vrijdag 21 augustus 2015

Discussie

Wikipedia
Ik zit me al een tijdje te ergeren aan de discussie rond illegaal downloaden en de
gelegenheidsargumenten die daarbij van stal worden gehaald. Laatst vertelde iemand mij dat digitale bestanden net zoiets zijn als een boom: het is iets dat gewoon bestaat en eigenlijk van niemand is.
  En dus is de boom van iedereen.
Het verschil tussen een boom en een film, muziek of een boek is dat de laatste drie actief door iemand in elkaar zijn gezet. Iemand heeft bijvoorbeeld vier jaar fulltime aan een boek gewerkt en daar al zijn bloed, zweet en tranen in gestopt. Het gevolg hiervan is dat dit boek het intellectuele eigendom van de schrijver is en als je het wilt lezen, zal je ervoor moeten betalen.
  Dat lijkt me toch niet teveel gevraagd.

  Als je in een restaurant gaat eten verkondig je na het toetje ook niet dat het eten 'eigenlijk van iedereen is' en wandel je ook niet zonder te betalen de deur uit.

  'Maar het downloaden is nu eenmaal de werkelijkheid', hoor je dan. 'Dan moeten muzikanten en schrijvers maar een beter verdienmodel verzinnen.'

  Stel je voor dat inbrekers een super efficiënte manier vinden om in te breken in juwelierszaken. Is dat reden om het verder maar te laten gaan? Moeten die juweliers dan maar een 'beter verdienmodel' verzinnen?

  'Maar de prijzen voor cd's en e-boeken zijn belachelijk hoog. Als ze niet zo duur waren zou ik er wel voor betalen.'

  Stel dat er bij de bakker een brood ligt voor tien euro. Zeg je dan: 'Bakkertje, dat is echt belachelijk. Dat ga ik niet betalen en dat brood neem ik dus gewoon gratis mee' ? Nee, je houdt je geld lekker in je zak en zoekt een andere bakker. Dat is marktwerking en dan gaan de prijzen vanzelf wel omlaag. Het probleem met illegaal downloaden is dat de marktwerking verstoord wordt omdat er iemand op het dorpsplein honderden broden gratis uit staat te delen, broden die hij net bij de bakker op de hoek heeft gejat.

  'Maar die schrijvers en muzikanten kunnen toch al niet rondkomen van hun werk. Het is toch ook een leuke hobby voor ze?'

  Stel dat een bakker een zaakje heeft dat niet goed loopt. Wandel je dan naar binnen om te zeggen:

  'Hey, Bakkertje. Jij verdient toch al niet zoveel en brood bakken is toch ook gewoon leuk als hobby? Daarom neem ik dit halfje wit maar gewoon even mee zonder te betalen, dat snap je toch wel?'

  Er zijn eigenlijk maar twee goede argumenten voor illegaal downloaden:

  1) Het is super makkelijk.
  2) Je loopt geen enkel risico op straf.

  Alle andere argumenten zijn flauwekul en een manier om niet alleen te jatten, maar jezelf ook nog onder de morele schuld uit te wriemelen door de oorzaak bij de bestolene te leggen, in plaats van bij de dief. Dat maakt al die argumenten tot insult added to injury, zoals de Engelsen zeggen: je steelt niet alleen, je geeft je slachtoffer ook nog een schop na door te zeggen dat het zijn eigen stomme schuld is dat hij bestolen wordt.
  
 Dat er toch altijd mensen illegaal zullen blijven downloaden is logisch, gelegenheid maakt de dief en je kan het mensen nauwelijks kwalijk nemen. Maar wees dan wel zo eerlijk om voor je jatwerk uit te komen in plaats van slappe argumenten op te dissen die alleen maar een extra belediging vormen voor degene die al die mooie spulletjes heeft gemaakt.

woensdag 19 augustus 2015

Vreemd

RGB free, by hapekla
We zaten in de zesde klas en waren bezig met onze eindexamens. Buiten scheen de zon, we hingen rond in de kiosk die midden op het schoolplein stond. Ik zat op de blauwe leuning een shagje te roken en ik keek naar J.C. die aan een soort performance bezig was.

