zondag 19 april 2026

De overkant - iedereen kan musiceren (2)



Tekst: Michiel Hordijk
Muziek: SUNO

donderdag 16 april 2026

Bitterzoet

Ik lees de Odysseia en ik kom er na een jaar of dertig achter dat dat hele gedoe met die sirenen nog geen halve pagina in beslag neemt. 
  Odysseus laat zich door zijn makkers aan de mast vastbinden, zodat hij naar het gezang van de sirenen kan luisteren, zonder dat hij naar ze toe kan zwemmen om opgepeuzeld te worden. Zijn bemanningsleden heeft hij was in hun oren laten stoppen, zodat zij het gezang niet horen. In de vertaling van Imme Dros staat er:
 
Ik snakte ernaar te luisteren, ik gaf mijn vrienden met mijn wenkbrauwen tekens dat ze mij onmiddellijk van de mast moesten halen, maar ze wierpen zich op de riemen en roeiden verder.
 
Hoe geef je met je wenkbrauwen tekens dat iemand je van een mast moet halen, vraag ik me af en daarna vraag ik me af: in welk liedje zit toch ook alweer de regel:
 
Tie yourself to the mast my friend, and the storm will end
 
Dat was ‘One day’, van The Verve, op Urban Hymns, dat album was een soort zwanenzang voor de Britpop. Eind jaren negentig beluisterde ik het album in een V&D in Amsterdam, nadat we bij de UvA naar een oriëntatie-dag voor middelbare scholieren waren geweest. Het was in de tijd dat de V&D nog bestond en dat je op de muziekafdeling een koptelefoon op kon zetten om naar cd’tjes te luisteren.
 
The Verve was vooral bekend van het liedje ‘Bitter Sweet Symphony’, met die zanger die in een leren jasje over straat loopt begeleid door dat deuntje van Jagger en Richards. 
  Ik liep een keer door de Korte Putstraat in Den Bosch en toen zei iemand ‘je lijkt die gast van The Verve wel’, ik droeg in die tijd inderdaad een leren jas en misschien keek ik niet zo vrolijk. Het was in de tijd dat iedereen nog naar dezelfde muziekzenders keek en er nog zoiets was als een gedeelde muziekcultuur, we zaten allemaal in dezelfde bubbel, want je zat toch voor de tv en verder was er ook niet zoveel te doen.
 
  Grunge was dood en begraven en Britpop liep op zijn laatste adem, de tijd voor nieuwe barden was aangebroken en die zongen niet langer alleen maar vanaf cd of tv, maar via digitale bestandjes die je via internet kon downloaden. Daarbij moest je wel oppassen dat je geen Trojan horse binnenhaalde, malware die zich vermomde als een normaal programma, iets wat Odysseus, de man van de duizend listen, waarschijnlijk wel had aangesproken.


vrijdag 10 april 2026

Een ander leven

Terwijl ik een proefrit maakte in de 
Suzuki Swift 1.2 Style Smart Hybrid
dacht ik aan Mick Jagger die in het liedje
 
(I Can’t Get No) Satisfaction
 
zingt dat iemand waarschijnlijk geen
echte man is omdat hij het verkeerde
merk sigaretten rookt
 
voor een ander leven
hoeft je alleen maar even
 
de juiste auto in te stappen
het juiste shirt aan te trekken
het juiste merk sigaret
 
op te steken
 
maar de sigaret smaakt niet echt
en als je staat te tanken
loopt een kleuter
met een chocolade-ijsje
 
tegen je nieuwe shirt aan.


donderdag 2 april 2026

Details

We verzamelden ons in het gemeentehuis, daarna liepen we naar het Vughtse Reeburgpark. In het park kwamen we langs een grote groep ganzen, wat me deed denken aan die keer dat ik een groepje ganzen door het dorp naar het park begeleidde. 
  Ik heb daar een blogje over geschreven dat hier te lezen is. Bijna niet te geloven dat dat alweer bijna twaalf jaar geleden is. Het laat de waarde zien van een dagboek bijhouden, want hoewel ik me de gebeurtenis kan herinneren, was ik de details kwijtgeraakt. Om mezelf eens te citeren:

Ik gooide steeds een klein stukje brood een paar meter voor me uit, dit om de leider van me af te houden en het tempo erin te houden.
  Al snel had ik niet alleen een troepje ganzen naast me op de stoep, maar ook een geïnteresseerd rijtje fietsers naast me op de straat.
  'Wat doe je dat leuk', riep een vrouw. 'Je bent net zo iemand uit de Efteling.'
  
Zo ging het inderdaad, en als ik het niet had opgeschreven was die mevrouw voor altijd in het niets verdwenen, wat in dit specifieke geval misschien geen drama was geweest, maar ik vind het toch wel leuk om de herinnering weer terug te hebben. 
  In het park maakte een jongedame foto's van mijzelf en mijn voorgangster in het dorpsdichterschap, naast onze onlangs geplaatste gedichten. 
  
  'Daarnet lachte je wel lief,' zei ze. 'Kan je dat nog een keer doen?' 
 
  Ik deed mijn best om lief te lachen en daarna dronken ik met mijn collega-dichteres en de beschermheer der Vughtse poëzie nog wat op een terras, iets wat ik over twaalf jaar allicht vergeten ben, maar op deze manier toch voor de eeuwigheid behouden blijft. 

Bericht met de foto's in het Klaverblad:





Mijn bijdrage: