zondag 1 oktober 2023

Partijcongres

RGB Free, by Nazreth
Het congres van de Partij voor de Dieren was in de Brabanthallen. Toen ik over de Oude Engelenseweg reed merkte ik al dat het een speciale dag ging worden. Een uiltje streek neer op het stuur van mijn scooter en keek me nieuwsgierig aan. Hij bleef rustig zitten terwijl ik de parkeerplaats opdraaide. Ik maakte mijn scooter met een hangslot aan een hek vast, achter mij hoorde ik iemand steeds wanhopiger roepen. 
  ‘Oehoe,’ riep een man. ‘Oehoe, waar ben je?’
  Het uiltje ging snel ondersteboven aan mijn stuur hangen, maar de man had hem al in de smiezen gekregen.
  ‘Hij wordt wat balorig als we de deur uitgaan,’ verontschuldigde de man zich en hij stopte het uiltje onder zijn hoed.
  Tijdens het ochtendprogramma werd een nieuw bestuur geïnstalleerd en werd er over moties gestemd. Een groep poezen uit Almere was erg kritisch over deze moties, ze renden steeds naar de interruptiemicrofoon, waar ze met z’n vieren op elkaars schouders gingen staan en de bovenste poes heel bedenkelijk ‘miauw’ zei. 
   Echt spannend werd het toen Esther Ouwehand tot lijsttrekker werd verkozen en daarna meteen verklaarde dat ze zich tijdelijk terugtrok. Op de achterste rij trompetterde een olifant zijn ongenoegen. Ouwehand ging er als een haas vandoor en tot de late uurtjes huilden de wolven op het dak van de Brabanthallen naar de maan. 

donderdag 28 september 2023

Personage

RGB Free, by coscurro
Tijdens Open Monumentendag fietsten we door de Brabantse weilanden. Op een pittoresk landweggetje werden we gepasseerd door een tractor met aanhangwagen. In de bak van de aanhangwagen lag een man in een overall uitgestrekt van de zon te genieten. Hij had een strooitje in zijn mond en tikte even tegen zijn pet toen we langskwamen.
  Ik vroeg me af of het een door de Monumentenstichting ingehuurde figurant was, hij leek net een beetje teveel op een personage uit de Schippers van de Kameleon om echt te zijn. 
  We fietsten een erf op waar zich een authentieke negentiende-eeuwse boerderij moest bevinden. Terwijl we een stoffig zandpad afsjouwden, dacht ik aan het vorige monument. Daar stond een jongetje met verschillende takjes van bomen en struiken en een potje water met beesten erin.
  Eén van die beesten herkende ik als een geelgerande watertor, een beestje dat vaak figureerde in de biologieboeken die ik verslond toen ik ongeveer even oud als het jongetje was.
  'Is dat een geelgerande watertor,' vroeg ik aan het jochie.
  Zijn ogen lichtten op, eindelijk was er iemand langsgekomen met verstand van zaken.
  
  'Dit gebouw stond eerst honderden meters verder, in het dorp,' vertelde een mevrouw bij de volgende negentiende-eeuwse boerderij. 
  'We hebben hem helemaal integraal over laten zetten naar ons erf. Dat heeft nog heel wat moeite gekost. We moesten zo veel papierwerk regelen.'
  'De overheid!' schreeuwde een man die achter ons aan het zandpad was opgeploeterd. 
  'De overheid werkt de burger alleen maar tegen! Daar leven ze van. Ze verzinnen regels om zichzelf aan het werk te houden. Je kan niet eens een boerderij verplaatsen zonder dat ze daar zeven jaar over moeten vergaderen! De overheid...'
  Terwijl we het pad alweer half af waren gelopen, hoorden we achter ons de man in de verplaatste negentiende-eeuwse boerderij nog steeds over de overheid tieren. Ik dacht weer aan de jongen met zijn geelgerande watertor en de man die lui achterin een aanhangwagen had gelegen. Leef je leven alsof je een personage in een streekroman bent, dat leek zo'n beetje de moraal van deze Open Monumentendag te zijn.  

