donderdag 11 augustus 2016

Yuri

RGB Free, by mzacha
Er is veel onduidelijk over wat Yuri van Gelder precies gedaan heeft in de nacht van zaterdag op zondag 7 augustus. Er zijn wel vaker sporters een nachtje uit dat olympisch dorp weggebleven, zonder dat dit enige consequenties had. Ook staat er in het contract tussen sporter en NOC*NSF niets specifieks over drankgebruik.

  Dit weerhoudt mensen die zelf nog niet vijf seconden aan de dakgoot zouden kunnen hangen als hun leven ervan afhing echter niet om meteen bestraffend met het vingertje te zwaaien en 'regels zijn regels' te blèren.
  Ga zelf eens een rondje rond je vijver joggen zonder halverwege hijgend in elkaar te zakken, denk ik dan, in plaats vanachter je dikke flatscreen met een Heineken in je hand een topsporter de maat te nemen, zonder dat je enige achtergronden kent. Gelukkig heb ik een bron in het olympisch dorp die me haarfijn kon vertellen wat er gebeurde toen Yuri van Gelder zondagochtend rond 06:00 in beschonken toestand naar binnen waggelde:

  - Hij dook de hotelkamer van de dressuurploeg in waar hij met blote borst bovenop de kledingkast begon te hinniken,

  - Hij kieperde een bak met honderd liter slootwater over Ranomi Kromowidjojo heen terwijl hij haar een 'kromme jojo' noemde,

 - Hij tilde Churandy Martina uit zijn bed, hief hem boven zijn hoofd en rende met Martina in zijn armen vier rondjes om de parkeerplaats, waarbij hij om Martina te sarren precies binnen de lijntjes bleef.

  Hierna drukte hij zich nog even tweehonderd keer op en viel hij achter een struik in slaap. Al deze dingen lijken mij geen enkele reden om de arme man te diskwalificeren. De boze vingertjezwaaiers hebben het steeds over 'volwassenheid', maar behandelen die sporters ondertussen als kinderen in een kleuterklasje die wel braaf naar de juffrouw moeten luisteren.
  Ik hoop van harte dat Yuri dat kort geding morgen wint en maandag alsnog de finale wint, met een vluchtelement waar hij twee opgestoken middelvingers in heeft verwerkt.

vrijdag 5 augustus 2016

Hokje

RGB Free, by TouTouke
In het prachtige boek Dylan - Disc by Disc worden de eerste 36 platen van Bob Dylan besproken door professoren, journalisten en muzikanten. Een leuk concept, de observaties doen je teruggrijpen naar lang niet beluisterde cd's om er met een nieuw oor naar te luisteren.
  Kevin Barents geeft colleges over Bob Dylan aan Boston University (er zijn mindere baantjes denkbaar) en zegt in het boek over Dylan:

  Dylan verandert niet om zich aan te passen aan zijn omgeving, maar om af te wijken van zijn omgeving.

  Een aardige observatie, je zou Dylan inderdaad de ultieme anti-kameleon kunnen noemen. Zet Dylan in een zwarte kamer, en binnen een paar seconden is hij spierwit geworden. Een mooi voorbeeld van die anti-kameleontische kwaliteiten van Dylan kwam ik tegen toen ik door Eat The Document klikte.

  Deze documentaire bevat beelden van de fameuze wereldtour van de Band en Dylan in 1965/1966. Dylan kreeg tijdens die tour van het woedende publiek te horen dat hij een Judas was omdat hij de akoestische gitaar had ingeruild voor elektrische herrie. In onderstaand filmpje is echter te zien dat de anti-kameleon weliswaar uit de folk-scene was ontsnapt, maar dat het rock & roll-wereldje hem ook alweer begon te benauwen.

  In een door drank en drugs verstikte hotelkamer, vol hippe rockers met uitgestreken smoelwerken en zonnebrillen op hun kop, pakt Dylan zijn gitaar om zijn lieflijkste stemmetje op te zetten en een liefdesliedje te zingen. Het is een voorbode van zijn volgende metamorfose: zoals hij in '66 de folkies bruuskeerde door elektrisch te gaan, zal hij een paar jaar later de rockers weer verbijsteren door met hoge stem een gemoedelijk country-album in elkaar de draaien.
  Zodra je de anti-kameleon in een hokje stopt, ben je hem alweer kwijt.


vrijdag 29 juli 2016

Waar

RGB Free, by Lusi
'Wat maakt iemand een goede wetenschapper?' vraagt Coen Verbraak in zijn nieuwe serie van koekeloeren in de ziel.

  'Nieuwsgierigheid', antwoorden enkele wetenschappers.

   'Is Albert Verlinde dan ook een goede wetenschapper?' vraagt Verbraak.

Misschien had een taalwetenschapper hem op het onderscheid tussen nieuwsgierigheid en weetgierigheid kunnen wijzen: het eerste is een ziekelijke zucht naar roddels, achterklap en sensatie, het tweede een zeer te prijzen verlangen om te doorgronden hoe alles precies in elkaar steekt.
  De wetenschapper is op zoek naar het verhaal achter het leven, Albert Verlinde is op zoek naar het verhaal achter je vieze onderbroeken.

  Maar genoeg over Albert Verlinde.

  Soms denk ik een uurtje na over de verschillen en de overeenkomsten tussen wetenschap en kunst. Dit hangt samen met mijn obsessie over het verschil tussen literatuur en lectuur. Een klassieke definitie van deze twee disciplines is dat literatuur de werkelijkheid probeert te doorgronden, terwijl lectuur je juist aan de werkelijkheid laat ontsnappen. In het doorgronden van de werkelijkheid lijkt literatuur een broertje van de wetenschap te zijn. Een nogal voor de hand liggend verschil is natuurlijk dat een wetenschapper daadwerkelijk proefjes doet om te controleren of zijn hypothese hout snijdt, terwijl een schrijver alleen maar achter zijn bureau de juiste woorden probeert te vinden.
   Toch ben je in beide disciplines ongeveer naar hetzelfde op zoek. De wetenschapper probeert de werkelijkheid te vangen in universeel geldende formules (F is altijd m maal a), de kunstenaar probeert hetzelfde te doen, maar dan vertrekkend vanuit de ervaring:

  Gedichten zijn toverformules, waarmee de goede lezer als een alchemist aan de slag kan. Een gedicht kan in het bestek van twee visitekaartjes het wereldraadsel aanraken, juist omdat de lezer het grootste deel van het werk doet.

  - aldus Ingmar Heytze

  Zoals Newton met zijn wetten al die hysterische beweging op de hele aardbol in drie elegante regeltjes gevangen heeft, zo kan een getalenteerde dichter al die hysterische observaties, emoties, indrukken, herinneringen en associaties in je hersenpan tijdelijk terugbrengen tot een paar elegante regeltjes:

   Eén geliefde
   nam een hond om haar angst te bewaken
   een ander een huis
   een derde een man.
   Het leven is verdrietig onvolledig
   bang voor volledigheid
   en tegelijk begerig
   bestieren we ons bestaan.

  - aldus Remco Campert.

Een hond om je angst te bewaken is niet hetzelfde als F=ma, maar beide zinnen zijn wel even waar.

maandag 18 juli 2016

Paljas

Foto: Wikipedia
Ik zit in de zon en ik lees Poppy en Eddy en Manon en Roy Harper van Herman Brusselmans. Ik weet nog dat ik de eerste keer een boek van Herman Brusselmans las. Dat was op vakantie, een vriend van mij las het boek Vrouwen met een IQ en dat vond hij geloof ik wel het grappigste boek dat hij ooit gelezen had.

  De boeken van Herman Brusselmans zijn meestal een aaneenschakeling van kletspraat, borstklopperij, gewelddadige uitbarstingen richting vrouwen, allochtonen en homo's, lofzangen op vrouwen die hem in de steek hebben gelaten en hiertussen verstopt bijzonder rake inzichten over de menselijke conditie.

   In Poppy en Eddy en Manon en Roy Harper gaat Brusselmans bovendien op de meta-tour: hij babbelt voortdurend over het boek dat hij aan het schrijven is en dat je tegelijkertijd aan het lezen bent, hij laat personages verdwijnen en weer terugkeren en doet geen enkele moeite om een suspension of disbelief te creëren, zoals dat in de filmwereld heet.

