dinsdag 12 maart 2024

De comeback: deel 9 - de toezegging

Menno geeft zijn woord aan Eva Rijckers en begint eindelijk aan de toekomst. 



Pexels
Voor de tweede keer deze week zat ik naast Eva Rijckers in de auto. De afgelopen dagen was er in mijn leven meer gebeurd dan in de vijf jaar daarvoor. Ik staarde naar het duister van de Bossche Broek. Onder het lantaarnlicht van de Bosscheweg draaiden vier jongens zich met het voetveer over de Dommel. Twee trokken uit alle macht aan de slinger,  twee anderen stonden met een blikje bier in de hand aanwijzingen te geven. 
  ‘Wat had Zeurman allemaal te zeuren?’
  ‘Zeurman?’
  ‘Hoe heet ze ook alweer. Steurman, Kleurman. Wat kon dat kind zeuren. Altijd om meer uitleg vragen. Ik had een pesthekel aan haar.’
   Ik vertelde kort over de ziekte van mijn vader. 
  ‘Het komt erop neer dat hij in zijn eigen vocht ligt te stikken.’
  ‘Ik had het idee dat hij je veel te veel pushte met dat tennissen.’
  ‘Hij had het idee dat jij een onbetrouwbaar secreet was.’
   We draaiden om de gouden draak heen, in het rimpelende water van de fontein zag ik de Cooper, het vage gezicht van Eva, bibberend als in een droom. 
  ‘Ik vind het moeilijk om hem te bezoeken. Vaak herkent hij me niet eens. Ik had een tijdje ook wat problemen. Toen zat ik nogal in mijn eigen wereldje.’
  We stonden stil tussen twee zwarte taxi’s. Verderop, naast de bushalte, hingen zwaar opgemaakte meiden en jongens met bontkraagjes rond. Ze daagden elkaar uit voor de ingang van de Burger King, stootten elkaar aan, duwden elkaar weer weg. Een zwerver scharrelde om de opgeschoten jeugd heen.
  ‘Heb je nog over dat nichtje van Roes nagedacht?’ 
  ‘Ik denk dat ik het ga doen. Ze bevalt me wel. En ik kan het geld goed gebruiken.’
  ‘Ik wist dat ik op je kon rekenen.'
   Ze keek tevreden naar een taxichauffeur die haar gebaarde dat ze door moest rijden.
  'Je bent een helper. Daarom heb je ook die finale verloren. Je bent geen killer.'
  'Ik heb die finale verloren omdat ik mijn backhand begon te slicen.'
  'Darius is een killer. Hij wil zijn tegenstanders letterlijk vermoorden. Het is een wonder dat het nog nooit gebeurd is.'
  Nadat ze weg was gereden slenterde ik naar de Burger King. Ik duwde de tientjes van de voetbalpot in de handen van de zwerver en liet me daarna door de roltrap naar boven brengen. 

(Voorlopig) einde.

zaterdag 9 maart 2024

De comeback: deel 8 - de reparatiepatch

Een doorbraak in het leven van Henriëtte Steurman, zowel in de wetenschap als in de liefde. Hoe eenzame pubermeisjes later levens kunnen redden. 



Pexels
Het preparaat onder de microscoop doet haar denken aan een poollandschap. Een ruige, lege ruimte, onbezoedeld door mensenstappen. Terwijl ze naar de grijze hartcellen in de witte matrix tuurt schiet het beeld van meneer Vervoort door haar heen. 
  Een kleine man met een puntig kabouterbaardje. In de vierde klas vertelde hij over de organisatie van cellen, de manier waarop DNA in de celkern wordt afgelezen, hoe de informatie wordt gebruikt om eiwitten in elkaar te zetten. Ademloos zat ze naar Vervoort te luisteren, ze vond het veel spannender dan de films waar meisjes uit haar klas het in de pauze over hadden. 
  Brad Pitt en George Clooney konden haar gestolen worden. In plaats van de BreakOut! en de Hitkrant las ze de Kijk, een tijdschrift over techniek waar haar vader op geabonneerd was. 
  Soms probeerde ze met een klasgenootje een gesprek over mitochondriën en ribosomen te voeren. Het maakte de afstand alleen maar groter. Ze werd niet uitgenodigd voor feestjes, ging nooit mee de stad in. Ze was een grijze muis waar niemand naar omkeek. Nu is ze het middelpunt van de aandacht. De hele groep van het Regenerative Tissue Center zit om haar heen. De postdocs, de AIOSSEN, de laboranten en de stagiaires. Zelfs de prof is uit zijn werkkamer geschreden om het moment met eigen ogen mee te maken.
  Een paar seconden blijft het landschap onder de microscoop doodstil liggen, dan gaat er van links naar rechts een golf door het beeld.
  ‘Ja!’ Ze rolt haar stoel naar achteren en balt haar vuist omhoog. ‘Laterale contractie. Het werkt!’
   Om haar heen stijgt een gejuich op als bij een voetbalwedstrijd. De prof glimlacht bedaard, Annelies Scheeren, een jonge AIOS, steekt twee duimen in de lucht. Haar blik blijft net wat langer aan Annelies hangen dan aan de andere mensen om haar heen. 
 
