maandag 14 mei 2012

Invasie

Foto: flickr, by cheetah100
Het eerste spinnetje hing aan de bovenste plank van de boekenkast. Hij was zich aan een draadje naar beneden aan het zakken, ik zag in mijn ooghoek iets bewegen en gooide hem naar buiten. De volgende dag hingen er twee tussen de beeldjes op de vensterbank. Ze waren net zo klein als de eerste, ook deze pakte ik in een papiertje, even keek ik ze aan voordat ik ze weggooide. Ik kon de oogjes niet zien, maar ik verbeelde me dat ze tegen me zeiden: 'gooi maar weg, we komen toch wel terug.'

De volgende dag, bij het ophangen van de was, hingen er vier spinnetjes tussen de waslijnen op het balkon. Ik veegde ze samen, en nam er ook nog eentje mee die weg wilde kruipen onder de rand van het balkonhek.  Ik haalde het papiertje terug van onder de rand en opende het, ik wilde zien of ik hem te pakken had gekregen. Tientallen spinnetjes krioelden in een kluwen in de holte van mijn hand: ik had het hoofdkwartier ontmanteld.
  Ik liet het witte keukenpapier van het balkon af zeilen, de kluwen klauterde van onder het papiertje naar boven, met honderden pootjes schuifelden ze naar de rand en heel zachtjes hoorde ik in de wind piepen: 'we'll be back...'
  Als de bel gaat zal ik de komende dagen eerst goed door het kijkgaatje loeren.

woensdag 9 mei 2012

Onrustig

Foto: flickr, by Gerard Stolk
In de tram kunnen de bestuurder en de persoon die in het hokje in het midden zit via een intercom met elkaar praten. Meestal hoor je deze gesprekken niet, dan zie je alleen maar iemand zitten grijnzen en knikken in die vissenkom, maar nu had een man zijn been van een meter uit het hokje gestoken en zijn voet tegen het wandje in de tram gezet, zodat we eindelijk eens konden horen waar die trambestuurders het de hele dag over hebben.
  Ze bleken het over andere trambestuurders te hebben, een sociologisch fenomeen dat ik eigenlijk ook zo wel had kunnen bedenken, daar heb ik in principe geen vragenlijst voor nodig. Tijdens mijn sterk van elkaar verschillende en vaak zeer kort durende dienstverbanden heb ik al gemerkt dat postbodes het over andere postbodes hebben, dat artsen over artsen praten en dat telemarketeers slechts één overheersende obsessie hebben: de bezigheden van de telemarketeer in het hokje naast hen.
  'Zie je die bestuurder naast je', vroeg de vrouw voorin aan de man in het hokje. De man in het hokje keek naar de bestuurder van de tram die in tegengestelde richting naast ons was komen staan. 'Die heeft toen die fietser aangereden, bij die shoarmatent. Ze reed de hele tijd naast hem, en toen nam hij een bocht. En toen knalde ze zo op de tram.'

 Collectief draaiden de mensen in de tram hun hoofd naar de man die een fietser bij een shoarmatent had aangereden. Die keek stoïcijns voor zich uit, de kans was vrij groot dat hij zat te luisteren naar wat de vrouw in zijn hokje tegen hem zat te tetteren over de man in ons hokje.

'Ja', antwoordde de man in ons hokje, 'het wordt onrustig vanavond, ik voel het.' De tram reed het stationsplein op en waarom het onrustig zou worden, en hoe dit verbonden was met de trambestuurder aan de andere kant zou altijd een raadsel blijven.

