zaterdag 10 maart 2018

Poëzie

In de onwerkelijk lege woning, 's ochtends vroeg
stonden Gorters' Verzen, die ik toen maar opensloeg
RGB Free, by HISKS
om te zien of de dichter de pijn kon verzachten

Wat ik echter niet verwachtte
was dat het verleden op de eerste pagina
me meteen al op lag te wachten

Daar spraken opa's hanenpoten
van oma vastbesloten
om Gorters Verzen aan te schaffen

En haar echtgenoot tijdens Sinterklaas
met die verzen te verrassen, zodat een eeuwigheid
hierna (ik was nog niet eens geboren)

Het mooiste woord in de Verzen te horen
geschreven bleek door opa, meteen vooraan:

de notitie van oma's naam.

vrijdag 2 maart 2018

De buurvrouw - deel 7

RGB Free, by Jazza
Renovatie

'Ze gaan het plein verbouwen.'  De buurvrouw lachte.

 'Eindelijk zijn ze tot de conclusie gekomen dat er bij professor Heetman een schroefje los zat. Geen waanzinnige manoeuvres meer om naar te kijken.'

  We zaten op onze vaste plek aan het water, het was een van de laatste warme herfstdagen en het afgelopen kwartier hadden we in stilte de zon ons gezicht laten verwarmen.

  'Ik weet eigenlijk niet eens wat ik hier al die jaren zat te doen. Misschien nog steeds op Robert wachten. Maar het is voorbij. Ik heb het kamertje leeggehaald. En die nieuwe spuiten van jou bevallen ook uitstekend. Ik heb me in tijden niet zo goed gevoeld.'

  Er ging een steek door mijn buik.

  'Die nieuwe spuiten', zei ik. 'Misschien moet je daar toch maar mee stoppen. Ze schijnen nog in de experimentele fase te zitten.'

  Schoorvoetend vertelde ik hoe ik Elisabeth was tegengekomen en hoe ze me over had gehaald om de buurvrouw aan de floxotimine te krijgen. Wat ik niet had verwacht, was dat de buurvrouw het wel kon waarderen.

  'Doen jullie dat zo tegenwoordig', grinnikte ze. 'Robert schopte nog gewoon de ketting van zijn fiets om een meisje te versieren. Maar tegenwoordig moet je als man je buurvrouw drogeren om aan de vrouw te komen. Vreemde tijden leven we in.'

  Zo'n tien meter voor onze neus stonden al een tijdlang bouwvakkers aan een keet te knutselen. De dikste had ons al een paar keer opgenomen en kwam nu schommelend onze kant uit.

  'Lekker weertje', riep hij toen hij vlak voor ons stond, alsof de buurvrouw naast verlamd ook wel doof zou zijn.

  'Ik moet jullie vragen te vertrekken. Dit gebied wordt afgezet. We gaan aan de renovatie beginnen.'

  Terwijl we voor het stoplicht naar de Vughterstraat stonden te wachten, vroeg ik aan de buurvrouw waar ze nu ging zitten.

  'Ik denk dat ik verhuis naar de stadswal. Het maakt ook allemaal niks uit. Ik zit graag aan het water en al zit ik in Timboektoe, Robert is er toch wel bij. Hij zal nooit helemaal verdwijnen, maar ik kan hem wel langzaam een beetje loslaten. Jouw inval in mijn kamertje was een wake-up call. Ik zat helemaal vast. Maar we gaan allemaal naar de gallemiezen. De een wat eerder dan de ander, maar we liggen straks allemaal in onze kist. Rouwen is prima, maar op een gegeven moment is het geen rouwen meer, dan is het vluchten geworden. Ik wil Robert niet langer als een excuus gebruiken om niet verder te hoeven leven.'

  'Ik kom graag een keer langs met Elisabeth', zei ik. 'Dan kan ze nog wat uitleggen over die nieuwe medicatie.'

  De buurvrouw knikte terwijl het stoplicht op groen sprong en we voor de laatste keer het oude Heetmanplein overstaken.

  'Ik kijk ernaar uit', zei ze. 'Dan kan je meteen dat lampje even vervangen.'
 
  Einde

dinsdag 27 februari 2018

De buurvrouw - deel 6

RGB Free, by Jazza
Een fijn rechterpootje

Aan de muur tegenover de deur hing een grote foto van een knappe jongeman. Op de rechterwand de luchtopname van een verkeersplein, op de linkerwand een meisje in voetbaloutfit, haar rechterknie rustend op een voetbal.
 
  'Wat mooi', zei ik. 'Experimentele fotografie?'

  Ik liep verder het kamertje in, er was iets met dat meisje in die voetbalkleren. Iets in de manier waarop ze camera inkeek.
 
  'Zie je het niet', klonk het achter me. 'Zie je het echt niet?'

  Eerst viel de de deur met een plof achter me dicht, meteen daarna knipte er aan het plafond een kaal peertje aan.
 
  'Dat was ik', zei de buurvrouw. Ze rolde naar de foto van het meisje in voetbalkleren. 'En dat was Robert. We werden in onze flank geraakt door een vrachtwagen die naar Waalwijk moest. Robert had net drie weken zijn rijbewijs. Hij was op slag dood.'

  Ik wees naar het meisje met de voetbal.

  'Wanneer was dat?'

   'Meer dan twintig jaar geleden. We waren in de race voor het allereerste vrouwen WK. Voor het ongeluk had ik in vier wedstrijden vijf keer gescoord.'
 
  Ik liep wat dichter naar de foto waarop de buurvrouw met haar knie op de bal rustte. Ze lachte uitdagend de camera in, haar zwarte haar veel korter dan nu, het glansde rond haar gladde gezicht.
 
  'Ik had een fijn rechterpootje. Ik legde de ballen zo op de kop van onze spits. Soms speelde ik vanaf links, dan trok ik naar binnen om hem de kruising in te draaien.'
 
  Ze klopte op haar rechterdijbeen dat verstopt lag onder haar stoffige plaid.
 
  'Nu is mijn rechter pootje spastisch. De dokter jast er in om de maand een injectie in, om te voorkomen dat ik mezelf knietjes ga geven. Hier gingen we naar het gala', de buurvrouw rolde naar een kleine foto van twee kinderen die zich verkleed hadden als volwassen mensen.

  'Robert had een smoking gehuurd, license to kiss, zei hij steeds en dan zoende hij me op mijn mond, gewoon waar iedereen bij was. Dat interesseerde hem niets. Misschien vond ik dat nog wel het fijnst aan hem, dat de rest hem gewoon niet interesseerde.'
 
  In de tuin onder het balkon waren de katjes inmiddels verdwenen. Twee dikke duiven zagen hun kans schoon om broodrestjes tussen de rommel vandaan te pikken.
   
  'Weet je dat jij de eerste bent die dat stomme kamertje van me heeft gezien? Ik wil het al jaren een keer opruimen, maar het was er nooit van gekomen en op een gegeven moment begon ik me ervoor te schamen.'

  De buurvrouw keek me welwillend aan, het leek alsof er iets van haar afgevallen was. Het begon koud te worden op het balkonnetje, de zomer had zijn beste tijd  gehad.

  'Ik had al die spullen ooit in een doos zitten en toen bestelde ik een keer die luchtfoto van het Heetmanplein. Ik had het idee dat als ik maar precies reconstrueerde wat er mis was gegaan, het allemaal misschien wat minder erg zou worden. Dat het minder pijn zou doen als ik tot op de millimeter kon ontleden wat er was gebeurd. Maar je kan net zo goed tot op de millimeter in kaart brengen wat er gebeurt als iemand met een hamer op je duim slaat. Het is allemaal reuze interessant, maar het doet nog steeds verdomd veel pijn.'
 
  'Het spijt me', zei ik. 'Ik had kunnen bedenken dat er zoiets aan de hand moest zijn.'

   'Het is het dichtste dat ik bij hem in de buurt kan komen. Weet je dat ik niet eens op mijn gelukkigst was toen ik met hem langs de stadswal fietste en die ketting van zijn fiets viel. Dat ging allemaal veel te snel. Eigenlijk gaat hem om de stukjes daartussenin. Dat ik me met mijn vriendinnen voor de spiegel stond op te tutten. Dat buiten de zon scheen en het weekend was en we alle tijd van de wereld hadden. Dat gevoel dat alles ging beginnen, dat verwachtingsvolle dat je kan hebben als je achttien bent en net uit het ei bent gekropen. Maar je hebt wel iets groots nodig, om die tussenstukjes te laten schijnen. Robert was dat grote.'

