zaterdag 7 maart 2020

Darwinisme (5)

Foto: Wikipedia
Ik schuifel door een lege straat richting de supermarkt, mijn handen tot vuisten gebald. Maar wat heb je aan bokslessen, als de vijand te klein is om te raken?  
 
  Een deskundige journalist verklaarde in een kwaliteitskrant dat het virus vooral 'de verzwakten' oogst. Het woord 'oogsten' speelde daarna dagen door mijn hoofd, het deed me denken aan een opperwezen dat mensen weggraait alsof het dadels zijn, lekkernijtjes om in zijn muil te stoppen, botten vergruizelend tussen gulzige godenlippen.
  Naast de supermarkt staat een huis in aanbouw, in de steek gelaten door bouwvakkers die liever niet geoogst willen worden. Een geraamte van een huis is het, de ribbenkast van een prehistorisch dier, Jona in de wallevis. Ik bedwing de neiging om er beschutting te zoeken, ik moet brood en drinken kopen.
    De supermarkt is vrijwel leeg, mensen met mondkapjes knijpen argwanend in overrijp fruit. Op de terugweg besluit ik toch een kijkje te nemen in het halve huis. Ik loop het hele bouwwerk door en kom uit in een verwilderd tuintje. Er ligt een man onder een boom, hij lijkt te slapen maar begint te spreken zodra ik de tuin inloop.

  'Jullie wilden niet luisteren. Jullie zijn zelfingenomen en volgevreten. Eerst wilde ik niets zeggen en nu lig ik rustig te wachten. Alleen de sterksten zullen overleven en dan mogen jullie het nog een keer proberen.'

  Pas als de man is uitgesproken, zie ik dat hij drijfnat is en dat er grote slierten slijm om zijn middel verstrengeld zitten. Ik draai me om en ren naar huis, waar het uren duurt voordat ik de lucht van zee en vis van me afgeschud heb.

donderdag 20 februari 2020

Gelijk

RGB Free, by mzacha
Voetbaltrainer Ron Jans is opgestapt als trainer van de Amerikaanse voetbalclub FC Cincinnati. Er schijnt een 'racistisch incident' geweest te zijn, waarbij de 61-jarige Zwollenaar het woord 'nigger' uitsprak terwijl hij meezong met een liedje dat in de kleedkamer gedraaid werd.
  Een 61-jarige Zwollenaar die verwijderd wordt omdat hij een liedje meezingt wat gewoon op de radio te horen is, dat lijkt me een aardig voorbeeld van 'cultuurmarxisme.'

  Er is een woord, wat door de goede groep mensen wel uitgesproken mag worden (in dit geval zwarten, in het originele marxisme waren het de arbeiders), maar door de slechterikken  (blanken, voorheen de bourgeoisie) niet.
  Als Ron Jans een legitieme zwarte man was geweest, was er niets aan de hand geweest. Assimilatie lijkt dus de sleutel en om Ron Jans een beetje op weg te helpen, om hem wat beter te maken, heb ik een klein rapliedje voor hem gemaakt, voor in de volgende kleedkamer:

De Ron Jans rap

Ik ben Ron Jans en ik ben geen racist
Ik deug als een malle als je dat nog niet wist
Ik gaf zelfs les op een middelbare school
Het is laster, larie en apekool

Ok ik had op mijn taal moeten letten
Maar dan moet je geen liedje opzetten
Ik zong gewoon heel precies mee
net als de jongens op de tv

Ik had ooit een droom: in Amerika slagen
Maar vergat even de deugers te behagen
In elke film wordt dat woordje gezegd
Maar ik zeg het even en moet meteen weg

Haal het woord dan ook van de buis
Verbied het voor iedere man
Nu ben jij wat gelijker dan mij
En daar komt meestal ellende van.

maandag 20 januari 2020

Even met je kop schudden

RGB Free, by Lusi
Het boekje Schaduwkind van P.F. Thomése heb ik lang weten te ontwijken. Ik ben een fan van Thomése, maar niet van dode kinderen. Ook hou ik niet van boeken over dode kinderen, dode  echtgenoten, dode vrouwen of dode huisdieren.

  Het boekje heeft echter geduldig zijn kans afgewacht en me uiteindelijk toch besprongen, vanuit de boekenkast in een half leeg geruimd huis, als een drenkeling die zich aan een voorbijdrijvende plank vastgrijpt.
  Thomése verloor zijn dochtertje toen het een paar weken oud was en heeft met Schaduwkind een kleine honderd pagina's aan korte stukjes over zijn rouw geschreven, wat vrij inzichtelijke stukjes zijn over rouw in het algemeen en over de manier waarop mensen daarmee omgaan.
  Scherp is bijvoorbeeld de observatie dat mensen die er wat verder van afstaan, het drama zo snel mogelijk af willen sluiten:

  Overal worden er deuren van troost zachtjes achter me dichtgetrokken: cynische deuren, ontroerende deuren, afstandelijke deuren, herkenbare deuren, berustende deuren, vergeetgrage deuren, ontkennende deuren, interessante deuren, voorzichtige deuren, superieure deuren, dooddoenersdeuren.

  Dit lijkt me een correcte observatie: de meesten mensen zijn gek op 'afsluiten', ergens 'overheen komen' en 'dingen een plekje geven'. Je zou dit typisch 'menselijk' kunnen noemen, ware het niet dat het juist typisch dierlijk is.

  De bel gaat: er komt een vreemde ons huis binnen. Mijn kat vliegt in doodsangst achter de verwarming, met grote ogen volgt ze het gevaar: een loodgieter met overgewicht. Tijdens zijn bezoek zit ze opgerold als een bolletje, klaar voor de ultieme vlucht of de aanval.
  Als de man is verdwenen, komt ze na tien minuten aarzelend weer tevoorschijn. Ze ruikt nog wat argwanend hier en daar, dan schudt ze even met haar kop. Een minuut later ligt ze heerlijk te slapen.
  Als ze diezelfde avond met een spartelende vlinder binnen komt rennen, pak ik die van haar af. Ik gooi de vlinder uit het raam. Ze staart een halve seconde naar het gat waar haar geliefde prooi in verdwenen is en rent dan weer naar buiten.
  Wat ze niet doet: de hele avond verbeten aan een opiniestuk werken waarin ze betoogt dat loodgieters een gesel voor de samenleving zijn. Ook schrijft ze geen droevige gedichten over heerlijke vlindertjes die totaal onnodig van haar worden afgepakt door wrede baasjes die haar behoeftes niet begrijpen.
  In een openbare brief aan Thomése schreef Arnon Grunberg over Schaduwkind:

  [...] bij herlezing van uw boek maakt ontroering plaats voor verbazing. Een kind verliezen is erg, maar is het zo erg?

  Grunberg vindt dat Thomése een beetje overdrijft. Maar Grunberg lijkt me dan ook een man die beter in staat is om even met zijn kop te schudden. Dat is trouwens iets wat je al af kan leiden aan drie willekeurige regels van Grunberg, terwijl drie regels Thomése genoeg zijn om te weten dat die vlieger voor hem niet opgaat.
  De biografie van beide schrijvers enigszins kennende zou ik zeggen dat dit waarschijnlijk komt doordat Grunberg zijn halve jeugd door loodgieters is achtervolgd, terwijl er nergens een verwarming was om achter te schuilen. Maar dat is dan weer typisch menselijk gepsychologiseer.

vrijdag 3 januari 2020

IM: 2019

RGB Free, by Lajla
Geen cup
Geen kut
Geen beker
Geen ruk

Geen stem
Geen Face
Geen Brexit
Geen May

Geen tram
Geen hert
Geen zwart
Geen Piet

Geen fuck
Geen kloot
En Deelder
Is dood

vrijdag 13 december 2019

De regenkoningin

RGB Free, by photonut
James Worthy heeft al eens een column geschreven over jarentachtigmuziek waar ik verder niet zoveel aan toe te voegen heb, een citaat:

Maar jarentachtigmuziek is alles wat een mens nodig heeft. Alles wat ik nodig heb, als ik iets nodig heb.

