donderdag 30 oktober 2014

Humor

'Verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden leiden tot ongemak', meldt nu.nl. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) blijkt onder meer dat mensen met een hoge opleiding de humor van mensen met een lage opleiding vaak niet begrijpen en 'dat is ongemakkelijk', aldus één van de onderzoekers.

  Graag had ik wat meer over dit humorprobleem gelezen, maar het artikel geeft geen verdere informatie en de publicatie zelf kost 29,90 euro, en dan is het nog maar de vraag of de onderzoekers (zelf uiteraard hoger opgeleid) echt in de humor van de lager opgeleiden zijn doorgedrongen.
  Laat ik daarom zelf een analyse maken van de humor der lager opgeleide, als hoger opgeleide natuurlijk een hachelijke zaak, maar ik koester graag de illusie een bruggenbouwer te zijn richting de lager opgeleide medemens.

  Ten eerste is er de humor die de lager opgeleide in eigen gelederen tentoonspreidt. Deze is op zichzelf weer onder te verdelen in twee subcategorieën: lachen om andermans fysieke tekortkomingen dan wel onhandigheid en de betere poep en plashumor.
  Voorbeeld van subcategorie één: een bouwvakker die een collega met grote oren aanspreekt met 'Dombo' of het hartelijk lachen als een collega bouwvakker in een kuil valt. Voorbeeld van subcategorie twee: in een deuk liggen als iemand in de schaftkeet een flinke ruft laat.
  Bij deze vorm van humor denk ik niet dat er spraakverwarring ontstaat met de hoger opgeleiden, aangezien de hoger opgeleiden hun eigen variant van deze vormen van humor hebben.
  De hoger opgeleide lacht zijn medemens niet uit vanwege fysieke gebreken (dat is niet netjes), maar vanwege intellectuele gebreken dan wel intellectuele onhandigheid. En de hoger opgeleide variant van de poep en plashumor is het absurdisme: zowel poep en plashumor als absurdisme zijn gebaseerd op het breken van regels.
  De silly walk is de hoger opgeleide variant van de stinkende ruft.

Tot zover de humor van de lager opgeleide in eigen kring. Maar nu de humor als een hoger opgeleide het toneel betreedt. Ik weet precies waar ze in het rapport over praten, ik heb de spraakverwarring vaak geobserveerd en ben ook weleens de niet-begrijpende hoger opgeleide deelnemer geweest. De scene waarin de spraakverwarring zich afspeelt is vaak ongeveer de volgende:
  - Een hoger opgeleide loopt de voordeur uit om een ongedwongen praatje te maken met een groepje klussers die zijn tuintegels aan het leggen zijn.
  - Een hoger opgeleide rijdt zijn auto de garage in en stapt uit om met een groepje automonteurs te praten.
  - Een hoger opgeleide staat in zijn badkamer met een stel loodgieters naar zijn defecte toiletpot te staren.

Wat er nu vaak gebeurt, is dat één der lager opgeleiden een vorm van humor gaat bezigen die ik 'denk-maar-niet-dat-je-slim-bent-want-wij-zijn-eigenlijk-veel-slimmer-dan-jou'  humor zou willen dopen.
  De lager opgeleide gaat zijn zwakkere uitgangspositie compenseren door een zodanige gevatheid aan de dag te leggen, dat de hoger opgeleide er bij staat als een idioot met zijn mond vol tanden.
 De humor die hiervoor wordt gebruikt is meestal een soort abstracte insiders-humor waarvan het doel niet in eerste instantie is om grappig te zijn, maar om te laten zien hoe slim je bent.
 Een klusser antwoordt bijvoorbeeld op de vraag of de heren nog koffie lusten: 'nou we zijn geen heren van de thee als je dat soms wou zeggen.'
 Sommige lager opgeleiden hebben deze vorm van humor zover geperfectioneerd, dat het een soort wandelende humor-orakels worden. Dat is de loodgieter die met twinkelende oogjes als je opendoet zegt: 'Doe open die poort zei de heer en daar gingen we.' Als je in de gang staat zegt hij: 'Nou hier is in ieder geval geen paard te zien' en in de badkamer klopt hij drie keer op de rand van je toiletpot en verkondigt een proest onderdrukkend dat het water 'stroomt zoals het stroomt want anders zou het natuurlijk wel staan'.
  Als hoger opgeleide sta je hier een beetje dom bij te grijnzen, en als je de loodgieter de deur uit hebt gelaten bekruipt je het ongemakkelijk gevoel dat je voor lul bent gezet, al weet je niet precies hoe en waarom.
  En terwijl je daar nog steeds over aan het tobben bent, ligt de loodgieter in zijn busje alweer dubbel om een bak van zijn collega over een man zonder benen die een scheet laat.

