Als ik zo’n man, die het toch niet mee zit in het leven, zijn rekening zie betalen met zijn eigen, met bloed zweet en verlamde ledematen verdiende geld, kan ik ter plekke in huilen uitbarsten.
 
  Als het aan mij lag, kreeg deze man onmiddellijk het beheer over het wereldwijde atoombom-arsenaal.

 Wat zou er door me heen gaan, als al die bommen in de lucht zijn en er nog een minuut of drie te leven is? Als eerste bel ik snel wat vrienden op, die dit betoog van mij al vaker gehoord hebben en het altijd wegzetten als hysterische onzin. 
  Waarschijnlijk zijn mijn laatste woorden: ‘Zie je wel.’
  Helaas zal er geen tijd meer zijn om mijn gelijk ook nog te onderstrepen met een zelfingenomen blogje.

dinsdag 5 mei 2026

Gebrandmerkt

De steen zit in ons DNA vervlochten
het Kaïnsteken in onze ziel gebrand
bloed borrelt in onze diepste krochten
we heffen steeds weer onze hand.
 
Als we ooit de vrede zochten
bleek dat nooit tegen onszelf bestand
de steen zit in ons DNA vervlochten
het Kaïnsteken in onze ziel gebrand.
 
In kampen en op dodentochten
in het steeds opnieuw verwoeste land
de steen zit in ons DNA vervlochten
het Kaïnsteken in onze ziel gebrand.

Voorgedragen in de Vughtste Lambertustoren op 4 mei

zondag 3 mei 2026

Metamorfose

Het miezerde. Op de parkeerplaats, voor de deuren van de supermarkt, zaten twee meisjes van een jaar of tien op een enigszins natgeregend kleedje. Wat deden deze meisjes, die keurig gekleed waren, daar in de miezerige regen? Ze zagen er niet uit als verwaarloosde zigeunerkinderen of anderszins achtergestelde figuren, iets wat in ons dorp sowieso een zeer zeldzaam verschijnsel is.
  
  Terwijl ik mijn fiets op slot zette, werd een en ander duidelijk. Het ene meisje begon te zingen en het andere meisje blies op een mondharmonica:

Hé lieve meneer, met je mooie bril
(mondharmonica)
Hé lieve meneer, met je mooie pet
(mondharmonica)
Hé lieve meneer, met je mooie bril 

De zangeres bleef afwisselen tussen mijn bril en mijn pet, ze kon zo snel waarschijnlijk geen andere attributen ontdekken om te prijzen, maar het klonk vrij aardig en het beviel me wel om zo ontvangen te worden. 
  Met terugwerkende kracht was ik eigenlijk wat beledigd dat ik al honderden keren hier over de drempel was gestapt zonder dat iemand iets aardigs over mijn bril of mijn pet zei.
  Zouden de meisje op Koningsdag ontdekt hebben dat je goud geld kan verdienen als je op een matje aardige liedjes over mensen gaat zitten zingen en gedacht hebben, waarom alleen op Koningsdag? Dit is een gouden business, dit gaan we elke middag na school doen. 
  Wellicht, en dergelijke culturele initiatieven zijn mijn inziens sowieso zeer te prijzen en ik gooide dan ook enkele muntjes in hun mandje. De jeugd moet aangemoedigd worden, zeker in deze tijd van AI, die het toch al schrale culturele landschap nog verder afgraast.

 Zelf draag ik daar overigens ook mijn steentje aan bij, bijvoorbeeld door gedichten voor te dragen op de Vughtste middag van de poëzie
  Het thema van deze middag was metamorfose en ik droeg een gedicht voor over de metamorfoses die je zo'n beetje gedurende een leven ondergaat. 
  Het ene moment zit je met een vriendinnetje voor de supermarkt op een mondharmonica te blazen, het volgende moment duw je naast diezelfde vriendin een rollator door de elektrische schuifdeuren.

We waren met velen
 
1.
 
We woonden in bierkastelen en
bliezen gaten in de maan.
 
We waren met velen en
we waren weer thuis
 
in ons vloeibare huis.
 
2.
 
Uit elkaar gedreven
en opgejaagd.
 
Tussen kopieerapparaat en archiefkast
weet ik een warme dode hoek.
 
Op mijn bureau knisperen
maanden als dode bladeren.
 
Door plafondroosters zoemt
zacht en dreinerig een
vergeten melodie.
 
3. 
 
Vergeeld onder een kromgetrokken
schild, steeds stiller en kleiner
vouwen we onszelf op.
 
