maandag 11 april 2011

Zonnebril

Foto: flickr, by jonklinger
Het was kwart voor negen en de bus schepte bijna een scooter. Achter me praatten twee mannen een beetje lacherig over een collega die er een tijdje 'uit was geweest.'
  Hij was weer terug, maar hij had geen kamer meer.
  'Welke verdieping zit je dan', informeerde de ene man quasi-behulpzaam door de telefoon. 'De derde? Henk en ik komen er zo aan, komt wel goed man.'
  Nadat hij opgehangen had praatten de twee mannen over Harry, die het moeilijk had. De voldaanheid over het feit dat ze het zelf niet moeilijk hadden kon je met handen vol uit de lucht scheppen.
  De bus stopte bij Kanaleneiland, mensen stapten uit. Een brede man met een zonnebril wilde voor de bus langs meteen de weg oversteken, de buschauffeur reed hem bijna aan. De man sprong opzij een riep iets tegen de chauffeur. Die draaide zijn raampje naar beneden en riep iets over een oversteekplaats. De twee rode rondjes van het stoplicht voor de bus bleven op rood, de bus bleef staan en de zonnebril bleef schreeuwen. De chauffeur negeerde hem, de zonnebril liep naar de bus en begon op het raam te timmeren. De chauffeur draaide het raampje weer naar beneden, één van de mannen achter me riep 'twintig euro op de chauffeur.'
  De brede man liep een paar meter weg, draaide zich nog één keer om en stak zijn middelvinger op.
   'Oeoeoe', riep de man achter me, 'een middelvinger, nou nou.' Het zag er inderdaad een beetje knullig uit, zo'n brede vent met een zonnebril en dan zo'n lullig vingertje. De bus lachte, de chauffeur had gewonnen. De man achter me zei tegen zijn vriend dat de chauffeur bij het station ook al bijna een scooter had geschept.
  'Scooter', begon hij door de bus te schreeuwen, 'pas op, een fietser.'
  De bus lachte weer en de chauffeur keek zenuwachtig in zijn grote achteruitkijkspiegel. Tegenover me zat een meisje met blond haar in het zonlicht haar slaperige boterhammen te eten, het geheel leek compleet langs haar heen te gaan. De halte kwam en ik stapte uit, negen uur, de dag moest nog beginnen.

vrijdag 8 april 2011

Oorlog

Foto: flickr, by Christiaan Tonnis
Gisteren heb ik voor zeven euro een boekje gekocht dat door veel mensen beschouwd wordt als het grootste filosofische werk van de twintigste eeuw: de Tractatus Logico-Philosophicus van Wittgenstein.
  Het werk opent met stelling 1: The world is all that is the case en eindigt met stelling 7: What we can not speak about we must pass over in silence. Hiertussen probeert Wittgenstein een antwoord te formuleren op grote filosofische problemen als kenleer, ethiek en 'het mythische'. In zijn inleiding beweert Wittgenstein dat hij (1) definitieve antwoorden op veel filosofische problemen heeft geformuleerd en (2) heeft aangetoond hoe weinig er eigenlijk bereikt is als deze antwoorden gevonden zijn.
  'Je kan beter poëzie gaan lezen', schijnt Wittgenstein zijn studenten gezegd te hebben, 'daar leer je meer van dan van filosofie.'

  Nadat hij naar eigen zeggen alle filosofische problemen had opgelost ging hij lesgeven op een basisschooltje, alwaar hij de kinderen hogere wiskunde probeerde bij te brengen. Op een gegeven moment kwam hij echter tot de conclusie dat hij alle problemen misschien toch niet helemaal had opgelost en schreef hij zijn tweede grote werk, voor een groot deel een aanval en commentaar op het eerste. Niet alleen voetbal is oorlog, filosofie is het ook. En als er geen waardige tegenstanders te vinden zijn, dan verklaart de filosoof gewoon de oorlog aan zichzelf.

woensdag 6 april 2011

Informatie

Foto: flickr, by thebruce0
Vandaag stond ik in de lift met voormalig minster van defensie Frank de Grave. Ook schreef ik een stukje dat eerst naar een coördinator ging en vervolgens na werd gekeken door iemand van de eindredactie.
  Dat is nog eens andere koek dan achter je computer de blogger uithangen.
Om niet al te zeer uit de toon te vallen, hield ik mijn mening over Ola Toivonen en Linda de Mol in het stukje maar even voor me.
 Een bijkomend voordeel van mijn nieuwe baan is dat ik voor mijn werk boeken mag lezen, boeken die nog niet eens officieel uit zijn gekomen. In de trein lees ik in een boek dat nog niemand heeft. Af en toe leg ik het nonchalant op het tafeltje, niemand reageert. Mensen slapen, of ze staren voor zich uit. Ik pak het boek op en lees weer verder. Als ik Frank de Grave nog een keer tegenkom, zal ik een veelbetekenende blik met hem wisselen. Classified information, daar weten Frank en ik alles van.

