zaterdag 30 mei 2020

Vogel

Emily was een emoe. Ze was de grande dame van het dierenpark. Ze schreed over het gras als een barones en at nog net niet met zilveren bestek. Ze was dol op bananen en als het warm was kreeg ze graag met de tuinslang een badje.
  Totdat iemand haar 's ochtends aan de rand van het hek vindt. Het grijpt je meer aan dan redelijkerwijs te verwachten valt.

  Hier valt een theorie over op te zetten.

  Emily is een symbool. Verdriet over Emily is niet alleen verdriet over Emily, het is verdriet over alles en iedereen dat continu maar verdwijnt, opgaat in rook, verdampt alsof het nooit heeft bestaan. Het is het verdriet om een zielig Disney-personage, de kitscherige reclame die je onverwacht naar de keel grijpt. Juist omdat het klein en overzichtelijk is, kan het binnenkomen.

  Of je hebt gewoon verdriet om een lieve vogel, dat mag ook.

zaterdag 16 mei 2020

Havenmeesters

Foto: Wikipedia
Aan het begin van het derde millennium hadden progressieve denkers in de westerse wereld een droom. Ze droomden van een samenleving waarin alle maatschappelijke rollen worden ingevuld door mensen in een perfecte etnische en geslachtelijke balans. Het aantal havenmeesters zou in deze wereld precies voor de helft uit vrouwen bestaan en op de handelsvloer van een bank zou precies de helft van de mensen een zwarte huidskleur hebben.
 
  Helaas wilde het in de praktijk met dit diversiteitstotalitarisme niet echt opschieten.

   Daarom besloten ze in de nieuwsvoorziening alvast op de zaken vooruit te lopen. Zoals er een eeuw eerder in de Pravda slechts verhalen verschenen over bloeiende voedselfabrieken in de Sovjet-Unie, terwijl miljoenen Russen dood lagen te gaan van de honger, zo interviewde de Nederlandse NOS slechts vrouwelijke havenmeesters en zwarte beurshandelaren, ook al moest ze deze met een vergrootglas bij elkaar zoeken.
  Met journalistiek had dit ondertussen weinig te maken.

  Als een journalist van de NOS een interne 'Divi-bokaal' krijgt uitgereikt omdat hij erin geslaagd is in een 'grote witte-mannenwereld' de enige zwarte vrouw te vinden die ook nog een beetje leuk uit haar woorden komt, dan is die journalist niet bezig om verslag te doen van de werkelijkheid. Die journalist creëert op dat moment een wereld zoals hij zou willen dat hij was, niet zoals hij werkelijk is.

  Het is net als met de Russische propaganda alvast op de muziek vooruitlopen: als we maar lang genoeg die ene zwarte vrouw tussen driehonderd blanke mannen in beeld brengen, gaat de werkelijkheid zichzelf uiteindelijk wel naar ons wensbeeld voegen.
  Waarom een gesubsidieerde staatsomroep jarenlang een uitgesproken politiek denkbeeld mocht propageren is helaas nooit opgehelderd, net zoals het nog onduidelijk is welke grote zegeningen de diversiteitstotalitaristen verwachtten van een wereld waarin de helft van de havenmeesters uit vrouwen bestaat.

dinsdag 21 april 2020

Geruis

RGB Free, by krayker
We zijn ruim een meter
de verkeerde richting op gegaan: debatclubjes ontstaan op elke hoek. Anderhalve meter is prima geschikt om elkaar de maat te nemen.

Liefst fluisterde ik in de broodjeszaak
bestellingen zachtjes in een oor. Niemand hoefde te weten: wit of bruin. Maar nog enthousiaster dan voorheen

schreeuwt men nu intimiteiten door.

Oh, dat het volgende virus zich
op geluid verspreid. Een twintig decibellen maatschappij
waar vogels en de regen
het voor het zeggen hebben.

De wereld verworden tot zacht geruis.

vrijdag 3 april 2020

Onverschillig

RGB Free, by cactus1
Om toch iets te doen te hebben, wandelde ik naar een huis dat in de buurt te koop staat: het door de overheid toegestane ommetje om 'even een frisse neus te halen.'
  Naast het te koop staande huis hingen twee tieners op hun fietsen.
  Tieners en bejaarden lijken zich het minst van de crisis aan te trekken, volgens mijn beperkte observaties tenminste. Ik zie bejaarde mensen nog steeds verbeten rond schuifelen en enthousiast op elkaar af hobbelen om onbegrijpelijke familiekwesties met elkaar te bespreken. Misschien hebben sommigen het nieuws nog niet meegekregen, of het kan ze gewoon niet echt zoveel schelen.

  Bij tieners ligt het natuurlijk anders.

  Die horen steeds dat het virus ze toch niet zoveel kan doen, wat zal bijdragen aan hun relatieve desinteresse. Daar komt nog bij dat je je op die leeftijd sowieso al zo goed als onkwetsbaar waant, de mogelijkheid van je eigen dood wil je op een intellectueel niveau nog wel erkennen, maar diep in je hart geloof je er eigenlijk niet zo in. En wat je je niet kan voorstellen, dat bestaat niet. Ten derde hebben tieners gewoon te veel anderen dingen aan hun hoofd, zoals bijvoorbeeld de liefde.

  'Ik had toch die bioscoopkaartjes gewonnen', mompelde de ene jongen.
   Ze hingen over hun fietsen gedrapeerd alsof ze van elastiek waren, een gymnastisch gezien knappe prestatie. Het zonnetje scheen, vogels kwinkelden. De andere jongen knikte vermoeid.
  'Ja, met die radiowedstrijd toch? Raad het liedje ofzo?'
  'Ja. En nu wilde ik dus met Tine gaan.'
   Dit bracht zijn vriend met een schok tot leven. Hij ging rechtop in zijn zadel zitten.
  'Wow. Strak plan man.'
  De andere jongen schudde verslagen zijn hoofd.
  'Nee man. Corona. Anderhalve meter afstand.
  'Jezus.'
  Alsof er een ballon lek was geprikt zakte de andere weer om zijn fietsstang heen.
  'Anderhalve meter. Niet chill man. Helemaal niet chill.'
  'Nee man.'
   De bioscoopganger staarde naar de verte, misschien wel in de richting van Tine's ouderlijk huis.
   Hij schudde zijn hoofd. Zijn passie voor Tine werd gedwarsboomd door de kille wetten van een onverschillig universum.

woensdag 25 maart 2020

Voordeel

Foto: Wikipedia
Een paar jaar geleden was er een kleine hype rond de roman Stoner van John Williams. Ik vond Stoner ook erg goed, maar ik vind zijn boek Augustus misschien nog wel beter.

  Een kleine zwijgzame jongeman moet zichzelf overeind houden binnen een chaotische slangenkuil van belangen, partijen, familie en politiek. Rome van 2000 jaar geleden komt naar voren als één grote maffia-achtige structuur en de jonge toekomstige keizer Augustus, met zijn 'felle, helblauwe ogen' deed me steeds meer denken aan Michael Corleone uit The Godfather.
 
 Net als Michael groeit Augustus in zijn rol, dankzij zijn liefde voor de macht. Deze liefde vergelijkt hij met de liefde van een schaker voor het schaakspel, van een dichter voor zijn tekst of een filosoof voor zijn idee. Het is liefde voor orde en harmonie:

Voor een dergelijke, zuivere liefde is geen levend object nodig, en daarom is men er in het algemeen over eens dat dit de meest zuivere vorm van liefde is, omdat zij is gericht op een object dat het absolute nadert.

Dat er bij liefde voor orde af en toe een levend object sneuvelt, daar zijn zowel Michael Corleone als Augustus wel erg bedroefd over. Michael laat zijn broer Fredo executeren in een vissersbootje, Augustus verbant zijn geliefde dochter naar een onbewoond eiland, omdat ze wat halfslachtig aan een een complot tegen hem heeft meegewerkt.

  Het innerlijke conflict tussen de bezeten liefde voor orde van de manische machthebber en zijn onuitroeibare liefde voor mensen om hem heen is een tijdloos thema, het voordeel dat film dan toch boven een boek heeft, is dat een filmmaker de ogen van Al Pacino in kan zetten.


vrijdag 20 maart 2020

Vergeten

RGB Free, by wax115
We waren vergeten hoe het was
melaatsen bellend in verlaten straten.

We waren vergeten dat ook wij
ook wij met werk, kinderen, een barbecue en
als de oppas kan een avondje uit.

We waren het lichaam vergeten het hart
longen die dicht kunnen slibben. We waren vergeten de dobbelaar
met zijn stenen rinkelend in een tinnen blik.

We waren erbij toen de mensen
vochten met mensen die ze niet aan wilden raken.

We strompelden traag naar de klap
waarmee de ophaalbrug ratelend op zou gaan.

We waren vergeten dat we spelen
tot de dobbelaar de punten telt.

zondag 15 maart 2020

Coherent

In het kader van de boekenweek organiseerde Boek & Bal Boxtel een schrijfwedstrijd met als thema 'rebellen en dwarsdenkers'. Ik stuurde een verhaal in dat geïnspireerd was op een oude klasgenoot die ik wel een beetje een rebel vond. Mijn verhaal werd genomineerd en uiteindelijk eindigde ik op een gedeelde derde plaats. Ik kreeg een mooi juryrapport opgestuurd, waarin mijn verhaal als volgt wordt gekarakteriseerd:

Een goedlopend coherent verhaal met een mooie wending en origineel gebruik van bestaande thema's

Met deze beoordeling ben ik uiteraard erg in mijn nopjes, als ik ergens naar streef in mijn teksten is het wel coherentie.


Levend Stratego


Tijdens het lentekamp ging onze leraar Latijn, ook wel bekend als 'de Beul', bij elk onderdeel voorop. Touwklimmen, roeien, boogschieten: met ontbloot bovenlijf toonde hij de klas zijn fysieke kracht. Waar de Beul steeds als eerste over de finish kwam, eindigde mijn vriend J. Carel steevast als laatste. Dit deed hij ongetwijfeld expres, het was onderdeel van de jarenlange strijd die er woedde tussen Carel en de Beul.
  Er zat een zekere weerspannigheid in Carel die de Beul razend maakte, hoewel hij ook de mooiste vertalingen inleverde, schijnbaar achteloos neergepend, wat de ergernis alleen maar vergrootte. Een primitief kamp, ver weg van de bewoonde wereld, bleek een plaats waar de leraar eindelijk in het voordeel was.
  Carel onderging de vernederende schimpscheuten van de Beul, als hij weer eens klungelig aan een touw bungelde, zo veel mogelijk met superieure gelatenheid.
  Op de laatste avond verzamelden we ons voor het eindspel in het hoofdgebouw, moe en overprikkeld, de dagenlange inspanningen hadden hun tol geeist. Warme boslucht waaide loom naar binnen. Onder een knipperende tl-buis legde de Beul de regels van levend stratego nog een keer uit.

  'De maarschalk beweegt zich vrij tussen de linies. Alleen hij communiceert met de andere stukken. Elk stuk mag de vlag pakken, waarna het spel is afgelopen. Vragen?'
 