  Als ze de volgende ochtend aanschuift bij het multidisciplinaire cardio-overleg heeft de overwinningsroes haar nog steeds niet helemaal verlaten. Na de borrel in de Cambridgebar is ze met Annelies de stad ingegaan. Het meisje nam haar mee naar een studentenkroeg aan de Oudegracht, voerde haar veel te zoete cocktails. Tijdens de derde cocktail legde ze haar hand op haar onderarm. Voor het eerst in tien jaar werd ze niet wakker in het stille huis aan de Xenophonlaan, maar in een krappe twijfelaar, met de arm van Annelies nog altijd stevig om haar heen geklemd. 
   ‘In de wandelgangen heb ik vernomen dat Henriëtte heuglijk nieuws heeft.’ 
    Ze schrikt op. Jan-Pieter Reverink kijkt haar vanaf het hoofd van de tafel glimmend aan. Voor een deel heeft ze haar succes aan hem te denken. Hij zat ook in de klas bij meneer Vervoort. Hij schopte het tot cardioloog en haalde haar tijdens haar promotie naar het Regenerative Tissue Center. 
  Door het slaapgebrek en de ongebruikelijk hoeveelheid alcohol is ze niet helemaal haar scherpe zelf. Nu ze alle ogen op zich gevestigd weet schiet ze alsnog in haar professionele personage.
  ‘We zijn klaar met de dierproeven,’ deelt ze zakelijk mee. Het bewonderende gemompel neemt ze met een bescheiden glimlach in ontvangst. 
  ‘De structuur van de patch is geoptimaliseerd. Het scaffold staat en we krijgen voldoende diepte, met een efficiënte vascularisatie. De contracties synchroniseren met het ontvangende weefsel. Wat we nu nodig hebben zijn patiënten met eindstadium hartfalen. Dan kunnen we zien of we echt gebroken harten kunnen gaan repareren.'
  Terwijl ze zichzelf hoort praten dwaalt haar blik naar Annelies, die vanaf de buitenste ring om de vergadertafel bewonderend naar haar kijkt. Jij bent mijn reparatiepatch, schiet er door haar heen als ze naar Annelies glimlacht en Jan-Pieter het woord weer heeft overgenomen. Het is zo ongeveer de meest poëtische gedachte die ze ooit heeft gehad. Ze schrikt er nog meer van dan van al het andere dat er de afgelopen vierentwintig uur is voorgevallen. 

Wordt vervolgd

dinsdag 5 maart 2024

De comeback: deel 7 - de finale

De reünie bij Jan-Pieter wordt opgeluisterd door een Europa League finale. Menno spreekt sinds lange tijd een oude vriend en een oud-klasgenote die mogelijk iets voor hem kan betekenen. Eva Rijckers is de ster van het bal. 



RGB Free, by midwest
Bij elke bal die Ajax inleverde ging er een kreunende zucht door de rij mannen voor het grote scherm boven Jan-Pieters veranda. Met samengebalde vuisten zaten mijn oud-klasgenoten naar de finale te staren. 
  Misschien was ik zelf ook zo’n fanatieke sportkijker gebleven, als ik niet op jonge leeftijd professionele wedstrijden was gaan spelen. Het is een beetje als met soldaten: als je zelf aan de oorlog meedoet heb je meer begrip voor de jongens aan de andere kant van de linie, dan voor de burgers die veilig achter een tv-toestel commentaar zitten te leveren. 
  Mijn blik gleed over de kalende achterhoofden. Alles was veranderd en niets was veranderd. Knokige puistenkoppen waren zelfvoldane veertigersgezichten geworden, blozende bakvissen waren getransformeerd tot struise moeders en pittige zakenvrouwtjes. 
  De rouwdouw van vroeger had ook nu weer het hoogste woord. Als hij commentaar op het spel leverde stemde zijn coterie snel in, als hij lachte lachte de hele kring met hem mee. 
  Op veilige afstand van het scherm vormde Eva net als vroeger het stralende centrum van de zwerm kwetterende vrouwen. Ze had me een paar keer een knikje van verstandhouding gegeven, maar we hadden nog geen woord met elkaar gewisseld. 
   
  Nu eens kantelde Michel zijn hoofd om ironisch naar het getetter achter ons te luisteren, dan weer nam hij het in zijn handen om met een eindeloos droevige blik naar de voetbalwedstrijd te staren. 
  ‘Dat wordt niks. Zelfs ik zie dat die Engelsen beter zijn.’
  ‘United slaat het middenveld over. Ajax bereikt de vleugels niet.’
  ‘Vroeger was Ajax volgens mij een stuk beter,’ zei Michel terwijl hij een blikje bier naar binnen goot.
  'Alles wordt minder, zoals Prediker al wist. Niets nieuws onder de zon wat dat betreft. Laten we wat geroosterd dier verzamelen. Dat is toch een van de hoogtepunten in de Westerse beschaving. Boven een paar gloeiende kooltjes een zielige kip halfgaar bakken.’ 
  Een vrouw van onze eigen leeftijd en een meisje van halverwege de twintig stonden bij de barbecue worstjes om te draaien. 
  ‘Waar halen we die patiënten dan vandaan?’ vroeg het meisje terwijl ze aanhankelijk naar de oudere vrouw opkeek. ‘Kan Jan-Pieter dat regelen?’
  De vrouw knikte terwijl ze aandachtig de worstjes op hun gaarheid inspecteerde.
  ‘Het moeten mensen zijn die niets meer te verliezen hebben. Echt eindstadium hartfalen.’
  ‘Nog steeds gebroken harten aan het repareren? We moeten maar weer eens bellen voor een update. Henriëtte doet onderzoek naar weefselreparatie na een hartinfarct,’ legde Michel me uit. ‘Ik heb er een stuk over geschreven voor een vakblad.’
  De vrouw kwam me vaag bekend voor, maar het lukte me niet om het gegroefde gezicht te matchen met een meisje van vroeger.
  ‘Mijn vader heeft eindstadium hartfalen. De artsen kunnen er niet veel meer aan doen.’ 
  ‘Dan zou hij een kandidaat kunnen vormen voor ons onderzoek.’ Het jonge meisje straalde. ‘Annelies Scheeren’ zei ze terwijl ze haar hand naar mij uitstak. ‘Ik ben de partner van Henriëtte.’
  ‘Henriëtte Steurman!’
  Zodra de naam me te binnen schoot, kwamen ook de beelden tevoorschijn. We hadden samen nog op de basisschool gezeten. Het slimste meisje van de klas, twee zwarte paardenstaartjes en een ernstig muizengezichtje. Bij gym hurkte ze berustend in een hoek neer, lijdzaam wachtend tot ze werd uitgegooid en ze aan de zijkant op een bankje mocht gaan zitten.
  ‘Hoe gaat het met je?’
  ‘Ik geef leiding het Regenerative Tissue Center,' zei Henriëtte. Het klonk wat defensief, alsof ze moest verantwoorden dat het echt goed met haar ging. 
  'Ik kan elke dag doen wat ik leuk vind, met mensen die dezelfde passie hebben. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat mijn middelbareschooltijd de eenzaamste tijd van mijn leven was.’
  Michel grijnsde terwijl hij probeerde om op een plastic bordje een stukje stokbrood te besmeren. 
  ‘Eenzaam zijn we allemaal. Eenzaam worden we geboren en eenzaam gaan we weer dood.’ 
  ‘Kunnen jullie iets voor mijn vader betekenen?’
  ‘Staat hij op de lijst voor een donorhart?’
  ‘Hij heeft ook vasculaire dementie.’