We waren met velen
we zijn weer weg.

zondag 19 april 2026

De overkant - iedereen kan musiceren (2)



Tekst: Michiel Hordijk
Muziek: SUNO

donderdag 16 april 2026

Bitterzoet

Ik lees de Odysseia en ik kom er na een jaar of dertig achter dat dat hele gedoe met die sirenen nog geen halve pagina in beslag neemt. 
  Odysseus laat zich door zijn makkers aan de mast vastbinden, zodat hij naar het gezang van de sirenen kan luisteren, zonder dat hij naar ze toe kan zwemmen om opgepeuzeld te worden. Zijn bemanningsleden heeft hij was in hun oren laten stoppen, zodat zij het gezang niet horen. In de vertaling van Imme Dros staat er:
 
Ik snakte ernaar te luisteren, ik gaf mijn vrienden met mijn wenkbrauwen tekens dat ze mij onmiddellijk van de mast moesten halen, maar ze wierpen zich op de riemen en roeiden verder.
 
Hoe geef je met je wenkbrauwen tekens dat iemand je van een mast moet halen, vraag ik me af en daarna vraag ik me af: in welk liedje zit toch ook alweer de regel:
 
Tie yourself to the mast my friend, and the storm will end
 
Dat was ‘One day’, van The Verve, op Urban Hymns, dat album was een soort zwanenzang voor de Britpop. Eind jaren negentig beluisterde ik het album in een V&D in Amsterdam, nadat we bij de UvA naar een oriëntatie-dag voor middelbare scholieren waren geweest. Het was in de tijd dat de V&D nog bestond en dat je op de muziekafdeling een koptelefoon op kon zetten om naar cd’tjes te luisteren.
 
The Verve was vooral bekend van het liedje ‘Bitter Sweet Symphony’, met die zanger die in een leren jasje over straat loopt begeleid door dat deuntje van Jagger en Richards. 
  Ik liep een keer door de Korte Putstraat in Den Bosch en toen zei iemand ‘je lijkt die gast van The Verve wel’, ik droeg in die tijd inderdaad een leren jas en misschien keek ik niet zo vrolijk. Het was in de tijd dat iedereen nog naar dezelfde muziekzenders keek en er nog zoiets was als een gedeelde muziekcultuur, we zaten allemaal in dezelfde bubbel, want je zat toch voor de tv en verder was er ook niet zoveel te doen.
 
  Grunge was dood en begraven en Britpop liep op zijn laatste adem, de tijd voor nieuwe barden was aangebroken en die zongen niet langer alleen maar vanaf cd of tv, maar via digitale bestandjes die je via internet kon downloaden. Daarbij moest je wel oppassen dat je geen Trojan horse binnenhaalde, malware die zich vermomde als een normaal programma, iets wat Odysseus, de man van de duizend listen, waarschijnlijk wel had aangesproken.


vrijdag 10 april 2026

Een ander leven

Terwijl ik een proefrit maakte in de 
Suzuki Swift 1.2 Style Smart Hybrid
dacht ik aan Mick Jagger die in het liedje
 
(I Can’t Get No) Satisfaction
 
zingt dat iemand waarschijnlijk geen
echte man is omdat hij het verkeerde
merk sigaretten rookt
 
voor een ander leven
hoeft je alleen maar even
 
de juiste auto in te stappen
het juiste shirt aan te trekken
het juiste merk sigaret
 
op te steken
 
maar de sigaret smaakt niet echt
en als je staat te tanken
loopt een kleuter
met een chocolade-ijsje
 
tegen je nieuwe shirt aan.


donderdag 2 april 2026

Details

We verzamelden ons in het gemeentehuis, daarna liepen we naar het Vughtse Reeburgpark. In het park kwamen we langs een grote groep ganzen, wat me deed denken aan die keer dat ik een groepje ganzen door het dorp naar het park begeleidde. 
  Ik heb daar een blogje over geschreven dat hier te lezen is. Bijna niet te geloven dat dat alweer bijna twaalf jaar geleden is. Het laat de waarde zien van een dagboek bijhouden, want hoewel ik me de gebeurtenis kan herinneren, was ik de details kwijtgeraakt. Om mezelf eens te citeren:

Ik gooide steeds een klein stukje brood een paar meter voor me uit, dit om de leider van me af te houden en het tempo erin te houden.
  Al snel had ik niet alleen een troepje ganzen naast me op de stoep, maar ook een geïnteresseerd rijtje fietsers naast me op de straat.
  'Wat doe je dat leuk', riep een vrouw. 'Je bent net zo iemand uit de Efteling.'
  
Zo ging het inderdaad, en als ik het niet had opgeschreven was die mevrouw voor altijd in het niets verdwenen, wat in dit specifieke geval misschien geen drama was geweest, maar ik vind het toch wel leuk om de herinnering weer terug te hebben. 
  In het park maakte een jongedame foto's van mijzelf en mijn voorgangster in het dorpsdichterschap, naast onze onlangs geplaatste gedichten. 
  
  'Daarnet lachte je wel lief,' zei ze. 'Kan je dat nog een keer doen?' 
 
  Ik deed mijn best om lief te lachen en daarna dronken ik met mijn collega-dichteres en de beschermheer der Vughtse poëzie nog wat op een terras, iets wat ik over twaalf jaar allicht vergeten ben, maar op deze manier toch voor de eeuwigheid behouden blijft. 

Bericht met de foto's in het Klaverblad:





Mijn bijdrage: