Het miezerde. Op de parkeerplaats, voor de deuren van de supermarkt, zaten twee meisjes van een jaar of tien op een enigszins natgeregend kleedje. Wat deden deze meisjes, die keurig gekleed waren, daar in de miezerige regen? Ze zagen er niet uit als verwaarloosde zigeunerkinderen of anderszins achtergestelde figuren, iets wat in ons dorp sowieso een zeer zeldzaam verschijnsel is.
Terwijl ik mijn fiets op slot zette, werd een en ander duidelijk. Het ene meisje begon te zingen en het andere meisje blies op een mondharmonica:
Hé lieve meneer, met je mooie bril
(mondharmonica)
Hé lieve meneer, met je mooie pet
(mondharmonica)
Hé lieve meneer, met je mooie bril
De zangeres bleef afwisselen tussen mijn bril en mijn pet, ze kon zo snel waarschijnlijk geen andere attributen ontdekken om te prijzen, maar het klonk vrij aardig en het beviel me wel om zo ontvangen te worden.
Met terugwerkende kracht was ik eigenlijk wat beledigd dat ik al honderden keren hier over de drempel was gestapt zonder dat iemand iets aardigs over mijn bril of mijn pet zei.
Zouden de meisje op Koningsdag ontdekt hebben dat je goud geld kan verdienen als je op een matje aardige liedjes over mensen gaat zitten zingen en gedacht hebben, waarom alleen op Koningsdag? Dit is een gouden business, dit gaan we elke middag na school doen.
Wellicht, en dergelijke culturele initiatieven zijn mijn inziens sowieso zeer te prijzen en ik gooide dan ook enkele muntjes in hun mandje. De jeugd moet aangemoedigd worden, zeker in deze tijd van AI, die het toch al schrale culturele landschap nog verder afgraast.
Zelf draag ik daar overigens ook mijn steentje aan bij, bijvoorbeeld door gedichten voor te dragen op de Vughtste middag van de poëzie.
Het thema van deze middag was metamorfose en ik droeg een gedicht voor over de metamorfoses die je zo'n beetje gedurende een leven ondergaat.
Het ene moment zit je met een vriendinnetje voor de supermarkt op een mondharmonica te blazen, het volgende moment duw je naast diezelfde vriendin een rollator door de elektrische schuifdeuren:
We waren met velen
1.
We woonden in bierkastelen en
bliezen gaten in de maan.
We waren met velen en
we waren weer thuis
in ons vloeibare huis.
2.
Uit elkaar gedreven
en opgejaagd.
Tussen kopieerapparaat en archiefkast
weet ik een warme dode hoek.
Op mijn bureau knisperen
maanden als dode bladeren.
Door plafondroosters zoemt
zacht en dreinerig een
vergeten melodie.
3.
Vergeeld onder een kromgetrokken
schild, steeds stiller en kleiner
vouwen we onszelf op.
We waren met velen
we zijn weer weg.