  Ik knikte.

  'Je zei dat je last hebt van een spastisch been.' Ik viste het plastic tasje van Elisabeth onder mijn stoel vandaan en legde het op mijn schoot. 

  'Wist je dat daar een geweldig nieuw middel voor op de markt is?'

zondag 25 februari 2018

De buurvrouw - deel 5

RGB Free, by micromoth
Gewoon een beetje vermijden

Een week later zat ik met hernieuwde moed op het balkonnetje van de buurvrouw.

  'Ik wil je graag weer eens zien', had Elisabeth geappt.
  'Maar ik hunker ondertussen ook wel naar inside informatie over floxotimine.'

  De buurvrouw rommelde in haar keukentje met kopjes en schoteltjes, ik staarde de diepte in.  Onder het balkon lag een rommelige achtertuin waarin een stuk of zes rood-wit gevlekte katjes rondslopen, het was moeilijk hun precieze aantal te schatten, steeds verdwenen er een paar uit beeld en schoten er ergens anders weer een paar tevoorschijn, zodat je nooit zeker wist of je hetzelfde katje niet twee keer telde.
 
  'De kat van beneden is vorige maand bevallen', zei de buurvrouw, terwijl ze soepel het balkon oprolde. 'Ze lag onder die oude pingpongtafel te baren, tussen een hoop vieze lappen.'
 
  We staarden samen de diepte in. Een van de katjes donderde van een ladekastje naar beneden, hij schudde wat met zijn kopje en verdween weer tussen de rommel.
 
  'De moeder probeert ze te leren jagen. Maar ze willen alleen maar spelen.'
 
   Bij binnenkomst had ik gezien dat ze een stoel voor haar kamertje aan de straatkant had gezet, hetzelfde kamertje dat ze bij het voetbal kijken snel op slot had gegooid. Beneden begon een oranje zeil te fladderen in de wind. Twee katjes raakten verwikkeld in een gevecht met het ding, ze vielen het aan en donderden op hun rug toen de wind het zeil hun gezicht weer in blies. De buurvrouw lachte, liet toen haar kopje vallen.

  'Ik pak wel een nieuwe', zei ik. Ik raapte haar kopje op en liep de woonkamer in. Voor het kamertje met de stoel ervoor bleef ik even staan.

  'Wat verstop je eigenlijk in dat kamertje', riep ik richting het balkon. Ik bedoelde er niets mee, met mijn gedachten was ik bij de spuiten die ik op het balkon had laten liggen. Wat als de buurvrouw in het plastic tasje begon te rommelen?

  'Heb je soms een paar lijken in de kast?'

  Buiten bleef het stil. Ik liep terug naar het balkonnetje. De buurvrouw keek me lijkbleek aan.
 
  'Het lijkt wel een horrorfilm', probeerde ik er aan draai aan te geven. 'Dat achter die deur een paar doden liggen. En dat ik de volgende ben.'
 
   'Je mag wel even kijken hoor. Zo bijzonder is het niet.' De buurvrouw sprak ineens als een robot, mechanisch kwamen de zinnen uit haar mond.
  Ik realiseerde me dat ik al een paar tellen bevroren was, langzaam kwam ik weer in beweging en liep ik naar de deur met de stoel ervoor. Ineens voelde het idee van opgestapelde lijken zo gek nog niet.
  'Gewoon een beetje vermijden', had de man van de woningstichting een paar maanden geleden gezegd, 'dan heb je nergens last van.'
 
  'Durf je niet', klonk het achter me. Ik had het met niet verbeeld, haar stem was echt veranderd.
  
  Ik schoof de stoel opzij, stak mijn hand uit en rukte aan de klink.

zaterdag 24 februari 2018

De buurvrouw - deel 4

RGB Free, by tacluda
Heetmanplein

Het Heetmanplein was waarschijnlijk het meest onlogische verkeersplein van Nederland. Officieel het Wilhelminaplein genaamd, hoewel niemand het ooit zo noemt. Aangelegd in 1960 naar een plan van professor Heetman, fungeert het als Waterloo voor Bossche tieners die rij-examen doen.
   De buurvrouw zat op een verkeersplaatsje tussen het plein en de Dommel, net voor de schuine afdaling naar het water.

