Posts tonen met het label Dorpsgedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dorpsgedichten. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2026

Gebrandmerkt

De steen zit in ons DNA vervlochten
het Kaïnsteken in onze ziel gebrand
bloed borrelt in onze diepste krochten
we heffen steeds weer onze hand.
 
Als we ooit de vrede zochten
bleek dat nooit tegen onszelf bestand
de steen zit in ons DNA vervlochten
het Kaïnsteken in onze ziel gebrand.
 
In kampen en op dodentochten
in het steeds opnieuw verwoeste land
de steen zit in ons DNA vervlochten
het Kaïnsteken in onze ziel gebrand.

Voorgedragen in de Vughtste Lambertustoren op 4 mei

donderdag 2 april 2026

Details

We verzamelden ons in het gemeentehuis, daarna liepen we naar het Vughtse Reeburgpark. In het park kwamen we langs een grote groep ganzen, wat me deed denken aan die keer dat ik een groepje ganzen door het dorp naar het park begeleidde. 
  Ik heb daar een blogje over geschreven dat hier te lezen is. Bijna niet te geloven dat dat alweer bijna twaalf jaar geleden is. Het laat de waarde zien van een dagboek bijhouden, want hoewel ik me de gebeurtenis kan herinneren, was ik de details kwijtgeraakt. Om mezelf eens te citeren:

Ik gooide steeds een klein stukje brood een paar meter voor me uit, dit om de leider van me af te houden en het tempo erin te houden.
  Al snel had ik niet alleen een troepje ganzen naast me op de stoep, maar ook een geïnteresseerd rijtje fietsers naast me op de straat.
  'Wat doe je dat leuk', riep een vrouw. 'Je bent net zo iemand uit de Efteling.'
  
Zo ging het inderdaad, en als ik het niet had opgeschreven was die mevrouw voor altijd in het niets verdwenen, wat in dit specifieke geval misschien geen drama was geweest, maar ik vind het toch wel leuk om de herinnering weer terug te hebben. 
  In het park maakte een jongedame foto's van mijzelf en mijn voorgangster in het dorpsdichterschap, naast onze onlangs geplaatste gedichten. 
  
  'Daarnet lachte je wel lief,' zei ze. 'Kan je dat nog een keer doen?' 
 
  Ik deed mijn best om lief te lachen en daarna dronken ik met mijn collega-dichteres en de beschermheer der Vughtse poëzie nog wat op een terras, iets wat ik over twaalf jaar allicht vergeten ben, maar op deze manier toch voor de eeuwigheid behouden blijft. 

Bericht met de foto's in het Klaverblad:





Mijn bijdrage:


woensdag 24 december 2025

 

















Verschenen in Woonjournaal, magazine van woonstichting Charlotte van Beuningen.

vrijdag 19 december 2025

Kerstlicht boven Vught

Dennenbomen in stille pracht
op Marktveld en Kastanjelaan
verlichte tuinen knipogen zacht
naar mensen die op huis toegaan
 
IJspret bij de IJzeren Man
ouder paar trekt traag een baan
kinderen schuifelen blozend
achter krassende stoeltjes aan
 
In Cromvoirt slaat een drummerjongen
voor het koningskind de trom
waarna de stilte daalt tussen
de sterren van Helvoirts Broek
 
Kies een ster, de mooiste uit
omhul uw hart met gouden kracht
een mens, een dier, een goed idee
uw eigen baken in de nacht

donderdag 4 september 2025

Vught

Vorige week vond in Vught een evenement plaats rond de eerste 150 dagen van onze nieuwe burgemeester. Gespreksleider Twan van den Brand interviewde Chantal Nijkerken - de Haan onder meer over haar liefde voor Fanta en haar streven om niet voor haar echtgenoot onder te doen als het op klussen aankomt, persoonlijke wetenswaardigheden die ik in de pauze nog snel in het 'welkomstgedicht' kon verwerken dat ik aan het einde van deze avond voor mocht dragen:

Welkom in Vught
 
Wees welkom in een vochtige plaats
tussen Drunens duin en Dommels water
van Helvoirts Broek tot Voorburgs groen
van Cromvoirtsedijk tot Mariaplein
 
Waar mensen hun geloof belijden
bij Sint Lambertus en Sint Nicolaas
en de rots van Petrus is getransformeerd
tot kerk waar men speelt en leert
 
Waar gebeurtenissen uit het verleden
eeuwig doorklinken in het heden
naast klaterend schreeuwend zwemplezier
nooit meer uit te wissen oorlogskreten
 
Waar melodieën door het centrum waaien
zuiverder dan het overleg tussen dames en heren
die na jarenlang vruchteloos duetteren
de Speeldoos toch weer aan konden draaien
 
Waar in de winter, als Kasteel Maurick
gehuld is in een donzen deken
op straat het ‘alaaf’ volmondig klinkt
uit duizenden geel-blauwe kelen
 
Wees welkom
 
Burgermeisje met timmermansoog
dat voor niemand onderdoet
en met een slokje Fanta op
 
is neergezegen in het huis
bewaakt door stenen leeuwen
 
Dat de keten niet te zwaar
zal wegen, dat boze winden
het bestuur niet zullen verdelen
 