zondag 30 juli 2023

Ontluistering

Foto: Airam Dato-on
Michel Houellebecq schrijft romans over mensen die ontheemd door het geïndividualiseerde, geglobaliseerde en dood-gemanagede Westen van de post-sixties dwalen.  Zijn mannelijke hoofdpersonen hebben geen idealen, geen zingeving, proberen overeind te blijven door in hun emotionele woestijn van sensatie naar sensatie te springen, van seks naar een lekkere maaltijd, van drank naar een sigaret.
  In Serotonine (2019) is een van de grootste dagelijkse problemen waar de verteller mee worstelt bijvoorbeeld het vinden van een hotel waar nog gerookt mag worden:

... ik had me nog niet de guerilleroachtige bedrevenheid eigen gemaakt waardoor rookdetectors me later geen ontzag meer inboezemden: als het kapje eenmaal van het apparaat is geschroefd, volstaan twee stevige knijpbewegingen met de zijsnijtang om het elektrische circuit van het alarm uit te schakelen en geen haan die ernaar kraait. 

Ergens halverwege de roman heeft Houellebecq het perfecte beeld te pakken van de verdwaasde moderne westerling, die geen idee meer heeft in wat voor wereld hij terecht is gekomen. Het beeld komt uit een van de meest walgelijke uitvindingen van hetzelfde Westen, de intensieve bio-industrie:

... in de vanuit de hoogte met sterke halogeenlampen verlichte loodsen probeerden duizenden kippen te overleven, dicht op elkaar gepakt, er waren geen hokken, het was een 'scharrelpluimveehouderij', ze waren kaal en uitgemergeld, hun opperhuid was geïrriteerd en wemelde van de bloedluizen, ze leefden temidden van de rottende kadavers van hun soortgenoten en vulden elke seconde van hun korte bestaan - maximaal een jaar- kakelend van doodsangst. [...] het was het eerste wat je opviel, dat onophoudelijke gekakel die permanente blik van paniek waarmee ze je aankeken, die blik van paniek en onbegrip, ze vroegen niet om medelijden dat zouden ze niet hebben gekund maar ze begrepen het niet, ze begrepen de omstandigheden waaronder ze moesten leven niet.

Met name die laatste zin is ook van toepassing op de personages die Houellebecqs romans bevolken. Ze weten dat ze na school een carrière na moeten streven, dat ze in bloedeloze gebouwen zinloze vergaderingen bij moeten wonen, dat ze zichzelf als een project moeten beschouwen, maar het werkt niet, er ontbreekt iets, een natuurlijke omgeving, een inbedding in een traditionele cultuur, wat leidt tot eindeloze paniek en steeds moedelozer gekakel.
  Maar die uitgemergelde kippen zijn natuurlijk niet alleen maar een beeld van iets anders, ze zijn ook gewoon een beeld van zichzelf. Het is iets wat bestaat, vlak onder onze neus en waar niemand een moer om geeft.
   Dat is uiteindelijk nog wel het meest ontluisterende in een boek dat aan ontluistering geen gebrek heeft. 

zaterdag 10 juni 2023

Ontsnapping

pixels, Matthias Zomer
Het was druk bij de afdeling Oogheelkunde. Omdat de bankjes in het midden van de wachtruimte vol waren, ging ik zitten aan een tafeltje dat aan de zijkant in een soort nis lag. De deur van de behandelkamer naast mijn tafeltje ging open, er schuifelde een oude mevrouw met een rollator naar buiten. 
  'Over een kwartier roep ik u weer,' schreeuwde een meisje in een witte jas. 'U kunt hier even wachten.'
  Zodra het meisje weer in de behandelkamer was verdwenen, zette de mevrouw met de rollator het op een lopen. 
  Ze had haar ontsnapping echter slecht getimed, toen ze halverwege de gang was ging de deur alweer open en kwam het meisje weer naar buiten. Misschien had ze al onraad geroken, ze rende langs me heen en kwam een minuut later met de mevrouw terug.
  
  'Hier even wachten,' schreeuwde ze nogmaals in haar oor. 'U bent nog niet klaar.'
  
