Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen

dinsdag 25 augustus 2026

Vriendjes

Weinig mensen weten dat Jesse Welles geboren is in een boom. Op een dag brak hij door de bast heen en stapte op de mossige grond van een bos in Arkansas. Hij schudde een paar keer met zijn hoofd, kreeg een gitaar aangereikt door een zwarte beer en begon te wandelen. De vogels zongen melodietjes, intuïtief plukten zijn vingers de juiste snaren aan. 
  De mensentaal pikte hij op door ’s avonds onder open ramen naar tetterende televisies te luisteren.
   
  Lang dacht hij dat hij de enige in zijn soort was.
  Toen liep hij op een dag over een groene weide en hoorde een echo. Er klonk een tweede gitaar, een tweede mensenstem. Zijn spiegelbeeld hield halt op een halve meter afstand. Sprakeloos staarden de twee elkaar aan.
 
  ‘Jesse’, zei Jesse, terwijl hij naar zichzelf wees.
  ‘Daniel’, zei de ander, die ook naar zichzelf wees.
  ‘Bob Dylan?’ vroeg Jesse.
  ‘Bob Dylan’, bevestigde Daniel.
 
  Grijnzend begonnen ze te spelen, de vogels luisterden aandachtig en een eindje verderop tikte een zwarte beer goedkeurend de maat op een boomstam.

zaterdag 4 oktober 2025

Sollicitatie

Vier mannen zitten in een kantoor achter een brede tafel. Achter hun rug hangt het logo van Ajax levensgroot aan de muur. Op een bordje voor hun neus staat ‘directie’.
 
Man 1: ‘De volgende sollicitant is John Heitinga.’
Man 2: ‘Ah, Johnny. Een echte Ajacied. En een Hollandse jongen.’
 
Er valt een stilte, in de hoek tikt een klok traag de minuten weg.
 
Man 1: ‘Hij is iets te laat. Dat kan gebeuren.’
Man 2: ‘Natuurlijk, we zijn allemaal wel eens te laat.’
 
Na nog eens vijf minuten wachten vliegt de deur van de kamer open. Een man van een jaar of veertig met kaalgeschoren hoofd en enigszins verwilderde ogen valt naar binnen. Struikelend weet hij net nog op de stoel neer te komen die voor hem klaar staat.
 
Man 1: ‘John, je bent er. Goed om je te zien.’
 
Heitinga haalt een paar keer diep adem, probeert een wat rustiger houding aan te nemen en zegt:
 
‘Mijn excuses. Ik kon het niet vinden. Ik heb tien minuten naar dat kaartje beneden in de hal gestaard. Dat vind ik altijd zo moeilijk, om zo’n plattegrond te lezen. Dat je dan op dat kaartje naar links moet en dan weer naar rechts, maar dan begin je te lopen en raak je weer helemaal in de war.’
Man 2: ‘Maar je hebt het toch maar mooi gevonden. Je bent een echte doorzetter.’
Heitinga: ‘Toen ik voor de tweede keer de damestoiletten in was gelopen nam een aardige mevrouw me bij de arm en die heeft me hier naar binnen geduwd.’
Man 3: ‘Ha, Amsterdamse humor, daar houden we van. Wat wil je drinken Johnny? Koffie, thee?
 
Heitinga vervalt in een diep gepeins dat zeker een minuut duurt.
 
Man 2: ‘John, ben je er nog?’
Heitinga: ‘Sorry, keuzes maken vind ik vaak wat lastig. Doe maar thee. Of nee, toch koffie. Ja doe maar koffie. Ik ben ook een beetje zenuwachtig. Spreken voor een groep mensen ligt me niet zo.’
Man 4: ‘Nee, daar hebben we allemaal wel eens last van. Maar vertel eens, ben jij een echte Ajacied?
 
Als de deur een kwartier later dichtvalt achter een uitgeputte Heitinga, slaken de vier mannen een opgeluchte zucht.
 
Man 1: ‘Bel de gesprekken van morgen maar af. Wat een topper. Ik kan me niet voorstellen hoe dit mis kan gaan.’
Man 2: ‘Helemaal mee eens, dit is onze nieuwe trainer.’
Man 3: ‘Ik roep hem even achterna dat hij de verkeerde kant oploopt.’
Man 4: ‘En hij is zijn tas vergeten.’

vrijdag 24 mei 2024

Yuppen (6): Voortschrijdend inzicht

Pexels
Mark zit op de bank naar zijn smartphone te staren. Boven klinkt het gezang van Ellen-Fleur die de kleine Lotte-Sophie in slaap probeert te sussen. 
  'En', vraagt Ellen-Fleur als ze na tweeënhalf liedje op haar sokken de trap af is geslopen.
  Mark zucht. 
  ‘Ik weet het niet meer. Het is allemaal zo ingewikkeld geworden.’
  ‘Hoezo ingewikkeld?’
 Hij hoort dat ze eigenlijk haar stem zou willen verheffen, maar zich inhoudt vanwege Lotte-Sophie.
  ‘Als je voor de Palestijnen bent, ben je een antisemiet. Als je voor Israël bent, ben je Islamofoob. En wat die studenten doen, dat is toch niet normaal meer? Zo’n hele universiteit vernielen, wie heeft daar nou wat aan?’
  Ellen-Fleur loopt driftig naar de keuken om twee koppen kruidenthee in te schenken. Ze zet een mok voor Mark neer, met ‘Liefste vader van de hele wereld’ erop geschreven.
  ‘Je wordt toch niet rechts,’ vraagt ze met een stem die gevaarlijk dicht tegen de Lotte-Sophie-drempel aanzit.
  ‘Dat hoor je steeds vaker, bij mannen van jouw leeftijd. Dat ze ineens rechtse praatjes gaan verkopen.’
  ‘Straks gaat Lotte naar de universiteit. Zou je willen dat ze daartussen terecht komt?’
  Hij knikt naar de tv die zonder geluid aanstaat. Jongemannen met sjaals voor hun gezicht staan computerschermen kapot te gooien. Op de muur van het universiteitslokaal is met slordige letters iets over 7 oktober gekalkt. Ellen-Fleur staart naar het scherm, ze vertrekt haar gezicht, alsof ze iets vies door moet slikken.
  ‘Maar we moeten toch iets doen? Wat staat er bij Maurice en Janneke?’
  ‘Ik zie alleen maar babyfoto’s bij Maurice. En bij Janneke een recept voor worteltaart.’
  ‘Worteltaart?’
  ‘Worteltaart met prei. Het ziet er wel lekker uit.’
   ‘Doe maar iets van John Lennon,’ besluit Ellen-Fleur terwijl ze met een zucht haar kop thee op het tafeltje zet. De harde tik zorgt voor een onmiddellijke kreet vanuit het kamertje van Lotte-Sophie. 
  'En stuur dat recept van worteltaart naar me door, sist Ellen-Fleur terwijl ze de trap opschiet. 
  Mark gaat op zoek naar een citaat van John Lennon dat toepasselijk, maar niet al te voorspelbaar is. Ondertussen ziet hij hoe een activist hardhandig een politiebusje in wordt gewerkt.
  ‘Heel goed,’ mompelt hij. ‘Opbergen dat verwende tuig.’
  Verschrikt draait hij zijn hoofd naar het trapgat, maar tot zijn opluchting hoort hij Ellen-Fleur boven alweer een liedje aanheffen.

dinsdag 12 maart 2024

De comeback: deel 9 - de toezegging

Menno geeft zijn woord aan Eva Rijckers en begint eindelijk aan de toekomst. 



Pexels
Voor de tweede keer deze week zat ik naast Eva Rijckers in de auto. De afgelopen dagen was er in mijn leven meer gebeurd dan in de vijf jaar daarvoor. Ik staarde naar het duister van de Bossche Broek. Onder het lantaarnlicht van de Bosscheweg draaiden vier jongens zich met het voetveer over de Dommel. Twee trokken uit alle macht aan de slinger,  twee anderen stonden met een blikje bier in de hand aanwijzingen te geven. 
  ‘Wat had Zeurman allemaal te zeuren?’
  ‘Zeurman?’
  ‘Hoe heet ze ook alweer. Steurman, Kleurman. Wat kon dat kind zeuren. Altijd om meer uitleg vragen. Ik had een pesthekel aan haar.’
   Ik vertelde kort over de ziekte van mijn vader. 
  ‘Het komt erop neer dat hij in zijn eigen vocht ligt te stikken.’
  ‘Ik had het idee dat hij je veel te veel pushte met dat tennissen.’
  ‘Hij had het idee dat jij een onbetrouwbaar secreet was.’
   We draaiden om de gouden draak heen, in het rimpelende water van de fontein zag ik de Cooper, het vage gezicht van Eva, bibberend als in een droom. 
  ‘Ik vind het moeilijk om hem te bezoeken. Vaak herkent hij me niet eens. Ik had een tijdje ook wat problemen. Toen zat ik nogal in mijn eigen wereldje.’
  We stonden stil tussen twee zwarte taxi’s. Verderop, naast de bushalte, hingen zwaar opgemaakte meiden en jongens met bontkraagjes rond. Ze daagden elkaar uit voor de ingang van de Burger King, stootten elkaar aan, duwden elkaar weer weg. Een zwerver scharrelde om de opgeschoten jeugd heen.
  ‘Heb je nog over dat nichtje van Roes nagedacht?’ 
  ‘Ik denk dat ik het ga doen. Ze bevalt me wel. En ik kan het geld goed gebruiken.’
  ‘Ik wist dat ik op je kon rekenen.'
   Ze keek tevreden naar een taxichauffeur die haar gebaarde dat ze door moest rijden.
  'Je bent een helper. Daarom heb je ook die finale verloren. Je bent geen killer.'
  'Ik heb die finale verloren omdat ik mijn backhand begon te slicen.'
  'Darius is een killer. Hij wil zijn tegenstanders letterlijk vermoorden. Het is een wonder dat het nog nooit gebeurd is.'
  Nadat ze weg was gereden slenterde ik naar de Burger King. Ik duwde de tientjes van de voetbalpot in de handen van de zwerver en liet me daarna door de roltrap naar boven brengen. 

(Voorlopig) einde.

zaterdag 9 maart 2024

De comeback: deel 8 - de reparatiepatch

Een doorbraak in het leven van Henriëtte Steurman, zowel in de wetenschap als in de liefde. Hoe eenzame pubermeisjes later levens kunnen redden. 



Pexels
Het preparaat onder de microscoop doet haar denken aan een poollandschap. Een ruige, lege ruimte, onbezoedeld door mensenstappen. Terwijl ze naar de grijze hartcellen in de witte matrix tuurt schiet het beeld van meneer Vervoort door haar heen. 
  Een kleine man met een puntig kabouterbaardje. In de vierde klas vertelde hij over de organisatie van cellen, de manier waarop DNA in de celkern wordt afgelezen, hoe de informatie wordt gebruikt om eiwitten in elkaar te zetten. Ademloos zat ze naar Vervoort te luisteren, ze vond het veel spannender dan de films waar meisjes uit haar klas het in de pauze over hadden. 
  Brad Pitt en George Clooney konden haar gestolen worden. In plaats van de BreakOut! en de Hitkrant las ze de Kijk, een tijdschrift over techniek waar haar vader op geabonneerd was. 
  Soms probeerde ze met een klasgenootje een gesprek over mitochondriën en ribosomen te voeren. Het maakte de afstand alleen maar groter. Ze werd niet uitgenodigd voor feestjes, ging nooit mee de stad in. Ze was een grijze muis waar niemand naar omkeek. Nu is ze het middelpunt van de aandacht. De hele groep van het Regenerative Tissue Center zit om haar heen. De postdocs, de AIOSSEN, de laboranten en de stagiaires. Zelfs de prof is uit zijn werkkamer geschreden om het moment met eigen ogen mee te maken.
  Een paar seconden blijft het landschap onder de microscoop doodstil liggen, dan gaat er van links naar rechts een golf door het beeld.
  ‘Ja!’ Ze rolt haar stoel naar achteren en balt haar vuist omhoog. ‘Laterale contractie. Het werkt!’
   Om haar heen stijgt een gejuich op als bij een voetbalwedstrijd. De prof glimlacht bedaard, Annelies Scheeren, een jonge AIOS, steekt twee duimen in de lucht. Haar blik blijft net wat langer aan Annelies hangen dan aan de andere mensen om haar heen. 
 
  Als ze de volgende ochtend aanschuift bij het multidisciplinaire cardio-overleg heeft de overwinningsroes haar nog steeds niet helemaal verlaten. Na de borrel in de Cambridgebar is ze met Annelies de stad ingegaan. Het meisje nam haar mee naar een studentenkroeg aan de Oudegracht, voerde haar veel te zoete cocktails. Tijdens de derde cocktail legde ze haar hand op haar onderarm. Voor het eerst in tien jaar werd ze niet wakker in het stille huis aan de Xenophonlaan, maar in een krappe twijfelaar, met de arm van Annelies nog altijd stevig om haar heen geklemd. 
   ‘In de wandelgangen heb ik vernomen dat Henriëtte heuglijk nieuws heeft.’ 
    Ze schrikt op. Jan-Pieter Reverink kijkt haar vanaf het hoofd van de tafel glimmend aan. Voor een deel heeft ze haar succes aan hem te denken. Hij zat ook in de klas bij meneer Vervoort. Hij schopte het tot cardioloog en haalde haar tijdens haar promotie naar het Regenerative Tissue Center. 
  Door het slaapgebrek en de ongebruikelijk hoeveelheid alcohol is ze niet helemaal haar scherpe zelf. Nu ze alle ogen op zich gevestigd weet schiet ze alsnog in haar professionele personage.
  ‘We zijn klaar met de dierproeven,’ deelt ze zakelijk mee. Het bewonderende gemompel neemt ze met een bescheiden glimlach in ontvangst. 
  ‘De structuur van de patch is geoptimaliseerd. Het scaffold staat en we krijgen voldoende diepte, met een efficiënte vascularisatie. De contracties synchroniseren met het ontvangende weefsel. Wat we nu nodig hebben zijn patiënten met eindstadium hartfalen. Dan kunnen we zien of we echt gebroken harten kunnen gaan repareren.'
  Terwijl ze zichzelf hoort praten dwaalt haar blik naar Annelies, die vanaf de buitenste ring om de vergadertafel bewonderend naar haar kijkt. Jij bent mijn reparatiepatch, schiet er door haar heen als ze naar Annelies glimlacht en Jan-Pieter het woord weer heeft overgenomen. Het is zo ongeveer de meest poëtische gedachte die ze ooit heeft gehad. Ze schrikt er nog meer van dan van al het andere dat er de afgelopen vierentwintig uur is voorgevallen. 

Wordt vervolgd

dinsdag 5 maart 2024

De comeback: deel 7 - de finale

De reünie bij Jan-Pieter wordt opgeluisterd door een Europa League finale. Menno spreekt sinds lange tijd een oude vriend en een oud-klasgenote die mogelijk iets voor hem kan betekenen. Eva Rijckers is de ster van het bal. 



RGB Free, by midwest
Bij elke bal die Ajax inleverde ging er een kreunende zucht door de rij mannen voor het grote scherm boven Jan-Pieters veranda. Met samengebalde vuisten zaten mijn oud-klasgenoten naar de finale te staren. 
  Misschien was ik zelf ook zo’n fanatieke sportkijker gebleven, als ik niet op jonge leeftijd professionele wedstrijden was gaan spelen. Het is een beetje als met soldaten: als je zelf aan de oorlog meedoet heb je meer begrip voor de jongens aan de andere kant van de linie, dan voor de burgers die veilig achter een tv-toestel commentaar zitten te leveren. 
  Mijn blik gleed over de kalende achterhoofden. Alles was veranderd en niets was veranderd. Knokige puistenkoppen waren zelfvoldane veertigersgezichten geworden, blozende bakvissen waren getransformeerd tot struise moeders en pittige zakenvrouwtjes. 
  De rouwdouw van vroeger had ook nu weer het hoogste woord. Als hij commentaar op het spel leverde stemde zijn coterie snel in, als hij lachte lachte de hele kring met hem mee. 
  Op veilige afstand van het scherm vormde Eva net als vroeger het stralende centrum van de zwerm kwetterende vrouwen. Ze had me een paar keer een knikje van verstandhouding gegeven, maar we hadden nog geen woord met elkaar gewisseld. 
   
  Nu eens kantelde Michel zijn hoofd om ironisch naar het getetter achter ons te luisteren, dan weer nam hij het in zijn handen om met een eindeloos droevige blik naar de voetbalwedstrijd te staren. 
  ‘Dat wordt niks. Zelfs ik zie dat die Engelsen beter zijn.’
  ‘United slaat het middenveld over. Ajax bereikt de vleugels niet.’
  ‘Vroeger was Ajax volgens mij een stuk beter,’ zei Michel terwijl hij een blikje bier naar binnen goot.
  'Alles wordt minder, zoals Prediker al wist. Niets nieuws onder de zon wat dat betreft. Laten we wat geroosterd dier verzamelen. Dat is toch een van de hoogtepunten in de Westerse beschaving. Boven een paar gloeiende kooltjes een zielige kip halfgaar bakken.’ 
  Een vrouw van onze eigen leeftijd en een meisje van halverwege de twintig stonden bij de barbecue worstjes om te draaien. 
  ‘Waar halen we die patiënten dan vandaan?’ vroeg het meisje terwijl ze aanhankelijk naar de oudere vrouw opkeek. ‘Kan Jan-Pieter dat regelen?’
  De vrouw knikte terwijl ze aandachtig de worstjes op hun gaarheid inspecteerde.
  ‘Het moeten mensen zijn die niets meer te verliezen hebben. Echt eindstadium hartfalen.’
  ‘Nog steeds gebroken harten aan het repareren? We moeten maar weer eens bellen voor een update. Henriëtte doet onderzoek naar weefselreparatie na een hartinfarct,’ legde Michel me uit. ‘Ik heb er een stuk over geschreven voor een vakblad.’
  De vrouw kwam me vaag bekend voor, maar het lukte me niet om het gegroefde gezicht te matchen met een meisje van vroeger.
  ‘Mijn vader heeft eindstadium hartfalen. De artsen kunnen er niet veel meer aan doen.’ 
  ‘Dan zou hij een kandidaat kunnen vormen voor ons onderzoek.’ Het jonge meisje straalde. ‘Annelies Scheeren’ zei ze terwijl ze haar hand naar mij uitstak. ‘Ik ben de partner van Henriëtte.’
  ‘Henriëtte Steurman!’
  Zodra de naam me te binnen schoot, kwamen ook de beelden tevoorschijn. We hadden samen nog op de basisschool gezeten. Het slimste meisje van de klas, twee zwarte paardenstaartjes en een ernstig muizengezichtje. Bij gym hurkte ze berustend in een hoek neer, lijdzaam wachtend tot ze werd uitgegooid en ze aan de zijkant op een bankje mocht gaan zitten.
  ‘Hoe gaat het met je?’
  ‘Ik geef leiding het Regenerative Tissue Center,' zei Henriëtte. Het klonk wat defensief, alsof ze moest verantwoorden dat het echt goed met haar ging. 
  'Ik kan elke dag doen wat ik leuk vind, met mensen die dezelfde passie hebben. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat mijn middelbareschooltijd de eenzaamste tijd van mijn leven was.’
  Michel grijnsde terwijl hij probeerde om op een plastic bordje een stukje stokbrood te besmeren. 
  ‘Eenzaam zijn we allemaal. Eenzaam worden we geboren en eenzaam gaan we weer dood.’ 
  ‘Kunnen jullie iets voor mijn vader betekenen?’
  ‘Staat hij op de lijst voor een donorhart?’
  ‘Hij heeft ook vasculaire dementie.’
   Het jonge meisje staarde onafgebroken naar Eva en haar hofhouding, een meter of vijftien van ons vandaan. Henriëtte begon te ratelen over cardiomyocyten, scaffolds en vascularisatiemogelijkheden. Ik luisterde aandachtig. De artsen hadden mijn vader min of meer opgegeven, maar dit klonk veelbelovend. 
  ‘We zijn eerst vijf jaar bezig geweest om op gelijke hoogte met de Müller-groep te komen. Daarna konden we de volgende stap zetten: een elastische, hexagonale structuur voor de reparatiepatch, die de nieuwe hartcellen synchroon met het ontvangende hart moet laten kloppen.’
  ‘Dat was een briljant idee,’ zei Annelies zonder haar blik van Eva af te halen. ‘De vorm aanpassen om de functie te sturen.’
  ‘Wisselen!’ klonk er vanaf de veranda. ‘Schuif De Ligt naar het middenveld!’
   Ik keek naar het gezicht van Henriëtte terwijl de medische termen om ons heen dwarrelden. Ik herinnerde me nu dat ze gepest werd en op hetzelfde moment schaamde ik me dat ik daar nooit wat aan had gedaan. 
  Ze was te serieus geweest, ze barstte in huilen uit als ze bij de tafel van negen ergens haperde, terwijl ze altijd mooie stickertjes in haar schrift kreeg. Toen ze even stil viel herhaalde ik mijn vraag. 
  'Misschien,' zei ze peinzend. 'Jan-Pieter gaat over de patiëntenselectie. Ik zal het er met hem over hebben.'
  'Dank je. Dat is al heel wat.'
  Ze haalde haar schouders op.
  'Jij was de enige die me een beetje beschermde.'
  'Ik beschermde je?'
  'Met de gym. Als die rotjongens ballen op me gooiden. Dan gooide jij ze snel af.’
  ‘Onze ridder op het witte paard.’
  Michel had eindelijk een broodje besmeerd en stopte het in zijn mond.
  ‘Wat een held ben je toch. Redder van hulpeloze deernen in het gymlokaal.’
  Er klonken drie fluitjes van het eindsignaal. Een voor een stonden de mannen op van hun krakende houten tuinstoeltjes, een verslagen processie sjokte richting de barbecue. Als laatste kwam een brede kale man omhoog. Dat was de rouwdouwer, de jongen uit een boerenfamilie die op zijn veertiende al een natuurlijk gezag had. In plaats van de barbecue op te zoeken stapte hij recht op mij af en duwde een stapel tientjes tegen mijn borst. 
  ‘Gefeliciteerd Jonkman, hier heb je de pot. Je hebt nog steeds verstand van sport. Alleen jammer van die finale toen.’
  ‘Ze komt eraan, ze komt eraan.’
   De vriendin van Henriëtte pakte haar arm alsof er een gevaarlijk dier op ons af kwam sluipen. 
  ‘Wat zitten jullie hier gezellig,' zei Eva. Ze zette haar liefste glimlach op, een lachende poes met vlijmscherpe nageltjes. 
  ‘Ik was vroeger echt zo verliefd op jou.’
   Het meisje sloeg verschrikt een hand voor haar mond. 
  ‘Sorry,’ zei ze tussen haar vingers door. ‘Dit is echt te awkward.’
   ‘Annelies is een AIOS,’ verbrak Henriëtte na een paar seconden de pijnlijke stilte, alsof dat alles verklaarde.
  ‘Ik wilde zo maar eens gaan,’ zei Eva, terwijl ze mij aankeek. ‘Zal ik je bij station Den Bosch afzetten?’

Wordt vervolgd

vrijdag 1 maart 2024

De comeback: deel 6 - het klooster

Twintig jaar geleden zit Michel van Dijk zijn huiswerk te maken als Menno Jonkman langskomt. Menno heeft een nieuwtje dat alles zal veranderen. 
 


Michel krabbelt een songtekst in de kantlijn van zijn wiskundeschrift. Out here in the perimeter, there are no stars. Out here we are stoned, immaculate. 
   Als de laatste tonen van het orgel wegsterven komt de housebeat van zijn broer van de andere kant van de zolder door de muur heen. Een verdieping lager ratelen de vingers van zijn moeder over een toetsenbord. Tussen de kakofonie door klinken de krakende treden van de zoldertrap, een roffel op zijn kamerdeur. Menno stapt naar binnen zoals hij altijd naar binnen stapt, alsof hij een ervaren rechercheur is. Zijn ogen glijden door de zolderkamer, hij knikt Michel toe en wandelt naar de cd-speler, duwt de muziek uit, gaat in dezelfde beweging op de rand van Michels bed zitten. Hij slaat een been over het andere, rekt wat op, knakt iets in zijn nek. 
 ‘Je kleine broertje en zijn vriendjes namen me net weer onder vuur.’
 ‘Zitten ze op straat?’
 ‘Ze beschieten voorbijgangers met blaaspijpen. Die gastjes zijn out of control.’ 
 ‘Ik pak mijn broertje zo wel even aan.'
 ‘Ik heb met Eva Rijckers in de kiosk gepraat.’
  Michels mond valt open, iets wat hem niet vaak overkomt. Twee opengesperde ogen in een hoofd dat verder vooral uit haar bestaat. 
  ‘Wat de fuck? Hier moeten we over praten, maar niet in dit gekkenhuis.’
  Hij komt uit zijn leren stoel, stopt een pakje shag in de borstzak van zijn houthakkersblouse. Op de overloop van de zolder de geur van deodorant, brylcream en clearasil. Een verdieping lager steekt zijn moeder haar linkerhand op, met haar rechterhand blijft ze stug doortypen. In de woonkamer zit zijn zusje met een vriendinnetje Kinderen voor Kinderen op volume twintig mee te blèren. Een kind onder de evenaar, is meestal maar een bedelaar. 
   ‘Ik ben weg,’ schreeuwt hij naar boven terwijl hij de voordeur opendoet. Vrijwel meteen klappen er een paar rode besjes op zijn gezicht kapot.
  ‘Godverdomme. Nu is het klaar!’
  Schreeuwend stuiven jongetjes alle kanten op, alleen zijn jongste broertje vertrekt geen spier. Die zit op de stoeprand stroken te scheuren uit oude kranten die hij daarna opvouwt tot pijltjes. Hij stopte een nieuw pijltje in zijn blaaspijp en richt op Michel.
  ‘Waag het eens.’
  Even is het helemaal stil in de Tiresiaslaan, als bij een duel in een cowboyfilm. 
  ‘Zonde van het pijltje. Komt het precies in zo’n gore puist van jou.’
  Zijn broertje is watervlug, Michel schopt lucht.
  ‘Alto!’ roept het jongetje van een veilige afstand. ‘Ga eens naar de kapper,’ roept een ander.
  ‘Mijn moeder schrijft haar nieuwste boekje over kinderen die elkaar bestoken met blaaspijpen,’ schampert Michel terwijl ze over het doventerrein slenteren. ‘Ze jat gewoon wat er recht voor haar neus gebeurt.’
  Eigenlijk mogen ze hier niet komen, maar anders moeten ze helemaal om het doveninstituut heenlopen. Of linksom langs het Minerva en dat is wel het laatste waar ze na schooltijd op zitten te wachten. Achter bungalowramen zitten kinderen met hun handen tegen elkaar te praten. Wat een treurigheid als je nooit van je leven muziek kunt luisteren. Ze steken de parkeerplaats over, glippen door een hek en lopen de brede oprijlaan van het oude klooster op. Aan het begin van de eeuw gaven nonnen hier taalles aan rijkeluisdochters. Daarna werd het een opvangtehuis voor dove kinderen, tot in de jaren zeventig het moderne instituut ernaast werd gebouwd. Sindsdien staat het leeg, een vervallen monument voor een vervallen geloof. 
  Naast het hoofdgebouw staat een kleiner, zeshoekig gebouwtje met een spits torentje erbovenop. Geroutineerd trekken ze een plank opzij, schuiven door een smalle doorgang naar binnen. In de zeshoekige ruimte een gerafelde bank, een tafeltje met stoelen, op de grond wat platgestampte bierblikjes.
  ‘Zat je in je eentje in de kiosk?’
  Michel is op een van de houten stoelen gaan zitten, draait met zorg een shagje.
  ‘Tussenuur. We moesten wachten op het laatste uur Frans. Ik dacht dat ze naar het fietsenhok onderweg was. Ineens draaide ze mijn kant op. Ze kwam recht op me af.’
  ‘En?’
  ‘En ze begint tegen me te babbelen. Over mijn tennis. Of ik veel reis. Naar buitenlandse toernooien enzo.’
  Michel staart zijn vriend aan. Ze hebben het eigenlijk nooit over het tennissen van Menno. Dat geren over zo’n tennisbaan zegt hem helemaal niets. En nu begint Eva Rijckers erover. Hij verzinkt in gepeins.
  ‘Ik had het idee dat ze al wist dat ik over een paar weken naar Parijs ga. Daar is ze zelf vorige maand geweest. Voor een fotoshoot. En ze vroeg wat ik dit weekend ging doen. Of ik weleens de stad inging.’
  Michel steekt zijn shagje aan, inhaleert diep. 
  ‘Moet je niet trainen?’
  ‘Eigenlijk wel. Ik weet het niet. Ik ben er een beetje klaar mee ofzo. Ik bedoel: Eva Rijckers. Moet ik nu gewoon naar de Maaspoort gaan voor bondstraining? Eva Rijckers man. Dat verandert alles.’

Wordt vervolgd

dinsdag 27 februari 2024

De comeback: deel 5 - de eerste les

Maaike Roes blijkt aardig te kunnen tennissen. Onno Roes wil meteen zaken doen. Een berichtje van een oude vriend zet Menno aan het denken. 



Pexels
Als iemand die van een grote last bevrijd was rende ze achter mijn ballen aan. Na een minuut of tien was ze helemaal los, ze knalde een backhand langs de lijn die ik met een uiterste reddingspoging nog de lucht in kreeg. Ze stond trappelend te wachten tot de bal weer daalde, met snelle voetjes ramde ze de smash genadeloos in de hoek. 
  Als ik eerlijk was, had ik me in jaren niet zo levendig gevoeld. Toen we een pauze namen viel ze meteen weer terug in meisjesachtige schutterigheid. Ze friemelde wat aan de plooiband van haar rokje, veegde een lok achter een oor. 
  ‘Ik speelde ruk. Je liet me wat rally’s winnen, dat merkte ik wel hoor. Die hoge ballen op mijn backhand…’ 
  ‘Je speelde prima.’
   Ik liet mijn ogen over haar lichaam glijden. Haar benen waren te dun, haar buik moest strakker. 
  ‘Jij wilt dus de WTA bestormen.’
  Een blos schoot uit haar nek naar haar kruin. Haar ogen draaiden bijna uit hun kassen, haar handen wrongen zich in elkaar alsof ze een washandje stond uit te knijpen.
  ‘Oom Onno is een beetje apart,’ fluisterde ze. ‘Zeker sinds die verschrikkelijke toestand in de Arena. Ik vind het zo erg voor hem. Eigenlijk verbaasde het me niet eens. Hij is soms net zo’n keffend hondje dat niet beseft dat de herder hem in een hap kan doorslikken.’ 
 ‘Maar je wilt wel echt de tour op? Of doe je dit alleen maar om je oom een plezier te doen?’
  ‘Ik wil Wimbledon winnen.' Ze staarde naar de grond alsof ze aan me had opgebiecht dat ze ongewenst zwanger was. 
  ‘Dat is een mooie ambitie.’
  ‘Denkt u dat het mogelijk is?’
  ‘Waarom wil je Wimbledon winnen? Wat er is zo leuk aan tennis? Dat achterlijke balletje dat steeds weer terugkomt. Ik heb in een grand slam-finale gestaan. Kijk waar ik nu ben,’ ik wees om me heen naar de lege gravelbanen die in de zon lagen te bakken.
  ‘Ik wou dat ik net als jij gestudeerd had en aan een normale carrière was begonnen. Dan had ik nu een serieuze baan, in plaats van les te geven aan motorisch uitgedaagde zeehonden.’
  Ze schoot in de lach, even ontspande de trekken van haar magere gezicht. 
  ‘Ik hou van dat achterlijke balletje. Het houdt je nooit voor de gek.’
  Voor het eerst keek ze me recht aan, terwijl haar ogen zachter werden en haar gezicht een dromerige uitdrukking kreeg.
  ‘Ik hou van de lijnen. Die zijn overal hetzelfde, op elke baan. Als ik mijn voeten op de juiste plek neerzet en de bal op de juiste manier opgooi, kan ik met mijn ogen dicht serveren. Ik hou ervan om een bal precies goed te raken. Nou ja,’ haar ogen verhardden zich en meteen begon haar blik weer over de grond te zwerven, ‘dat dus. Ik hou ervan om te winnen.’ 
  ‘En als je over een jaar nog op Futures loopt te ploeteren?’
  ‘Dat gaat niet gebeuren. Ik ga Wimbledon halen.’
   Uit de richting van het clubhuis klonk het driftige getik van een kruk op de tegels tussen de banen.  
  ‘Alles goed?’ 
  ‘Ze kan leuk tennissen.’
  ‘Zestigduizend,’ hij duwde een vinger tegen mijn borst en staarde naar mijn adamsappel. ‘Zestigduizend voor het eerste jaar. En een deel van het prijzengeld. Toevallig weet ik dat je probleem met onze vriend in Ondiep dan meteen is opgelost. Geen jochies met petjes meer aan de deur die je tv mee willen nemen.’
  ‘En dat andere?’
  ‘Dat andere…’
  Roes sloeg een paar keer met zijn kruk tegen het bankje naast de baan. 
  ‘Dat andere hebben we het ook nog wel eens over. Als we onder elkaar zijn.’
  Hij knipoogde naar zijn nichtje. Die keek haar oom bezorgd aan, schopte op haar beurt met de onderkant van haar tennisschoen tegen het bankje.
  ‘Jullie moeten dit wel met papa bespreken.’
  ‘Komt goed, komt goed. Je bent nu een volwassen vrouw. Maar ik ga nog wel even om de tafel met mijn weledelgeleerde broer. Jij wordt de eerste Nederlandse vrouw die Wimbledon gaat winnen. Daar zet ik al mijn kennis en mijn contacten voor in. De eerste stap is een topcoach. Een topcoach die weet hoe het op het laatste moment fout kan gaan. Zodat het bij jou op het laatste moment goed zal gaan.’ 
  Maaike staarde naar de grond, wrong haar handen weer in elkaar.
  ‘U had die finale moeten winnen,’ fluisterde ze zonder me aan te kijken. ‘U was de betere tennisser.’
  ‘Dat is dan de eerste les,’ zei ik terwijl ik weer naar mijn fietssleuteltje begon te zoeken. ‘De betere tennisser wint niet altijd de wedstrijd.’
  
  Ik gooide mijn tennistas in de hoek en pakte een biertje uit de koelkast. Op de keukentafel blikkerde het lichtje van mijn mobiel. Een appje van mijn moeder, of ik de appelboom binnenkort kwam snoeien. En een berichtje van Michel van Dijk. Ik staarde naar de naam die ik zeker tien jaar niet meer gehoord had. 
  'Kom je ook naar de reünie bij Jan-Pieter? Zou leuk zijn elkaar weer eens te zien.'
  In mijn hoofd leefde Michel nog als een slungelige puber met pijpenkrullen. Het fotootje naast zijn naam liet zien dat er van die krullen weinig meer over was. Ik dacht aan het grote huis aan de Tiresiaslaan waar het altijd een gezellige teringbende was. Het leek erop dat het verleden zich steeds meer op begon te dringen. Misschien was het moment aangebroken om er voorgoed mee af te rekenen, zodat ik eindelijk aan de toekomst kon beginnen. 
  
Wordt vervolgd

vrijdag 23 februari 2024

De comeback: deel 4 - til hem op en neem hem mee

Menno probeert zijn leerlingen de edele kunst van het tennisspel bij te brengen. Onno Roes laat geen gras over zijn plannetje groeien. 



Pexels
Anja ten Brinke waggelde richting het net als een hongerige zeehond die de oppasser met het tonnetje vis in de gaten heeft. In plaats van een visje gooide ik haar een tennisbal toe. Ze zwaaide haar racket naar de bal en wist hem min of meer te raken. 
  ‘Heel goed,’ riep ik zo enthousiast mogelijk. ‘Probeer nog iets meer in te stappen.’
  De bak onder mijn bruinverbrande armen was bijna leeg. Ik tuurde tegen de zon in naar de klok bovenaan de paal in het midden van het park. Het was 15:50. Alleen nog een partijtje, dan zat mijn werkdag erop. 
 ‘Wie tegen wie?’
  De dames hadden de ballen verzameld en staarden me verwachtingsvol aan. Met mijn racket sloeg ik wat gravel van mijn schoenzolen. Ze kwamen steeds dichterbij, de geur van deodorant en vrouwenzweet omhulde me als een verstikkende wolk. Ik deed een paar passen achteruit, er begonnen zwarte vlekken voor mijn ogen te zweven, scherp afgetekend tegen de hagelwitte tennispolo’s.
     Ik liet Evelien Remmers beginnen, ze mepte tegen de bal alsof ze een tapijt stond uit te kloppen. Met een paar stappen was ik bij het ongeleide projectiel en verlegde de koers met een dropvolley naar Anja ten Brinke, die daar zo van schrok dat ze haar hoofd introk en bijna haar racket liet vallen.
  ‘Dat doe ik nu ook altijd,’ schreeuwde Suzanne Raayman. Ze sloeg bijna dubbel van het lachen. Haar bolle toet was rood van de inspanning, de vetkwabben bungelden over haar lichtblauwe broekje. Ik plooide mijn gezicht in een stijve glimlach, ik wist dat dit zeker een minuut ging duren. Dames kunnen nooit een andere vrouw een fout laten maken, zonder uitgebreid te verklaren dat ze zelf net zo onhandig zijn.
  Van mijn eigen service maakte ik vooral een stretchoefening. Ik deed mijn best, maar Evelien Remmers wist de bal toch volledig verkeerd in te schatten. Als een dolle stier stormde ze op het projectiel af, zodat ze geen enkele ruimte meer over had om haar slag af te maken. Dit merkte ze pas op het laatste moment, zodat ze met een onhandige schepbeweging de bal een meter of vijf de lucht in jaagde. 
  ‘Jij!’ schreeuwde Suzanne Raayman terwijl ze log achteruit manoeuvreerde, als een tractor die zich uit een rul zandpad probeert te draaien.
  ‘Afstand tot de bal!’ hoorde ik mezelf roepen. ‘Ruimte voor jezelf maken.’ 
  Terwijl ik het zei bracht ik mijn eigen advies in de praktijk. Ik dribbelde een paar pasjes naar achteren, liet de bal stuiteren en tilde hem naar de overkant, zodat hij precies een meter voor de neus van Evelien Remmers stuiterde. Het enige wat ze hoefde te doen was haar racket naar achteren te halen en te slaan, maar uiteraard stormde ze weer veel te gretig op de stuiterende bal af, zodat ze er weer te dicht op stond en de bal deze keer met een hakbeweging tegen het hek achter Suzanne Raayman roste. 
  ‘Nog iets meer afstand!’ riep ik op dezelfde neutrale toon als een paar seconden eerder. ‘Til hem op en neem hem mee.’

 Ik was met mijn hoofd al bij de eerste Heineken, toen achter mijn fiets de kiezelsteentjes van de parkeerplaats opspatten. Zodra de auto stopte klapte het linker portier open, waarna er eerst een kruk met een rode baan aan de bovenkant naar buiten werd gestoken. Als een voelspriet zocht de grijze dop aan de onderkant van de kruk houvast tussen het grint, zodra het vaste grond had gevonden dook ook het blonde vlashaar van Onno Roes uit de Porsche op. 
 ‘Nog net op tijd.’
  Hij werkte zich met een soort hink-stap-sprong uit zijn auto, vond met moeite zijn evenwicht, waarna hij vlak voor mijn neus tot stilstand kwam. Even speurde hij met zijn felle oogjes de omgeving af, alsof hij wilde controleren dat er nergens om zijn manoeuvre gelachen werd. 
  Hij hoefde zich geen zorgen te maken. Tussen de struiken bij het paviljoen scharrelden wat merels, in de bomen tussen het grind en het modderige pad langs het weiland koerde een duif.
  ‘Hoe gaat het met je?’ vroeg Roes met een grijns. ‘Kijk eens wie ik voor je heb meegenomen.’
  Doordat de zon vol op de voorruit scheen had ik niet gezien dat er nog iemand anders in de auto zat. Roes gebaarde driftig met zijn arm, waarop het portier aan de rechterkant langzaam open scharnierde. 
  ‘Kunnen jullie even een balletje slaan.’
  Een spichtig meisje verscheen op de parkeerplaats, ze tuurde naar ons met haar hand boven haar ogen. 
  ‘Kom maar dichterbij hoor,’ Roes probeerde haar met een geïrriteerde hoofdbeweging onze kant op te krijgen. 'Hij bijt niet.’ 
  Terwijl ze naar de grond staarde schuifelde het meisje op ons af. 
  ‘Sorry,’ fluisterde ze toen ze naast Roes stond. ‘Hij trok me zo ongeveer zijn auto in.’
   Met haar rechterschoenpunt duwde ze een kuiltje tussen de kiezelstenen, haar blik schoot van de grond naar mijn ogen en weer terug naar beneden. 
  ‘Onzin!’ riep Roes. ‘Je staat te trappelen. Je wilt de WTA bestormen. Je wilt Wimbledon winnen. Wat sta je nou te schutteren als een overjarige bakvis. Menno heeft in de finale van Roland Garros gestaan. Hij heeft de kwartfinale van Wimbledon gehaald. Hij weet wat er in de top gevraagd wordt. Dit is je grote kans.’
  Hij nam zijn nichtje met samengeknepen oogjes op. Ik had sterk het idee dat hij haar het liefst met zijn kruk de tennisbaan op wilde rossen. 
  ‘We kunnen wel een kwartiertje spelen,’ zei ik terwijl ik het sleuteltje weer uit mijn fiets haalde. ‘Even wat van me afslaan kan geen kwaad.'

