zondag 22 juli 2018

Dogma

Minister Stef Blok verkondigt dat de multiculturele samenleving gedoemd is te mislukken, wat Eva Jinek vergelijkt met het 'laten ontploffen van een kernbom'.

  Wat alle ophef rond Blok vooral laat zien, is dat de Linkse Kerk nog springlevend is. Een aardige samenvatting van geloofsartikel 1 uit deze kerk ('de multiculturele samenleving leidt ons naar het paradijs'), werd onlangs op Twitter gegeven door de rector van de Universiteit Maastricht:


 Honderd jaar geleden reisden we af naar Indonesië om te controleren of de mensjes zich daar wel netjes aan de christelijke levenswijze hielden. Nu reizen we af naar Indonesië om te controleren of alle verschillende culturen en religies daar wel netjes met elkaar samenleven en om ons te sterken in het idee dat het multiculturele paradijs net om de hoek op ons ligt te wachten.
  En we stoppen onze vingers in onze oren als een duiveltje als Stef Blok ons van het rechte pad af probeert te brengen. 

  Laten we eerlijk zijn: het multiculturele paradijs ligt niet om de hoek op ons te wachten en de enorm vriendelijke bevolking van Java is waarschijnlijk slim genoeg om uit de Linkse Bijbel te citeren, zodra Rianne Letschert met haar goedgevulde portemonnee het vliegtuig uitstapt.
  Zodra ze het beeld weer uit wandelt, slaat die aardige Javaan de dichtstbijzijnde Balinees op zijn bek, vuile Balinese praatjesmaker dat het is.

zondag 15 juli 2018

Ouwe lul

RGB Free, by mzacha
Soms kan het interessant zijn boeken te herlezen: het boek is hetzelfde gebleven, terwijl je eigen blik veranderd is. Zo herlas ik laatst De Oesters van Nam Kee van Kees van Beijnum. Een jaar of vijftien geleden las ik het voor het eerst.

  Destijds herkende ik het nog niet als een matige remake van Turks Fruit, aangezien ik Turks Fruit nog niet gelezen had. Wel is het aardig dat een belangrijke locatie uit het boek zich bevindt op Keizersgracht 347, een pand waar ik inmiddels honderden keren met mijn laptopkoffertje langs ben gelopen.
  Maar wat bij herlezing vooral opvalt, is dat ik de hoofdpersonages vijftien jaar later allemaal een beetje achterlijk vind.

  Zo is er een meisje dat zich bij een foute vriend op die Keizersgracht 347 installeert, met als motivatie: 'Dan hoef ik niet elke avond met mijn moeder tv te kijken.'
  En er is een veelbelovende voetballer die zijn carrière bij Ajax in rook op ziet gaan en dan vervolgens, oh hel, bij de PTT moet gaan werken, wat reden genoeg is om onmiddellijk in een zuipende junk te veranderen.

  Met je moeder tv kijken, bij de PTT werken: voor de adolescenten in De Oesters van Nam Kee is het vanzelfsprekend meer dan genoeg reden om het bijltje er maar meteen helemaal bij neer te gooien.
  Ik geloof dat ik hier vijftien jaar geleden moeiteloos in mee ging, terwijl ik nu denk: je kunt ook op je kamer gaan zitten, als je geen tv wil kijken met je moeder.
  En van werken bij de PTT is nog nooit iemand doodgegaan.

zondag 24 juni 2018

Training

Mijn twee katten blijken verontrustend efficiënte moordmachines te zijn. Maandenlang komen ze elke avond met een onthoofde muis, een spartelende nachtvlinder of een bek vol veertjes aanzetten. Ik besluit dat dit zo niet langer door kan gaan.

  'Jullie zijn een gesel voor de lokale fauna', mompel ik tegen mijn huisdieren. 'De biodiversiteit heeft ernstig onder jullie moordlust te lijden.'

  Wekenlang bestraf ik ze als ze met een dood beest aan komen zetten. Ik geef ze een standje, ruim het dode beest op en leg er een boek voor in de plaats.

  'Vanaf nu jagen jullie alleen nog op literatuur', verklaar ik. 'Iets anders komt dit huis niet meer in.'

  De eerste paar nachten komen ze nog steeds met dode beesten aanzetten, maar dan blijft de deur op slot. Na een week heeft de slimste van de twee het eindelijk door. 's Ochtends ligt er een boek op de mat: Stromboli, van Saskia Noort.

  'Mijn God', roep ik. 'Dit is nog erger dan een dode muis. Wat zijn jullie voor katten?'

  Beschaamd druipen ze af, maar een paar dagen later is het dan eindelijk zover. Glunderend zitten ze bovenop een boek op me te wachten. Als ik eraan kom stappen ze er elegant vanaf, zodat ik de titel kan lezen: De Heilige Rita, van Tommy Wieringa.
  Het is geen Harry Mulisch, maar een kattensnoepje hebben ze wel verdiend. 

zondag 17 juni 2018

Gebabbel

We think we're writing something to amuse, but we're actually saying something we desperately need to share [...] Why can't we just hide it and shut up? Why do we have to blab? Why do human beings need to confess? Maybe, if you don't have that secret confession, you don't have a poem - don't even have a story.

- Ted Hughes


Een verhaal:

Elk jaar komen we bij elkaar om de Profcoach Cup uit te reiken. De Cup is voor de deelnemer aan onze voetbalpoule die gedurende het jaar in zijn fantasie-elftal de beste spelers heeft opgesteld. Vorig jaar kwamen we bij elkaar in café De Vingerhoed aan de Utrechtse Oudegracht. Dit jaar komen we bij elkaar in een Utrechts revalidatiecentrum.
  Een van de vaste deelnemers van onze poule is gedurende het seizoen in een rolstoel beland.
  We kijken naar de Champions League finale in de gemeenschappelijke ruimte van het revalidatiecentrum, waar we bier mogen drinken. We zijn met ons vaste groepje, aangevuld met enkele patiënten die er bij komen zitten.   
  We leveren commentaar op de wedstrijd, over rolstoelen wordt niet veel gesproken. In de ruimte ernaast zitten twee mensen met een migratie-achtergrond naar dezelfde wedstrijd te kijken, ook in het revalidatiecentrum valt nog wel wat te integreren.

  'We leren hier om niet in onze broek te schijten', verklaart een van de rolstoelbezitters. 'Dat is nog een hele opgave.'

  Af en toe komt er een zuster voorbij om in de gaten te houden dat we de boel niet afbreken. Ze lijkt het wel gezellig te vinden en hoeft geen enkele keer in te grijpen: we zijn netjes opgevoede Profcoach Cup-deelnemers.


Een gedicht:

Die omhaal van Gareth Bale bekeek ik
dus in een rolstoelcentrum waar jonge mannen leren
hoe ze bier moeten pakken zonder op te staan.

Dat het een moeizaam seizoen zou worden hing eigenlijk al in de lucht
sinds Nouri als een vis op het droge
op dat grasveld naar de hemel lag te happen.

Maar dat een jongen waar ik vorig seizoen
nog klinkers mee liet kletteren aan de Oudegracht,
me nu zittend, vastgeklonken, zou ontvangen: nee.

Meer dan die omhaal van Bale, werd het leven samengevat
door de keeper die in de finale
de bal praktisch zijn eigen doel ingooide.

Je denkt dat je weet waar je mee bezig bent
en om de hoek van de straat
staat het universum je keihard uit te lachen.

vrijdag 25 mei 2018

Afgeschreven

RGB Free, by AL71
De roman Onderwereld van Don DeLillo verscheen in 1997. In de roman zit een oude Amerikaan in een kelder vol honkbal memorabilia ergens in de jaren tachtig tegenover een jongere honkbalfan een bijzondere theorie over de Koude Oorlog te verkondigen:

'De Koude Oorlog is je vriend. Die heb je nodig wil je de baas blijven.'
 - De baas waarvan?
'Begrijp je dat niet? Begrijp je niet dat die hele oorlog erop gericht is jouw oppermachtige positie in de wereld te handhaven? Je ziet wat ze in Engeland hebben. Veertigduizend vrouwen die een luchtmachtbasis hebben omringd om tegen de bommen en raketten te protesteren. Sommigen zijn mannen met jurken aan. Er zitten ook boeddhisten bij die op trommels slaan.'