  De hele wachtruimte had de ontsnappingspoging met interesse gevolgd. Alles was ineens een stuk interessanter geworden: we hadden nu een missie. Deze dame ging niet nog een keer ontsnappen. De mevrouw leek zelf ook in de gaten te hebben dat ze onder surveillance stond, vijf minuten lang zat ze boven op haar rollator sereen voor zich uit te staren.
  Ik had juist mijn schaak-app geopend, toen er gemurmel van de bankjes opsteeg. Afwezig hief ik mijn hoofd op, als in een waas kwam de mevrouw weer langs stiefelen. Even overwoog ik om me als een American Footballspeler voor haar rollator te werpen. Dit zou me misschien wel een staande ovatie van de anderen wachtenden opleveren, vol trots zouden we onze prooi aan het meisje in de witte jas overhandigen. 
  In plaats daarvan schoof ik een pion van E2 naar E4, ik was ontmaskerd als een beroerde bejaardenvanger. 

zondag 4 juni 2023

De juiste richting

rgbstock, rkirbycom
Op de bruiloft van mijn broer sprak ik met mijn oom over psychoanalyse. Een lange loopbaan als psycholoog had hem geleerd dat er aan de meeste mensen niet zo heel veel te veranderen is. 
  ‘Bij de behandeling moet je er vooral zijn voor de ander. Op die manier kun je ook het lijden verlichten. En soms kun je een klein duwtje in de juiste richting geven.’
  
  Achter ons stond de bruid met haar vriendinnen op housemuziek te hossen, de eerste polonaises werden ingezet. Het was nog warm en licht in de bossen van Oisterwijk. Omdat niet ver bij ons vandaan een brand was uitgebroken rolden brandweermannen alvast wat slangen om het hotel-restaurant uit. 
  De brand bereikte ons niet, de polonaise kon rustig doorgaan. 
  Het lijden verlichten en af en toe een duwtje in de juiste richting, dat lijkt me ook een uitstekend richtsnoer voor een succesvol huwelijk. 

donderdag 4 mei 2023

Monument

Pixabay
Reeburgpark in herfstzon
Waar net de dagelijkse strijd begon
Tussen vriendjes uit de vierde klas
'Ik weet zeker dat het een doelpunt was!'

Zeven jochies vliegen heen en weer
Om de bal tussen de jassen te jassen
Dan vliegt hij tegen een zwarte steen
Aan de rand van het verhitte strijdtoneel.
 
Net op school nog spelling gedaan
Trekken de ge-etste letters hen aan
‘Ster-ker’ spelt er één gespannen.
‘Dan de dood’ vult de ander aan.
 
'Dat gaat over de oorlog,' weet de slimste
'Dat je niet moet moorden,' fluistert de zachtste 
'Maar wij hebben gewonnen,' roept de felste
'Laten we maar spelen,' besluit de wijste.
 
De bal rolt door, de steen blijft staan
Als monument voor wat gebeurt
Als spel in ernst overgaat.

Studietijd

Foto: Susanne Marx
In de voortuin zat een jonge merel tussen de hortensia's. Zo'n bruin bolletje dat nog niet kan vliegen en door zijn ouders gevoed moet worden. Die ouders zaten veilig in een nestje, hoog in een boom bij de buurman. Met gevaar voor eigen leven zeilden ze steeds naar beneden om hun nageslacht een worm in de bek te duwen.
  
  Na een paar dagen zat het bolletje bovenin de rododendron: hij was op kamers gegaan. Iets veiliger voor katten, maar echt vliegen wilde nog niet lukken. Weer een paar dagen later was hij nergens meer te bekennen. Ook het nest in de boom van de buurman was verlaten. De rode terror-kater kwam vanaf het einde van de straat aanwandelen. 
  'Weet jij hier meer van?' vroeg ik aan het beest. Hij staarde naar de rododendron, ik meende teleurstelling in zijn groene ogen te lezen. Mismoedig sjokte hij door naar de volgende voortuin, er was vast nog wel ergens een gesjeesde student te vinden.