Wordt vervolgd

dinsdag 20 februari 2024

De comeback: deel 3 - de reünie

Eva geeft openheid van zaken over haar situatie met Darius Bari. Menno vertelt over het voorstel van Onno Roes. De wonden uit het verleden lijken nog niet volledig geheeld. 



RGB Free, by vierdrie
We zwegen tot we Overvecht binnen reden. Ik dacht aan het voorstel van Roes. Het zou een makkelijke oplossing voor mijn geldproblemen kunnen zijn. Na mijn tenniscarrière was ik een aantal jaar ondergedoken in een penthouse in De Bilt. Ik wilde helemaal niets meer met tennis te maken hebben en de wereld bleek mij ook vrij makkelijk te kunnen vergeten. 
  Dat werkte goed, totdat ik boven de Chinees mijn laatste duizendje verspeelde. Toen had ik ineens een baan nodig en bij T.V. Overvecht kon ik zo beginnen. Ik leefde van week tot week, elke vrijdagavond stond er een jongen met een capuchon op de galerij om geld te innen. De eerste keer dacht ik er nog wel onderuit te kunnen komen, maar die droom prikten een paar potige gasten snel door. Als je over een reling wordt gehangen besef je pas goed dat de vierde verdieping meer dan hoog genoeg is om te pletter te vallen.
    ‘Ze bengelt je als een worstje voor mijn neus,’ had Roes daarnet gezegd. Het zinnetje was door mijn hoofd blijven spoken. Had ze dat op het Minerva ook niet gedaan? Met die ogen die van alles beloofden, die blik die je deed hopen dat er werkelijk een mooier leven mogelijk was, een betere wereld, als je alleen maar zoveel mogelijk in de buurt van Eva Rijckers bleef. Als je alleen maar even deed wat Eva je vroeg. 
  
  Ze parkeerde voor de flat tussen twee gebutste bestelbusjes, draaide de motor af en staarde door de voorruit. 
  ‘Heb je snel een Van Gogh onder je jurk geschoven? Toen je naar de wc ging?’
  ‘Een korte inventarisatie. Voor een mogelijk plan B.’
  ‘Waar ben je allemaal mee bezig?’ 
  ‘Waarschijnlijk is het onzin. Sowieso was het een goede zet om jou mee te nemen. Hij was al een stuk relaxter.’
  ‘Jullie hebben elkaar geen moment aangekeken.’
  ‘De vorige keren begon hij als een idioot te schelden zodra hij mijn stem hoorde.’
  ‘Wat heeft hij tegen je gezegd? In de Arena? Wat triggerde je beer?’
  Ze glimlachte.
  ‘Mijn beer. Dat is een goede vergelijking. Ze willen allemaal even de beer porren. Al die zwakkere mannetjes, allemaal willen ze hun hand door de kooi steken. Maar soms port de beer terug.’
  We zwegen terwijl om de hoek van de flat een oude vrouw aan kwam stiefelen. Ik kende haar, ze woonde op de tweede verdieping. Elke dag liep ze naar de Marokkaanse groenteboer, haar gerafelde boodschappentas op wieltjes achter zich aan trekkend. Hoewel het zeker vijfentwintig graden was droeg ze een lange winterjas, met vastgekoekt vuil aan de zoom. Meestal rook ze naar te lang doorgekookte broccoli, soms kwam daar de doordringende stank van urine bij. 
   ‘Wat is er met je gebeurd Menno?’
   Ik voelde mezelf fronsen en kruiste mijn armen. Ik zette me schrap in de autostoel, ik wist precies wat er ging komen. 
  ‘Ik heb je gevolgd. Je was een ster. Je hebt op al die grote toernooien gespeeld. En nu dit.’
  Ze maakte een vaag gebaar met haar arm, maar het was duidelijk wat ze bedoelde. De bakken met opengescheurde vuilniszakken. De graffiti op de muren, de schichtige blik waarmee de vrouw de deur van de flat openmaakte, alsof ze elk moment een klap op haar achterhoofd verwachtte.
  ‘Wat heb je gedaan?’
  ‘Wat heb ik gedaan? Wat heb jij gedaan? Ik volg de internationale modescene niet zo, maar volgens mij was je een soort superster. Als jij mij nodig hebt om een financieel probleem op te lossen moet er bij jou ook iets ernstig mis zijn gegaan.’
    Voor het eerst voelde ik wat meteen al had moeten voelen: een fijne boosheid, de boosheid van iemand die weet dat hij in zijn recht staat. 
 ‘Dat klopt.’ 
  Er gleed een schaduw over haar gezicht. 
 ‘Ik ga bij hem weg. Ik wil van hem af voordat hij alles heeft uitgegeven aan hoeren en rechtszaken. Een deal met Roes kan voor ons allebei een nieuw begin zijn.’
  Ik stootte een schamper lachje uit.
  ‘Je bent wel echt schaamteloos. Na wat er op het Minerva gebeurd is, gewoon doodleuk weer een dealtje voorstellen. Je hebt me toen vreselijk genaaid. Mijn carrière was bijna vernietigd voor hij goed en wel begonnen was.’
  We bleven even stil, allebei alleen met onze eigen versie van het verleden.
  ‘Hoe gaat het met je vader?’ doorbrak ze de stilte. ‘Ik denk niet dat er ooit iemand zo boos op me geworden is. Ik was echt bang voor hem. Banger dan ik ooit voor Darius ben geweest.’
  ‘Het gaat niet goed. Maar laten we het daar niet over hebben. Roes heeft me een voorstel gedaan.’
  Haar gezicht lichtte op.
  ‘Toen ik naar de wc was? Ik vermoedde al zoiets. Die gluiperd heeft een plannetje.’ 
  ‘Hij wil dat ik zijn nichtje ga coachen. Zogenaamd een toptalent.’
  ‘Interessant. Hier moeten we over nadenken.’
  ‘We moeten helemaal niets. En ik ben jou sowieso niets verschuldigd. Ik ga naar binnen.’ 
  Ik maakte de portier open, ze greep me bij een arm. 
  ‘Tot woensdag,’ zei ze, terwijl ze me doordringend aankeek. ‘Dan praten we verder.’
  Even was ik in verwarring. Hadden we nog een afspraak gemaakt?
  ‘De reünie In Vught? Die voetbalfinale? Jan-Pieter organiseert het. Check je spam maar eens.’ 
  Ze boog zich langs me heen, duwde mijn portier wat verder open en voordat ik er iets tegen kon doen had ze me in dezelfde beweging op mijn wang gekust. 

Wordt vervolgd

zaterdag 17 februari 2024

De comeback: deel 2 - het voorstel

Onno Roes geeft zijn versie van de vechtpartij met Darius Bari. Menno krijgt een onverwacht voorstel. Eva trekt haar eigen plan. 