  Lamgeslagen keek de klas naar hem terug, alleen Carel begon steeds meer tekenen van leven te vertonen. Het afgelopen jaar was zijn haar tot aan zijn schouders gegroeid, het rustte in krullen op zijn lange paarse jas. Hij was legerkistjes gaan dragen en had vaak een houten wandelstok bij zich, een prachtig gesneden ding met een bonkige knoest erbovenop, die hij natuurlijk niet nodig had, maar waar hij vervaarlijk mee zwaaide en brugklassers mee liet struikelen.
  Nu richtte hij zich met behulp van die stok in volle lengte op en verklaarde dat hij zich beschikbaar stelde als maarschalk voor het rode team. In de chaos hierna belandde ik op de een of andere manier in het blauwe team, dat natuurlijk geleid werd door de Beul.
  Ik koortsige stemming trokken we een naar een open plek in het bos.
  Het was volle maan, op een heuveltje ging de tactiek-bespreking van de Beul volledig langs me heen. Twintig meter verderop stond Carel op een rotsblok met zijn armen te zwaaien, de maan scheen op zijn zwarte haar, zijn team zat in kleermakerszit om hem heen.
  Ik kreeg een kaartje in mijn hand gedrukt waar 'Sergeant' op stond. Even later struinde ik door het krakende bos, ik was mijn teamgenoten in het donker meteen al kwijt geraakt. Ik doolde zeker een uur op goed geluk wat rond, tot ik in de verte een aspuntje zag gloeien. Ik sloop naderbij, het was Carel, hij zat onderuitgezakt tegen een boomstronk en staarde naar een blauw lapje stof.

  'Gefeliciteerd.' Ik ging naast hem op de grond zitten. 'Heb je toch nog gewonnen.'
   Carel schudde zijn hoofd.
  'Ik weet niet of dit zo'n overwinning is.'
  'De Beul wordt woest.'
  Hij knikte, leek nog even wat te overwegen en gooide het blauwe lapje toen naar mij.
   'Geef maar aan je aanvoerder. Hij heeft het harder nodig.'
  Uit een binnenzak haalde hij nu ook de rode vlag tevoorschijn.
  'Het spel is afgelopen', verklaarde hij plechtig en stak me ook dit lapje stof toe. 'Jullie hebben gewonnen.'
    Ik nam de vlag van hem aan, stak ook een sigaret op. We rookten en luisterden naar het bos. Af en toe leek er geritsel onze kant op te komen, maar het was steeds vals alarm. Nu ik me voor het eerst in vijf dagen echt ontspande, voelde ik pas hoe moe ik was.
 
  'Op mijn vorige school was er ook een Beul,' verbrak Carel de stilte. 'Meneer Meitzer heette die man. Leraar Duits. Op een dag kwam ik naar zijn klas met een stropdas versierd met hakenkruisjes. Dat was na een maandenlange loopgravenoorlog. De volgende dag was hij ziek, en de dag daarop ook. Hij kwam de rest van het jaar niet meer terug en ik werd van school geschopt.'
  Hij schudde zijn hoofd, schoot zijn gedoofde peuk weg.
  'Het probleem is dat er altijd wel een Meitzer is. Iedereen wil iemand overwinnen. Iedereen wil het gevoel hebben dat de boel onder controle is. Maar toen ik gisteren boven het water aan een touw hing, kreeg ik een inzicht. Het is flauwekul. Al die oorlogjes. Meitzer, Beul. Baas, Manager. Overal vaders, en overal zonen die daar weer tegen ingaan. Ik hang mijn knots bij deze aan de wilgen.'
 
  Het volgende schooljaar kwam hij met een keurig geknipt koppie opdagen, zijn lange paarse jas ingeruild voor een gestreken overhemd. Hij deed examen in twaalf vakken en ging iets technisch studeren. Jarenlang hoorde ik niets meer van hem, totdat ik op een ochtend, liggend in bed met een kater van een afstudeerfeest, de tv aanzette.
  Een vrouw keek ernstig in de camera, er was onrust in de Balkan, misschien dat het Nederlandse leger in actie ging komen.
   'Moeten we ons zorgen gaan maken?' vroeg ze aan haar studiogast.
  De camera zwenkte naar Carel, die vriendelijk glimlachte. 'Militair strateeg' stond er onder zijn naam in beeld.
  'Laten we proberen rustig te blijven,' zei Carel. 'Laten we inzetten op de-escalatie.'
  Ik knikte en knipte de tv weer uit.
  'Wordt het oorlog?' vroeg een schorre meisjesstem vanonder het dekbed.
  'Geen idee,' zei ik. 'Maar zo te horen heeft J. Carel alles onder controle.'