   Het jonge meisje staarde onafgebroken naar Eva en haar hofhouding, een meter of vijftien van ons vandaan. Henriëtte begon te ratelen over cardiomyocyten, scaffolds en vascularisatiemogelijkheden. Ik luisterde aandachtig. De artsen hadden mijn vader min of meer opgegeven, maar dit klonk veelbelovend. 
  ‘We zijn eerst vijf jaar bezig geweest om op gelijke hoogte met de Müller-groep te komen. Daarna konden we de volgende stap zetten: een elastische, hexagonale structuur voor de reparatiepatch, die de nieuwe hartcellen synchroon met het ontvangende hart moet laten kloppen.’
  ‘Dat was een briljant idee,’ zei Annelies zonder haar blik van Eva af te halen. ‘De vorm aanpassen om de functie te sturen.’
  ‘Wisselen!’ klonk er vanaf de veranda. ‘Schuif De Ligt naar het middenveld!’
   Ik keek naar het gezicht van Henriëtte terwijl de medische termen om ons heen dwarrelden. Ik herinnerde me nu dat ze gepest werd en op hetzelfde moment schaamde ik me dat ik daar nooit wat aan had gedaan. 
  Ze was te serieus geweest, ze barstte in huilen uit als ze bij de tafel van negen ergens haperde, terwijl ze altijd mooie stickertjes in haar schrift kreeg. Toen ze even stil viel herhaalde ik mijn vraag. 
  'Misschien,' zei ze peinzend. 'Jan-Pieter gaat over de patiëntenselectie. Ik zal het er met hem over hebben.'
  'Dank je. Dat is al heel wat.'
  Ze haalde haar schouders op.
  'Jij was de enige die me een beetje beschermde.'
  'Ik beschermde je?'
  'Met de gym. Als die rotjongens ballen op me gooiden. Dan gooide jij ze snel af.’
  ‘Onze ridder op het witte paard.’
  Michel had eindelijk een broodje besmeerd en stopte het in zijn mond.
  ‘Wat een held ben je toch. Redder van hulpeloze deernen in het gymlokaal.’
  Er klonken drie fluitjes van het eindsignaal. Een voor een stonden de mannen op van hun krakende houten tuinstoeltjes, een verslagen processie sjokte richting de barbecue. Als laatste kwam een brede kale man omhoog. Dat was de rouwdouwer, de jongen uit een boerenfamilie die op zijn veertiende al een natuurlijk gezag had. In plaats van de barbecue op te zoeken stapte hij recht op mij af en duwde een stapel tientjes tegen mijn borst. 
  ‘Gefeliciteerd Jonkman, hier heb je de pot. Je hebt nog steeds verstand van sport. Alleen jammer van die finale toen.’
  ‘Ze komt eraan, ze komt eraan.’
   De vriendin van Henriëtte pakte haar arm alsof er een gevaarlijk dier op ons af kwam sluipen. 
  ‘Wat zitten jullie hier gezellig,' zei Eva. Ze zette haar liefste glimlach op, een lachende poes met vlijmscherpe nageltjes. 
  ‘Ik was vroeger echt zo verliefd op jou.’
   Het meisje sloeg verschrikt een hand voor haar mond. 
  ‘Sorry,’ zei ze tussen haar vingers door. ‘Dit is echt te awkward.’
   ‘Annelies is een AIOS,’ verbrak Henriëtte na een paar seconden de pijnlijke stilte, alsof dat alles verklaarde.
  ‘Ik wilde zo maar eens gaan,’ zei Eva, terwijl ze mij aankeek. ‘Zal ik je bij station Den Bosch afzetten?’