maandag 20 oktober 2014

Inkijkje

Mijn inzending voor een schrijfwedstrijd heeft nul likes. Ook voelt niemand zich geroepen er iets over te zeggen. Ik vat dit niet op als een persoonlijke belediging, maar als een belediging voor iedereen die werkzaam is in de waterkokerindustrie. De eerste regels van het verhaal luiden:

Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel aan mensen die zeggen authentiek te zijn. Deze haat kostte mij onlangs mijn baan, hoewel dit onverwachte ontslag zeker ook toe te schrijven was aan een nauwelijks te onderdrukken hartstocht voor de dochter van de directeur.

Hierna volgt een fascinerend inkijkje in het waterkokerwereldje. Het verhaal is hier te lezen.

dinsdag 30 september 2014

Attractie

Terwijl ik zat te ontbijten, drong het langzaam tot me door dat er buiten iets aan de hand was. Een paniekerig gakken dat steeds intenser werd waaide door het raam naar binnen.
  Ik keek naar buiten.
Vijf ganzen bewogen zich schommelend door de straat, ze loerden wat door etalages en waren duidelijk in paniek. Er kwam een auto voorbij die er bijna één schepte. Er kwam een vrouw voorbij die haar telefoon tevoorschijn haalde, een paar foto's maakte en weer doorliep.
  Dat schoot lekker op zo.
  Juist toen in ik overwoog of je voor zoiets de dieren-hulplijn kan bellen, ging de telefoon. 'Er staan vijf ganzen voor de deur', zei ik tegen mijn vriendin. 'Ze zijn verdwaald.'
  'Pak een boterham en leidt ze naar het park', was de suggestie die terugkwam, een in al zijn eenvoud vrij goed plan, al zeg ik het zelf.

  Ik pakt twee boterhammen en liep de straat op. De leider van het groepje, een grote grijze gans, had me meteen al in de smiezen en kwam blazend en met gespreide vleugels op me af rennen. Meteen zette ik er flink de pas in richting het park, dit ging zo van een leien dakje. Kort achter de leider trippelden nog twee grijze ganzen en een paar meter daarachter sukkelden twee witte ganzen.
  Ik gooide steeds een klein stukje brood een paar meter voor me uit, dit om de leider van me af te houden en het tempo erin te houden.
  Al snel had ik niet alleen een troepje ganzen naast me op de stoep, maar ook een geïnteresseerd rijtje fietsers naast me op de straat.
  'Wat doe je dat leuk', riep een vrouw. 'Je bent net zo iemand uit de Efteling.'
  Het park kwam al in zicht, we moesten even wachten om een straat over te kunnen steken, toen ik doorkreeg dat ik die twee slome witten kwijt was geraakt.
  'Ze zijn de Jumbo ingegaan', bracht een man me op de hoogte, en hij wees naar de ingang van de supermarkt.
  Tot nu toe was het een vrij strakke operatie geweest, maar nu begon ik toch lichtelijk in paniek te raken. Om die witten weer terug te krijgen moest ik terug lopen, terwijl die grote grijze agressief werd als ik hem niet bezig hield.
  Godzijdank kwamen ze juist weer de Jumbo uitgeschommeld, waarna ze werden onthaald op een terechte scheldkanonnade van hun grijze vriendjes en ik mijn zegetocht naar het park kon voltooien.

zaterdag 27 september 2014

Motivatie

Wat beweegt iemand om Zwarte Piet te spelen? Deze vraag wordt in het haast ondraaglijk wordende Zwarte Pieten-debat verrassend weinig gesteld. Grofweg is Zwarte Piet waarschijnlijk uit twee verschillende archetypes ontstaan: het duiveltje en het dommige negerslaafje.
  Zelf heb ik Zwarte Piet altijd vooral als een niet-menselijk duiveltje gezien: met zijn zwarte gezichtje loert hij door ramen, hij klautert over daken, hij houdt je in de gaten en hij heeft iets watervlug pesterigs over zich. Maar ook het negerslaafje zie ik er wel in: het slavenpakje, het meer onderdanige, de dikke lippen en de oorbellen, het gebrekkige Nederlands.

