zaterdag 30 april 2011

Liefdesverdriet (Slot)

Foto: flickr, by Adrian Hart
Nadat we een week lang geen contact hebben kunnen krijgen met aankomend professor annex neurowetenschappelijk wonderkind Edwin Onderkaak, besluiten we op goed geluk naar zijn witte villa in het Gooi af te reizen.

'Ik begin een steeds grotere hekel aan die man te krijgen', mompelt mijn vrouwelijke collega, terwijl ze soepel de bochtjes tussen de groene bomen neemt.

Als we de oprijlaan oprijden zien we dat meerdere ramen van de villa wijd open staan, luide muziek dwarrelt over het gladgeschoren gazon. We bellen aan, mijn vrouwelijke collega herkent de sombere pianotonen als 'The Scientist' van Coldplay.

'Lauwe muziek voor zo'n stoere vent', zegt ze, terwijl ze voordeur voorzichtig openduwt. We lopen de lange gang door richting de muziek, vlak voor de woonkamer blijven we staan. Hoewel we allebei wel wat gewend zijn op journalistiek gebied, zijn we toch onvoorbereid op het afschrikwekkende toneel dat ons zit op te wachten. Onderkaak zit languit op zijn witlederen sofa, gekleed in slechts een onderbroek. Het tafeltje voor hem is volgestapeld met blikjes Heineneken, een half opgegeten pizza ligt onder de bank.

'Ze heeft me gedumpt', fluistert Onderkaak als hij ons in de gaten heeft gekregen, 'ze heeft me gewoon gedumpt.' Mijn vrouwelijke collega zet de muziek wat zachter, ik schuif een stoel naar de toekomstig professor toe.

'Wie heeft u gedumpt?', informeer ik.

'Liesbeth, de laatste patient. Na de vragenlijst zijn we wat gaan eten in de Platte Pannenkoek, ik had nog nooit zo'n vrouw als haar ontmoet. Ze liet helemaal niets op de scanner zien, helemaal niets. Het was alsof ze geen emoties had', besluit de onderzoeksleider, hij sluit zijn ogen en begint te snurken.

Een half uur later schrikt hij weer wakker, mij collega en ik hebben ondertussen de kamer wat gefatsoeneerd.

'Het was de week van mijn leven', zegt Onderkaak, 'maar nu wil ze me niet meer zien.'

Mijn collega kan een lachje niet onderdrukken: 'ironisch allemaal', mompelt ze, terwijl ze het laatste blikje Heineken in elkaar knijpt.

'Ironie zegt me niets', antwoordt Onderkaak, 'dat vind ik meer iets voor Engelsen.'

Nadat we het wonderkind onder de douche hebben gezet vragen we nog naar de uitkomsten van zijn onderzoek.

'Daar geloof ik niet meer in', antwoordt Onderkaak vanaf de andere kant van het douchegordijn, 'ik heb zojuist besloten om een half jaar naar India te gaan om mezelf te zoeken.'

Met deze woorden laten we het wonderkind alleen, de deur trekken we voor de zekerheid maar stevig achter ons dicht.