dinsdag 8 april 2014

Perceptie

Laatst nam ik de trein naar het oosten van het land. Deventer, om precies te zijn. Altijd prettig om in een Nederlands stadje te komen waar je nooit eerder bent geweest. Alsof je een oud-Hollands prentenboek binnenstapt. Natuurlijk is je eigen stad ook een beetje oud-Hollands prentenboek, maar dat zie je niet meer.

  Soms fiets ik als een idioot door de stad, mezelf ergerend aan al die Bossche aso's die me voor de voeten lopen en dan rij ik ook nog bijna twee toeristen omver.
  Een vrij absurd gezicht: een stelletje dat, hand in hand, met een verzaligde glimlach door de Bossche binnenstad slentert. Maar zij zien dan ook geen tokkies, want ze zijn in de toeristen-stemming. Als ze twee dagen later terug in het hectische Amsterdam een café-latte drinken, zullen ze tegen hun vrienden zeggen: 'Zo'n heerlijke stad, dat Den Bosch. Prachtige pittoreske straatjes. En de mensen, zo vriendelijk! Echt heel anders dan hier in Amsterdam.'
  Je had ze keihard in hun kruis kunnen trappen en ze een Bossche fluim in hun gezicht kunnen spugen, dan nog waren ze met dat verhaal thuis gekomen.

  Enfin, in die toeristen-stemming liep ik dus door Deventer. En ik zag buschauffeurs die elkaar lachend op de schouders sloegen en schoolkinderen die zingend in een lang lint naar huis toe fietsten. Maar dat was dus allemaal schijn. In werkelijkheid timmerde de ene buschauffeur de andere waarschijnlijk in elkaar en werd een schoolkind achtervolgd door een joelende menigte pestkoppen.
  Mocht ik ooit nog een zelfhulpboek schrijven, wat ik bij voorbaat zeker niet uit wil sluiten, dan bestaat dit boek uit één advies: zorg dat je altijd in de toeristen-stemming bent. Het kost je niets en de volgende dag heb je niet eens een kater.

vrijdag 4 april 2014

Grunberg-exegese

Hoewel ik vooral fan ben van Grunberg de melancholicus en de absurde slapstick-schrijver, lees ik zijn voetnoten in de Volkskrant ook altijd graag. Wel dringt zich hierbij af en toe de vraag op: zit ik nu iets erg slims te lezen of is dit slim klinkende wartaal?
  Bij de voetnoot van 3 april bleken meer mensen zich dat af te vragen. Laten we daarom  deze voetnoot van Grunberg aan close-reading onderwerpen.  Als eerste de voetnoot in zijn geheel:

Noodweer

De volksvertegenwoordiger zei: 'Een opgesloten illegaal overvalt geen juwelier.' Laten we deze logica serieus nemen, maar eerst moeten we even nagaan wat noodweer precies is. Eigenlijk handelden de bankiers die ondeugdelijke financiële producten aan hun klanten verkochten ook uit noodweer. Een klant gaf aan zeer snel rijk te willen worden, aan hem zou ik ook alles willen verkopen. Dus eerherstel voor de bankiers, het was noodweer.
  En de burgers die ondeugdelijke financiële producten kochten, die zijn feitelijk illegaal. Niet nadenken is een bijzondere vorm van illegaliteit, niet nadenken = illegaal zijn in de eigen bovenkamer.
  Deze onnadenkende, dat wil zeggen illegale burgers zouden preventief moeten worden opgesloten. Voor hun eigen bestwil, opdat ze niet nog meer ondeugdelijke financiële producten aanschaffen. Als we de gevangenissen privatiseren, zal het massaal opsluiten van onnadenkende, dat wil zeggen illegale burgers een enorme stimulans voor de nationale economie betekenen. Het gevangeniswezen is een groeimarkt.


De kern van dit stukje lijkt te zijn: als je illegalen wilt opsluiten zodat ze geen juweliers kunnen overvallen, moet je ook domme burgers opsluiten zodat ze geen ondeugdelijke financiële producten kunnen kopen. Deze stelling wordt onderbouwd door de bankier die ondeugdelijke producten verkoopt gelijk te stellen aan de overvallen juwelier en de domme burger die ondeugdelijke producten koopt gelijk te stellen aan een illegaal.
  Probleem is alleen dat beide vergelijkingen behoorlijk mank gaan.

 Ten eerste handelt een bankier die ondeugdelijke producten verkoopt natuurlijk niet uit 'noodweer'. Je handelt uit noodweer als iemand je naar het leven staat. De overvallers staan de juwelier naar het leven, maar klanten die snel rijk willen worden staan een bankier niet naar het leven. De bankier staat onder geen enkele bedreiging van zijn klanten. Misschien zou je kunnen zeggen dat bankiers die ondeugdelijke producten verkopen aan klanten die bedonderd willen worden handelen uit 'overmacht'. Want wie zou zo'n hebberige klant kunnen weerstaan? Maar overmacht is niet hetzelfde als noodweer en de vergelijking snijdt gewoon geen hout.
  Dan de tweede vergelijking: ook onnadenkende burgers zijn illegaal, want ze denken niet na en zijn dus 'feitelijk illegaal in hun eigen bovenkamer.' Ook deze vergelijking gaat mank. Een illegaal is ergens waar hij eigenlijk niet mag zijn, terwijl onnadenkende burgers ergens 'afwezig' zijn, waar ze eigenlijk aanwezig zouden moeten zijn.  De onnadenkende burger is een soort spijbelaar van zijn eigen hoofd.

De twee vergelijkingen om de stelling te onderbouwen blijken dus ondeugdelijk. En slaat de stelling zelf bij nader inzien eigenlijk wel ergens op? Is illegalen opsluiten om te voorkomen dat ze juweliers overvallen, niet iets heel anders dan 'illegale' (niet nadenkende) burgers opsluiten om te voorkomen dat ze ondeugdelijke financiële producten kopen? In het eerste geval sluit je mensen op om te voorkomen dat ze anderen iets aan doen. In het tweede geval sluit je mensen op om te voorkomen dat ze zichzelf iets aandoen.
     Conclusie: aardig idee, ondeugdelijke argumentatie. Argumentatie-leer is een groeimarkt.

woensdag 2 april 2014

Cultuur

Veertien jaar geleden schreef Paul Scheffer met betrekking tot de immigratie over het multiculturele drama. Dit roept de vraag op: wat is cultuur? Op het pleintje in de buurt speelden kinderen gisteren busje trap. Hoofdzakelijk derde-generatie Marokkaantjes, andere immigrantjes en een paar blanke kinderen. Een paar kinderen lummelden wat rond de bal, die waren al gevonden. Toen rende er een jongetje achter een auto vandaan. Hij schopte de bal weg en schreeuwde triomfantelijk: 'buutvrij voor de hele bups'.

  Het was vooral de tekst die me lichtelijk ontroerde. Er is dus helemaal niets veranderd. De formule van het busje trap overstijgt afkomst en tijd. Als je als laatste de bal wegtrapt is iedereen weer vrij en ben jij de held. Laten we zeggen dat cultuur is: buutvrij voor de hele bups.

donderdag 27 maart 2014

Zegen

Geert Wilders: wat een zegen is die man. Je zou in deze tijd maar deugen. Je helpt eens een oud vrouwtje oversteken, voert de eendjes in het park wat oud brood. Toch blijft het jeuken. Een beetje miezerig zit je op een bankje, voor de zoveelste keer betreur je het feit dat je niet in de Tweede Wereldoorlog hebt geleefd.
  Maar dan, nadat je langzaam naar huis bent geslenterd (weer geen oud vrouwtje te bekennen, waar hangen al die krengen toch uit?), zet je de televisie aan en maakt je hart een sprongetje: eindelijk is hij te ver gegaan! Dit kan echt niet! Dit is regelrechte discriminatie! Iedereen zegt het!
  Natuurlijk, het is geen Adolf Hitler, maar je dagen van eendjes voeren zijn voorlopig wel voorbij. De volgende ochtend trek je je meest deugdzame kleren aan, je zet je meest deugdzame gezicht op en je voegt je in de meest deugdzame rij die Nederland sinds langs heeft gekend. Als je aan de beurt bent zet je met trillende handen een deugdzaam kruisje op een voorgedrukt stuk papier. 'De aanklacht is ingediend', fluister je tegen jezelf. 'Ik heb mijn plicht gedaan.'
  Thuis trek je een deugdzame fles wijn open en leg je je deugdzame voeten op de bank. Loom gaan je gedachten toch weer even richting Hitler. Hadden ze toen ook maar voorgedrukte aangifteformulieren gehad, dan was tachtig procent van de Nederlandse Joden nooit in die treinen verdwenen.

donderdag 20 maart 2014

Een fraaie novelle

Terwijl de trein met koppige precisie het oneindig laagland in hoekige vlakken sneed, verdiepte ik mij in het boekenweekgeschenk. Een klein juweel, bloedrode kers op de kaft. Symbool van sensualiteit of naderend onheil? Adam en Eva, de verboden vrucht. De zinnen van Wieringa draaiden soepele bochten over het chloorvrij gedrukte papier, kleine contra-melodieën tegenover het monotone ritme van de gele rups over zijn doodlopende bielzen.
  Taal is ritme zei een schrijver ooit, advies dat bij Wieringa in vruchtbare aarde gevallen moet zijn. Zwarte aarde, klaar om bevrucht te worden, zwanger van levengevende kracht. Poëzie stijgt eruit op, het bezielt alles wat leeft, de rode kers aan het eind van een tak, op haar beurt weer afgebeeld op een kaft van het boek dat diezelfde kracht bezingt.
  Wieringa betovert je makkelijk met zijn taal, als een achteloze magiër strooit hij zijn zinnen, bespiegelingen, vergelijkingen. Het is toegankelijk en beeldend, maar ook net mysterieus genoeg, als een dansende vrouw in de witte nevelen boven een donker ven, wuivend, waaiend met haar armen die met doorzichtige tule zijn omkleed, juist net genoeg achteruit schrijdend om je nieuwsgierig te houden, gulzig als een ezeltje blijf je eindeloos achter dezelfde wortel aanhobbelen.
 
