vrijdag 27 januari 2017

Het is hier emptistisch

RGB Free, by lusi
'Mijn naam is Frederique en ik ben waarschijnlijk emptist. Mijn hele leven loop ik al tegen bepaalde zaken aan, waar ik nu eindelijk duidelijkheid over hoop te krijgen. Als baby donderde ik bijvoorbeeld keer op keer van de commode, omdat ik alleen maar naar de ogen van mijn moeder lag te loeren en totaal geen zicht op mijn omgeving had. Ook heb ik twee auto's totall loss gereden doordat ik afstanden niet in kan schatten en hoewel ik veel oppervlakkige interesses heb, vind ik het moeilijk om me echt ergens in te verdiepen.

  Het enige voordeel van emptist zijn is dat het gebrek aan ruimtelijk inzicht, focus en intense interesses wordt vervangen door een zeer sterk ontwikkelde empathie. Op de werkvloer zorgt dit echter voornamelijk voor stress: terwijl mijn normale collega's zich stoïcijns en geconcentreerd op hun werk richten, ben ik vooral bezig met alle onderhuidse spanningen en onderlinge relaties.
  Ik vind het moeilijk om logisch na te denken en wetenschappelijke inzichten te accepteren. Zo geloof ik niet in vaccinaties, omdat ik het bewijs hiervoor niet kan bevatten en mijn sterk ontwikkelde gevoelsleven me hele andere conclusies laat trekken.
  "Vaccinaties voelen verkeerd, dus zijn ze verkeerd", is de typische redenering van een emptist.
   Helaas is emptisme aangeboren en maar zeer gedeeltelijk bij te sturen. In dit tv-programma ga ik bij meerdere mensen met emptisme op bezoek en hoop ik wat meer inzichten te krijgen rond deze heftige aandoening.'

vrijdag 20 januari 2017

Systeem

RGB Free, by StratoArt
'Ik ben Filemon Wesselink, en waarschijnlijk ben ik autist', is waarschijnlijk wel een van de geestigste openingszinnen van een televisieprogramma sinds lange tijd.
 Volgens mij was die Wesselink vorig jaar nog een narcist en als hij echt de diepte ingaat komt hij er over twee seizoenen misschien wel achter dat hij eigenlijk al die tijd een konijn in een identiteitscrisis is geweest, maar daar gaat het nu even niet om.

  Het gaat nu om Jelle Bakker, een autist met een bijzonder succesvol YouTube-kanaal over knikkers.
  Bakker bouwt zelf gigantische stellages waar die knikkers doorheen rollen en zijn enthousiasme is erg aanstekelijk.
  Laat ik het zo zeggen: ik ben nog nooit enthousiast geworden over een boek, een film of muziek door de hysterische aanprijzingen van Matthijs van Nieuwkerk, terwijl ik vreemd genoeg toch erg van boeken, films en muziek houd.
  En ik heb me de afgelopen vijfentwintig jaar niet meer met knikkers bezig gehouden, maar na vijf minuten Jelle Bakker kreeg ik ongelooflijke zin om weer eens wat van die mooie glanzende rakkers tevoorschijn te halen en er lekker mee over de vloer te gaan rollen.

  Wat maakt hierin het verschil?
 
  Waarschijnlijk dit: Van Nieuwkerk is nep, Bakker is echt.
  Van Nieuwkerk is dan misschien niet autistisch, hij kan emoties herkennen en zich redden in complexe sociale situaties, maar hij is ook een gigantische dramaqueen die hoofdzakelijk één emotie uitstraalt: statusdrang.
  Van Nieuwkerk is het sociale dier bij wie het kwijl uit de bek loopt als een van de andere kuddedieren massaal succes heeft met een boekje of een film en deze spuugstroom interpreteert hij als ontroering door het werk zelf, in plaats van de sociale high van het groepsdier dat niet anders kan dan in volle bewondering tegen het alfa-mannetje op te rijden. 
  En de autistische Bakker mag dan niets van groepsdynamiek, status en sociaal kapitaal snappen, hij wil wel oprecht alleen maar naar die prachtige knikkertjes gluren die zo machtig mooi door die gladde houten achtbaantjes roetsjen, en dat hij deze passie met vrijwel niemand deelt is een zorg die niet eens bij hem opkomt.
  Dat we als samenleving neerkijken op oprecht gepassioneerde, sociaal onhandige types als Bakker, terwijl we gladde opportunistische glijers als Van Nieuwkerk vijf ton per jaar toesteken voor het aanprijzen van boekjes die hij zelf niet eens gelezen heeft, zou erop kunnen wijzen dat er ergens een fout in het systeem is geslopen.

dinsdag 17 januari 2017

Nieuwsuur

Foto: wikipedia
'Nog twee maanden tot aan de verkiezingen. Dominique van der Heyde, hoe staan de zaken ervoor?'

