donderdag 19 mei 2011

Obsessie

Foto: flickr, my Tudut
Soms is het erg fijn om iemand te horen articuleren wat je zelf ook denkt:                          

'Feel good televisie tot je er bij neervalt. Wat Linda echt bewondert is de marketingstrategie achter Oprah. Die is bijna 1 op 1 overgenomen. Zet jezelf neer als een meelevende, beetje leuke, speelse vrouw die zelfs af en toe een beetje geil is, vertel in ieder interview dat je nog gewoon naar de schoolavond van je kinderen gaat, leun zo hard mogelijk aan tegen echte actrices, zoals Monique van der Ven en Annet Malherbe en als Nederland daar aan gewend is begint het grote binnenslepen. Een Linda tijdschrift, een Linda televisieserie, een Linda film. Linda als levensgevoel. De Linda lezen en denken: ik ben net zo’n malle, geinige vrouw met een rare homo als huisvriend. Oprah heeft dat uitgevonden. Mensen laten geloven in haar gewoonheid en daarna de miljoenen binnenslepen.'

Nico Dijkshoorn, zullen we vriendjes worden?

zondag 15 mei 2011

Eindelijk

Humor

Foto: flickr, by _mixer_
Vandaag is de film 'Knocked Up' op tv. In deze film raakt een serieuze carrieremaakster na een one-night-stand zwanger van een blowende lapzwans. Dit is grappig. Wat ik me afvraag is of het ook grappig gevonden zou worden als de rolverdeling andersom was. Als de jongen serieus was en het meisje een blowende lapzwans. Ik vermoed dat de lol er voor veel mensen dan snel vanaf zou zijn. Het meisje zou veroordeeld worden, de moraal zou op haar neerdalen en veel zou er niet gelachen worden.
  Doelloos rondhangen is een privilege van mannen. Vele films zijn rond nietsnutten gemaakt (The Big Lebowski!), maar hoeveel films rond vrouwelijke nietsnutten? Vrouwen die niet werken zijn niet grappig. Woman is the Nigger of the World zong John Lennon al. Als neger kon je het je vroeger waarschijnlijk ook niet veroorloven om er een potje van te maken. De blanke man kon zich wel een lolletje veroorloven, als de aanvoerder een grapje maakt wordt er altijd gelachen. 

  Als je om iemand lacht geef je jezelf een klein beetje weg: je laat toe dat de ander even macht over je heeft. Mannen lachen dan ook niet graag om vrouwen, en elke vrouw weet hoe je het ego van een man op moet krikken: lach in godsnaam even om zijn grapjes.
 
  Later deze week is de film 'Boys don't Cry' op tv. Deze film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal: in 1993 las regisseuse Peirce een krantenbericht over een meisje dat zich jarenlang als jongen had voorgedaan. Toen het werd ontdekt dat ze een meisje was werd ze vernederd, verkracht en uiteindelijk vermoord. Ik denk dat de jongens woedend waren dat ze haar al die jaren als een gelijke hadden behandeld, ze voelden zich belachelijk gemaakt en in hun eer gekrenkt. Het meisje moest haar plaats worden gewezen. De humor zagen ze er niet van in.

dinsdag 10 mei 2011

Boos

Foto: flickr, by ilamont.com
In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een brief afgedrukt die Grunberg schreef toen hij begin twintig was. Altijd leuk, werk van kunstenaars voor hun doorbraak. Het stuk dat afgedrukt stond maakte een bijzonder Reviaanse indruk op me, een associatie die ik met zijn romans nooit heb.

'Het scheppen van dingen sla ik nog steeds het hoogste aan. Maar meer dan in het verheerlijken van het moment, of in het uitdrukken van een bepaald soort berusting ligt voor mij het schrijven voor een belangrijk deel verborgen in de woede die ik voel en de drift.'

Als ik dit lees hoor ik een keurige jaren vijftig stem heel zorgvuldig formuleren. Grunberg schrijft in één van die vroege brieven dat hij woedend is over zijn lot en zijn onvolmaakte leven. Door te schrijven probeert hij voor zijn dood iets te vervolmaken wat daarna niet meer kan.
  Het leven is inderdaad net een zandkasteel dat van alle kanten wordt bedreigd, niet alleen door de zee maar vooral ook door stompzinnige badgasten die zonder te kijken over je mooie werk heenstruikelen. Of tegen je zeggen dat je zandkasteel eruit ziet als een grote gele drol.
  Als je gaat psychologiseren, zou je kunnen zeggen dat de schrijver een persoon is die maar zeer matig om kan gaan met die voortdurende inbreuk van buitenaf.

Mark Boog zegt in het zijn gedicht 'Het Boze' misschien nog wel het kortst:

'De wereld

voegt zich nauwelijks naar mij en ik ben boos'

Gelukkig zijn er altijd nog miniwereldjes waarin de wereld zich wel compleet naar je voegt, ze zijn bijvoorbeeld gratis en voor niets te registreren bij http://www.blogger.com/.

donderdag 5 mei 2011

Tirade

VI heeft een nieuwe tirade van mijn hand op zijn site geplaatst, lees hem hier.

zaterdag 30 april 2011

Liefdesverdriet (Slot)

Foto: flickr, by Adrian Hart
Nadat we een week lang geen contact hebben kunnen krijgen met aankomend professor annex neurowetenschappelijk wonderkind Edwin Onderkaak, besluiten we op goed geluk naar zijn witte villa in het Gooi af te reizen.