Dat de gemeente Vught
een voorspoedige tijd zal beleven.

maandag 9 juni 2025

Park, kerk en windturbines

Toen ik nog in het centrum van Vught woonde, ging ik regelmatig in het Reeburgpark zitten lezen. Ik herinner me een zomer waarin ik naast het water een dappere poging deed om me door Ulysses heen te werken, wat me, net als in eerdere zomers, niet lukte. 
  Naast een van de bankjes in het park staat een gedicht van Petra van den Eerenbeemt, de eerste dorpsdichter van Vught:



Onlangs kreeg ik het heugelijke nieuws dat ik als nieuwe dorpsdichter mijn eigen poëziebankje mag maken. Denkend aan de vele uren die ik lezend in het park heb doorgebracht, heb ik het volgende gedicht ingestuurd:

Leeslint
 
Ga zitten, lees het park
als een boek. Laat de wolken
je hoofd bevolken. Beelden
verschijnen op het hemelblad
 
weerkaatsen tussen kwetterende
eenden, als uitroeptekens in de plas
 
die honden lokken, strakgetrokken
met riemen als verbindingsstrepen.
Losgehaakt gaan ze naar
 
onzichtbare sporen talen
snuffelen komma’s
in het gras, wijken uit voor
een fietser die met kromme rug
 
de pagina binnen zeilt. Het
voorwiel draaiend als een punt:
 
een open vraag
waarmee je verder kunt?


Het Reeburgpark ligt op een stevige steenworpafstand van de DePetrus, een kerk waarin onder meer de Vughtse bibliotheek is gevestigd. Voorop de kerk hangt een vitrinekast waarin een 'wisselgedicht' geplaatst kan worden. Ook hier mocht ik een gedicht voor schrijven:


Als een buiging van het licht

 

In de Vughtse Petrus dwaalt
een vrouw langs spitse bogen
ze kijkt door loden ruiten
naar de hemel in de hoogte
 
Het gekleurde licht wekt geen geloof
de materie is haar te vertrouwd
ze weet hoe het is opgebouwd
ziet enkel een fotonenboog
 
Haar blik daalt af, blijft rusten op
een lezer in een kring van licht
de wereld opent zich voor hem
in de taal van een gedicht
 
Hij lijkt in de ban van iets
wat zij zelf nergens vond
een hogere bezieling
een geloven zonder God
 
Door de kerk vonkt verwachting
als een buiging van het licht
zij kijkt hem vragend aan
hij reikt haar zwijgend zijn gedicht

Inmiddels woon ik niet meer in Vught, maar in Helvoirt, één van de dorpen die onder de gemeente Vught valt. Een ander dorp dat hieronder valt is Cromvoirt. Het buitengebied tussen Helvoirt en Cromvoirt was lang onderwerp van politiek debat: de Vughtse coalitie wilde hier windturbines plaatsen, om te voldoen aan groene doelstellingen. Totdat onlangs bij een stemming bleek dat de raad in meerderheid tegen was, reden voor PvdA-GroenLinks om uit de coalitie te stappen

Tegen wind


Politici in Vught met een groen ideaal
Droomden van stroom langs het Drongelens kanaal
Hoge molens moesten dat realiseren
Tot de wind in de raad begon te keren
 
Vijftien leden stemden tegen
De andere acht konden vertrekken
Nu moet de zon energie op gaan wekken
De raad heeft een klap van de molens gekregen.

zondag 4 mei 2025

Oorlogskruid

Een oorlog komt niet op
als onkruid na een onweersbui
maar overwoekert traag
de lang vertrouwde paden
 
gestaag zinken de zaden
in de akkers van de geest
we wilden het zo graag geloven
wij fanatieken en verdoofden
 
nu kruipen we over velden
omstrengeld door het oorlogskruid
verklonken aan de taaie aarde
verscholen in verlaten straten
 
elke ochtend oorlogsoogst
eindeloze rijen starre doden
we wilden het zo graag geloven
wij bleke bedekking voor de bodem
 
Geschreven voor de herdenking in Vught op 4 mei 2025

zondag 20 april 2025

Feestdagen

Er wordt wat afgefeest in de dorpen en de steden. De mensen hebben veel te vieren. Carnaval is net voorbij, of er wordt hierachter in het weiland alweer een gigantisch festivalterrein uit de grond gestampt. Voor zestig euro mag je jezelf een hele dag laten verdoven door een geestdodende technodreun. Een weekend lang waaien de bassen door het het dorp. Er valt niet aan te ontsnappen, het geluid draagt ver. 
  
  De welvarende mens is een feestend mens. 
  Misschien viert hij dat het goed met hem gaat, misschien feest hij om even aan zijn tot in de puntjes geregelde welvarende bestaan te ontsnappen. Terwijl de techno voortdreunt bouwen de kauwtjes hier tegenover gestaag door een hun jaarlijkse nest onder de zonnepanelen. Als het klaar is vieren ze geen feest, dan gaan ze lekker slapen.