  'Cadeautje?'

  Ze wees op de plastic tas met het farmaceutische logo die ik verkrampt in mijn rechterhand hield. Elisabeth had me de afgelopen dagen duidelijk gemaakt dat ze me best weer eens wilde zien, maar dat het wel ontzettend zou helpen als ik de buurvrouw aan de floxotimine kon krijgen.
  Het voelde alsof ik erop uitgestuurd was om de buurvrouw te executeren en er in mijn plastic tasje geen medicatie, maar een doorgeladen revolver zat. Een grote vrachtwagen vanuit Vught slingerde ondertussen twijfelend tussen twee rijbanen heen en weer, om uiteindelijk half voor de linkerbaan te kiezen.
 
  'Ik hoop dat hij niet naar Waalwijk moet', grinnikte de buurvrouw. 'Anders kan hij mooi een stukje omrijden.'
 
   Elke keer dat ik haar zag leek ze van uiterlijk te verwisselen. Na de gretige spinnenoogjes in de donkere gang en de kwetsbare vissenogen voor de televisie leek ze nu grote, sombere hondenogen te hebben.

  'Ik ben hier twee keer voor mijn rijbewijs gezakt', zei ik, terwijl ik de zak op de grond zette en nerveus door mijn haar streek. 'Ik sorteerde verkeerd voor, maar ik bleef gewoon stug tegen het verkeer in rijden. De examinator zei dat hij voor zijn leven had gevreesd.'

  De buurvrouw glimlachte.
  
  'Ik had vroeger een vriendje' zei ze. 'Hij heette Robert, hij leek op de acteur die Superman speelde in die serie die toen op tv was. Eigenlijk was ik eerst verliefd geworden op Superman en toen stapte ik over op de jongen op school die het meeste op hem leek. Ik heb zo vaak met hem om dit plein heen gefietst. De eerste keer dat we zoenden stonden we daar aan de overkant.'
 
  Ze wees naar een wit hotel.

   'We waren achterop geraakt bij de rest. De hele avond hadden we gedanst in de Galaxy, die zat toen nog in de Karrenstraat. Hij droeg een zwarte spijkerbroek en een lichtblauwe blouse. We hadden wat gegeten in de Kees Kroket en ik was bang dat ik vreselijk uit m'n mond stonk. Ik wilde een vriendinnetje om kauwgom vragen, maar steeds verdween ze weer, zodat het er niet meer van kwam. We zwierden met z'n allen langs de stadswal terug naar Vught en bij het hotel raakte de ketting van z'n fiets los. Ik heb me altijd afgevraagd of dat een trucje was. Kunnen jongens dat zelf doen, tijdens het fietsen hun ketting losmaken?'

  Het leek niet werkelijk een vraag te zijn, ze staarde naar het verkeer en leek vooral tegen zichzelf te praten.
 
  'Wat een rot-EK', vervolgde ze. 'Die laatste wedstrijd tegen Portugal leek ook nergens op. Toen Van der Wiel op zijn gat viel, heb ik de tv uitgezet. En vertel me nu maar eens wat er in die tas zit.'

  'Mijn lunch', riep ik. Ik sprong overeind en zwaaide de zak wat in het rond. 'Deze plastic tas bevat heerlijke zelfgesmeerde boterhammetjes. En nu maak ik nog even een ommetje door de stad.'
 
  Als een verslagen man stak ik het Heetmanplein weer over richting Vughterstraat. 

vrijdag 23 februari 2018

De buurvrouw - deel 3

RGB Free, by mzacha
Nieuwste van de wetenschap

Twee dagen nadat ik met gevaar voor eigen leven bij mijn gehandicapte buurvrouw op visite was geweest, kon ik er alweer om lachen.

  'Ze was eigenlijk heel aardig', verzekerde ik het meisje tegenover me. 'Ik had me zorgen gemaakt om niets.'