Vaak wordt jarentachtigmuziek weggezet als kitsch, wat het misschien ook wel is, maar wat is er mis met goedgemaakte kitsch? Een tijdlang ben ik er vrij zeker van geweest dat de teksten van Roxette bijvoorbeeld briljant waren en van een diepe waarheid over het leven getuigden:

There's a time for the good in life,
a time to kill the pain in life,
dream about the sun you queen of rain


Vooral die laatste zin raakte me als een soort openbaring, en dan die typische vette jarentachtigproductie eronder en de stem van Marie Frederikson, daar was je als jongetje gewoon weerloos tegen.
  Soms zet ik het nog wel eens op, even wat video's op YouTube kijken, en het ontroert me nog steeds, hoewel het lastig vast te stellen is wat er dan precies ontroert: de muziek zelf, of de herinneringen aan cassettebandjes, allang verlaten jongenskamers, met je vriendjes naar school fietsen en tijdens het eerste uur wiskunde in de kantlijn een songtekst krabbelen over de onlangs overleden Queen of Rain:

May you find the sun that you deserve


donderdag 28 november 2019

Darwinisme (4)

RGB Free, by vierdrie
Het boze meisje verdween van de tv, zo rond de tijd dat het weer omsloeg en het eindelijk begon te regenen, wekenlang zelfs, alsof het kind de opwarming niet alleen beklaagde, maar er ook organisch mee verbonden was. Gelukkig liet ze geen existentiële leegte achter, daar zorgt de samenleving wel voor en zo niet, dan kloppen de media ergens wel een relletje uit.
  Het boze meisje werd naadloos vervangen door boze boeren, de contramelodie in het klimaat-lamento, op tractoren kropen ze de snelwegen op, koppige rood-groene torren die in processie richting provinciehuizen rolden. In Groningen beukten ze een deur open, waar het hele land ook weer een paar dagen zoet mee was.

  Geïnspireerd door de daadkracht van de boze boeren, besloot ik dat het moment aangebroken was om op een vechtsport te gaan. Een man moet zichzelf kunnen verdedigen en bij gebrek aan een glanzende tractor, moeten zijn vuisten zich transformeren tot symbolen van onverzettelijkheid.

  'Je bent welkom voor een introductieles', stond er in de mail van de lokale vechtclub. 'Doe makkelijke kleding aan en neem een flesje drinken mee.'

   Ik maakte mijn fiets vast aan een lantaarnpaal, om me heen schuifelden donkere figuren met sporttassen. Toen ik klaar was met mijn fiets waren die allemaal alweer verdwenen, opgelost in de regen, maar ik had gezien waar ze heen gingen en bereikte een kale deur in een soort loods, ik duwde de deur open, het voelde alsof ik midden in een executie binnen het criminele circuit terecht zou komen, misschien had ik iemand even moeten vertellen waar ik heen ging, maar daar was het nu helaas wat laat voor.
  Ik stapte een helder verlichtte ruimte binnen en het eerste wat ik hoorde was het gejoel van kinderen, een stuk of twintig holde er door elkaar heen, op de banken aan de zijkant zaten verveelde ouders, een gespierde man in trainingspak, type zachtmoedige kooivechter, probeerde het zooitje wat in het gareel te houden.
    Aan de overkant verdween een volwassen man achter een deur, waarschijnlijk de kleedruimte, inderdaad zaten hier een stuk of tien oude mannen in een hok van twee bij twee meter.

  'Het lijkt wel een plaag', mompelde een man van een jaar of zestig. Het was niet duidelijk wat er precies een plaag was geworden. Hij had een band om zijn hoofd en zijn handen waren ingetaped.
  Ook de andere mannen zagen er vrij strijdvaardig uit, toch maakten ze niet echt een gevaarlijke indruk, eerder een kwetsbare indruk, de onbeholpenheid van het menselijk lichaam vooral benadrukt.
 
  'Als je aanvaller wat verder van je weg staat, kun je het beste zo snel mogelijk opstaan en wegrennen', onderwees de trainer een half uurtje later.
 
  Toch werd het natuurlijk wel een beetje knokken, links, rechts, hoog, laag, knie, elleboog, vuist, samen met het uitgestorven kindergejoel en de indringende geur van het gymlokaal drong zich onvermijdelijk het hoofd, schouders, knieën, teen van de kleuterschool op, waar het er trouwens veel competitiever aan toeging, keiharde schoolpleingevechten om het schaarse speelgoed, facties die gedurende het speelkwartier ontstonden en weer uit elkaar vielen, euforische overwinningen en bittere nederlagen, hoeveel mensen stonden hier hun jeugdtrauma's te verwerken, wie wilde met een gerichte hoekstoot alsnog het glanzende stepje bemachtigen dat steeds weer naar het stoerste jongetje van de klas ging?