Belijdenis in wei en kerk
 
In Helvoirt is de lente echt begonnen
Als de bassen dreunen in de weide
Een weekend lang niet te vermijden
Een wedergeboorte onder de zon
 
En als de tenten zijn neergehaald
Komt er ruimte voor de stilte
Een ritueel van licht en water
Tijdens de wake is ieder drager
 
Twee manieren om het leven te vieren
Twee manieren van verbondenheid
Een gedragen kaars als herrijzenis
Een partytent als belijdenis


Tussen Keienspellers en Dommelboarzen
 
Hé zwalkende man in het rood, geel en blauw
Waar kom je vandaan, vertel me eens gauw
 
Ik kom uit een plaats waar ze spelen met keien
In een dorp dat kijkt naar koeien die schijten
Er zijn prinsen in mantels en vrouwen met mutsen
Er zijn mensen die lachen en drinken en kussen
 
Wat heb je gezien, mijn geel-blauwe vrouw
Oh vertel me nu snel, vertel me nu gauw
 
Ik zag een dorp waar drank stroomt als water
Een Dommel van bier die stroomt door de straten
Met boarzen en vlaggen en hoppende bollekes
Met zingende zwaaiende stuiterende snollekes
 
Wanneer kom je weer terug, mijn grootogig kind?
Wanneer kom je weer terug, door regen en wind?
 
Ik blijf hier nog even een paar dagen wat hangen
Ik blijf hier nog even een paar dagen wat knallen
Ik speel en ik drink en ik zwier heel gezwind
Ik zing en het lijkt of ik mezelf hervind
 
Dus geef me nog even, ik word weer geboren
Dus geef me nog even, het begint weer van voren

maandag 24 februari 2025

Actualiteit

Als kersverse dorpsdichter zit ik bovenop de lokale actualiteit. Zo las ik dat in er in Helvoirt noodlokalen komen voor Oekraïense kinderen. En in Vught is een pannakooi neergezet voor Vughtse kinderen. Beide gebeurtenissen hebben me geïnspireerd tot een gedicht:


Een nieuw verhaal


Als hij ver van huis is
omdat zijn huis niet meer bestaat
Als hij met zijn moeder
door onbekende straten gaat
 
Als ze in het vreemde dorp
voor het eerst de woorden hoort
in een taal die ze niet verstaat
een natte-aarde-taal
 
Als ze hun woorden kwijt zijn
de nieuwe nog niet kennen
als ze verdwalen in wind en gras
van dit natte groene land
 
Als ze worden neergezet tussen
kinderen van klei en
kinderen van ijs, met oude
en met nieuwe taal
 
Dan ademen ze in en weten:
er begint een nieuw verhaal
 


Een panna geven

In de pannakooi is het
overleven, geen tablets en
pagina’s vegen, maar
bewegen, je wacht
even op het
juiste moment, je stapt
de ander hapt 
je slaat toe maar je was
te traag
 
nu hou je angstvallig
je poten gesloten
 
te laat
 
lachende hoon is je deel
slechts één ding dat baat: snel
die bal weer onder je voeten en
 
schuiven, draaien, tikken
faken en dan, precies
op het juiste moment:
die bal tussen de schenen
vergeefs klappende benen
 
je lacht
 
een panna geven is leven
je bent baas voor een flits
tot je weer mist. In de kooi
duurt een zege nooit lang.

donderdag 6 februari 2025

Cirkel

Halverwege de jaren negentig bestudeerde ik in het lokaal van meneer Wetzer de ondergang van Macbeth. Over de verrader Cawdor lazen we: 


Nothing in his life
Became him like the leaving it

Een tekst die ook over Jim Morrison had kunnen gaan, wiens teksten me meer aanspraken dan het vrij onbegrijpelijke Engels van Shakespeare: 


Let's swim to the moon
Let's climb through the tide
Penetrate the evenin' that the
City sleeps to hide

Dertig jaar later zit ik weer in een lokaal met meneer Wetzer en we zijn weer met teksten bezig. Aspirant dorpsdichters en voormalige dorpsdichters werken samen aan gedichten, lezen voor, discussiëren. Aan het eind maakt meneer Wetzer de nieuwe dorpsdichter van Vught bekend. Hij looft mijn winnende gedicht 'Wat je lichaam weet' en benoemt de manier waarop ik het spelen van muziek in de eerste regels verwerkt heb. 
  Het heeft iets van een cirkel, als je een beetje met je ogen knijpt en van goede wil bent. 


Wat je lichaam weet 

Zoals noten zich in je vingers zingen
je handen een melodie blindelings vinden
zo kunnen een bankje, een speelterrein
voor altijd je lichaam binnendringen
 
Een weerhaak in je maag geslagen
een lijn die je het park inhaalt
je hart klopt feller, je mond valt droog
hier zaten jullie oog in oog
 
En verderop, het veldje achter
voor altijd in je vastgeroest
een rekstok in de schemering
haar handen die de stang omsloten
 
Je schommelt traag en stopt abrupt
zet je schrap in eigen schreden
je lichaam zal het nooit vergeten
pint je vast in tijdloos heden