  Het meisje tegenover me heette Elisabeth, ze had een paar maanden eerder met haar rolkoffer op het centraal station over mijn voeten gereden terwijl ik bij de HEMA stond te wachten op een broodje warme worst met mosterd. We hadden nummers uitgewisseld, zo nu en dan ge-appt, en toen ze vertelde dat ze voor haar werk weer in Den Bosch moest zijn, hadden we afgesproken wat te drinken in café de Boulevard.

   'Zo zie je maar', zei Elisabeth. 'Je kan mensen nooit op hun uiterlijk beoordelen. Weet je toevallig ook hoe gehandicapt ze precies is? En of ze last heeft van spasmen?'

  Elisabeth klokte geroutineerd de ene witte wijn na de andere achterover. Voor iemand die mensen niet op hun uiterlijk wenste te beoordelen, zat ze zelf behoorlijk strak in het mantelpak.

  'Geen idee', zei ik. 'Maar volgens mij is ze behoorlijk gehandicapt.'

  Elisabeth dook onder ons tafeltje haar rolkoffer in. Een halve minuut zag ik alleen maar haar geblondeerde kruin driftig heen en weer bewegen, toen kwam ze met een triomfantelijke blik weer boven. 

  'Floxotimine', riep ze. Het was zo'n moment in een café waarin een muzieknummer net is afgelopen en alle gesprekken toevallig juist stilgevallen zijn, zodat het halve café zijn hoofd onwillekeurig naar Elisabeth draaide die een blauwe doos in de lucht hield alsof ze de zegen over het café uit ging spreken.

  'Spuiten', vervolgde Elisabeth wat zachter, terwijl ze het doosje tussen de lege glazen plaatste.

  'Het nieuwste van de wetenschap. Mensen met een beschadigd ruggenmerg hebben vaak last van onwillekeurige spiertrekkingen. Vaak verergeren de spasmen met de jaren, waardoor de pijn, het ongemak en de problemen met bewegen en staan toenemen. Floxotimine is een gemodificeerd botuline toxine. Een kleine injectie in de aangedane spier verlicht onmiddellijk de symptomen.'

  Gedurende haar toespraak had ze haar ogen geen moment van de mijne losgemaakt, het leek alsof ze licht was gaan geven, de rest van het café verdween in een vage duisternis en ik herinnerde me ineens weer waarom ze bij de HEMA zoveel indruk op me had gemaakt.

  'Dat klinkt goed', mompelde ik. 'Maar ik kan zo'n spuit toch niet zomaar aan mijn buurvrouw geven? Moet een arts dat niet voorschrijven?'

  'Het is echt heel goed spul', verzekerde Elisabeth me. 'Ik ga hier al een jaar de ziekenhuizen mee af. Vanochtend heb ik nog vier dozen in het Jeroen Bosch Ziekenhuis weggezet. Iedereen is dolenthousiast. Je buurvrouw kan beginnen met een klein spuitje in de aangedane spier. Het zou me ontzettend helpen als ze floxotimine ging gebruiken. Een real-life casus zou onze marketingcampagne echt een boost geven.'

  Ze glimlachte naar me zoals ze de hele avond nog niet naar me geglimlacht had en stopte de doos met spuiten in een plastic zakje met het logo van een farmaceutisch bedrijf.

  'Ik geloof in je', zei ze, terwijl ze de zak over tafel naar me toe schoof. 

donderdag 22 februari 2018

De buurvrouw - deel 2

RGB Free, by jazza
Huntelaar kun je om een boodschap sturen

'Van Persie speelt', was het eerste dat ze zei, waarna ze in haar gangetje met haar rolstoel een vloeiende halve cirkel maakte. Behoedzaam stapte ik achter haar aan de woning in. Ik sloot de deur achter me en even stonden we in volledige duisternis, toen opende ze de deur naar haar woonkamer en sloeg het zonlicht me weer tegemoet.
  Ik had me ingesteld op een soort Hobbit-woninkje, maar haar woonkamer zag er precies zo uit als de mijne, alleen dan in spiegelbeeld.
 
  'Interessant', zei ik. 'Precies zoals bij mij.'
 
  Ik liep naar haar kamertje aan de straatkant waarvan de deur op een kier stond, ik wilde hem alleen maar even openduwen om te kijken of ze inderdaad evenveel ruimte had als ik, maar ze schoof snel haar rolstoel tussen mij en de deur en vroeg wat ik wilde drinken.