'Nou Mariëlle, het spel is inmiddels goed op de wagen. Geert Wilders heeft getwitterd dat Mark Rutte een lul is. Mark Rutte is zich terdege bewust van de negatieve impact die deze uiting op het electoraat zou kunnen hebben. De VVD lijkt deze campagne het publiek ervan te willen overtuigen dat Mark Rutte geen lul is. "Ik ben geen lul", vlogde Rutte vanmorgen, "Geert Wilders is een lul."
  Helaas zei René van der Gijp in het veelbekeken voetbalprogramma "Voetbal Inside" vanavond ook dat Mark Rutte een lul is. Dat kost de VVD zo tien zetels.'

'En hoe gaat het met GroenLinks?'

'Jesse Klaver verscheen vanmiddag in een wit pak op een podium in Zwolle, dat zijn dus zo vier zetels erbij. Helaas verslikte hij zich twee keer in het woordje "overdreven", dus dat zijn weer drie zetels eraf.'

'De PvdA, is daar nog wat van vernomen?'

'De laatste berichten zijn dat de PvdA nog steeds bestaat.'

'Wat zijn nu eigenlijk de ideeën van al die partijen, Dominique?'

'Hoe bedoel je, Mariëlle?'

'Ik bedoel zo'n VVD, wat is nu eigenlijk hun politieke filosofie? Hoe willen zij de samenleving inrichten? Wat zijn hun ideeën over macht, leiderschap, de rol van de staat in relatie tot het individu? Wat is hun overkoepelende filosofie, hoe vertaalt deze zich in concreet beleid en op welke punten verschilt dit van bijvoorbeeld de PvdA?'

'Ik vrees dat je wartaal uitslaat, Mariëlle. En ik krijg zojuist binnen dat het haar van Sylvana Simons in de fik is gestoken door Henk Krol. Dit is een zeer verrassende move binnen het politieke spel dat de kern vormt van onze democratie. Zodra ik meer weet kom ik bij je terug.'

zaterdag 31 december 2016

De juiste woorden

Foto: Wikipedia
Harry Mulisch, die is ook alweer zes jaar dood en ik moest aan hem denken tijdens de laatste aflevering van 'De pennen zijn geslepen', dat programma waarin bekende Nederlanders een thriller leren schrijven en dat op het laatst nog door zeven mensen en een verwarde golden retriever bekeken werd. In de laatste aflevering van het programma kregen de twee finalisten commentaar van 'echte' thrillerschrijvers op hun eindwerkstuk. 

   'Die had ik willen verzinnen', zei auteur Judith Visser over een zin van winnares Monic Hendrickx, 'heel knap bedacht, heel goed.'

  Visser klonk als een copywriter die jaloers naar de slagzin van een concurrent kijkt: 'Heerlijk Helder Heineken. Potverdorie, dat heeft ze knap verzonnen.'

  In 'Voer voor psychologen' schrijft Mulisch:

  'Hoe een verhaal maandenlang stokte omdat ik iemand een kamer niet kon binnenkrijgen. Wat lijkt eenvoudiger dan te schrijven: - Hij kwam binnen en ging in de lila stoel zitten - ?
  Maar daarmee gebeurt het niet, daarmee is alleen beweerd, dat het gebeurt. Men kan zoveel beweren.'

  Deze opmerking werkte veel mensen op de lachspieren: Mulisch werd de schrijver die een personage niet eens een kamer binnen kon krijgen.
  Toch vrees ik dat er weleens een kern van waarheid in kan zitten.
  Schrijven is meer dan knap verzonnen zinnen achter elkaar kletsen, het probleem is dat ze ook nog waar moeten zijn.
  Iemand die dit fenomeen uitstekend onder woorden heeft gebracht is Archibald McLeish:

  You don’t choose a word if you’re a writer as a golf pro chooses a club with the shot in mind. You choose it with yourself in mind—your needs, your passions, feelings. It has to carry the green, yes, but it must also carry you. Not only your “meaning,” but you yourself meaning it. You’re quite right—this does seem to me the fundamental criterion in the use of language as material for art. You create your words in choosing them. You make them yours—spoken with your breath.