RGB Free, by babykrul
Onno Roes maakte na onze binnenkomst eerst geconcentreerd zijn stoot af. Met felle oogjes tuurde hij naar de witte bal, die na zijn stoot via de korte zijde van de tafel tegen twee andere ballen caramboleerde. Hij bleef nog even in de houding staan, waarna hij met een van pijn vertrokken gezicht overeind kwam. Hij plaatste zijn keu voorzichtig tegen de rand van het biljart en pakte een kruk die hij om zijn rechterarm schoof. 
   ‘Zo maar even,’ zei hij terwijl we onze vuisten tegen elkaar boksten. ‘Ik lig nog steeds in de kreukels.’
    Mijn eerste indruk van Roes was dat hij het uitstekend zou doen als een malafide accountant in een B-film. Een rattenkopje met blond vlashaar, een overhemd met gilet boven een slobberige trainingsbroek. Achter het biljart hing een foto in dezelfde zwart-wit stijl als in de hal. Een close-up van Ruud Gullit, die met woest uitwaaierende dreadlocks zijn voorhoofd tegen een bal aanslaat. 
  ‘Finale van achtentachtig. Koeman bracht de bal in de zestien,’ zei Roes terwijl hij om het biljart heen zwaaide. ‘Van Basten kopte breed en Gullit knikte binnen. Boem!’ 
  ‘Je bent op tv,’ zei Eva.
   Op een gigantische flatscreen aan de andere kant van de kamer stond een tenniswedstrijd op pauze. Ik herkende meteen mijn opgetrokken schouders, de lichte knik in mijn rug. Close ups zijn ongenadig, mensen beseffen niet wat voor inbreuk het op je persoonlijke ruimte is om elke frons, elke zenuwtrek tienmaal uitvergroot miljoenen huiskamers binnen te stralen. Op tv zag ik pas wat voor een zenuwpees ik was. Ik knipperde met mijn ogen en ik had een tic waarbij ik mijn onderlip heel snel onder mijn boventanden duwde, steeds drie keer achter elkaar, zodat John McEnroe me ooit een ‘rabbit on cocain’ noemde. 
   ‘In mijn hoofd was ik Agassi,’ zei ik terwijl ik langs het biljart naar het bevroren beeld wandelde. ‘Het was een tegenvaller toen mijn vader me voor het eerst filmde. Waarom heb je dit opstaan?’
  ‘Ik heb gisteravond je finale nog eens teruggekeken,’ zei Roes. Hij ging op het puntje van een ouderwetse, roodbruine Chesterfield stoel zitten, zijn kruk dwars over zijn dunne bovenbenen. 
  ‘Ik zat in het stadion. Weet je dat ik je vader nog tienduizend euro heb geboden om voor de wedstrijd even in de kleedkamer te mogen komen? Hij wilde er niets van weten.’
   Hij staarde me aan met zijn felle, gretige oogjes. 
  ‘Je backhand begon je in de tweede set steeds meer te slicen. Maar je stond te diep in het veld. Dan is het lastig om hem laag te houden. Laghdatis kon hem aanvallen, begon naar het net toe te komen. Hij stond goed te volleren, de wedstrijd kantelde. Je lobjes vielen vaak uit, je backhand bleef te hoog. Je had terug moeten schakelen naar je backhand drive, gewoon een paar keer voluit meppen. Dan was die Cyprioot wel weer terug in zijn hok gegaan.’
  Ik knikte, terwijl ik bedacht dat Roes en Eva elkaar sinds onze binnenkomst nog geen moment hadden aangekeken. 
  ‘Ik ga even mijn neus poederen’, zei Eva. ‘Welke deur?’
  Roes zwaaide met een arm, nog steeds zonder Eva aan te kijken. Zodra de deur achter haar dichtviel liet hij een misprijzend gesnuif horen.
  ‘Dus jij bent de inmiddels gedegradeerd tot loopjongen. How the mighty have fallen. Ze laat je als een worstje voor mijn neus bungelen. Ze wil dat ik de rechtszaak tegen die opgepompte aap laat vallen.’
  Ik liep terug naar het biljart, draaide een bal onder mijn wijsvinger rond. 
  ‘Wat heb je tegen Eva gezegd? In de Arena?’
  ‘Ik maakte haar een complimentje.’
  ‘Darius Bari trapte je in elkaar omdat je zijn vrouw een complimentje maakte?’
  ‘Darius Bari is knettergek. En hij zat onder de coke. Dat is het laatste wat ik me van die avond herinner. De zwarte gaten in de ogen van Darius Bari. Toen ging het licht uit.'
  Roes zette de tv op pauze, ik bevroor terwijl ik na een approach shot naar het net wilde stormen. 
  ‘Ik heb een nichtje. Maaike Roes. Misschien ken je haar?’
  ‘Nooit van gehoord.’
 ‘Ze was vier jaar geleden een van de beste Nederlandse tennismeisjes. Ik wilde haar richting de WTA-top begeleiden, maar haar ouders wilden er niets van weten. Die wilden dat ze eerst ging studeren.’
  Hij sprak ‘studeren’ uit alsof het een besmettelijke ziekte was. 
  ‘Nu is ze bijna afgestudeerd. Ze is altijd op niveau blijven tennissen. Ze wil het alsnog gaan proberen.’
  Roes loerde me verwachtingsvol aan, alsof ik een smakelijke krekel was die op de rand van zijn biljarttafel was neergestreken.
  ‘Dus?’
  ‘Dus ze heeft een coach nodig. Iemand met ervaring. Iemand die weet wat er in de top gevraagd wordt.’
  ‘Ik heb nog nooit iemand gecoacht.’
  ‘Nee. Je geeft les aan oude wijven op een kutclub in Overvecht. Je woont in een flatje achter de Kardinaal de Jongweg. Ik heb het even nagerekend. Je zou minstens een slordige tien miljoen moeten hebben.’
  ‘Dat heb ik allemaal aan goede doelen geschonken.’
  Roes liet een hoog hinniklachje horen. Hij gooide zijn blonde matje in zijn nek en wreef vergenoegd met zijn benige handjes over zijn trainingsbroek.
  ‘Je hebt alles vergokt boven die Chinees in Ondiep. Je hebt nog steeds een schuld bij de Moker. Maar ik geloof in tweede kansen. Dit is een kans voor jou om in één keer uit de shit te komen.’
  ‘En die zaak met Bari?’
  Hij trok een zuinig mondje. Zijn ogen flitsten van het televisiebeeld naar de kruk op zijn schoot. Hij kantelde de kruk naar de grond toe en werkte zich moeizaam overeind. 
   ‘Dit is iets tussen ons twee. Waar is dat mens trouwens gebleven, met d'r poedertjes.’


Wordt vervolgd

maandag 12 februari 2024

De comeback: deel 1 - de afspraak

Menno wordt door een oude bekende ingeschakeld om haar met een probleem te helpen. Maar vertelt ze hem wel de volledige waarheid? En waarom zou hij uitgerekend haar iets verschuldigd zijn?



RGB Free, by marmit
Eva Rijckers stuurde haar Mini Cooper soepel tussen het verkeer van de Utrechtse ring door. De universiteitsgebouwen van de Uithof gleden aan onze rechterkant voorbij, als laatste verdween de grijze parkeergarage van het kinderziekenhuis in de achteruitkijkspiegel. We draaiden de snelweg af en kwamen tot stilstand achter de haaientanden van een landelijk kruispunt. 
  Vanuit mijn ooghoeken nam ik haar op. Ze leek met volkomen ontspanning naar het voorbij hobbelende verkeer te staren, alsof we een bedaard echtpaar waren dat er eens gezellig tussenuit ging. Een week eerder had ze me vanuit het niets ge-sms’t. Eva Rijckers, de stoot van het Minerva College. Op haar vijftiende was ze al een gewild model, op haar twintigste sierde ze de covers van de grootse Amerikaanse modebladen. Ergens daar tussenin probeerde ze mijn tenniscarrière aan diggelen te gooien voor hij goed en wel begonnen was. Zeker tien jaar had ik niets van haar gehoord. Soms zapte ik op een hotelkamer langs een item op RTL Boulevard, altijd miste mijn hart een slag als haar engelachtige snoetje onverwachts uit het beeld sprong. 
  ‘Dus die Roes wil alleen even mijn handje schudden?’ 
  ‘Hij wil even aan je snuffelen. Hij wordt erg opgewonden van topsporters. Daarom woont hij hier ook tussen de druipende dennen. Omdat die voetballers hier in de buurt soms een trainingskamp hebben.’ 
  ‘Ik ben allang geen topsporter meer.’
  ‘Je was een topsporter. Die verzamelt hij zoals iemand anders postzegels of dode vlinders verzamelt. Eigenlijk verbaast het me dat hij je nooit eerder te pakken heeft gekregen.’ 
     Ik duwde mijn voetzolen tegen de wand onder het handschoenenkastje, probeerde een onwillige rugspier op te rekken. Wanneer was ze met Darius Bari getrouwd? Het moest inmiddels alweer een jaar of vier geleden zijn. De opgepompte vechtmachine met het ‘hartje van goud’. Als een van de weinige Nederlanders was ik niet verbaasd geweest over het huwelijk. ‘Belle en het Beest,’ hoorde je overal, maar ik vroeg me af wie van de twee het echte beest was. Mensen dachten dat ze haar kenden, het lieve Brabantse poppetje met haar engelensnoetje, het knappe buurmeisje waar iedereen zich mee kon identificeren. 
  Toen Vincent en Rolf haar uitkozen als gezicht voor hun Devil’s Collection werd dat als een ironisch grapje van het haute couture-duo beschouwd. Ik wist wel beter. Die Vincent en Rolf hadden hun ogen niet in de zakken van hun tijdloos elegante designerjasjes zitten. Die hadden in een oogopslag gezien waar de rest van de wereld stekeblind voor leek te zijn: onder dat lieve poppensmoeltje huisde een duivelin die verdomd goed wist wat ze wilde.
    Alsof ze voelde dat ik haar moreel de maat nam draaide ze glimlachend haar hoofd naar me toe. Ze zette haar grootste wapen in: blauwe waterogen die met de jaren niets aan kracht hadden ingeboet. Het waren vooral die ogen die de hemdjes en de mutsjes een magische glans gaven. En al die vrouwen die naarstig dezelfde mutsjes gingen kopen zich maar afvragen waarom het bij hen niet werkte. 
     ‘Darius heeft boete gedaan. Die civiele zaak is bullshit. We moeten daar onderling uit kunnen komen.’ 
   Natuurlijk was haar bad boy toch een keer te ver gegaan. Wat tikken uitdelen in het Amsterdamse uitgaansleven, dat kon je nog als kwajongensgedrag uitleggen. Maar die vechtpartij in de Amsterdam Arena was van een andere orde. Bari had Onno Roes voor de rest van zijn leven ongelukkig geschopt. Volgens de bladen had een ongepaste opmerking richting Eva de woede van de vechtmachine opgeroepen. Of Eva de boel had opgehitst of juist had proberen te sussen bleef een eindeloze bron van speculatie. 
  ‘Wat is die Roes voor man?’ 
  ‘Een nerd met een minderwaardigheidscomplex. Rijk geworden tijdens de eerste internethype, toen mensen nog tonnen voor een website betaalden. Hij heeft op tijd zijn bedrijfje verkocht en sindsdien denkt hij dat hij tot de internationale jetset behoort. Hij hobbelt van skybox naar skybox. Hij heeft een vaste box in de Arena. En hij is gek op tennis. Hij wil je gewoon even zien, handje schudden met de man die een grand slam-finale heeft gespeeld.’
  ‘Hij gaat die rechtszaak echt niet laten vallen omdat hij mijn handje heeft geschud.’
  ‘Ik moet met hem in gesprek komen. Natuurlijk hoef je dit niet te doen. Maar het zou wel ontzettend lief van je zijn. Laten we zeggen for old times' sake.’
    We waren een verlaten provinciale weg opgedraaid, elke halve kilometer weken de bomen wat uit elkaar om lange oprijlanen naar protserige villa’s prijs te geven. Ze stapte op de rem toen we langs de zoveelste oprijlaan waren gereden, reed een stukje achteruit, draaide het terrein op om meteen achter een slagboom weer tot stilstand te komen.
  ‘Eva Rijckers en Menno Jonkman’, riep ze richting een blikken roostertje en alsof het magische woorden waren kwam de slagboom vrijwel meteen in beweging. We reden nog een flink stuk door en kwamen uit op een parkeerplaats. 
  Uit een zijingang van de villa kwam een oudere vrouw met een wit schort naar buiten die ons een trapje op gebaarde, waarna we via een soort sluiproute een schemerige hal werden binnengeleid. 
  De wanden van de hal waren bedekt met grote zwart-witfoto’s. Johan Cruijff die als een veldheer de vrije ruimte aan zijn teamgenoten wees. De verbeten kop van John McEnroe, Eddy Merckx op de pedalen. 
   De vrouw verdween en ik wilde al op de aangewezen deur kloppen, toen Eva me aan mijn arm trok.
  ‘Hou hem zo even aan de praat,’ fluisterde ze. ‘Als ik naar de wc ga.’ 


