dinsdag 16 maart 2010

Humbug

In De Gids van oktober/november 2009, helemaal gewijd aan Maarten 't Hart, vorig jaar 65 geworden, pleit 't Hart in een interview voor literatuur waarin aan de hand van concrete beelden uit de buitenwereld, beschrijvingen worden gegeven van iemands gemoedstoestand.

Bijvoorbeeld:

'Daarop voerde het pad langs lange rijen donkere vensters, afgewisseld met torens, die zelf nog weer torentjes hadden, en overdekte ingangen van zonderlinge gedaanten, waar oude stenen leeuwen en vreemde monsters oprezen uit donkere holen en gromden tegen het avondduister boven de wapenschilden die zij in hun klauwen hadden.'

- Bleak House, Charles Dickens.

't Hart hierover:

'Kijk, dat is het echte schrijven, en ik wou dat ik het zo kon, je geeft niets anders weer dan wat iemand ziet en hoort... en dat doe je zo scherp mogelijk, met aandacht voor de kleinste details, en daarmee definieer je haarscherp iemands gemoedstoestand zonder maar te verwijzen naar woorden of uitdrukkingen die daarvoor gebruikelijk zijn, zoals "ik voelde mij ellendig" of "Ik was opgetogen", of noem maar op wat je zou kunnen verzinnen om een stemming onder worden te brengen'.

Het gebruik van woorden om iets anders te zeggen dan waar de woorden voor staan, doet denken aan wat Wittgenstein over taal heeft gezegd. Volgens Wittgenstein is de emotionele lading van een woord de belangrijkste betekenis van een woord, en mensen die niet meer emotioneel met woorden verbonden zijn, die bijvoorbeeld niet meer geraakt kunnen worden door scheldwoorden, die woordgrapjes niet snappen of niet gaan huilen bij zielige verhalen, hebben volgens Wittgenstein zelfs 'hun ziel verloren'.

Ook 't Hart betreurt dat er tegenwoordig zelden meer zo geschreven wordt:

'Maar ik wed dat men, als je nu zo zou (kunnen) schrijven, niet eens zou kunnen begrijpen wat je beoogt omdat alles er thans duimendik bovenop moet liggen en je al haast een vader en een zoon met twee stenen tafelen op weg moet sturen van Rome naar Jeruzalem om die aldaar af te leveren om iedereen te overbluffen. Maar mij overbluf je daar niet mee, ik denk alleen maar: wat een misselijkmakende humbug...'

Volgens mij weet ik wie die laatste opmerking in zijn zak kan steken, en als hij de Gids leest, zal hij wellicht even zijn pijp uit zijn mond genomen hebben om bedenkelijk te kunnen fronsen.