  Volgens mij is dit zo ontzettend waar, dat het eigenlijk op miljoenen tegeltjes gedrukt zou moet worden die vervolgens huis aan huis bij elk Nederlands gezin worden afgeleverd.
  Het gaat niet alleen maar om de woorden: het gaat erom dat het de woorden zijn die precies op dat moment zowel uitdrukken wat er in het verhaal gebeurt, als wat er bij de schrijver gebeurt.
  Het is net als bij die huisjes van Vincent van Gogh: iedereen kan die huisjes zien en heel veel mensen kunnen ze min of meer natuurgetrouw afbeelden, toch zie je meteen wat amateurwerk is en wat een Van Gogh is.
  Ik denk doordat Van Gogh niet alleen dat huisje, maar ook zichzelf schildert.
  Hij zit in het huisje verstopt: in de kleuren, in de compositie, in elke verfstreek zit zijn temperament, zijn passie, zijn noodzaak en zijn wanhoop, en dat is het onderscheid tussen verdienstelijke huisvlijt en een bonafide Van Gogh.

  Het is dan ook onzin om als schrijver jaloers te zijn op andermans zin: die zin had nooit voor jou kunnen werken. Je kan jaloers zijn op een ingenieuze plotwending, een slim verhaalconcept of een grappig personage, maar nooit op de woorden zelf: als het goed is werken die alleen omdat de schrijver ze precies op de moment nodig had, in die specifieke volgorde, alsof ze op het moment van schrijven pas begrepen waar ze al die tijd voor bedoeld waren.
  Zo niet, dan spreken we niet over schrijven, maar over de noeste arbeid van de driftig verhaaltjes in elkaar klutsende copywriter.

maandag 12 december 2016

Sekte

Foto: wikipedia
Het Nederlands voetbal is in rep en roer. Dit komt door Hans van Breukelen, de technisch directeur van de KNVB, die door een 'Zeeuwse sekte' zou zijn gehersenspoeld.
  Persoonlijk zie ik het probleem dus niet zo.
  Hans van Breukelen die door een Zeeuwse sekte wordt gehersenspoeld, dat lijkt me nu precies wat het Nederlandse voetbal uit het dal kan trekken. Johan Cruijff is ons dit jaar ontvallen, en wat was die man anders dan een eenpersoonssekte?

  Die charlatans van BTSW mogen dan brabbelen over 'overdraagbare en praktisch toepasbare patronen', maar dat is natuurlijk peanuts vergeleken met de orakeltaal die Cruijff jarenlang op trainingsvelden heeft lopen verkondigen.
  Frank Rijkaard werd op een gegeven moment zo gestoord van Cruijffs gepreek dat hij desnoods voor drie gulden vijftig en een mooie stereotoren bij PSV wilde gaan ballen, als hij maar verlost werd van Cruijffs eeuwige gefilosofeer over ballen die te vroeg komen omdat ze te laat zijn vertrokken vanaf het verkeerde kruispunt, en dan ook nog met een gat achter je linkerbeen.

  Rijkaard trok het niet meer, en werd een van de beste voorstoppers aller tijden. Dat is dus precies wat er met die voetballers van tegenwoordig moet gebeuren. Die gasten zijn veel te veel met voetbal bezig.
  Anwar El-Ghazi: die moet je dus gewoon twee weken lang alleen maar volleybalsmashes laten oefenen, terwijl je hem aan zijn hoofd zeikt over dynamisch in je kracht staan en je innerlijke leiderschap ontplooien.
  Laat hem daarna los op een voetbalveld en hij gaat drieënveertig keer zijn man voorbij, puur uit agressie en angst voor nog een rondje volleyballes van Peter Blangé en zijn Zeeuwse vriendjes.
  Ja, die Zeeuwse sekte, daar gaan we nog veel plezier aan beleven.

maandag 28 november 2016

Eindbaas

RGB Free, by 11010010
Nu het stof rond de Nobelprijs voor de Literatuur voor Bob Dylan weer wat is neergedwarreld,
kunnen we ons met de volgende vraag bezighouden: welke Nederlandse muziekschrijver verdient de P.C. Hooft-prijs voor proza?
  De volgende wordt pas over drie jaar uitgereikt, maar bij deze wil ik wel alvast een lans breken voor Lennaert Nijgh.

