Geert Wilders: wat een zegen is die man. Je zou in deze tijd maar deugen. Je helpt eens een oud vrouwtje oversteken, voert de eendjes in het park wat oud brood. Toch
blijft het jeuken. Een beetje miezerig zit je op een bankje, voor de
zoveelste keer betreur je het feit dat je niet in de Tweede Wereldoorlog hebt geleefd.
Maar dan, nadat je langzaam naar huis bent geslenterd (weer geen oud vrouwtje te bekennen, waar hangen al die krengen toch uit?), zet je de televisie aan en maakt je hart een sprongetje: eindelijk is hij te ver gegaan! Dit kan echt niet! Dit is regelrechte discriminatie! Iedereen zegt het!
Natuurlijk, het is geen Adolf Hitler, maar je dagen van eendjes voeren zijn voorlopig wel voorbij. De volgende ochtend trek je je meest deugdzame kleren aan, je zet je meest deugdzame gezicht op en je voegt je in de meest deugdzame rij die Nederland sinds langs heeft gekend. Als je aan de beurt bent zet je met trillende handen een deugdzaam kruisje op een voorgedrukt stuk papier. 'De aanklacht is ingediend', fluister je tegen jezelf. 'Ik heb mijn plicht gedaan.'
Thuis trek je een deugdzame fles wijn open en leg je je deugdzame voeten op de bank. Loom gaan je gedachten toch weer even richting Hitler. Hadden ze toen ook maar voorgedrukte aangifteformulieren gehad, dan was tachtig procent van de Nederlandse Joden nooit in die treinen verdwenen.
donderdag 27 maart 2014
donderdag 20 maart 2014
Een fraaie novelle
Terwijl de trein met koppige precisie het oneindig laagland in hoekige vlakken sneed, verdiepte ik mij in het boekenweekgeschenk. Een klein juweel, bloedrode kers op de kaft.
Symbool van sensualiteit of naderend onheil? Adam en Eva, de verboden
vrucht. De zinnen van Wieringa draaiden soepele bochten over het
chloorvrij gedrukte papier, kleine contra-melodieën tegenover het
monotone ritme van de gele rups over zijn doodlopende bielzen.
Taal is ritme zei een schrijver ooit, advies dat bij Wieringa in vruchtbare aarde gevallen moet zijn. Zwarte aarde, klaar om bevrucht te worden, zwanger van levengevende kracht. Poëzie stijgt eruit op, het bezielt alles wat leeft, de rode kers aan het eind van een tak, op haar beurt weer afgebeeld op een kaft van het boek dat diezelfde kracht bezingt.
Wieringa betovert je makkelijk met zijn taal, als een achteloze magiër strooit hij zijn zinnen, bespiegelingen, vergelijkingen. Het is toegankelijk en beeldend, maar ook net mysterieus genoeg, als een dansende vrouw in de witte nevelen boven een donker ven, wuivend, waaiend met haar armen die met doorzichtige tule zijn omkleed, juist net genoeg achteruit schrijdend om je nieuwsgierig te houden, gulzig als een ezeltje blijf je eindeloos achter dezelfde wortel aanhobbelen.
Maar dan sla je het boekje weer dicht. Wat een rare mensen eigenlijk. Waarom ging die kerel op de vloer van zijn kantoor slapen? En die vrouw was wel erg vaag. Ging dit eigenlijk wel over een jonge vrouw met een oude man? Wat hebben we over hun relatie gelezen, anders dan 'zij maakte hem niet jonger, hij maakte haar ouder'. Zet die maar op een tegeltje, Tommie. Met je ringworm.
Maar toch laat ik me de volgende keer graag opnieuw door Wieringa oplichten. Want een oplichter die zijn vak verstaat, die kom je tegenwoordig ook veel te weinig tegen.
Taal is ritme zei een schrijver ooit, advies dat bij Wieringa in vruchtbare aarde gevallen moet zijn. Zwarte aarde, klaar om bevrucht te worden, zwanger van levengevende kracht. Poëzie stijgt eruit op, het bezielt alles wat leeft, de rode kers aan het eind van een tak, op haar beurt weer afgebeeld op een kaft van het boek dat diezelfde kracht bezingt.
Wieringa betovert je makkelijk met zijn taal, als een achteloze magiër strooit hij zijn zinnen, bespiegelingen, vergelijkingen. Het is toegankelijk en beeldend, maar ook net mysterieus genoeg, als een dansende vrouw in de witte nevelen boven een donker ven, wuivend, waaiend met haar armen die met doorzichtige tule zijn omkleed, juist net genoeg achteruit schrijdend om je nieuwsgierig te houden, gulzig als een ezeltje blijf je eindeloos achter dezelfde wortel aanhobbelen.
Maar dan sla je het boekje weer dicht. Wat een rare mensen eigenlijk. Waarom ging die kerel op de vloer van zijn kantoor slapen? En die vrouw was wel erg vaag. Ging dit eigenlijk wel over een jonge vrouw met een oude man? Wat hebben we over hun relatie gelezen, anders dan 'zij maakte hem niet jonger, hij maakte haar ouder'. Zet die maar op een tegeltje, Tommie. Met je ringworm.
Maar toch laat ik me de volgende keer graag opnieuw door Wieringa oplichten. Want een oplichter die zijn vak verstaat, die kom je tegenwoordig ook veel te weinig tegen.
zaterdag 8 maart 2014
Public Relations
'Nog iets guitiger', zei de dikke vrouw tegen haar kinderen. Ze zaten met z'n vieren in zo'n tussen-hokje in de trein, twee op het ene bankje, twee op het bankje ertegenover. Aan de linker kant twee kinderen, aan de rechterkant twee dikke vrouwen. Ze kwamen uit Limburg en hadden een dagje Amsterdam gedaan. De jongen en het meisje hielden een Ajax-shirtje omhoog, precies onder hun kin. En nu moesten ze dus guitig lachen van hun moeder. Die nam een nieuwe foto en bekeek het resultaat kritisch. 'Nu sta jij er niet zo leuk op', zei ze tegen het jongetje.
De volgende dag liep ik door de stad. Een jochie van een jaar of twaalf leunde tegen de deurpost van een kledingzaak, een plastic tasje nonchalant in de hand. Zijn hoofd keek in de verte, zodat het eruit zou zien alsof hij door een fotograaf was betrapt. Die fotograaf dat was zijn moeder, die op haar hurken om hem heen schoof en hem schuin van onderen fotografeerde.
'Die gaat meteen op Facebook', schreeuwde ze ondertussen. 'Deze zijn echt top!' Mark Zuckerberg, wat heeft die man ons een werk bezorgd.
De volgende dag liep ik door de stad. Een jochie van een jaar of twaalf leunde tegen de deurpost van een kledingzaak, een plastic tasje nonchalant in de hand. Zijn hoofd keek in de verte, zodat het eruit zou zien alsof hij door een fotograaf was betrapt. Die fotograaf dat was zijn moeder, die op haar hurken om hem heen schoof en hem schuin van onderen fotografeerde.
'Die gaat meteen op Facebook', schreeuwde ze ondertussen. 'Deze zijn echt top!' Mark Zuckerberg, wat heeft die man ons een werk bezorgd.
dinsdag 4 maart 2014
Een Ajax-hoofd
Het schijnt dat Gert-Jan Verbeek toen hij trainer van Feyenoord was op een gegeven moment persoonlijk met een hamer tussenmuurtjes uit de Kuip stond te rossen, omdat het daar allemaal veel economischer kon, bouwtechnisch gezien. Maar Pelle was vorige week bij Twente meer van de Italiaanse slag, een schopje hier, een tikje daar. Daar konden die achterlijke boeren het verder mee doen, design-technisch gezien.