Even verderop legt hij het nog een keer uit, waarbij DeLillo twintig jaar voor dato de #metoo beweging voorspelt:

'En wanneer de Koude Oorlog zijn deuren sluit, dan kun je straks niet meer naar een vrouw op straat kijken en er zo'n hoe-heet-dat-ook-alweer fantasietje op nahouden zoals je dat vandaag de dag gewend bent.'
 - Erotisch. Maar ik zie het verband niet.
'Je ziet het verband niet? Weet je niet dat elk privilege in je leven en iedere gedachte in je hoofd afhankelijk is van het vermogen van de twee grote mogendheden een flinke dreiging boven de planeet te laten hangen?'
 - Dat is een ongelooflijke uitspraak.
'En weet je niet dat zodra die dreiging begint te verflauwen?'
 - Nou?
'Jij een door de geschiedenis afgeschreven figuur bent.'

Een scherp inzicht: zodra de dreiging uit de lucht is, komen de protesterende vrouwen en de trommelende boeddhisten tevoorschijn om je van het wereldtoneel te duwen. De ene vorm van strijd wordt altijd ingeruild voor de andere, de vraag is vooral wie er bepaalt wat voor soort strijd er gevoerd wordt, en wie zich daar het prettigst bij voelt.

maandag 14 mei 2018

Silence of the mice

De nacht schenkt de kat een natuurlijk
RGB Free, by intuitedlife
camouflagepak. Zachtjes verdwijnt ze langs de trap
poezelige voetjes dienen de jacht.

Ze weet wat ze doet: de geruisloze wacht
bij het lage gras waar het onverwachts
in het maanverlichte struikgewas, afgelopen kan zijn:
muizenvader ziet de snorharen niet.

Vijf minuten later: gestommel in de keuken, het hoofdje
staart naar de vuilnisbak, waar het leven uit het lijfje viel
staat met rode letter geschreven wat ik 's nachts pas hoor
Hannibal Lecter betreedt grijnzend
mijn droomdecor:

'Are the mice still screaming, Michiel?'

zondag 6 mei 2018

Oog

Foto: Wikipedia
Ik ben jarenlang een vrij belabberde romanlezer geweest. Het is een versie van de remmende voorsprong: ik dacht dat ik op hetzelfde tempo door Reve en Hermans kon jagen als door Arendsoog en de Schippers van de Kameleon, met als gevolg dat driekwart van de inhoud van romans totaal aan me voorbijging.

  Dit werd pijnlijk duidelijk tijdens het mondeling eindexamen Nederlands.

  Een van de boeken die ik op mijn lijst had gezet was Verborgen Gebreken van Renate Dorrestein. Ik zat in een lokaal van gang 500 tegenover mijn leraar Nederlands te zweten, want van zeker de helft van de boeken op mijn lijst had ik geen flauw benul meer wat erin stond. De letters waren gedurende het schooljaar zeker ooit aan me voorbijgevlogen, maar ingedaald was het allemaal nauwelijks.
  Van deze slordige gewoonte genas ik pas toen ik filosofie ging studeren: filosofische teksten zijn zo ondoorgrondelijk, dat je elke zin drie keer moet lezen voordat je er een beetje chocola van kan maken.
  Ook als de studie Wijsbegeerte je niet het antwoord op het wereldraadsel schenkt, slaat het in ieder geval de slordige lezer uit je systeem.

  Maar daar had ik natuurlijk nog niets aan, tijdens dat mondeling eindexamen in een lokaal aan gang 500.

  'Wat vond je van dat boekje van Dorrestein', vroeg de leraar.
  'Ik vond het typisch Dorrestein', antwoordde ik.
  Ik zette een blik op die moest uitstralen dat de leraar wel begreep wat ik daarmee bedoelde: typisch Dorrestein, daar hoefden belezen mannen als wij verder geen woorden meer aan vuil te maken.

  'Hoe bedoel je?', vroeg de leraar.

  Koortsachtig zocht ik mijn geheugen af naar een flard uit dat boekje van Dorrestein.

  'Dat oog', riep ik. 'Dat oog dat dan op de grond valt en weg stuitert. Dat is echt zo ontzettend Dorrestein.'

  De leraar keek me argwanend aan, maar besloot het er verder bij te laten zitten. Misschien had hij het boekje van Dorrestein zelf niet eens gelezen. Ik verliet het lokaal met een zeven, en wat  bijzonder tegen me pleitte, was dat ik me nog steeds niet bewust was van wat een belabberde lezer ik was.
  Daar bleek grover geschut voor nodig te zijn.