  'Probeer je te focussen', zei mijn sparringpartner. 'Schop me maar in mijn kruis, ik draag een toque.'
 
  Het voelde toch een beetje als regressie allemaal en terwijl ik een onbekende man in zijn kruis schopte herinnerde ik me ineens hoe die schoolpleingevechten al snel verbale gevechten waren geworden, hoe een grap het stoerste jongetje van de klas kon ontwapenen, de kracht van de lach en de goed getimede spot, scherp als een zwaard, woorden met weerhaakjes die weken konden dooretteren.
  Terug in de regen verdwenen de sporttassen weer in het donker, machteloze vuisten in een wereld die geregeerd wordt door politici met geheugenverlies, spinnende marketingmaestro's en gesponsorde Facebook-content.

zaterdag 2 november 2019

Dicky

RGB Free, by tabaluga13
Jaap Stam is opgestapt als trainer van Feyenoord, een actie waar de verantwoordelijke beleidsbepalers van de Rotterdamse stadionclub nog steeds een beetje verbijsterd over zijn.

  'Jaap Stam is een echte kerel', verklaarden ze beteuterd op de persconferentie. 'Hij slaat 's ochtends voordat hij naar de training komt vier koude eieren op zijn voorhoofd kapot, die hij naar binnen giet met koffie die getrokken is uit bonen die hij zelf tussen zijn grote mannenklauwen heeft verbrijzeld. Hij heeft dus alles van een echte Feyenoord-trainer, we snappen niet hoe dit mis is gegaan.'

  Nu Stam op zijn blote voeten in twee uur terug naar Zwolle is gerend, is de weg vrij gekomen voor Dick Advocaat. Ik voorspel dat Feyenoord binnen zeven wedstrijden weer netjes derde staat, ik heb namelijk wat ervaring met Dick Advocaat.
  Een paar jaar geleden zat ik vast met een tekst en verzuchtte ik: 'Was er maar iemand om mij even te helpen.'

  Drie seconden later ging de bel. Ik deed open en zag tot mijn verbazing Dick Advocaat in mijn portiek staan. Hij leunde op een klein parapluutje, achter zijn rug haalde Petrovic met een trapje een kat uit een boom.

  'We waren toevallig in de buurt', glimlachte Advocaat. 'Laten we maar meteen beginnen.'

  Hij stoof de trap op, toen ik in mijn werkkamer kwam zat hij al op de hoek van mijn bureau.

  'We moeten terug naar de basis', verklaarde Advocaat, die enthousiast met zijn beentjes boven mijn vloer bungelde. 'Gewoon de woorden in de goeie volgorde zetten en op het einde van de zin een punt.'

  Aarzelend begon ik te tikken, ik voelde Dick Advocaat meekijken.

  'Heel goed', brulde hij ineens in mijn oor. 'En nu doorpakken.'

  Hij sprong van mijn bureau en begon met geheven vuistjes door de kamer te rennen.

  'Rotzak', brulde hij ondertussen door het open raam naar een parkeerwachter. 'Die wagen staat daar prima. Zeljko, attack!'

  Nu pas drong tot me door dat Zeljko Petrovic al vijf minuten in mijn keuken aan het rommelen was, waar hij naar later bleek alle sauzen alfabetisch gerangschikt had en mijn wasmachine had ontkalkt.

  Terwijl door het open raam de ontzette kreten van een parkeerwacht dwarrelden, merkte ik tot mijn verbazing dat de zinnen ineens een stuk vloeiender uit mijn pen rolden. Ik draaide me naar Dick Advocaat om mijn dank uit te spreken, om te ontdekken dat ik weer helemaal alleen was. Ik rende naar het raam: ook Petrovic was verdwenen, net als de bon achter de autoruit en de onthutste parkeerwachter.
  De hele straat was nu een oase van rust, zelfs de kat die de hele ochtend in een boom had zitten miauwen lag met tevreden oogjes naar de zon te knipperen.