  Wat Brusselmans hiermee laat zien, is dat schrijven voor hem vooral een overlevingsmechanisme is. Door de wereld voortdurend bij elkaar te fantaseren, wordt zij leefbaar. Het doet me denken aan een filmpje van Reve, die door een Nederlandse cameraploeg wordt opgezocht op zijn Franse 'Geheime Landgoed'.
  De buurvrouw van Reve heeft een overstroming gehad, wat de grote volksschrijver doet uitbarsten in een parabel over de koningin. De ironie ligt er dik bovenop, maar je hebt bij schrijvers als Brusselmans en Reve toch sterk het idee dat het ironische van hun ironie vooral is dat het uithangen van de ironische paljas het enige is wat tussen hen en de psychiatrische opvang instaat.

vrijdag 8 juli 2016

Bestseller

RGB Free, by weirdvis
Het wordt tijd dat ik een bestseller schrijf. Ik heb het afgelopen jaar intensief aan marktonderzoek gedaan en ik weet nu waar mijn boek over moet gaan. Via een geheim algoritme ben ik erachter gekomen aan welke eisen een verhaal moet voldoen om een geheide bestseller te worden. De hoofdpersoon van mijn boek wordt een allochtoon die in het verkeerde lichaam is geboren.

  Hij ziet eruit als een Turk, maar hij voelt zich een Chinees.

  Dit leidt ertoe dat hij uitgestoten wordt door de Turkse, Chinese en Nederlandse gemeenschap. Ook is hij homofiel en krijgt hij halverwege het boek te horen dat hij geadopteerd is: hij blijkt een eigenlijk een Griek te zijn die zich ten onrechte een Turk in een Chinees lichaam waande. Deze openbaring doet hem beseffen dat hij geen Chinees is, maar een Chinese vrouw in een ten onrechte voor Turks aangezien mannenlichaam.
  De apotheose van het boek bestaat uit de heldhaftige inspanningen van de hoofdpersoon voor openbare toiletten voor Chinese vrouwen in ten onrechte voor Turks aangeziene, maar feitelijk Grieks zijnde mannenlichamen.

  Mocht je ondanks deze dramatische en maatschappelijk relevante thematiek toch niet geïnteresseerd zijn in mijn boek, dan ben je overduidelijk een vuile seksistische, homofobe en racistische Chinese-vrouwen-in-ten-onrechte-voor-Turks-aangeziene-maar-feitelijk-Grieks-zijnde-mannenlichamen-hater.

dinsdag 21 juni 2016

Mijn bal

Foto: Wikipedia
De documentaire Becoming Zlatan was bijzonder vermakelijk, maar liet wel zien dat de titel een flinke miskleun is. De suggestie wordt gewekt dat Zlatan bij Ajax 'Zlatan' werd, een idee dat je na tien minuten kijken al de prullenbak in kan gooien. De Zlatan die op negentienjarige leeftijd naar Amsterdam reist is al honderd procent Zlatan.

  'Meestal kan ik wel snel tot spelers doordringen', zegt voormalig teammanager en mensen-mens David Endt in de documentaire. 'Maar bij Zlatan stuitte ik op een muur.'

  Als de documentaire zijn naam recht had willen doen, dan had het beeldmateriaal van een pak 'm beet tweejarige Zlatan moeten bevatten.
  Een klein Zlatantje dat door zijn veeleisende vader ergens gedachteloos in een Zweeds parkje op het gras wordt gedumpt, waarna een ouder kind ook nog eens zijn geliefde speelgoedbal afpakt. En Zlatan een inzicht heeft: niemand gaat hem helpen en ballen komen niet uit zichzelf terug.

woensdag 8 juni 2016

Over literatuur, lectuur, meerkoeten en Gerard Reve

RGB free, by TACLUDA
Hoe is het leven op aarde begonnen? De huidige wetenschappelijke inzichten spreken van een RNA world: zo'n 4 miljard jaar geleden is een RNA-molecuul (laten we hem Adam noemen) zichzelf door stom toeval gaan repliceren. De kopieën van dit RNA-molecuul deelden zich ook weer: een blind proces dat ooit spontaan op gang is gekomen en nooit meer is opgehouden.
  Het aardige is nu dat sommige van die kopieën dankzij spontane mutaties eigenschappen kregen waardoor ze zich nog efficiënter gingen delen dan hun broertjes en zusjes, en zo is een survival of the fittest-situatie ontstaan.