vrijdag 4 mei 2012

Antwoorden

Foto: flickr, by JPott
Ik heb college in het oude paleis van Lodewijk Napoleon. Deze voormalige koning van Holland woonde aanvankelijk in Den Haag, maar de zee deed zijn reuma geen goed en toen liet hij een paleisje aan de Utrechtse Drift bouwen. Hij woonde er maar kort, als snel vertrok hij naar het stadhuis op de Dam.
  In het oude paleis zitten nu de universiteitsbibliotheek en enkele collegezalen. In de pauze van mijn college over 'praktische rationaliteit, moraal en identiteit' loop ik door de tuin achter de gebouwen van de Drift. Het is er stil: er zou zomaar een hofdame om de hoek kunnen wandelen, ware het niet dat er een trapje lager zo'n honderd fietsen slordig in hun rekken hangen. Langs de fietsen loop je onder studentenkamers door de Keizerstraat op. Ergens staat een raam open: opzwepende nu-metal komt naar buiten, een jongen legt zijn voeten op een kratje bier. Uit de Korte Jufferstraat komt een meisje fietsen, ze zet haar fiets tegen een lantaarnpaal en bekijkt de honderden bellen van de kamertjes.
 
Het raam gaat dicht, het is weer stil in de Keizerstraat. Een paar huizen verderop steekt ineens een grote,  rood-bruine fabriekspijp schuin de lucht in, zo'n pijp uit de tijd van Vestdijk en Bordewijk, toen mannen aan het eind van de maand nog een loonzakje kregen en hun vrouwen thuis hoopten dat ze niet direct de kroeg indoken.

Wat doe ik hier? Waarom sta ik hier naar een schuine fabriekspijp te turen? Het wordt tijd om terug te gaan naar college, misschien heb ik geluk en schrijft de professor juist op dit moment het antwoord op het bord.

zondag 29 april 2012

Caracara


Dokter en priester op het strand


Het broeit, in De allerlaatste caracara ter wereld van Peter Verhelst. De Belgische arts Victor Duval werkt in deze roman op een tropisch eiland waar de zon altijd schijnt en de fregatvogels loom over de suikerrietvelden zeilen. Wanneer er op een dag een vrouw aan de vloedlijn gaat staan, uitkijkend over de zee die haar geliefde heeft verzwolgen, is het uit met de rust in dit tropische paradijsje.

 Duval wandelt naar het strand en constateert dat de vrouw wacht op iets dat nooit zal komen. Zijn enige vriend op het eiland, een priester, is dat niet met hem eens: 'Ze weet dat het verdriet haar zal helpen te leren wat ontkenning is. Als al het overbodige weg is, vult God je op.'  Duval antwoordt dat de priester op deze manier 'het wetenschappelijk principe van vacuüm naar aloud gebruik van de Kerk opvult met onzin.'

De een-tweetjes tussen de arts en de priester zijn geestige intellectuele intermezzo's in een roman die verder vooral mysterieus en sensitief van aard is. Verhelst schrijft naast romans ook poëzie en dat toont zich in de sfeervolle beelden en de wijze waarop het verhaal haast achteloos, tussen neus en lippen door, vaste vorm krijgt. Voor de meer analytisch ingestelde lezer kan deze sensuele roman een uitdaging vormen, de zintuiglijke lezer zal de puntjes met plezier zelf verbinden om met ingehouden adem toe te zien hoe het tropische paradijs voor Victor Duval langzaam verandert in zijn persoonlijke hel.

Deze recensie verscheen eerder in Medisch Contact

vrijdag 27 april 2012

Sluikreclame

Soms zie ik een film en dan denk ik: was ik maar een filmregisseur.
  De totale controle lonkt: controle over de teksten, de bewegingen van de acteurs, de cinematografie, de muziek en het verhaal. Hierna denk ik meestal aan de enorme hoeveelheid energie die het moet kosten om al die mensen de juiste dingen te laten doen en dan denk ik al snel: dat wordt niets.
  Niet alleen ontbreekt het me aan elke vorm van relevante vooropleiding, het ontbreekt me waarschijnlijk ook in ernstige mate aan het geduld om twintig mensen twintig keer op de juiste manier zogenaamd spontaan met elkaar in een café te laten praten, terwijl er op de voorgrond een vrouw van een tweeling bevalt en de parkiet van de hoofdpersoon voor de zoveelste keer uit zijn draagbare kooitje is ontsnapt zodat hij in de soep poept die een ober juist bij een culinair recensent neer wil zetten, waarna het spel op de wagen is.

