zondag 20 februari 2011

Kibbelende cowboys

Foto: Flickr, by Sleeper Cell
Hoewel de Coen-brothers misschien wel mijn favoriete regisseurs zijn (The Big Lebowski, Fargo, No Country for Old Men, Oh Brother Where Arth Thou), kon hun nieuwste film me toch niet echt bekoren. De Coens maken vaak slapstick, al dan niet met een wrange ondertoon: Fargo is misschien wel het beste voorbeeld hiervan. Het zijn films over gewone mensen die veel te hoog reiken en zich gigantisch in de nesten werken, vaak met een hoop gooi- en smijtwerk tot gevolg. Maar ze kunnen ook een gevoelige noot aanslaan: in No Country For Old Men valt weinig te lachen, het is een prachtige film vol suspense en drama.

Helaas was True Grit naar mijn bescheiden mening geen van beiden.

De verhaallijn is redelijk rechttoe rechtaan, de bekende absurditeiten blijven (op een beer die op een paard in de mist aan komt rijden na) grotendeels achterwege. Jeff Bridges speelt een cowboy die samen met een andere cowboy (Matt Damon)  de moordenaar van de vader van een meisje op gaat zoeken. De ene cowboy is een zuipende praatjesmaker en de andere een wat pompeuze Texas Ranger, en een groot deel van de film bestaat uit gekibbel tussen deze twee cowboys wie van hun twee het stoerst is.

Nou kunnen kibbelende mannen best boeiend zijn (denk aan de gangsters van Quentin Tarantino), en een goede dialoog kunnen de Coens volgens mij in hun slaap nog wel schrijven, maar echt boeiend of geestig wordt het nooit. De film kabbelt wat voort, van de ene berg naar de andere, de cowboys kibbelen wat door en achter mij hoorde ik een paar dames overleggen of ze niet gewoon wat zouden gaan drinken en de film laten voor wat hij is.

Na drie keer op rij raak geschoten te hebben - No Country For Old Men (prachtig), Burn After Reading (hilarisch) en A Serious Man (tragikomisch) - , hebben de Coens dan toch een film gemaakt waar wat mij betreft weinig kraak of smaak aan te ontdekken valt. Misschien had ik beter nog een keertje The Big Lebowski op kunnen zetten...