  Ik moet vaak aan het eerste delende RNA-molecuul denken als ik in het parkje naar een familie meerkoeten zit te loeren. Wat zijn die meerkoeten anders dan RNA-moleculen met vleugeltjes, oogjes en een bek? De natuurlijke selectie heeft er gedurende miljarden jaren voor gezorgd dat er allerlei fantastische kopieën zijn ontstaan met eigenschappen die ervoor zorgen dat ze zich uitstekend repliceren.

  De meerkoet is zo ontwikkeld, dat hij voor zijn eigen kopieën gaat zorgen. Vader en moeder meerkoet zwemmen bezorgd rond hun kroost, corrigeren het als het te ver weg dreigt te zwemmen, voederen het.
  Door natuurlijke selectie hebben sommige replicaties zelfs een gevoelswereld gekregen: situatie A wordt door het geavanceerde RNA molecuul geprefereerd boven situatie B.
  Wat ervaart het spinnetje dat over de tafel loopt wanneer je hem een duwtje geeft?
  Ik zou zeggen: bijna niets. Maar wel iets: 'hij vindt het niet prettig', ben je geneigd te zeggen. Hij maakt als een dolle rechtsomkeert.
 
  Die meerkoet-ouders denken waarschijnlijk niet bij zichzelf: 'Verdomme, daar gaat Eppo weer. Waarom kan hij niet eens luisteren?'

  Als ik me hun ervaringswereld probeer voor te stellen, dan zie ik een vage, mistige wereld voor me, waarbinnen ze een gigantische aandrang voelen om vage, mistige brokjes naar binnen te werken, dan wel te voeren, dan wel een tik te geven.
  Ze hebben geen idee waar ze mee bezig zijn, maar ze kunnen zichzelf niet helpen. De aandrang om zich op een bepaalde manier binnen die vage soep van geuren, geluiden en beelden te bewegen is overweldigend. Van binnen is er door blinde affecten gestuurd gedrag, dat er van buiten uitziet als weloverwogen familie-management.

  Dit lijkt me niet uniek voor meerkoeten.

 Bekijk eens foto's van twintig jaar geleden. Wat je op die foto's ziet, komt maar zeer globaal overeen met hoe je het van binnenuit ervoer.
  Op de foto's is alles zo rustig.
  Vanbinnen was het chaos. 
  En dan heb je nog wel een mensenbrein, kan je voorstellen hoe het voor zo'n meerkoet moet zijn.

  Dat essentiële verschil tussen binnen en buiten lijkt me aan de basis te liggen van een van de cruciale verschillen tussen literatuur en lectuur.
  'Ik word door Nederlandse critici in de hoek van de amusementslectuur gestopt', moppert Tim Krabbé vaak. Ik las laatst 'de Grot' van Krabbé, en ik denk dat ik wel begrijp waar die classificatie vandaan komt.
  Krabbé kan goed schrijven. Hij kan een plot in elkaar knutselen, een stad tot leven brengen, een personage uittekenen.
  Maar het blijft buitenkant. Er blijft afstand, je komt nooit echt dichtbij. Vergelijk je het met schrijvers als Gerard Reve of Oek de Jong, dan zie je waar het verschil in zit: zij kruipen veel dichter op de huid van hun karakters.
  Zij houden het niet bij scherpe observaties van hun personages, bij wat gevatte psychologische inzichten.
  Zij kruipen daadwerkelijk de meerkoet in.
  Zij beschrijven hoe de meerkoet het leven zelf ervaart, tot in het kleinste detail, met alle warrigheid, misvattingen, waanbeelden, hysterische emoties en zeldzame momenten van helderheid die daarbij horen.  
  Ze springen heen en weer: van binnen naar buiten, van beschrijving naar directe ervaring, van objectiviteit naar subjectiviteit.
 
  Dat maakt het lezen van literatuur vaak ook zo'n ontregelende, dan wel inzicht gevende ervaring.
 
  Iemand als Krabbé tekent in geuren en kleuren uit hoe een mensen-familie zich gedurende een dagje in het park gedraagt. Reve laat van binnenuit zien dat diezelfde mensen niet veel meer zijn dan door affecten gedreven veredelde RNA-moleculen met een zeer wankele grip op de werkelijkheid, die de helft van de tijd van voren niet in de gaten hebben dat ze van achteren leven.