Maar het mooiste was natuurlijk dat Pelle ontdekte dat Jan-Joost van Gangelen een Ajax-hoofd heeft. En daar zakte hij definitief door het ijs. Iedere amateur-psycholoog kan zien dat Jan-Joost helemaal geen Ajax-hoofd heeft, Jan-Joost heeft een hockey-hoofd. En als je al een voetbalclub aan het hoofd van Jan-Joost wilt koppelen, dan zou ik het meer in de richting van PEC-Zwolle of Cambuur zoeken, clubs die vooral voor de gezelligheid meedoen en waar mensen langs de kant nog over 'een sportieve pot voetbal' praten.
Jack van Gelder, die heeft een Ajax-hoofd. Op de tribune een dikke sigaar roken, links en rechts wat briefjes van duizend wegsteken en ondertussen maar tegen een onbekende kerel naast je aan blijven lullen over het feit dat de rechtsbuiten de bal steeds precies verkeerd naast het ventiel raakt. Overigens is Pelle wel de laatste die over hoofden mag beginnen. Het is een wonder dat die Pelle geen aangeschoten wild is in de Kuip. Met zijn hyper-gestileerde playboy koppie in een wasteil vol doorgefokte havenarbeiders rondrennen, je moet maar durven.
En dat verklaart dan meteen het fanatisme van Pelle. Diep van binnen weet Pelle dat hij maar even niet hoeft te scoren, of ze flikkeren hem in Rotterdam met een tonnetje haring zo de Noordzee in. Want als er iemand in de selectie van Feyenoord een Ajax-hoofd heeft, dan is het Graziano Pelle wel.
Maar het mooiste was natuurlijk dat Pelle ontdekte dat Jan-Joost van Gangelen een Ajax-hoofd heeft. En daar zakte hij definitief door het ijs. Iedere amateur-psycholoog kan zien dat Jan-Joost helemaal geen Ajax-hoofd heeft, Jan-Joost heeft een hockey-hoofd. En als je al een voetbalclub aan het hoofd van Jan-Joost wilt koppelen, dan zou ik het meer in de richting van PEC-Zwolle of Cambuur zoeken, clubs die vooral voor de gezelligheid meedoen en waar mensen langs de kant nog over 'een sportieve pot voetbal' praten.
Jack van Gelder, die heeft een Ajax-hoofd. Op de tribune een dikke sigaar roken, links en rechts wat briefjes van duizend wegsteken en ondertussen maar tegen een onbekende kerel naast je aan blijven lullen over het feit dat de rechtsbuiten de bal steeds precies verkeerd naast het ventiel raakt. Overigens is Pelle wel de laatste die over hoofden mag beginnen. Het is een wonder dat die Pelle geen aangeschoten wild is in de Kuip. Met zijn hyper-gestileerde playboy koppie in een wasteil vol doorgefokte havenarbeiders rondrennen, je moet maar durven.
En dat verklaart dan meteen het fanatisme van Pelle. Diep van binnen weet Pelle dat hij maar even niet hoeft te scoren, of ze flikkeren hem in Rotterdam met een tonnetje haring zo de Noordzee in. Want als er iemand in de selectie van Feyenoord een Ajax-hoofd heeft, dan is het Graziano Pelle wel.
donderdag 20 februari 2014
Fratsen
Het interview met de schrijver Daan Heerma van Voss dat zaterdag in de Volkskrant stond was bijzonder lezenswaardig. Zo vertelde van Voss dat hij zijn ex-vriendin terug probeerde te krijgen door haar een petitie aan te bieden die hij door negentig mensen had laten ondertekenen. Ook de UPC-monteur had deze petitie ondertekend, een detail dat mijn aandacht trok. Zou een Bossche Ziggo-monteur deze petitie ook ondertekend hebben?
Sinds ik de Bureau-perikelen van Maarten Koning aan het lezen ben, is het begrip cultuurgrens mijn bewustzijn binnen gekomen. Koning moet op het Bureau voortdurend cultuurgrenzen tekenen, bijvoorbeeld met betrekking tot het geloof rond kabouters of de ophanging van de nageboorte van het paard.
