vrijdag 27 februari 2026

Gruzielement

In De ziel. Een cultuurgeschiedenis bespreekt Ole Martin Høystad de veranderende blik op de ziel in de Westerse geschiedenis, van de schimmen in de Hades bij Homerus tot de ‘ziel als taal en beeld’ bij Wittgenstein. Ergens halverwege dit parcours komen de ‘bundeling percepties’ van de Schotse filosoof David Hume voorbij. 
  
  Dat het boek hierna nog ruim 250 pagina’s doorgaat is eigenlijk overbodig, aangezien Hume het raadsel in de achttiende eeuw al heeft opgelost.
  Hume stelt dat het ‘persoonlijke zelf’ niets anders is dan een ‘bundle of perceptions’, niets meer dan een stimulus-respons-schema, en het idee van een zielsubstantie is volgens Hume dan ook ‘absolutely unintelligible’.
  Dat Hume in de achttiende eeuw al tot een hypothese komt die ruim tweehonderd jaar later door neurocognitief onderzoek wordt bevestigd, is vrij indrukwekkend, zeker gezien het feit dat hij dit bedacht in een tijdperk waarin het Christelijke idee van een onsterfelijke ziel nog alomtegenwoordig was.
 
  Waarschijnlijk gelooft nog steeds een groot deel van de mensen in zoiets als een vastomlijnde, onveranderlijke ziel die na de dood blijft bestaan. 
  In een moderne boekenreeks als Harry Potter speelt dit denkbeeld zelfs een cruciale rol. De slechterik uit deze serie, de boze tovenaar Lord Voldemort, heeft zijn ziel in zeven delen gesplitst. Op die wijze hoopt hij onsterfelijk te worden, want als een stukje vernietigd wordt, blijven de anderen gewoon bestaan. Hij betaalt echter een grote prijs voor het maken van deze ‘horcruxes’, in het Nederlands heel aardig vertaald als ‘gruzielementen’. 
  Om een horcrux te maken moet je iemand vermoorden, het is zwarte magie die ervoor zorgt dat je zowel letterlijk als figuurlijk je ziel kwijtraakt, je verandert in een soort ‘ondode’, niet levend en niet dood, een beetje zoals die schimmen bij Homerus.
  Het is een beeldtaal die er anno 2026 nog steeds ingaat als koek, een bewijs van de onverwoestbaarheid van het idee ‘ziel’. En die horcruxes van J.K. Rowling vinden hun weg zelf ook weer in het culturele veld, bijvoorbeeld bij folksinger Jesse Welles, die zingt:

all cut up like a horcrux
all torn down, just goin’ around
boo-hoo


maandag 2 februari 2026

Hoogste vorm van vleierij

Bob Dylan begon zijn carrière als een bijna griezelig accurate Woody Guthrie-imitatie, waarna nog vele vervellingen volgden. Zelf is Dylan natuurlijk ook vaak geïmiteerd/geparodieerd. Wie deed dit het beste?

Laten we beginnen met 'Bob Dylan Blues' van Sid Barrett, oprichter van Pink Floyd: 



Het is een aardig liedje dat je al snel mee gaat zingen. De kritiek op Dylan wordt meer letterlijk uitgespeld, dan door middel van persiflage:

Going to write me a song
About what right's and what's wrong 

Een nummer dat wel vol op de persiflage-tour gaat, is 'Bob' van Weird Al Yankovic:



Het is een 1-op-1 persiflage van Subterranean Homesick Blues, met als bonuselement dat alle zinnen een palindroom zijn. Het is op zich al indrukwekkend dat je zoveel palindroom-zinnen kan verzinnen (pre-AI), en sommigen komen er nog aardig Dylanesk uit ook:

Nurse I Spy Gypsies, Run!

Dit is typisch zo'n zinnetje dat voldoet aan dat Dylaneske evenwicht tussen absurditeit en realisme. Het is geen totale onzin, je kan vrij makkelijk een scenario verzinnen waarin iemand een verpleegster waarschuwt voor aanstormende zigeuners, zodat je er toch een beeld in je hoofd bij vormt.

Dit kan wat minder gezegd worden van de parodie door John C. Reilly in de film 'Walk Hard', een vrij geniale persiflage op de muzikale biopic. Reilly zet een zwarte zonnebril op en parodieert de midden jaren zestig-Dylan met de stream-of-consciousness-achtige teksten, inclusief de 'too cool for school'-interviews met journalisten die het allemaal niet begrepen:



Eerlijk is eerlijk, zinnen als: 

Inside the three-eyed monkey within inches of his toaster oven life 

zijn zelfs voor Dylan wat te absurd.

Nee, de prijs voor de beste Dylan-imitatie gaat naar niemand minder dan Paul Simon, die in een enkel liedje bijna alle aspecten van de typische Dylan-song combineert. 

Om te beginnen zijn er (heel Dylanesk) meerdere versies van dit nummer met verschillende teksten. Het bestaat voor een deel uit gegoochel met allerlei bekende namen (zoals de Lyndon Johnson uit de titel, die in een andere versie verandert in Robert McNamara, maar ook onder meer Jack Kerouac en Walt Disney). 

Na de Dylaneske zin 'I smoke a pint of tea a day', verandert het liedje in een Dylaneske 'talking blues', compleet met onderdrukt gegrinnik. In een andere versie dan onderstaande zitten daar ook nog korte Dylaneske mondharmonica-solootjes tussen.



Het liedje staat als een huis en is zowel persiflage als ode aan Dylan, met de geweldige zinnen:

When in London, do as I do
Find yourself a friendly haiku

Tot slot nog een eervolle vermelding voor The Doors. Toen die wat gaten moesten vullen binnen het liedje 'Runnin' Blue', omdat Jim Morrison weer eens zijn roes lag uit te slapen, besloot gitarist Robbie Krieger zijn beste Dylan-imitatie uit de kast te trekken: