donderdag 14 maart 2013

Eindhoven

Foto flickr, by bottled-void
Fragment uit het dagboek van Ard van Peppen

Lief dagboek,

Vandaag moesten we voetballen tegen PSV. Dat was een bijzondere ervaring. Het begon al toen we op de parkeerplaats de bus uitkwamen. Er stond een verwarde man onder een lantaarnpaal tegen ons te schreeuwen dat we allemaal vieze homo's waren. Pas toen we langs hem liepen zag ik dat het Mark van Bommel was. Boven hem hing Kevin Strootman uit een raam. Hij spuugde op het hoofd van onze trainer en riep dat we normaal moesten doen. Toen we de kleedkamer binnen wilden gaan kwam Ola Toivonen ineens als een blinde stier de hoek om rennen. Hij schopte vier spelers onderuit en ging toen in een hoekje van onze kleedkamer liggen huilen. We hebben maar laten liggen, hij deed verder niet zoveel kwaad. In de catacomben kreeg Erik Pieters zeven hechtingen in zijn voorhoofd, hij had met zijn kop een vitrinekast ingebeukt.
  'Zoveel prijzen', mompelde hij, 'zoveel prijzen.'
Van de wedstrijd kan ik me niet zoveel herinneren, maar toen we terug bij de kleedkamer waren stond Jeremain Lens daar tegen de deur te pissen. Dick Advocaat heb ik nergens gezien.

Tot morgen,

Ard.

zaterdag 9 maart 2013

Geleuter

Foto: flickr, by mdanys
Zelden een stel figuren zoveel krediet zien krijgen zonder dat ze het verdienen. De intellectuelen hebben zich over Haren gebogen. Job Cohen ontwaarde een 'Dionysische scheppingsdrang' die in botsing kwam met 'Apollinische waarden'. Dat klinkt alsof een eerstejaars student Wijsbegeerte een paper moet schrijven en probeert te verbergen dat hij eigenlijk niets te vertellen heeft.
  In het NRC Handelsblad verklaart hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde Gabriël van der Brink dat de jongeren in Haren 'met humor het gezag aan het onderuit halen waren.' De overheid is onderdeel van dit spel, aldus de hoogleraar. 'Dus die moet haar rol goed spelen, dan loopt het spel niet uit de hand.'
  Nooit geweten dat jongeren die naar Haren komen met maar één einddoel, namelijk een gigantische teringzooi schoppen, in feite een 'spel' aan het spelen zijn. En die domme overheid die dat niet in de gaten heeft!
  Maar nu zijn me de ogen geopend. Als een stel verveelde, narcistische snotapen aandacht en kicks nodig heeft, dan moet de overheid hier onmiddelijk op reageren en een toffe sparringspartner zijn voor deze creatieve en speelse geesten. En ik maar denken dat het softe jaren zeventig geleuter voorbij was.

maandag 4 maart 2013

Crisis

Foto: flickr, by puck90
Een gezin zwermt over de heide. De tatoeages zijn onder winterjassen verborgen, maar je weet dat ze er zijn: verborgen standaard merktekens die de individuele vrijheid van de dragers moeten benadrukken. De dragers zijn uit hun element: geen breedbeeldtelevisie in de buurt, geen kratje bier onder handbereik. Een daad van opofferingsgezindheid voor de honden, wilde bouviers vliegen hun speeksel achterna. Omdat de leegte en de stilte beangstigen, wordt er hard geschreeuwd.
  De stemmen schallen over de heide, alle ruimte moet worden volgeluld. Angstvisioen: alleen te zijn met jezelf, zonder geluiden, zonder iemand om ruzie mee te maken. Zonder afleiding wordt je blik naar je tatoeage getrokken en zie je ineens dat het dezelfde is als die van de buurman. De existentiële crisis lonkt, snel roep je dat iedereen een klootzak is. Godzijdank roept er iemand terug:  'Je bent zelf een klootzak.' Crisis bezworen.

donderdag 28 februari 2013

Brabo

Foto: flickr, by DavidB123
Hoewel ik geen geboren en getogen Brabander ben, voelde ik me toch genoeg aangesproken door een oproep in het blad 'Brabeau' om het meest Brabantse verhaal te schrijven. Hoe Brabants kan je het maken, dacht ik, en ik begon te schrijven over de Loonse en Drunense duinen, Den Bosch, Bossche Bollen, de Sint-Jan, Napoleon Bonaparte en de Dommel. Het resultaat is te lezen in de editie die nu in tijdschriftenwinkels en supermarkten in Brabant en vér daarbuiten ligt. Een teaser:

Het lijkt te gaan eindigen waar het is begonnen, tussen de kanonnen van bastion Vught. Roerloos staat ze op het gras, met de armen over elkaar en met de rug naar de polder toe. Naast haar de kanonnen, als trouwe wachters turen ze over de stadswal. Haar fiets staat tegen de bast van een grote wilg, aan haar stuur bungelt een plastic tasje.

  'Aparte plek om af te spreken', zeg ik. 'Ben je bang dat we worden aangevallen?'
  'Hier hebben we elkaar voor het eerst gekust', zegt ze, alsof ik dat vergeten ben.
   Dan zwijgt ze, de stilte tussen ons in wordt opgevuld door krekels en kikkers. Ik denk aan de Loonse en Drunense duinen, aan wervelend zand en cappuccino.