Ik denk dat er een hele aardige cultuurgrens te trekken is rond het ondertekenen van een petitie om je ex terug te krijgen. In Amsterdam vinden ze het bijzonder geinig en ondertekenen ze grinnikend. Ook rond Utrecht kunnen ze een stukje absurde perfomance-art nog wel waarderen. Maar bij Zaltbommel kan je het waarschijnlijk wel vergeten en in Den Bosch mag je blij zijn als je geen tik voor je bakkes krijgt als je met dit soort fratsen aan komt zetten.
De gretigheid van het ondertekenen van een absurde petitie is zeer waarschijnlijk omgekeerd evenredig met de gretigheid van het omknopen van een kiel om jezelf drie dagen lang de vernieling in te zuipen.
Sinds ik de Bureau-perikelen van Maarten Koning aan het lezen ben, is het begrip cultuurgrens mijn bewustzijn binnen gekomen. Koning moet op het Bureau voortdurend cultuurgrenzen tekenen, bijvoorbeeld met betrekking tot het geloof rond kabouters of de ophanging van de nageboorte van het paard.
Ik denk dat er een hele aardige cultuurgrens te trekken is rond het ondertekenen van een petitie om je ex terug te krijgen. In Amsterdam vinden ze het bijzonder geinig en ondertekenen ze grinnikend. Ook rond Utrecht kunnen ze een stukje absurde perfomance-art nog wel waarderen. Maar bij Zaltbommel kan je het waarschijnlijk wel vergeten en in Den Bosch mag je blij zijn als je geen tik voor je bakkes krijgt als je met dit soort fratsen aan komt zetten.
De gretigheid van het ondertekenen van een absurde petitie is zeer waarschijnlijk omgekeerd evenredig met de gretigheid van het omknopen van een kiel om jezelf drie dagen lang de vernieling in te zuipen.
woensdag 19 februari 2014
Kunstenaar
Inside Llewyn Davis
is één van de films waar ik in de bioscoop de afgelopen tien jaar met het meeste genoegen naar gekeken heb. Om te beginnen is het een trage film, wat mij
betreft een geweldig pluspunt. Teveel films lijken te worden gemaakt
voor hysterische ADHD-patiënten.
Maar Inside Llewyn Davis neemt rustig de tijd. Gedurende de hele film ontploft er niets en zo nu en dan houdt iedereen ook even zijn klep. Dan kunnen we rustig naar het prachtig vormgegeven New York van 1961 kijken. Daarin doolt een jonge folk-zanger door de winterse straten. Het is niet Bob Dylan, die duikt pas helemaal op het einde van de film op, maar een net wat minder getalenteerde muzikant.
Getalenteerd genoeg voor een bestaan aan de rand van de muziekindustrie, niet getalenteerd genoeg voor eeuwige roem, dat is Llewyn Davis. Hij is chagrijnig en cynisch en gedraagt zich in het algemeen als een lul. Op internet heerst nogal verschil van mening over hoe getalenteerd hij precies is. Is het een pedante poseur of een bijna-Dylan? Hij wordt gespeeld door Oscar Isaac, die alle liedjes in de film 'live' zingt, op het moment dat de camera draait zingt hij echt, wat de scènes extra kracht geeft.
In één van de sterkste scènes is Davis afgereisd naar Chicago. Hij probeert binnen te komen in een club. Hij mag auditie doen voor de manager. Hij zingt The Death of Queen Jane. Het nummer is een film binnen de film: een prachtige folk-ballade vol pijn en ellende. Als Davis na drie minuten zwijgt en het bioscoop-publiek nog aan het bijkomen is, zegt de manager: 'I don't see a lot of money here'. En dan mag hij weer terug naar New York. Heel vrolijk wordt je niet van Inside Llewyn Davis, maar je houdt er toch een goed gevoel aan over. Misschien is dat wel een teken van het betere kunstenaarschap.