  Onlangs las ik de roman 'De kant van Swann' van Marcel Proust, in een oude vertaling dus, want de nieuwste vertaling draagt als titel 'Swanns kant op'.
  Deze nieuwe titel leverde op zichzelf al een levendig debat op tussen letterkundigen, een discussie waar ik me bijzonder mee kan vermaken, 'Swanns kant op' betekent namelijk natuurlijk totaal wat anders dan 'De kant van Swann', maar daar gaat het nu even niet om.

  Het gaat nu om de liefde.

  In het bijzonder om het fenomeen dat de liefde alles wat met het object van de liefde te maken heeft, in een heilig licht lijkt te zetten. De verteller uit de 'De kant van Swann' heeft het hevig te pakken van Gilberte, wat ervoor zorgt dat niet alleen zij, maar ook haar ouders, haar straat en haar huis in een bovennatuurlijk schijnsel lijken te baden.
  Wanneer zijn ouders het betreffende huis, de straat en die ouders niet zoveel bijzonders lijken te vinden, is dit zijn analyse:

  De reden was dat om in alles wat bij Gilberte's omgeving hoorde een onbekende eigenschap waar te nemen, analoog, in de wereld der emotie, aan wat in de kleuren het infra-rood kan worden genoemd, mijn ouders dat parate extra zintuig misten waarmee liefde mij had toegerust.

  Een mooie zin, die het fenomeen goed onder woorden brengt, maar ook wat klinisch en essayistisch.
  Dat het ook anders kan, laat Martinus Nijhoff zien in zijn gedicht 'Het meisje':

   Wij gingen samen 's morgens door de stad,
   Het licht viel schuin naar binnen in de straten,
   Menschen liepen voorbij die samen praatten,

   De toren speelde—en 't was of alles had
   De teere kleur en klank van 't vreemd bewogen
   Zwijgende leven van je glanzende oogen.


  Hetzelfde fenomeen als Proust beschrijft, de geliefde kleurt de waarneming van de verliefde, maar dan gevangen in poëzie.
  De absolute eindbaas in de verwoording van deze toestand is echter Lennaert Nijgh, die in zijn lied 'Avond' dit bedrieglijk eenvoudige zinnetje noteert:

   Maar de dingen in de kamer
   zouden levenloze dingen zijn
   zonder jou. 

   Mede dankzij de zeggingskracht die deze twaalf woorden krijgen door de melodie en de zang, wint hij het van Proust en Nijhoff.
  Het is dus wel met behulp van muzikale doping, maar dat was bij Dylan ook al het geval, dat Lennaert Nijgh van mij best postuum de P.C. Hooft-prijs voor proza mag krijgen.

zondag 20 november 2016

On-Hollands

Foto: Wikipedia
Er wordt weleens van mensen gezegd dat ze 'kleingeestig' zijn. Dit heeft meestal een morele betekenis. Deze  mensen vinden bijvoorbeeld dat vrouwen achter het aanrecht moeten blijven, of dat Ajax altijd 4-3-3 zou moeten spelen.
  De term 'kleingeestig' zou ik echter ook toe willen passen op het esthetische domein: mensen zonder gevoel voor sfeer, fantasie, verbeeldingskracht. Mensen voor wie bijvoorbeeld een Amsterdamse gracht gewoon een hoop water tussen een beetje stenen is, in plaats van een romantisch decor dat meteen tientallen associaties, herinneringen en fantasieën oproept.
  De tegenhanger van de op deze manier gedefinieerde 'kleingeestigheid' is 'grootgeestigheid', en A.F.Th. van der Heijden is wat mij betreft de Hollandse Meester in grootgeestigheid.

  Van der Heijdens brein is een filter waar de werkelijkheid doorheen wordt gehaald en er in een sterk verbeterde, opgepoetste en intensere vorm weer uit komt rollen. Op zijn werk is met uitstek deze opmerking in The Times over een boek van John Williams van toepassing:

  '...het straalt een veerkrachtig soort optimisme uit over ons vermogen om iets van waarde te redden uit de onmogelijke omstandigheden van het menselijk leven.'

  Van der Heijden is bij uitstek een optimistische schrijver, uit elke zin die hij schrijft blijkt een welhaast maniakale toewijding om in de kleinste details de schoonheid te zien, en van deze schoonheid in de meest schitterende taal verslag te doen.
  Grootgeestig, aanstekelijk en optimistisch: Van der Heijden is een Hollandse Meester die uitblinkt in on-Hollandsheid.