  'Doe maar een biertje', zei ik.
  'Natuurlijk', zei ze. 'Pak zelf maar uit de koelkast.'
 
  Het enige opvallende in de kamer waren twee grote verticale palen met daaraan een horizontale lus bevestigd. Ze deden me denken aan oude tekenfilms over Batman, die suisde altijd langs zo'n paal zijn geheime ondergrondse grot in. Ik liep om een van de palen heen en bukte me om een biertje uit de koelkast te pakken, tegelijkertijd hoorde ik hoe ze de deur naar het straatkamertje in het slot gooide en een sleutel omdraaide.
 
  Ze rolde verrassend snel naar me toe, rommelde met bakjes terwijl ik terug liep en onderuit zakte in een roze fauteuil.
   Ze zette de kommetjes met chips op tafel en liet me zien waar de palen voor waren: aan de horizontale lus trok ze zichzelf omhoog, waarna ze zich half om de paal heen draaide zodat ze op een stoel neer kon ploffen.
  In het zachte zomerlicht zag ze er een stuk kwetsbaarder uit dan in de donkere gang. Nu ik me in haar woning bevond schaamde ik me al een beetje voor al die keren dat ik haar bewust uit de weg was gegaan.

  Het kwam door die kerel van de woningstichting, hield ik mezelf voor, anders was ik deze vrouw nooit zo bewust gaan vermijden. Wanneer je een verhaal uit tweede hand hoort ga je het zelf invullen met beelden en details die veel akeliger zijn dan de indrukken die je opdoet met je eigen ogen.
  Ik schatte haar op een jaar of veertig, maar het kon ook vijftig of dertig zijn. Ze had iets diffuus, alsof ze een beetje was uitgegumd.
  De donkere spinnenogen leken in het zonlicht meer op kwetsbare vissenogen, de ogen van een vermoeide goudvis die de hele dag rondjes draait in een verder verlaten bol.
  Ze zat weer zenuwachtig met haar handen te friemelen, haar ogen schoten van het tv-scherm naar mij en weer terug. Op het scherm rolden de opstellingen voorbij, de buurvrouw snoof geringschattend toen de naam van Van Persie viel.
  'Duitsers', mompelde ze. 'Het blijven toch Moffen. Ook daarom heb liever Huntelaar in de spits. Huntelaar maakt oorlog in de zestien meter.'

  'Zeker', beaamde ik. 'Die Huntelaar kun je om een boodschap sturen.'

   De wedstrijd ontaarde in een deceptie. Duitsland scoorde twee keer en pas helemaal aan het einde scoorde Nederland één keer tegen via Van Persie.
 
  De buurvrouw staarde al enige tijd naar het televisietoestel alsof er zojuist live beelden binnen waren gekomen van een nieuwe watersnoodramp en heel Zeeland deze keer verzopen was.
 
 'Hoe kan dat nou?', vroeg ze. 'Hoe kun je nou zulke goede voetballers bij elkaar hebben die samen zo slecht presteren?'
 
  Ze was na de eerste Duitse goal meteen driftig naar de keuken gerold, waar ze een fles whiskey uit haar gootsteenkastje had getoverd.

  'Die coach. Met zijn grijze haar. Die heeft toch geen overwicht. Wat een koekenbakker.
  'Ja', zei ik. 'Hij maakt geen sterke indruk.'
 
  Ze keek me aan met ogen die nog steeds niet leken te bevatten welke tragedie zich zojuist had afgespeeld. Moeizaam tilde ze zich aan haar paal omhoog. De rolstoel lag eigenlijk net iets te ver weg om er soepel in te glijden. Toch liet ze zich vallen, ze kwam half met haar achterwerk op de leuning terecht en frommelde zich in het zitvlak.
 
 'Ik zit vaak aan het water', zei ze, terwijl ze voor me uit rolde. Ze wees richting het einde van de straat.
  'Aan het Heetmanplein. Kom een keertje langs. Kunnen we verder praten over voetbal.'
 
  Met die woorden liet ze me op de donkere gang weer alleen, ze gooide de deur achter me dicht, de echo stuiterde nog steeds tussen de muren toen ik mijn eigen voordeur opende en het voelde alsof ik aan een vreselijk gevaar was ontsnapt.