  J.C. was vijf jaar eerder op school verschenen met onder zijn arm een ouderwetse lichtbruine schooltas met zijvakjes, een flinke bril en zwart haar dat half over zijn ogen hing en vol zat met roos.
  Hij scheen van zijn vorige school te zijn geschopt.
  Al snel bleek J.C.'s meest opvallende eigenschap een aan waanzin grenzende koppigheid te zijn. De leraar wiskunde wilde bijvoorbeeld dat J.C. de hele som uitschreef en niet alleen het goede antwoord.
  J.C. leverde een blaadje in met twintig goede antwoorden en kreeg een één terug. Dit herhaalde zich net zolang totdat hij het lokaal niet meer in hoefde te komen.
  Tussen de lessen door filosofeerde hij in de gangen over de aard van de werkelijkheid, als we bij het juiste lokaal aankwamen ging hij met zijn hoofd op zijn armen liggen slapen.
 
  En nu was het onze laatste zomer op de middelbare school en J.C. had speakertjes aangesloten op een walkman en draaide Spaceman, van Babylon Zoo.
  De bril was verdwenen en de haren waren uitgegroeid tot een flinke paardenstaart. Alleen de lichtbruine schooltas herinnerde nog aan de jongen die vijf jaar eerder de school binnen was komen wandelen.
  Met een sigaretje in zijn mondhoek danste hij onbeholpen op de muziek, in zichzelf gekeerd, waarschijnlijk lichtelijk stoned zong hij het catchy refreintje mee:

There's a fire between us
So where is your God?
There's a fire between us
I can't get of the carousel

Verder was het stil op het schoolplein, sommigen van ons groepje moesten nog examen doen, anderen waren al geweest.
  Maar niemand maakte zich al te druk: de zon scheen en we rookten, we waren zeventien en we luisterden naar muziek en het had er alle schijn van dat er nooit iets zou gebeuren wat ons leven in de war zou kunnen schoppen.
   Als ik naar foto's uit die tijd kijk zie ik de werkelijkheid zoals hij was voordat ik even met mijn ogen knipperde. Als ik in de spiegel kijk zie ik een dikke kop die me vaag aan iemand van vroeger doet denken.
  Mijn vrienden zijn uitgegroeid tot groteske versies van zichzelf, we zijn tijdens een tussenuur per ongeluk een spiegelpaleis binnen gewandeld en nooit meer de oude geworden.

  Vanochtend hoorde ik dat J.C. overleden is.
  Een vreemd bericht.
  Naar mijn weten is hij toch echt springlevend, hij stond gisteren nog in de kiosk een raar dansje te doen op Spaceman. Hij rookte een camel sigaret en hij was de enige die het gedicht bij het examen Nederlands begrepen had. Zijn ouders hebben een huisje in Zeeland en in de vakantie gaan we daar bier drinken en aan het strand liggen en heel veel muziek luisteren en alles zal helemaal in orde zijn.

maandag 10 augustus 2015

Zomergast

RGB Free: by krappweis
Toen ik op pakweg zestienjarige leeftijd voor het eerst een aflevering van Zomergasten zag, begreep ik meteen dat dit het hoogst haalbare in een mensenleven is: Zomergast te zijn.
  Drie uur televisie om jou heen, Nederland dat aan je lippen hangt.
  Ik nam mij voor ook Zomergast te worden, maar naarmate de jaren verstreken moest ik de realiteit onder ogen gaan zien: het Zomergastenschap is maar weinigen gegeven.
  Ik begreep dat je eerst een knap literair oeuvre bij elkaar moest schrijven, een florerende business op moest zetten of op z'n minst dertig jaar op televisie moest zijn geweest, voor je een uitnodiging kreeg om je te melden bij de VPRO-studio om bijgezet te worden bij de groten der aarde.
 
  Maar toen was daar Simone van Saarloos.
  En mijn droom was in één klap weer springlevend.

  Filosofe, een paar columns in de NRC Next en een boek in voorbereiding. Als ik nu als een dolle aan het werk ga, moet ik over vijf jaar klaar zijn voor het Zomergastenschap.
  Tot die tijd oefen ik alvast voor de spiegel, beslagen ten ijs komen is het halve werk. Ik heb gisteren naarstig aantekeningen gemaakt en ik denk dat ik nu al aardig voor de dag zou komen. Hier zou ik bijvoorbeeld de avond mee openen:

   'Ik merkte dat mijn fragmenten allemaal te maken hebben met zand. Het zand van het strand, het zand van de zandloper, zanderige tijd die aan het strand verstrijkt.'
  
  'Alles is tijd, maar tegelijkertijd is tijd tijdloos en is tijd dus eigenlijk zelf helemaal geen tijd.'

   'Ik wil vragen stellen over tijd, die antwoorden oproepen die ervoor zorgen dat jij je af gaat vragen of je ideeën over tijd wel om antwoorden vragen, of dat ze zelf al een antwoord zijn, vermomd als een vraag.'

   'Jouw tijd en mijn tijd zijn niet per sé dezelfde tijd, de uitdaging is om onze tijd synchroon te laten lopen, een tijdloze zone te creëren binnen de tijd, waarin onze tijd de enige tijd is die bestaansrecht heeft, wat ons de vrijheid binnen de vrijheid oplevert, een dubbele vrijheid doordat de tijd er altijd tegelijk voor ons beide is.'

  'Jij hebt een kaal hoofd. Ik heb haar. De tijd heeft jouw haren doen verdwijnen. Voel eens aan mijn haar. Voel je het verschil? Voel je hoe de tijd verdwijnt als je mijn haar aanraakt? Waar zijn jouw haren in de tijd gebleven? Door symbolisch de tijd uit te vagen ga je terug in de tijd. Wat gebeurt er als je een pruik opzet en mensen denken dat je haar op je hoofd hebt? Ben je dan de tijd te slim af geweest? Ben je een bedrieger of een heilige met een pruik op je hoofd? Dat zijn de vragen waar ik wil dat wij vanavond over na gaan denken.'

  En dan start het eerste fragment: een obscure Indiaanse film over een ezeltje dat altijd tegen de klok in om de waterput heen loopt en geen dag ouder lijkt te worden.
 
De mensen zullen niet weten wat ze meemaken.

zaterdag 1 augustus 2015

Knuffel

RGB Free, by COBRAsoft
Ik heb een betrouwbaar gezicht. Nu denkt u natuurlijk: 'dat kan jij wel zeggen, maar misschien zie je er wel uit als een overspannen gek die elk moment een Kalasjnikof tevoorschijn kan halen om als een dolle om zich heen te gaan maaien, terwijl je roept: "ik wilde alleen maar half-volle melk". Ik zou je in ieder geval nooit vertrouwen.'

  Daarom hierbij drie bewijzen voor mijn betrouwbare gezicht.

1) Ik haalde een paar jaar geleden muntjes om bier te kunnen drinken op het bockbier festival in Den Bosch. Toen ik mijn muntjes na telde kwam ik erachter dat ik te weinig muntjes voor mijn geld had gekregen. Ik ging weer in de rij staan. De jongen achter de houten tafel hoorde mijn verhaal aan, zei 'je hebt een betrouwbaar gezicht' en gaf me twee extra muntjes.

2) Ik bezorgde post en ik werd aangesproken door een enigszins verwarde vrouw die post verwachtte maar hem niet gekregen had. Toen ik haar vertelde dat ik bij haar bezorgde klaarde haar gezicht op. 'Wat een prettig idee', zei ze. 'Jij hebt echt een betrouwbaar gezicht.'
  Dat mensen met betrouwbare gezichten ook behoorlijk belabberde postbezorgers zouden kunnen zijn kwam kennelijk niet bij haar op, maar daar gaat het nu niet om.

3) Ik stond in de rij voor het Concertgebouw in Amsterdam. Binnen zou zo dadelijk een Anatomische Les gegeven worden door Linda Partidge. Ik had Partidge die ochtend willen interviewen, maar dat was zoals gewoonlijk weer eens gesaboteerd door de NS. Nu stond ik op goed geluk in de rij voor het Concertgebouw zonder kaartje, het plan was om haar naar haar lezing dan maar een paar vragen te stellen.
  Toen ik aan de beurt was legde ik mijn verhaal uit aan een meisje. Die keek heel moeilijk en zei: 'ik bel het hoofd van de beveiliging wel even.'
 Het hoofd van de beveiliging was hoekig, hij praatte in zijn kraag en hij keek om zich heen alsof we elk moment door de Taliban overvallen konden worden. Hij luisterde ongeveer tien seconden naar mijn verhaal en greep toen naar zijn binnenzak. Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had, maar hij haalde met een vriendelijke grijns twee kaartjes tevoorschijn.
  'Eén voor de lezing en één voor de besloten borrel daarna', zei hij. 'Veel succes ermee.'

  Dat zijn dus de prettige aspecten van het hebben van een betrouwbaar gezicht. De minder prettige aspecten bestaan eruit dat je aangeschoten wild bent voor zwervers, collectoren en ander gespuis. Ze ruiken je op vijfhonderd meter afstand, ze trekken naar je toe alsof je een lokgeur afscheidt. Het maakt niet uit of je naar de lucht kijkt, de grond, boos of afwezig. Ze zien een betrouwbaar gezicht en ze slaan aan als een dolle hond.

  Ze liep ik onlangs de Albert Heijn binnen. Ik zag haar al van veraf staan, maakte een ontwijkende beweging, maar toch kwam ze met open gespreide armen op me af.
  'Mag ik u een knuffel geven', vroeg ze.
  'Nee', zei ik. 'Liever niet.'
  Dit bracht haar vreemd genoeg totaal niet van slag. 'Wilt u dan wat doneren voor zieke straatkinderen?'
  'Ik heb geen geld bij me', zei ik, wat de waarheid was. 'Ik heb alleen maar een pinpas.'
  Nu begon ze toch een beetje aan mijn betrouwbaarheid te twijfelen.
  'U hoeft niet veel te geven hoor.'
  'Ik heb echt geen geld bij me', zei ik, en ik liep weer door.
  Toen ik weer naar huis liep vroeg ik me af of ik terug moest gaan met wat kleingeld, maar ik corrigeerde mezelf. Vandaag zou de eerste dag worden van mijn onbetrouwbare bestaan. 

zaterdag 25 juli 2015

Duet

RGB Free, by gabriel77
Als Zlatan bij Manchester United zou spelen dan zou hij naar eigen zeggen 'veel ruzie' hebben met Louis van Gaal.
 
  Om meerdere redenen lijkt het mij een fantastisch plan om Zlatan Ibrahimovic naar Manchester United te halen. De belangrijkste is natuurlijk Louis van Gaal. Louis van Gaal en Zlatan Ibrahimovic in één kleedkamer. Dan hoef je dus alleen nog maar een camera in het plafond te monteren en je hebt oscarwaardig materiaal in handen.
  De film die mij meteen te binnen schiet is 'Heat', van Michael Mann. Specifiek die scene in dat restaurant. Als je aandachtig naar deze scene kijkt, kost het je niet veel moeite om van Gaal in de rol van Al Pacino te plaatsen en Zlatan in de rol van Robert de Niro. Al Pacino loopt sowieso die halve film te schreeuwen en het was me nooit zo opgevallen, maar van Gaal heeft wel wat Pacino-achtigs in de manier waarop hij de zaal in kijkt als een journalist vraagt of hij één of andere buitenspeler misschien niet beter een keer op het middenveld op kan stellen.
  Een vulkaan net voordat hij uitbarst, zo kan je het hoofd van van Gaal dan wel omschrijven en Pacino is ook op z'n best als hij de waanzin net onder de oppervlakte laat schemeren.
  En dat Zlatan met zijn onderkoelde boevenhoofd een prima de Nero neer kan zetten, daar hoeven we het denk ik niet eens over te hebben.

  Stel je een kleedkamer in Liverpool voor. Het is rust, United staat 2-0 achter. Van Gaal heeft voor de wedstrijd een bespreking van twee uur gehouden waarin hij voor Zlatan specifieke verticale looplijnen op het bord heeft getekend.
  Zlatan heeft de hele eerste helft met mathematische precisie horizontaal heen en weer gewandeld.
  Van Gaal is na het rustsignaal even in de dug-out blijven zitten. Maar nu zwaait de deur van de kleedkamer open, het silhouet van dat enorme hoofd tekent zich af tegen een treurige Engelse hemel, er schuift een wolk voor het waterige zonnetje en van Gaal stapt de kleedkamer binnen.
  De deur valt dicht, alle gesprekken vallen stil. Zlatan zit op het verste stoeltje een beetje modder tussen zijn noppen uit te peuteren. Van Gaal wandelt de kleedkamer door, totdat hij bij het stoeltje naast Zlatan is aangekomen, dat bezet wordt door Daley Blind, die in blinde paniek naar het toilet rent.
  Van Gaal gaat naast Zlatan zitten, die aandachtig aan zijn noppen blijft pulken en zich van geen kwaad bewust lijkt te zijn.
  'Zlatan', vraagt Louis.
  Zlatan kijkt verbaasd op.
  'Zeg het eens, meneer van Gaal.'

Ik denk dat ik voor het bekijken van het hierop volgende gesprek meer geld zou betalen dan voor de wedstrijd zelf.

zaterdag 11 juli 2015

Fictie

RGB Free, by lusi
In het dubbeldikke vakantienummer van HP/De Tijd staat een voorpublicatie van de debuutroman van Thomas Acda.
  'Nadat Acda en De Munnik waren gestopt met optreden, wijdde Thomas Acda zich aan zijn eerste roman', kopt het artikel.
  Even verderop in het blad staat een literaire BN'ers top tien. 'Het schijnt dat er een paar Bekende Nederlanders zijn die nog geen boek hebben uitgebracht. Die zullen ongetwijfeld driftig achtervolgd worden door uitgevers', noteert recensent Dries Muus onder de top tien.

   Inderdaad is de fictie schrijvende BN'er een vreemd fenomeen.

  Om te beginnen is er de vanzelfsprekendheid waarmee de BN'ers de pen oppakken. Stelt dat je een artikel lees met als kop: 'Nadat Acda en De Munnik waren gestopt met optreden, wijdde Thomas Acda zich aan zijn eerste patiënt met neurologische klachten.'
  Dan sta je toch raar te kijken.
  Het schrijven van fictie is blijkbaar niet iets waar veel aanleg, training of opleiding voor nodig is, BN'er zijn is genoeg. Uit de voorpublicatie blijkt dat trouwens ook wel weer me te vallen: het is typisch van dat grappig bedoelde, beetje doodslaande, niet echt veel te vertellen hebbende debutantengekabbel, waar net zo goed de naam van Beau van Erven Dorens, Arie Boomsma of Halina Reijn boven had kunnen staan.

  Wat ons op de tweede vraag brengt: waarom willen al die televisiemakers, muzikanten, acteurs, actrices en voormalige politici zo graag een roman schrijven? Natuurlijk zou Acda een groot literair talent kunnen zijn, maar erg groot is die kans niet. Dan was hij wel gaan schrijven, in plaats van zingen en acteren. Eigenlijk het enige wat Acda kan schrijven dat echt interessant is, nu juist non-fictie. Persoonlijke herinneringen aan zijn tijd bij Acda en De Munnik, de strubbelingen, ups en downs, een kijkje achter de schermen. Waarschijnlijk is zo'n autobiografie veel interessanter dan matig geschreven fictie van iemand die nauwelijks literaire ervaring heeft en waarvan het maar de vraag is of hij er aanleg voor heeft.
  Waarom dan toch die driftige romanschrijverij?
  Het antwoord is denk ik bemoedigend voor iedereen die de literatuur aan warm hart toedraagt. Arie Boomsma, Thomas Acda, Beau van Erven Dorens, ze schrijven romans omdat ze vermoeden dat je juist in fictie de waarheid kan laten zien en jezelf het meest persoonlijk uit kan drukken. Ze kiezen voor fictie omdat ze echt iets willen zeggen.

vrijdag 3 juli 2015

Knikkers in het apenhok

Foto: wikipedia
De laatste tijd gaan mijn gedachten regelmatig uit naar de mantelbavianen van dierenpark Emmen.
Om de zoveel tijd schieten deze beesten in de stress en vertonen ze vreemd gedrag, de dierentuin noemt dat 'massahysterie'.
  Waarschijnlijk raakt er één mantelbaviaan in paniek die vervolgens de hele groep aansteekt, waarna ze een paar dagen als een stel neuroten in een hoge boom in de verte turen en weigeren om naar beneden te komen. De oorzaak van de paniek wordt nooit duidelijk, misschien is het zoiets onbenulligs als een knikkertje dat door het hok wordt gegooid door een balorig jongetje.

  Ik heb niet het idee dat wij heel erg verschillen van mantelbavianen. Net als apen zijn mensen hysterische informatie-delers: we zijn gek op sappige nieuwtjes en we houden er ook erg van om deze te delen. Psychologisch onderzoek toont aan dat we vooral opgewonden worden van emotioneel geladen nieuws: daar krijgen we echt een kick van en een onaanvechtbare neiging om het met de rest van de aapjes te delen.
  Zeer waarschijnlijk had dit ooit een biologisch nut: als één aap een paniekaanval krijgt omdat er in de verte een hongerige leeuw aan komt wandelen, is het een prettige bijkomstigheid als hij dit nieuwtje meteen maar in de groep gooit, in plaats van de dichtstbijzijnde boom in te klimmen, zijn ervaring rustig te verwerken en drie weken later om te zetten in een persoonlijk gedicht dat ondanks de subjectieve problematiek toch een universele zeggingskracht heeft.
  Leuk, zo'n helemaal doorleefde en verwerkte ervaring, maar helaas is er geen publiek meer om het mee te delen aangezien die allemaal door de leeuw zijn opgepeuzeld.
 

  Het enige verschil tussen die apen in Emmen en ons, is dat we onze eigen massahysterie creëren. In ons apenhok wordt geen knikkertje gegooid, wij doen het zelf, vierentwintig uur per dag smijten we miljoenen knikkers in het rond. Als je uitlogt bij hotmail, kom je automatisch op de pagina www.msn.nl. Ik vrees dat ik niet veel slimmer ben dan de gemiddelde mantelbaviaan, want ik heb nog steeds niet in de gaten dat ik die pagina zo snel mogelijk weg moet klikken, omdat ik anders weer het dak opklim om veertien uur het einde van de straat in de gaten te gaan houden.
  
  Dief steelt van doodziek kind, Arubaanse agent bedreigd, Oppashond voor 4-jarige baby, Doutzen straalt in sexy strandpakje, Hagelstenen stuiteren als pingpongballen, Relschoppers als ratten in de val, Rihanna adopteerde een puppy terwijl ze dronken was, Boko Haram slacht bijna 150 mensen af.

  Niets van deze informatie heeft enig nut voor mij, ik heb geen enkele reden om hier op te reageren en toch ga ik eens even kijken hoe dat zit met die oppashond. Hoe is er te ontsnappen aan deze regen van zinloze knikkertjes?

  Stap 1: Nooit meer het internet opgaan.
  Stap 2: Matthijs van Nieuwkerk mijden als de zwarte pest.

Ik heb onze apenkolonie grondig geanalyseerd en ik ben tot de conclusie gekomen dat Matthijs van Nieuwkerk de ultieme knikkergooier is. Matthijs van Nieuwkerk heeft de griezelige gave om bij elk onderwerp binnen drie seconden door te stoten naar het emotie-haakje dat de meeste opwinding in het hok veroorzaakt.
  Kan je goed voetballen, dan zit hij binnen drie seconden bij je lieve overgrootvader die je op z'n sterfbed vertelde hoe je de ultieme steekbal geeft. Kan je leuk gitaar spelen dan vraagt hij na twee tellen of je wat kan vertellen over je doodzieke dochtertje en wat dat ook alweer met het refrein van je nieuwste hit te maken heeft. Heb je een boek geschreven wat erg goed is, maar ben je niet geestelijk of lichamelijk ziek en heb je niet zeven jaar op een berg in Guatemala zitten afzien voor je boek terwijl je leefde op een dieet van geitenkeutels en sprinkhanen terwijl je vrouw in haar eentje de koters opvoedde, waarvan er eentje ook nog dyslectisch is, dan hoef je niet langs te komen.
  Daar komt nog bij dat van Nieuwkerk de schijn van oprechtheid met zich meedraagt. Iemand als Albert Verlinde is bijvoorbeeld ook een beruchte knikkergooier, maar zelfs de meest trage mantelbaviaan heeft ondertussen wel in de gaten dat het Verlinde alleen maar om de ophef is te doen. Van Nieuwkerk nemen we serieus, hetgeen hem vele malen effectiever maakt. 

Mijn advies voor dierenpark Emmen is dan ook: de volgende keer dat die beesten in een boom zitten ga je op zoek naar een wat ouder mannetje met jongensachtig haar dat nadat ie iemand gevlooid heeft een boom inklimt om de rest van de groep als een bezetene toe te spreken.
  Een klein tikje op het gecoiffeerde apenkopje en je moet eens zien hoe snel de rust wederkeert.