zondag 4 oktober 2026

Vrai sur toi même

Het is door andere toestanden een beetje uit beeld geraakt, maar tot een paar jaar geleden was de 'Nederlandse identiteit' een van de belangrijkste gespreksonderwerpen in couranten en aan talkshow-tafels. 
  Grofweg kwam het erop neer dat rechts vond dat we onze identiteit verloren door massa-immigratie, waarbij het linkse antwoord meestal was dat er helemaal niet zoiets bestaat als een 'Nederlandse identiteit'.
   Dezelfde discussie kun je voeren over de Europese identiteit, waar we het als veredelde provincie van Duitsland waarschijnlijk toch vooral van moeten hebben en daar heeft de Duitse filosoof Peter Sloterdijk twee jaar geleden een boeiend boek over geschreven: Het continent zonder eigenschappen. Bladwijzers in het boek Europa. 

  Wat zijn die bladwijzers die Europa uniek maken in de wereldgeschiedenis? Volgens Sloterdijk zijn dit onder meer de Europese individualiteitscultuur en de Europese bekenteniscultuur. Het eerste bestaat uit een 'modernisering van de beroemdheid':

De blijde boodschap van de moderne tijd luidt: je hoeft niet van adel te zijn om roem te vergaren! Onderscheid je door je talenten en door je werk! Zorg ervoor dat je aandacht krijgt voor je daden en geschriften, en je komt naast koningen te staan, en wie weet zelfs boven hen!

Sloterdijk noemt de dichter Petrarca (1304-1374) als een van de eerste Europeanen die toonde dat je niet van adel hoefde te zijn om (in Europa) als adel behandeld te worden:

[...] voor het eerst werd een burgerlijke tijdgenoot met goedvinden van de koning van Napels, op het Capitool tot poeta laureatus gekroond - een gebeurtenis die tot in de achttiende eeuw aan hoven en hogescholen werd gekopieerd. 

Het was de geboorte van het 'genie': dat typisch Westerse fenomeen van de briljante kunstenaar/wetenschapper/sporter die minstens op dezelfde hoogte staat als koningen en keizers. Een fenomeen mede mogelijk gemaakt doordat Europa de 'Grande Ecole' van de wereld was, waarbij de leerling belangrijker werd dan de (in andere culturen als hoogst aangeslagen) leraar:

De belangrijkste psychoculturele uitvinding van Europa is dus niet de leraar [...] maar de student bij wie het lukt deemoed en ambitie gelijktijdig te activeren. 

De tweede bladwijzer betreft de Europese obsessie met zelfontleding en biechten, waar onder meer Augustinus van Hippo in de vierde eeuw al overtuigend mee begon. Rousseau deed dit in de achttiende eeuw nog eens dunnetjes over en daarna was het hek echt van de dam:

In de tijdsspanne tussen de latere achttiende eeuw en de beginnende twintigste eeuw heeft de Europese cultuur het dire vrai sur toi même tentoongespreid op een wijze die in andere civilisaties haar weerga niet kent. 

Een interessante casus in dit kader is die van de Turks-Nederlandse schrijfster Lale Gül en haar debuutroman Ik ga leven. Veel Europeser dan wat Gül daarin deed wordt het niet: een literaire bekentenis in de traditie van Rousseau. Als beloning kreeg ze zeer goede verkoopcijfers uit autochtoon-Nederlandse hoek en ernstige doodsbedreigingen uit met name orthodox-islamitische hoek. Er zal een religieuze revolutie nodig zijn om aan dit laatste echt iets te veranderen. Laat 'revolutie' nu ook een van Sloterdijks bladwijzers zijn en bovendien een waar we niet alleen maar profijt van hebben:

Aan de ontworteling van een verbruikte herkomst zou echter altijd een plechtige belofte aan een legitieme bron van van geestdrift moeten beantwoorden, wil het individu in de postrevolutionaire ruimte niet volledig gedesoriënteerd raken; in de malaise na de tijd van de strijd vallen ze al te makkelijk ten prooi aan een dof niet-weten-hoe-nu-verder. Dat zou - entre nous- al op de huidige Europeanen kunnen slaan, die vaak radeloos naar Brussel kijken en niet weten of het echt de betere engelen van onze natuur zijn die daar voor het vervolg zorgen. 

Verdwaasde aan revoluties verslaafde Europeanen die niet meer weten waar ze het moeten zoeken en conservatieve immigranten die allergisch zijn voor elke vorm van revolutie, daar komt het zo'n beetje op neer. 
  De gevoelens die ik hierover heb zal ik neerschrijven in een zevendelig autobiografisch werk dat over twintig jaar verschijnt en waar ik (als Zweden dan nog bestaat) hopelijk een Nobelprijs voor krijg.