dinsdag 5 april 2011

Hark

Foto: flickr, by florian_out
Vanochtend stond ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens in de vroege morgen op een station. Ik bevond me tussen het volk waar Mark Rutte zo dol op is: mensen die iets van hun leven willen maken. Ik keek naar de mensen die iets van hun leven willen maken.
  Het waren onopvallende types, de carrieremaker beweegt zich als een soepele machine, hij geeft de satiricus weinig mogelijkheden voor een schot. Het haar zit goed, maar niet al te opvallend goed. Er is een krant, een kop koffie, een koffertje. Er is een soort rustige doelmatigheid.
  Daar kun je als sardonische stukjesschrijver dus helemaal niets mee.
Ik maakte een lijstje van de mensen die je niet om half acht 's-ochtends op een perron ziet. Bejaarde mensen, kinderen. Gehandicapten, blinde mensen.
  Er kwam een duif voorbij. Er keek een vrouw mijn kant op, dat beloofde iets. Ze schrok er zelf waarschijnlijk van, ze keek snel weer in haar krant. De duif was dik, niet echt een scherpe observatie. De trein kwam. Ook in Utrecht bevond ik me tussen frisse en doeltreffende mensen, ik snap niet waar die Rutte zich zo druk over maakt.
  Aan het einde van de dag zat ik op de terugweg achter een donkere vrouw met een groene hark in een plastic zak. Helaas was ik te moe om af te luisteren waar ze die hark voor had gekocht, ze tetterde in een telefoontje maar mijn aandacht ebde weg. Iets van je leven maken: je moet er wat voor over hebben.

maandag 4 april 2011

Knieën teen

Foto: flickr, by Vlad B.
Zoals een gelovige een paar honderd jaar geleden gekeken moet hebben als iemand verkondigde dat hij nog nooit van God had gehoord, zo kijk ik naar het filmpje van PVV-politicus Lilian Helder die probeert te verbergen dat ze de allereerste beginselen van statistisch onderzoek niet snapt. Het gaat me niet om dit specifieke onderzoek, waar waarschijnlijk inderdaad het één en ander op af te dingen valt, dat is wel vaker zo met wetenschappelijk onderzoek, het gaat me om het totale onvermogen om een enigszins intelligente discussie te voeren over de voors en tegens.
  Bij het eerste college van het vak 'logica' aan de universiteit zei de docent al vrij snel: 'stel, y is een functie van x'. Meteen ging er een hand de lucht in: 'wat bedoelt u daar precies mee?'
  Er is een moment dat een zinvol gesprek niet meer mogelijk is. Samen met brievenbuspisser Lucassen heeft Lilian Helder een duidelijk punt gemaakt: de nieuwe minister-president kan maar één iemand worden en dat is Linda de Mol. Linda zal vol begrip met Lilian in een hoekje gaan zitten om haar een beetje te leren rekenen, en als Lucasje zijn broekje niet droog kan houden zal ze zijn traantjes drogen en zeggen dat ons dat allemaal wel eens overkomt.
  Hierna zal de hele kamer 'hoofd, schouders, knieën teen, knieën teen' gaan zingen.

zondag 3 april 2011

Groot Hart

Foto: flickr, by Vectorportal
Linda de Mol presenteert de Postcode Loterij Miljoenenjacht. Ze verkondigt dat ze hoopt dat de winnaars niet op een Hollandse manier zullen reageren: er moet gejankt worden. Er zijn verschillende manieren waarop je andere mensen kan domineren, fysiek geweld is er maar eentje van. Een net zo sterk middel is om mensen dankbaar voor je te laten zijn. Linda de Mol verkondigt dat ze mensen graag blij maakt.
  Als ik Linda de Mol zie dan zie ik een monster.
  Linda de Mol zal niet stoppen voordat heel Nederland op zijn knietjes dankbaar ligt te zijn voor Linda de Mol.
  Ook in kleuterklassen vind je monsters, zowel voor als in in de klas. Linda de Mol is een kleuterjuf die Nederland als haar klasje ziet. Het kind dat Linda negeert wordt in de pauze mee naar achteren genomen. Niemand zal het kind ooit nog terugzien, de moeder die huilend voor de poort verschijnt zal gek worden verklaard. Alleen Linda de Mol zal een beschermende hand om de schouder van de moeder leggen.

'Ik begrijp je leed', zal ze in het oor van de moeder fluisteren.

De mensen op het schoolplein zullen niet uitgepraat raken over het grote hart van Linda de Mol.

Museum

Foto: flickr, by Seth W.
Gisteren en vandaag was het museumweekend. In het Noord-Brabants museum in Den Bosch bestudeerde ik naast de schilderijen ook de mensen. Ik onderscheidde twee stromingen: de mensen die hun jas uittrokken en de mensen die hun jas aanhielden. De mensen die hun jas aanhielden verspreidden de volgende non-verbale boodschap: 'ik ben hier alleen maar omdat het gratis is, jullie moeten niet denken dat jullie me iets wijs kunnen maken en als ik iets zie dat me niet bevalt ben ik zo weer weg.'
  De mensen die hun jas op een haakje hingen of in een kluisje stopten gingen er daarentegen helemaal voor.
Mijn vriendin en ik stopten onze jas in een kluisje. Ik was gefascineerd door een kubistisch schilderij van Jan Sluijters, een schilder waar ik nog nooit van had gehoord. Ook was ik geboeid door schilderijen waarop de belegering van Den Bosch in de 17e eeuw te zien was, met het oude Vught op de voorgrond. Ik kocht een boekje over de oude vestingwerken en stond een uurtje later op de markt als een toerist naar stukken van de oude stadswal te zoeken.
 In een café op de Parade zagen we hoe Ajax aan de hand werd genomen door een piepjonge linksback die hopelijk nog nooit van Johan Cruijff heeft gehoord.
 Ook gingen we op zoek naar een restaurantje in Den Bosch waar je een leuke pizza kan eten, een hele opgave. Uiteindelijk werden we de weg gewezen door een vriend van mijn broer die uit zijn eigen restaurant kwam om ons te hulp te schieten. Na de stad was het in Boschveld een oase van rust, en we waren net op tijd om op Studio Sport nog eens na te kijken wat er nu weer allemaal bij Ajax aan de hand is.