Toen er op mijn werk een scriptje geschreven moest worden voor een promotie-video, rook ik echter alsnog mijn kans. Het is niet helemaal hetzelfde, en de poepende parkiet moet je er zelf maar even bij denken, maar ik heb toch het gevoel dat ik al halverwege het realiseren van mijn droom ben:


woensdag 25 april 2012

Vervalsing

Foto: flickr, by Documentally
 'Ajax wordt wéér kampioen door competitievervalsing.' Dat beweert inspanningsfysioloog Raymond Verheijen deze week in V.I. Verheijen onderzocht 27 duizend wedstrijden en kwam tot de conclusie dat clubs die slechts twee rustdagen hebben tussen wedstrijden, aanzienlijk minder kans maken om te winnen. 'De effecten zijn zelfs zo erg dat je de inhaalrace van Ajax van vorig jaar en dit jaar eruit kan verklaren', aldus Verheijen.

Dat laatste is nogal een boude bewering, maar nog niet zo boud als de eerste: dat Ajax dankzij vervalsing straks weer de schaal omhoog mag houden. Laten we even nadenken over wat competitievervalsing precies is: hier is sprake van wanneer de ene ploeg een onrechtmatig voordeel heeft ten opzichte van andere ploegen. Het vermeende voordeel van Ajax is echter niet onrechtmatig, en het woord vervalsing is dan ook misplaatst. Als we ervan uitgaan dat de bevinding van mindere prestaties na twee dagen rust klopt, dan heeft Verheijen geen vervalsing ontdekt, hij heeft een (rechtmatige) factor ontdekt die meespeelt bij het competitieverloop.

Dit is dan één van tientallen (rechtmatige) factoren: behalve het speelschema zijn er onder meer de factoren begroting, de fitheid van de spelers, het aantal blessures en de vorm van de dag. Wanneer  de ene factor je voordeel oplevert (bijvoorbeeld een hoge begroting) kan dat later weer een klein nadeel opleveren (meer wedstrijden moeten spelen en dus minder rust). Dat is nu eenmaal hoe het spel gespeeld wordt, en daar is helemaal niets onrechtmatigs aan. Wanneer je dan toch het woord 'vervalsing' in de mond neemt, geef je een valse weergave van de werkelijkheid. En een valse weergave van de werkelijkheid, dat is nu juist waar iedere integere onderzoeker zich dood voor zou moeten schamen.

dinsdag 24 april 2012

Heiligen

Foto: flickr, by Marie II
Persoonlijk vind ik die Rutte die met deuren loopt te slaan niet zo heel interessant: als ik vier minuten met Fleur Agema had moeten praten was er waarschijnlijk ook al een ruitje gesneuveld. Uit de reconstructie van het Catshuisoverleg dat gisteren in de Volkskrant stond, was te lezen wat 'dat mens Agema' deed: elke keer als er een rapport op tafel kwam te liggen waarin cijfers door rekenmeesters waren doorgerekend, zij ze: 'daar klopt niets van.' Zonder argumenten. Daar wordt je dus helemaal gek van.
  Soms zit ik bij een college filosofie en dan legt een hoogleraar uit hoe de categorische imperatief van Kant in elkaar steekt. Dan gaat er na een abstract betoog dat bestaat uit meerdere elkaar opvolgende argumenten soms een vinger de lucht in: 'maar meneer, is dat niet ook gewoon maar een mening?'
  In gedachten zie ik de hoogleraar heel rustig een uzi uit zijn bureaula pakken, de vragensteller afknallen, waarna twee mannetjes uit een zijdeur tevoorschijn rennen om het lijk af te voeren en de hoogleraar verder gaat met zijn college.

Zeven weken lang de hele dag Fleur Agema: die mannen uit het Catshuis zijn halve heiligen.