Maar Inside Llewyn Davis neemt rustig de tijd. Gedurende de hele film ontploft er niets en zo nu en dan houdt iedereen ook even zijn klep. Dan kunnen we rustig naar het prachtig vormgegeven New York van 1961 kijken. Daarin doolt een jonge folk-zanger door de winterse straten. Het is niet Bob Dylan, die duikt pas helemaal op het einde van de film op, maar een net wat minder getalenteerde muzikant.
Getalenteerd genoeg voor een bestaan aan de rand van de muziekindustrie, niet getalenteerd genoeg voor eeuwige roem, dat is Llewyn Davis. Hij is chagrijnig en cynisch en gedraagt zich in het algemeen als een lul. Op internet heerst nogal verschil van mening over hoe getalenteerd hij precies is. Is het een pedante poseur of een bijna-Dylan? Hij wordt gespeeld door Oscar Isaac, die alle liedjes in de film 'live' zingt, op het moment dat de camera draait zingt hij echt, wat de scènes extra kracht geeft.
In één van de sterkste scènes is Davis afgereisd naar Chicago. Hij probeert binnen te komen in een club. Hij mag auditie doen voor de manager. Hij zingt The Death of Queen Jane. Het nummer is een film binnen de film: een prachtige folk-ballade vol pijn en ellende. Als Davis na drie minuten zwijgt en het bioscoop-publiek nog aan het bijkomen is, zegt de manager: 'I don't see a lot of money here'. En dan mag hij weer terug naar New York. Heel vrolijk wordt je niet van Inside Llewyn Davis, maar je houdt er toch een goed gevoel aan over. Misschien is dat wel een teken van het betere kunstenaarschap.
dinsdag 11 februari 2014
Sociale werkvoorziening
Vandaag was er een protest tegen het schrappen van banen binnen de sociale werkvoorziening. De inhoudelijk kant van de zaak interesseert me minder dan het woord: 'sociale werkvoorziening'. Dit woord doet me altijd denken aan kantoortuinen. Wat is een kantoortuin anders dan sociale werkvoorziening?
Het barst van de mensen die niet zo veel kunnen, maar wel bijzonder sociaal zijn. Voor deze mensen zijn er kantoortuinen. In deze kantoortuinen kunnen ze hun uitstekende sociale vaardigheden tentoon spreiden. De hele dag praten ze heel vaardig met collega's over koetjes en kalfjes. Om vijf uur is de sociale werkvoorziening afgelopen en gaan ze met een voldaan gevoel weer naar huis.
Ondertussen vinden a-sociale nerds in Silicon Valley een nieuwe supercomputer uit die ervoor zorgt dat we nog sneller kunnen internetten. Dit internet wordt vervolgens gebruikt door bijzonder sociale mensen in hun kantoortuinen. Ze e-mailen elkaar foto's van hun huisdieren en hun baby's. Als ze in de trein tegenover een nerd uit Silicon Valley zitten, whatsappen ze elkaar dat zo'n nerd toch wel bijzonder zielig is. 'Hoe kan die ooit overleven in de echte wereld', vragen ze zich af en ze haasten zich weer naar hun kantoortuin.
Het barst van de mensen die niet zo veel kunnen, maar wel bijzonder sociaal zijn. Voor deze mensen zijn er kantoortuinen. In deze kantoortuinen kunnen ze hun uitstekende sociale vaardigheden tentoon spreiden. De hele dag praten ze heel vaardig met collega's over koetjes en kalfjes. Om vijf uur is de sociale werkvoorziening afgelopen en gaan ze met een voldaan gevoel weer naar huis.
Ondertussen vinden a-sociale nerds in Silicon Valley een nieuwe supercomputer uit die ervoor zorgt dat we nog sneller kunnen internetten. Dit internet wordt vervolgens gebruikt door bijzonder sociale mensen in hun kantoortuinen. Ze e-mailen elkaar foto's van hun huisdieren en hun baby's. Als ze in de trein tegenover een nerd uit Silicon Valley zitten, whatsappen ze elkaar dat zo'n nerd toch wel bijzonder zielig is. 'Hoe kan die ooit overleven in de echte wereld', vragen ze zich af en ze haasten zich weer naar hun kantoortuin.