'Ik begin een steeds grotere hekel aan die man te krijgen', mompelt mijn vrouwelijke collega, terwijl ze soepel de bochtjes tussen de groene bomen neemt.

Als we de oprijlaan oprijden zien we dat meerdere ramen van de villa wijd open staan, luide muziek dwarrelt over het gladgeschoren gazon. We bellen aan, mijn vrouwelijke collega herkent de sombere pianotonen als 'The Scientist' van Coldplay.

'Lauwe muziek voor zo'n stoere vent', zegt ze, terwijl ze voordeur voorzichtig openduwt. We lopen de lange gang door richting de muziek, vlak voor de woonkamer blijven we staan. Hoewel we allebei wel wat gewend zijn op journalistiek gebied, zijn we toch onvoorbereid op het afschrikwekkende toneel dat ons zit op te wachten. Onderkaak zit languit op zijn witlederen sofa, gekleed in slechts een onderbroek. Het tafeltje voor hem is volgestapeld met blikjes Heineneken, een half opgegeten pizza ligt onder de bank.

'Ze heeft me gedumpt', fluistert Onderkaak als hij ons in de gaten heeft gekregen, 'ze heeft me gewoon gedumpt.' Mijn vrouwelijke collega zet de muziek wat zachter, ik schuif een stoel naar de toekomstig professor toe.

'Wie heeft u gedumpt?', informeer ik.

'Liesbeth, de laatste patient. Na de vragenlijst zijn we wat gaan eten in de Platte Pannenkoek, ik had nog nooit zo'n vrouw als haar ontmoet. Ze liet helemaal niets op de scanner zien, helemaal niets. Het was alsof ze geen emoties had', besluit de onderzoeksleider, hij sluit zijn ogen en begint te snurken.

Een half uur later schrikt hij weer wakker, mij collega en ik hebben ondertussen de kamer wat gefatsoeneerd.

'Het was de week van mijn leven', zegt Onderkaak, 'maar nu wil ze me niet meer zien.'

Mijn collega kan een lachje niet onderdrukken: 'ironisch allemaal', mompelt ze, terwijl ze het laatste blikje Heineken in elkaar knijpt.

'Ironie zegt me niets', antwoordt Onderkaak, 'dat vind ik meer iets voor Engelsen.'

Nadat we het wonderkind onder de douche hebben gezet vragen we nog naar de uitkomsten van zijn onderzoek.

'Daar geloof ik niet meer in', antwoordt Onderkaak vanaf de andere kant van het douchegordijn, 'ik heb zojuist besloten om een half jaar naar India te gaan om mezelf te zoeken.'

Met deze woorden laten we het wonderkind alleen, de deur trekken we voor de zekerheid maar stevig achter ons dicht.

Liefdesverdriet (3)

Foto: flickr, by Will Foster
Het loopt tegen vieren in de middag als toekomstig leider van het Broca instituut en onderzoeker van liefdesverdriet Edwin Onderkaak voor het eerst verschijnselen van vermoeidheid begint te vertonen.

'Al die jankende wijven', verzucht de aankomend professor, 'ze gaan toch op je zenuwen werken.'

Vele vrouwen hebben we gedurende de dag langs zien komen. Na het invullen van een vragenlijst worden ze onder de scanner gelegd, waarna ze in het apparaat eerst neutrale plaatjes te zien krijgen. Na een serie met daarin een boom, een huis en een koe, komt er plotseling een plaatje van hun ex-geliefde tevoorschijn. Onderkaak wijst op dat soort momenten verheugd naar zijn computerscherm:

'Kijk, de amygdala, en hier, de pre-frontaalcortex. We zijn de emoties nu echt op het spoor', verklaart de onderzoeksleider als de laatste vrouw jankend de ruimte weer heeft verlaten. 'Nog even en we weten precies hoe het zit.'

We willen ons al klaar maken om naar huis te gaan, als er op de deur wordt geklopt. Een lange vrouw met golvend kastanjebruin haar vraagt of het onderzoek al is afgelopen. Onderkaak lijkt even te twijfelen, maar gebaart dan dat ze kan gaan zitten. Tijdens het invullen van de vragenlijst gebeurt er iets vreemds: de aankomend professor maakt meerdere keren oogcontact met de zelfverzekerde dame, iets waar hij zelf nog het meest van lijkt te schrikken.

'In de scanner dan maar', mompelt hij terwijl hij zich al achter zijn computer heeft geinstalleerd. Tijdens het scannen lijkt de vrouw niet erg onder de indruk te zijn van het plaatje van de man waar ze vijf jaar van haar leven mee heeft doorgebracht. Glimlachend komt ze weer onder het apparaat vandaan, een schril contrast met al haar huilende voorgangsters.

'Gaan jullie maar naar huis', zegt Onderkaak tegen ons, 'ik wil deze mevrouw nog even wat extra vragen stellen.'

We laten de aankomend professor in een lichte staat van verwarring achter en gaan op zoek naar een bushalte.

(to be continued..)