Wordt vervolgd
  

dinsdag 5 december 2023

Messias

Pexels
Een politicus besloot naar de mensen te luisteren. Zes dagen lang luisterde hij, op de zevende dag richtte hij een partij op.
  ‘Sluit je aan bij de Partij tegen de Regen, als je ook schijtziek van de regen bent.’
  
  De partij werd een groot succes. Steeds als het ergens regende, sprong de man in zijn auto om naar een dorpsplein te scheuren.
  ‘Willen jullie meer of minder regen?’ schreeuwde hij door een megafoon. Honderden paraplu’s werden de lucht ingestoken.
  ‘Minder, minder!’
  Hij werd met zestig zetels de Tweede Kamer ingestemd. Hij kleedde zich alleen nog maar in regenjassen. Als het regende rende hij naar buiten om een toespraak te houden, als de zon scheen twitterde hij dat de regen alweer op de loer lag.
  Zure zeikerds zeiden dat de regen helemaal niet zo erg was. Of dat het misschien wel wat oncomfortabel was, maar dat je er toch niets aan kon doen. 
  Toen begon het te regenen. En te regenen en te regenen. Het regende zoals het nog nooit geregend had, alsof het nooit meer op zou houden, alsof de regen vastbesloten was om Nederland voor eens en voor altijd de Noordzee in te spoelen. 
  Op de dertiende dag werd de politicus uit het torentje gesleurd. Zijn regenjas werd van zijn lijf getrokken, met paraplu’s werd hij tot bloedens toe geslagen. 
  ‘Lekker droog hé,’ schreeuwde een woedende vrouw. ‘In je stenen torentje. En wij maar natzeiken hierbuiten. Oplichter!’
  De parapluslagen bleven op hem neer dalen. Nog enkele klappen en hij zou bezwijken. Juist op dat moment brak de zon boven de hofvijver door.
  ‘De zon!’ riepen de mensen. ‘Eindelijk weer de zon!’
  Een jongeman in een vlot T-shirt en een korte broek stapte naar voren. Hij schraapte zijn keel en begon aarzelend te praten.
  ‘Mensen! Het is tijd voor nieuwe politiek. Het is tijd voor de Partij voor de Zon!’
  Een daverend gejuich steeg op uit de menigte en de jongen werd op stevige schouders onder luid gezang in een polonaise naar het torentje gedragen. 

vrijdag 27 oktober 2023

De comeback: Utrecht Centraal

RGB Free, by tome213
Op Utrecht Centraal zongen mannen in Ajax-shirts dat iedereen die niet sprong geen echte Ajacied was. Ze zetten hun woorden kracht bij door met hun bolle bierbuiken op en neer te deinen. Ik liep met een boog om het groepje heen, maar zag vanuit mijn ooghoek langzaam een glimp van herkenning oplichten. 
  ‘Matchpoint!’ 
  ‘Hé Jonkman!’ 
  Doordat voor mijn neus net een roltrap leegstroomde kon ik even geen kant op. Ik draaide me om en staarde naar het groepje mannen in het midden van de hal. 
  ‘Matchpoint!’ 
  Een bolle beer met een halve liter Grolsch in zijn klauwen hief bibberend zijn arm in de lucht. Hij begon aan een onbeholpen imitatie van een tennisservice, viel bijna achterover toen hij een onzichtbaar balletje de lucht ingooide. 
  Zijn maten vonden de act het grappigste dat ze ooit hadden gezien. Ik staarde naar de opgeklopte lol. Kantoorslaven die een dagje zijn vrijgelaten. Ontsnapt aan de blik van hun baas en hun vrouw weten ze van gekkigheid niet waar ze het zoeken moeten, als kinderen die te lang zijn opgebleven. 
  Ik stak twee vingers in de lucht. 
  ‘Twee-nul voor Manchester United,’ riep ik. ‘Twee keer Rashford.’
   Het groepje viel stil. 
  ‘Kut tennisser. Wat weet jij nou van voetbal?’
  ‘Twee-nul,’ riep ik nog een keer, terwijl ik me al omdraaide. ‘Ajax heeft geen schijn van kans.’
 
   Een uur later hobbelde het boemeltje Vught binnen alsof er in dertig jaar niets was veranderd. Ik staarde door de ruit naar mijn oude schoolplein, waar een paar jongetjes aan het voetballen waren. Door het spoortunneltje liep ik onder het station door, in de Nieuwstraat beende ik recht op het ijzeren poortje van de brandgang af. 
  Jarenlang was dit mijn toegang tot de buitenwereld geweest. 
  ’s Ochtends duwde ik het open terwijl ik een bal tussen mijn voeten heen en weer kaatste. Ik dribbelde naar het station, schoot tussen slaperige forenzen de trappen af. 
  Onderaan het trappetje aan de andere kant wipte ik de bal op, ik moest al hooghoudend weer bovenkomen. Als ik de controle kwijtraakte begon ik beneden opnieuw, net zo lang tot het gelukt was. Een enkele keer lukte het niet, dan moest ik de bal in mijn handen nemen en het schoolplein oprennen om niet te laat te komen. 
  De mislukking bleef de rest van zo'n dag aan me kleven. 

donderdag 26 oktober 2023

De comeback: De appelboom

RGB Free, by tmossholder
 Het was donker in de woonkamer, de gordijnen naar de straat waren gesloten. Ik hing mijn jasje over een stoel en plofte op de oude zwarte bank. 
  Tegenover me stond nog altijd de tv van dertig jaar geleden. Als een oude man die overleefd is door een nieuwe generatie stond hij in de hoek stof te verzamelen.
  ‘Had je niet even kunnen bellen?’ 
  Mijn moeder liep de woonkamer in, zette de limonade op het lage tafeltje met de verschoten katoenen onderzetters.
  ‘Ik wist niet hoeveel tijd ik over zou hebben. Er is zo vaak vertraging.’
  ‘Je bent weer afgevallen.’
  Ze fronste, nam me op van voet tot kruin. ‘Eet je wel goed? 
  ‘Ik heb veel lesgegeven. Dat houdt me fit.’
  ‘Ik had het vanochtend met de buuf nog over je. Die zei dat je op tv was. Waarom bel je me niet als je op tv komt?’
   ‘Het was een programma over gevallen helden. Ik heb er niet aan meegewerkt.’
   ‘Jij bent toch geen gevallen held.’
  ‘Het is het enige waar ze me nog voor bellen. Items over wonderkinderen die hun talent hebben vergooid. Daar zijn ze dol op.’
  ‘Volgens de buuf lieten ze mooie beelden van je zien. Van die wedstrijd die je op dat toernooi in Engeland speelde.’
  ‘Ik heb eigenlijk alleen even tijd voor de appelboom.’
   Ik klokte mijn limonade naar binnen en kwam overeind. ‘Ik ga meteen maar aan de slag.’
   
   Ik zal een jaar of zes zijn geweest. Eerst nam mijn vader me mee naar het tuincentrum om de mooiste boom uit te zoeken. Daarna groeven we samen het gat en toen de boom stevig stond rende ik naar binnen om ma te halen. Die sloeg haar handen voor haar mond toen ze de boom zag, zo mooi vond ze hem. Op school schepte ik op over de boom, verkondigde dat er al honderden appels aan groeiden. 
  De boom en ik groeiden samen op. Soms had de boom een groeispurt, waarna ik hem weer inhaalde. Elke verjaardag rende ik ’s ochtends naar buiten om te kijken wie er het afgelopen jaar het meest de lucht in was geschoten. Zelfs toen ik hier veel te oud voor was en het allang duidelijk was dat de boom ging winnen, bleef ik het doen, als een nostalgisch grapje. 
  Mijn moeder bleef trouw elk jaar een foto maken, totdat ik steeds meer verjaardagen in het buitenland doorbracht en ze mij en mijn vader via de speaker van een telefoon moest feliciteren. 

woensdag 25 oktober 2023

De comeback: De wachtlijst

RGB Free, by Luis
De schaduw van mijn moeder viel over het kleine grasveld, van een afstandje bleef ze naar mijn werk staan kijken. Ik stapte op een trapje voor de hoogste loten. 
  ‘Zullen we binnenkort weer eens samen naar papa gaan?’
   Ik voelde mijn gezicht verstrakken, rekte me uit voor een paar laatste takken. Ik stapte van het trapje en begon met de bezem de afgeknipte loten bij elkaar te vegen. 
  ‘Hij had het laatst nog over je. Soms herinnert hij zich ineens een wedstrijd. Dan haalt hij het hele scoreverloop terug. Hij is altijd zo opgewekt als je langs bent geweest.’
  ‘Hoe gaat het met zijn hart?’
  Het bleef stil. Ik stopte met vegen en draaide me om. Alsof het leven uit haar gezicht was gevallen. Ze herpakte zich, plooide haar mond in een berustende glimlach.
  ‘Ze doen wat ze kunnen.’
  ‘En de wachtlijst?’
  Ze schudde haar hoofd. ‘Er zijn zo weinig donoren. En dan heeft hij ook nog dat andere. Hij komt nooit bovenaan die lijst.’
  Ik knikte terwijl ik de bijeengeraapte takken in de groene Kliko liet vallen. Ik duwde ze aan op het gras en onkruid dat al bijna de bak vulde. 
   ‘Ik moet nog wat uit mijn kamer pakken,’ zei ik terwijl ik de bak op zijn wieltjes terug naar het stenen plaatsje trok. 
  ‘Iets voor mijn werk.’ 
   Mijn kamertje lag er vrijwel hetzelfde bij als dertig jaar geleden. Hij lag weggestopt in de hoek van mijn oude kledingkast, precies waar ik hem verwachtte.  
 ‘Wat moet je daar nou mee?’

dinsdag 24 oktober 2023

De comeback: De serviceslinger

 Ik gooide de tennisbal omhoog, trok hem aan het elastische koord weer naar me toe. 
  ‘Je laat je racket bij je service niet genoeg vallen,’ zei hij tijdens het avondeten tegen me. Hij gooide zijn rechterhand achter zijn hoofd richting zijn rug.
  ‘Dat kost je kracht. Die elleboog moet meer omhoog.’
  Ik knikte, dat had mijn trainer ook al een paar keer tegen me gezegd. Een paar dagen later had hij met een oude tennisbal en een paar panty’s een ‘serviceslinger’ in elkaar geknutseld. Zo kon ik mijn service oefenen zonder naar de tennisbaan te hoeven. In plaats van de voetbal mee te nemen, rende ik ’s ochtends slingerend met een tennisbal door het tunneltje. 
  