Wordt vervolgd

vrijdag 1 maart 2024

De comeback: deel 6 - het klooster

Twintig jaar geleden zit Michel van Dijk zijn huiswerk te maken als Menno Jonkman langskomt. Menno heeft een nieuwtje dat alles zal veranderen. 
 


Michel krabbelt een songtekst in de kantlijn van zijn wiskundeschrift. Out here in the perimeter, there are no stars. Out here we are stoned, immaculate. 
   Als de laatste tonen van het orgel wegsterven komt de housebeat van zijn broer van de andere kant van de zolder door de muur heen. Een verdieping lager ratelen de vingers van zijn moeder over een toetsenbord. Tussen de kakofonie door klinken de krakende treden van de zoldertrap, een roffel op zijn kamerdeur. Menno stapt naar binnen zoals hij altijd naar binnen stapt, alsof hij een ervaren rechercheur is. Zijn ogen glijden door de zolderkamer, hij knikt Michel toe en wandelt naar de cd-speler, duwt de muziek uit, gaat in dezelfde beweging op de rand van Michels bed zitten. Hij slaat een been over het andere, rekt wat op, knakt iets in zijn nek. 
 ‘Je kleine broertje en zijn vriendjes namen me net weer onder vuur.’
 ‘Zitten ze op straat?’
 ‘Ze beschieten voorbijgangers met blaaspijpen. Die gastjes zijn out of control.’ 
 ‘Ik pak mijn broertje zo wel even aan.'
 ‘Ik heb met Eva Rijckers in de kiosk gepraat.’
  Michels mond valt open, iets wat hem niet vaak overkomt. Twee opengesperde ogen in een hoofd dat verder vooral uit haar bestaat. 
  ‘Wat de fuck? Hier moeten we over praten, maar niet in dit gekkenhuis.’
  Hij komt uit zijn leren stoel, stopt een pakje shag in de borstzak van zijn houthakkersblouse. Op de overloop van de zolder de geur van deodorant, brylcream en clearasil. Een verdieping lager steekt zijn moeder haar linkerhand op, met haar rechterhand blijft ze stug doortypen. In de woonkamer zit zijn zusje met een vriendinnetje Kinderen voor Kinderen op volume twintig mee te blèren. Een kind onder de evenaar, is meestal maar een bedelaar. 
   ‘Ik ben weg,’ schreeuwt hij naar boven terwijl hij de voordeur opendoet. Vrijwel meteen klappen er een paar rode besjes op zijn gezicht kapot.
  ‘Godverdomme. Nu is het klaar!’
  Schreeuwend stuiven jongetjes alle kanten op, alleen zijn jongste broertje vertrekt geen spier. Die zit op de stoeprand stroken te scheuren uit oude kranten die hij daarna opvouwt tot pijltjes. Hij stopte een nieuw pijltje in zijn blaaspijp en richt op Michel.
  ‘Waag het eens.’
  Even is het helemaal stil in de Tiresiaslaan, als bij een duel in een cowboyfilm. 
  ‘Zonde van het pijltje. Komt het precies in zo’n gore puist van jou.’
  Zijn broertje is watervlug, Michel schopt lucht.
  ‘Alto!’ roept het jongetje van een veilige afstand. ‘Ga eens naar de kapper,’ roept een ander.
  ‘Mijn moeder schrijft haar nieuwste boekje over kinderen die elkaar bestoken met blaaspijpen,’ schampert Michel terwijl ze over het doventerrein slenteren. ‘Ze jat gewoon wat er recht voor haar neus gebeurt.’
  Eigenlijk mogen ze hier niet komen, maar anders moeten ze helemaal om het doveninstituut heenlopen. Of linksom langs het Minerva en dat is wel het laatste waar ze na schooltijd op zitten te wachten. Achter bungalowramen zitten kinderen met hun handen tegen elkaar te praten. Wat een treurigheid als je nooit van je leven muziek kunt luisteren. Ze steken de parkeerplaats over, glippen door een hek en lopen de brede oprijlaan van het oude klooster op. Aan het begin van de eeuw gaven nonnen hier taalles aan rijkeluisdochters. Daarna werd het een opvangtehuis voor dove kinderen, tot in de jaren zeventig het moderne instituut ernaast werd gebouwd. Sindsdien staat het leeg, een vervallen monument voor een vervallen geloof. 
  Naast het hoofdgebouw staat een kleiner, zeshoekig gebouwtje met een spits torentje erbovenop. Geroutineerd trekken ze een plank opzij, schuiven door een smalle doorgang naar binnen. In de zeshoekige ruimte een gerafelde bank, een tafeltje met stoelen, op de grond wat platgestampte bierblikjes.
  ‘Zat je in je eentje in de kiosk?’
  Michel is op een van de houten stoelen gaan zitten, draait met zorg een shagje.
  ‘Tussenuur. We moesten wachten op het laatste uur Frans. Ik dacht dat ze naar het fietsenhok onderweg was. Ineens draaide ze mijn kant op. Ze kwam recht op me af.’
  ‘En?’
  ‘En ze begint tegen me te babbelen. Over mijn tennis. Of ik veel reis. Naar buitenlandse toernooien enzo.’
  Michel staart zijn vriend aan. Ze hebben het eigenlijk nooit over het tennissen van Menno. Dat geren over zo’n tennisbaan zegt hem helemaal niets. En nu begint Eva Rijckers erover. Hij verzinkt in gepeins.
  ‘Ik had het idee dat ze al wist dat ik over een paar weken naar Parijs ga. Daar is ze zelf vorige maand geweest. Voor een fotoshoot. En ze vroeg wat ik dit weekend ging doen. Of ik weleens de stad inging.’
  Michel steekt zijn shagje aan, inhaleert diep. 
  ‘Moet je niet trainen?’
  ‘Eigenlijk wel. Ik weet het niet. Ik ben er een beetje klaar mee ofzo. Ik bedoel: Eva Rijckers. Moet ik nu gewoon naar de Maaspoort gaan voor bondstraining? Eva Rijckers man. Dat verandert alles.’

Wordt vervolgd