Maar dan sla je het boekje weer dicht. Wat een rare mensen eigenlijk. Waarom ging die kerel op de vloer van zijn kantoor slapen? En die vrouw was wel erg vaag. Ging dit eigenlijk wel over een jonge vrouw met een oude man? Wat hebben we over hun relatie gelezen, anders dan 'zij maakte hem niet jonger, hij maakte haar ouder'. Zet die maar op een tegeltje, Tommie. Met je ringworm.
  Maar toch laat ik me de volgende keer graag opnieuw door Wieringa oplichten. Want een oplichter die zijn vak verstaat, die kom je tegenwoordig ook veel te weinig tegen.

zaterdag 8 maart 2014

Public Relations

'Nog iets guitiger', zei de dikke vrouw tegen haar kinderen. Ze zaten met z'n vieren in  zo'n tussen-hokje in de trein, twee op het ene bankje, twee op het bankje ertegenover. Aan de linker kant twee kinderen, aan de rechterkant twee dikke vrouwen. Ze kwamen uit Limburg en hadden een dagje Amsterdam gedaan. De jongen en het meisje hielden een Ajax-shirtje omhoog, precies onder hun kin. En nu moesten ze dus guitig lachen van hun moeder. Die nam een nieuwe foto en bekeek het resultaat kritisch. 'Nu sta jij er niet zo leuk op', zei ze tegen het jongetje.

  De volgende dag liep ik door de stad.  Een jochie van een jaar of twaalf leunde tegen de deurpost van een kledingzaak, een plastic tasje nonchalant in de hand. Zijn hoofd keek in de verte, zodat het eruit zou zien alsof hij door een fotograaf was betrapt. Die fotograaf dat was zijn moeder, die op haar hurken om hem heen schoof en hem schuin van onderen fotografeerde.
  'Die gaat meteen op Facebook', schreeuwde ze ondertussen. 'Deze zijn echt top!' Mark Zuckerberg, wat heeft die man ons een werk bezorgd. 

dinsdag 4 maart 2014

Een Ajax-hoofd

  Het schijnt  dat Gert-Jan Verbeek toen hij trainer van Feyenoord was op een gegeven moment persoonlijk met een hamer tussenmuurtjes uit de Kuip stond te rossen, omdat het daar allemaal veel economischer kon, bouwtechnisch gezien. Maar Pelle was vorige week bij Twente meer van de Italiaanse slag, een schopje hier, een tikje daar. Daar konden die achterlijke boeren het verder mee doen, design-technisch gezien.

 Maar het mooiste was natuurlijk dat Pelle ontdekte dat Jan-Joost van Gangelen een Ajax-hoofd heeft. En daar zakte hij definitief door het ijs. Iedere amateur-psycholoog kan zien dat Jan-Joost helemaal geen Ajax-hoofd heeft, Jan-Joost heeft een hockey-hoofd. En als je al een voetbalclub aan het hoofd van Jan-Joost wilt koppelen, dan zou ik het meer in de richting van PEC-Zwolle of Cambuur zoeken, clubs die vooral voor de gezelligheid meedoen en waar mensen langs de kant nog over 'een sportieve pot voetbal' praten.
 
Jack van Gelder, die heeft een Ajax-hoofd. Op de tribune een dikke sigaar roken, links en rechts wat briefjes van duizend wegsteken en ondertussen maar tegen een onbekende kerel naast je aan blijven lullen over het feit dat de rechtsbuiten de bal steeds precies verkeerd naast het ventiel raakt.     Overigens is Pelle wel de laatste die over hoofden mag beginnen. Het is een wonder dat die Pelle geen aangeschoten wild is in de Kuip. Met zijn hyper-gestileerde playboy koppie in een wasteil vol doorgefokte havenarbeiders rondrennen, je moet maar durven.
  En dat verklaart dan meteen het fanatisme van Pelle. Diep van binnen weet Pelle dat hij maar even niet hoeft te scoren, of ze flikkeren hem in Rotterdam met een tonnetje haring zo de Noordzee in. Want als er iemand in de selectie van Feyenoord een Ajax-hoofd heeft, dan is het Graziano Pelle wel.