  ‘Ik ga een meisje trainen. Ze laat haar arm tijdens haar service niet genoeg vallen.’
  ‘Een meisje trainen?’
  Mijn moeder keek me angstig aan.
  ‘Ga je de tour weer op? Doe dat nou niet. Hou het lekker bij je lessen. Dat is toch ook prima werk.’ 
  ‘Ze heeft talent.’
  ‘Jij had ook talent. De stress, het reizen. Jullie hadden er eerder mee op moeten houden. En nu ga je weer beginnen. Je bent al bijna even oud als papa destijds was. Nee, dit bevalt me helemaal niets.’
  Ze staarde naar de plavuizen van de keuken, haar handen tot vuisten gebald.
  ‘Het zal zo’n vaart niet lopen,’ zei ik sussend. ‘En het verdient goed.’
  Ik kuste haar op haar wang, stopte de serviceslinger in de rugzak.
 ‘De volgende keer ga ik bij papa langs. Nu moet ik echt naar mijn afspraak.’ 
  Ik wurmde me langs haar heen de tuin in, schoot de brandgang in zonder nog om te kijken. In het donkere gangetje zette ik de rugzak voorzichtig op de grond. Ik plaatste mijn handpalmen op de koele, ruwe stenen, alsof ik de muren van elkaar af wilde duwen. Ik opende de rugtas weer, haalde de serviceslinger eruit en duwde de poort naar de straat open.
  Al lopend begon ik voorzichtig te slingeren. 
  De bal achter de rug, omhoog, terug, weer omhoog. De kunst was om de schouder zo soepel mogelijk te houden en de bal op zijn eigen momentum voort te laten bewegen, zodat je de meeste versnelling met de minste inspanning combineerde. 
  Binnen een paar stappen had ik de slag weer helemaal te pakken. 

vrijdag 17 februari 2023

De kikkerprins

Foto: Pexels
Er hangt een warme loomheid om je heen. Ik zet een kop koffie voor je neer en veeg een haarlok uit je slaperige gezicht. Je neemt een slok en gaat weer liggen. Vijf minuten later begin je zo hard te snurken dat de kat van je afspringt. Verontwaardigd gaat ze in haar mandje liggen. 
 
  ‘Ik ben weer in slaap gevallen. Wat speel je een zielig liedje.’
  ‘Lost cause van Beck.’
  ‘Mooi wel. Is er nog koffie?’
 
Als je helemaal bent ingepakt, blijf je nog even bij de deur dralen. 
  ‘Ik wil eigenlijk niet naar huis.’
  ‘Dan blijf je toch lekker. De buurman kan hem toch te eten geven.’
  ‘Maar hij heeft me al twee dagen niet gezien. Ik vind het zielig voor hem.’
  ‘Je mist je konijn.’
  ‘Erg he. Maar het is wel zo.’
 
Je stapt naar buiten en loopt de straat uit zonder nog om te kijken. Aan de overkant maakt de buurman met een stofzuiger zijn auto schoon. Ik ga naar binnen en denk aan gistermiddag. Je zat voorin de Sint-Nicolaaskerk. Er was een rondleiding met een gids. Vooral de muurpanelen met afbeeldingen van planten en dieren schenen zeer de moeite waard te zijn.
  De rondleiding werd gegeven door een breekbare man van een jaar of tachtig. Hij moest vaak op zijn papiertje kijken en was de helft van de tijd niet te verstaan. Er waren een stuk of twintig mensen op de rondleiding afgekomen, grotendeels toeristen, waarschijnlijk logees in het hotel aan de rand van de Loonse en Drunense duinen. 
  Toen de man bij een prachtig houtsnijwerk zei dat de zijpanelen hun beste tijd helaas wel hadden gehad, zei een blond wijf met zo’n grote zonnebril op haar fok net iets te hard: ‘die heeft ie zelf ook wel gehad.’
  Er werd wat gegrinnikt, de man leek het niet gehoord te hebben, of deed alsof hij het niet hoorde.
  Na de rondleiding kon je een vrijwillige bijdrage in een busje stoppen. De meeste mensen maakten dat ze wegkwamen. Ik duwde een tientje in de bus, we waren al met al toch een uur vermaakt, daar mag best wat tegenover staan.
  Bovendien ben ik niet gelovig, maar geloof ik wel in het zekere voor het onzekere.
  Je stopte een paar munten in de bus en beende naar de uitgang. 
  ‘Trutwijf,’ riep je, alsof je een ontdekking gedaan had waar je de anderen even op wilde wijzen.
  Voor de zekerheid riep je het nog een keer, heel nadrukkelijk, terwijl je naar de vrouw met de zonnebril wees: ‘Trutwijf!’ Daarna ging je op het bankje voor het kerkhof zitten.
  ‘Gezellig hier,’ zei je terwijl je naar het restaurant tegenover het kerkhof gebaarde. ‘Lekker vreten terwijl je al kan zien waar het op uit gaat lopen.’
  Ik stond een beetje schaapachtig naar je te kijken.
  ‘Ben jij soms de kikkerprins?’ vroeg je wat bokkig. ‘De kikkerprins is vrijgevig, ik zag dat je een tientje in het busje schoof.’
  Ik schudde mijn hoofd.
  ‘Sorry,’ zei ik. ‘Ik ben niet de kikkerprins.’
 
Uren later vertelde je me dat je het iets was tussen jou en je dochter. Ooit zou de kikkerprins verschijnen en dan zou alles goed komen. Dan zouden jullie in een huis met een zwembad gaan wonen. De kikkerprins heeft een auto die wel tweehonderd kilometer per uur kan. Hij is nooit sacherijnig en hij kan heel lekker koken. Hij kijkt graag naar Disney-films en hij houdt niet van voetbal. 

Misschien keek je daarom de volgende ochtend niet meer om. Je had al je aandacht nodig voor de weg die voor je lag. Je weet immers nooit wanneer de kikkerprins op kan duiken. 

zaterdag 22 januari 2022

Zal ik anders even naast je komen zitten?

Afbeelding: Pexels, Pixabay
 Het ergste vindt ze het voor haar moeder. Die heeft aan iedereen verteld dat ze een tweede kans krijgt. 
  ‘Het was ook een schandaal,’ had haar moeder achter de toonbank verkondigd. ‘Onze Marjet was duidelijk de beste. Het is allemaal vriendjespolitiek.’

  Omdat haar moeder de eigenaar van de winkel is, had iedereen instemmend geknikt. In het magazijn had ze haar collega’s er later over horen giebelen. Toen ze door de eerste auditierondes was gekomen, had haar moeder een A-4’tje op de winkelruit geplakt. 

  

  “Dorpsmeisje word tv-ster.” 

  

  Het duurde weken voordat iemand hen op de taalfout had gewezen. Ze had een contract ondertekend waarin stond dat ze tegen niemand iets over de opnames mocht zeggen. Dat ze hierover zo zwijgzaam was, was voor haar collega’s aanwijzing genoeg dat die hele talentenshow verzonnen was.

 ‘Misschien zit ze doordeweeks wel ergens in een gesticht,’ had Marjet iemand horen fluisteren. ‘Zo’n groot huis ergens in een weiland, met allemaal mensen in witte pakken.’ 

  Toen waren de tv-uitzendingen eindelijk begonnen en stonden haar collega’s een paar weken met de mond vol tanden. 

  De uitzendingen waren op zaterdagavond, de maandag erop liep het storm in de winkel. Maar ze wist natuurlijk dat het verhaal slecht zou aflopen. Ze fantaseerde over een explosie in de tv-studio, waardoor de halve finales nooit meer uitgezonden konden worden. 

  De maandag na de halve finale was het A-4’tje met de spelfout van de winkelruit verdwenen. Ze had verwacht dat iedereen over haar uitschakeling zou beginnen, maar de mensen waren alweer met andere dingen bezig. Zo was het een paar weken alsof er niets gebeurd was, alsof ze nooit wekenlang in een hotel had geslapen en elke zaterdagavond op tv was geweest.

  Toen kwamen zijn eerste appjes. 

  

  ‘Heb je de finale gekeken? Vette bullshit. Jij was de beste.’

 

   Hij was wekenlang haar coach geweest, hij was een bekende artiest, ze had een paar van zijn cd’s op haar kamer liggen. Hij begon haar steeds vaker te appen, over ‘eigen materiaal maken’ en ‘nu begint het pas.’ Aan de rand van het dorp had hij haar opgehaald in een mooie witte auto. 

 

  In zijn appartement is het warm. Er zijn veel lichte kleuren en dure designmeubelen. Ze zit op een bank die waarschijnlijk meer kost dan de hele inboedel van hun winkel. Hij staat op en begint nerveus over zijn dijen te wrijven. Hij heeft een rare, verbeten trek op zijn gezicht. Alsof hij iets gaat doen waar hij een beetje bang voor is en nu moed staat te verzamelen.

 

 ‘Zal ik anders even naast je komen zitten,’ vraagt hij. ‘Je maakt me zo geil.’

  

  Het eerste wat ze voelt is een overweldigende schaamte. Ineens ziet ze ook de lelijke luxe van het appartement, de stervende planten, het gebrek aan leven. Alsof er een scherm wordt weggetrokken. Hij gaat naast haar zitten en begint aan de kraag van haar blouse te friemelen.  

 

   'Wat zielig voor mama,' denkt ze terwijl ze haar ogen sluit en bedenkt dat er nooit wat zal veranderen, dat ze altijd in de winkel zal werken en dat ze alles alleen maar erger heeft gemaakt.