  De vraag of Zwart Piet racistisch is, kunnen we oplossen door te kijken hoe zijn rol door de spelers wordt ingevuld. Blanke mensen schminken hun gezicht zwart. Als ze vervolgens gebrekkig Nederlands gaan spreken en de domme clown gaan uithangen, zijn het racisten.
  Hoewel het enige tijd geleden is dat ik voor het laatst een Sinterklaasfeest heb bijgewoond, heb ik het idee dat mensen zich vooral zwart schminken om de plaaggeest uit te kunnen hangen.
  Verscholen achter het donkere masker kunnen ze buitelingen maken, ze kunnen keiharde pepernoten in de gezichtjes van doodsbange kinderen smijten, ze kunnen dreigen je in de zak te stoppen.
  De volwassene die Zwarte Piet speelt, lijkt er meer genoegen in te scheppen om zijn rol te gebruiken om zijn sadistische neigingen uit te leven, dan zijn racistische.
  De gekleurde medemens is dan ook misplaatst verontwaardigd, degene die echt verontwaardigd zou moeten zijn is de sadistische medemens die bij het Sinterklaasfeest op schandalige wijze belachelijk wordt gemaakt.

zondag 24 augustus 2014

Toneelstuk

Eén van de aardige aspecten van de menselijke conditie, is dat we allemaal neurotische verhalenvertellers zijn. Zelfs kleine kinderen hebben al in de gaten dat ze een narratieve dekmantel nodig hebben om hun driften cultureel verantwoord te kunnen kanaliseren.
  Zo'n narratieve dekmantel noemen we dan bijvoorbeeld 'doktertje spelen'.

  De ene dekmantel is ingenieuzer dan de andere,  de dekmantel van de Jihad lijkt me één van de meer doorzichtige. Toch kan het geen kwaad ook zo'n dekmantel eens een tijdje demonstratief weg te trekken en te laten zien wat er onder zit. Ik stel dan ook voor dat de Nederlandse media de afkorting IS twee maanden lang vervangen door de afkorting LKMM: Leger der Kansloze en Moordzuchtige Mannen.
  Onderdeel van opgroeien is dat we cowboytje en indiaantje vervangen door belastingadviseur en loodgieter. Werk je daar niet aan mee, dan verspeel je je recht op een rol binnen ons toneelstuk.

maandag 18 augustus 2014

Eikeltjes

Vorige week deelde zomergast Reinbert de Leeuw ons mee dat er twee soorten mensen zijn: zij die de sublieme ervaring van het luisteren naar klassieke muziek kennen en de armzalige soort die deze ervaring niet kent.
  'Die mensen zijn eigenlijk een beetje dood', waren Reinberts woorden ongeveer.
  Gisteren liet zomergast Ionica Smeets een filmpje zien van de natuurkundige Richard Feyman die verklaarde dat er twee soorten mensen zijn: zij die de sublieme wiskundige principes achter de werkelijkheid leren kennen en zij die in treurige onwetendheid hierover rondploeteren.
  Laten we volgend jaar Pluizerd de Eekhoorn als zomergast uitnodigen. Die kan dan verklaren dat er twee soorten dieren zijn: zij die de zalige smaak van eikeltjes kennen, en zij die ronddolen over de aardkorst zonder ooit een enkel eikeltje op te hebben gepeuzeld.

donderdag 14 augustus 2014

Spaghetti

Het is volgens mij één van de grootste misvattingen rond een organisatie als IS, om deze in eerste instantie als een religieuze beweging te zien. Als je het al religie kunt noemen, dan is het de religie van de voetbal-hooligan.

  Alle remmen mogen los, er mag gemoord en verkracht worden en dat ook nog eens gerechtvaardigd door een flinterdun vijgenblaadje van religiositeit.
  Had er toevallig een boek over het Vliegende Spaghetti Monster in de buurt gelegen, dan werden we nu op video's door baardige jongens ernstig toegesproken over de verplichting elke avond spaghetti te eten, en anders komen ze helaas, het spijt ze zelf ook heel erg, ons hoofd eraf hakken.
  Want zo staat het nu eenmaal geschreven in het Grote Spaghetti Boek.