Als dit niet Brabants aanvoelt, weet ik het ook niet meer. Wie wil weten hoe dit zwoele Brabantse zomeravondverhaal zich verder ontrolt, haast zich naar een Brabants winkeltje of deze Brabantse webshop.

maandag 25 februari 2013

Aanfluiting

Foto: flickr, by heraldpost
Nou zie ik de vaderlandse voetbalcompetitie al jarenlang afzakken, maar afgelopen zondag was toch wel een dieptepunt. En dan heb ik het niet over Marcelo die over het voetbalveld loopt als een reiger die op een drassig veldje naar kikkers loopt te turen, maar over dat vechtpartijtje na afloop.
  Wat een aanfluiting. Een stel bosmarmotten die tegen elkaar staan te piepen om een laatste eikeltje. Kinderen op een speelplaats die aan elkaars rode en blauwe jackies trekken. Waar was bijvoorbeeld Strootman? Altijd maar dat verongelijkte hoofd en dan kan je een keer een beuk uitdelen, heeft hij net zijn hoofdje met shampoo ingezeept.

Het enige dat ontbrak was een vrouw. Een moeder met een boodschappentas die haar spruitjes even op de stenen zet om ze met een grote zwaai uit elkaar te halen.
  'En nou is het afgelopen. Naar huis. En je best doen op je huiswerk. Morgen wil ik minstens drie ballen naar dezelfde kleur zien.'
  Het moest er een keer van komen en ik vrees dat het nu zover is. De trainer van de toekomst is een pedagogisch onderlegde vrouw met een specialisatie op het vlak van moeilijk opvoedbare kinderen.

donderdag 21 februari 2013

Sociale vaardigheden

Foto: flickr, by Roel Wijnants
Toen ik vanochtend in de trein de Volkskrant las, brak het zweet me al uit voordat ik goed en wel Den Bosch uit was. Nee, met Syrië had het niets te maken, voor een existentiële crisis moet je wat egoïstisch zijn ingesteld. Op pagina 10 stonden enkele vragen afgedrukt van het inburgeringsexamen dat migranten af moeten leggen als ze in Nederland willen wonen. Meteen bij de eerste vraag ging het al mis:

De directeur komt de koffiekamer binnen. Zara heeft de directeur nog niet eerder ontmoet. Wat kan Zara het beste doen?

a) De directeur een hand geven en haar naam noemen
b) Doorgaan met werken en naar de directeur zwaaien
c) Wachten tot de directeur zelf iets zegt


Verlamd staarde ik naar de drie opties: wat moest Zara doen? Ik zag haar zitten, in een treurige koffiekamer, achter zo'n aluminium tafeltje met een plastic bekertje smerige Hollandse koffie en een dode plant in de hoek. Aanvankelijk neigde ik naar a): lekker assertief, echt Hollands jezelf profileren en laten zien dat je er bent.
  Maar wat als die directeur daar helemaal niet op zit te wachten, wat als hij druk in gesprek is? Misschien dat a) wel wat aanmatigend is, dus switchte ik opgelucht naar c). Tot er tot me doordrong dat de directeur misschien wel zwaar beledigd is als Zara hem in die koffiekamer gaat zitten negeren, wie denkt ze wel dat ze is? Ik vluchtte naar b), een tussenweg: werken en zwaaien.
  Maar wie zit er in vredesnaam te werken in een koffiekamer? Een strikvraag! In steeds grotere wanhoop schoot ik van antwoord naar antwoord. Verdwaasd kwam ik een uur later op kantoor. De directeur zat achter zijn computer te werken, ik rende op hem af om hem een hand te geven. Hierna heb ik naar iedereen gezwaaid en ben ik in de koffiekamer gaan zitten wachten tot iemand iets tegen me zei.

vrijdag 15 februari 2013

Professional

Foto: Johan van Velzen
Frits Wester staat voor de spiegel zijn hoofd te poetsen. Hij haalt een blauwe lap over zijn kale schedel, de uiteinden heeft hij stevig vast en hij wrijft alsof zijn leven ervan afhangt.  Een hongerig Peruaans schoenlappertje zou er nog een puntje aan kunnen zuigen.
  'Presentatie is alles', mompelt Frits tegen zijn spiegelbeeld, 'mijn hoofd zal zijn als een brandende zon. De blikken zullen verschroeien in mijn aangezicht.'
  Hoewel sommige mensen schijnen te denken dat het in de politiek draait om de politici, weet Frits wel beter. Alles draait om de presentator. Matthijs weet het, Jeroen weet het. De presentatoren maken de televisie, de politicus is decor. Met een los handje laat Frits, heel frivool, wat talkpoeder bovenop zijn hoofd dwarrelen. Hij maakt een paar kokette beweginkjes, sommige vlokjes vallen van zijn hoofd, degene die blijven liggen zijn net genoeg om geen gloeilamp van hem te maken.
   Het studiolicht kan je maken of breken, dat heeft zijn grote voorbeeld Mart Smeets hem jaren geleden al verteld. Voordat hij zijn slaapkamer verlaat, knielt Frits nog even voor de spiegel. 'Mag ik dat zeggen', prevelt hij vijftien keer. En daarna, harder, terwijl hij opstaat en er iets manhaftigs over hem komt: 'Ja, dat mag ik zeggen!'
  Als hij in zijn auto de redactie belt om mee te delen dat hij eraan komt, vragen ze of hij niet een kwartiertje later kan komen.