donderdag 5 mei 2011
zaterdag 30 april 2011
Liefdesverdriet (Slot)
| Foto: flickr, by Adrian Hart |
'Ik begin een steeds grotere hekel aan die man te krijgen', mompelt mijn vrouwelijke collega, terwijl ze soepel de bochtjes tussen de groene bomen neemt.
Als we de oprijlaan oprijden zien we dat meerdere ramen van de villa wijd open staan, luide muziek dwarrelt over het gladgeschoren gazon. We bellen aan, mijn vrouwelijke collega herkent de sombere pianotonen als 'The Scientist' van Coldplay.
'Lauwe muziek voor zo'n stoere vent', zegt ze, terwijl ze voordeur voorzichtig openduwt. We lopen de lange gang door richting de muziek, vlak voor de woonkamer blijven we staan. Hoewel we allebei wel wat gewend zijn op journalistiek gebied, zijn we toch onvoorbereid op het afschrikwekkende toneel dat ons zit op te wachten. Onderkaak zit languit op zijn witlederen sofa, gekleed in slechts een onderbroek. Het tafeltje voor hem is volgestapeld met blikjes Heineneken, een half opgegeten pizza ligt onder de bank.
'Ze heeft me gedumpt', fluistert Onderkaak als hij ons in de gaten heeft gekregen, 'ze heeft me gewoon gedumpt.' Mijn vrouwelijke collega zet de muziek wat zachter, ik schuif een stoel naar de toekomstig professor toe.
'Wie heeft u gedumpt?', informeer ik.
'Liesbeth, de laatste patient. Na de vragenlijst zijn we wat gaan eten in de Platte Pannenkoek, ik had nog nooit zo'n vrouw als haar ontmoet. Ze liet helemaal niets op de scanner zien, helemaal niets. Het was alsof ze geen emoties had', besluit de onderzoeksleider, hij sluit zijn ogen en begint te snurken.
Een half uur later schrikt hij weer wakker, mij collega en ik hebben ondertussen de kamer wat gefatsoeneerd.
'Het was de week van mijn leven', zegt Onderkaak, 'maar nu wil ze me niet meer zien.'
Mijn collega kan een lachje niet onderdrukken: 'ironisch allemaal', mompelt ze, terwijl ze het laatste blikje Heineken in elkaar knijpt.
'Ironie zegt me niets', antwoordt Onderkaak, 'dat vind ik meer iets voor Engelsen.'
Nadat we het wonderkind onder de douche hebben gezet vragen we nog naar de uitkomsten van zijn onderzoek.
'Daar geloof ik niet meer in', antwoordt Onderkaak vanaf de andere kant van het douchegordijn, 'ik heb zojuist besloten om een half jaar naar India te gaan om mezelf te zoeken.'
Met deze woorden laten we het wonderkind alleen, de deur trekken we voor de zekerheid maar stevig achter ons dicht.
Liefdesverdriet (3)
| Foto: flickr, by Will Foster |
'Al die jankende wijven', verzucht de aankomend professor, 'ze gaan toch op je zenuwen werken.'
Vele vrouwen hebben we gedurende de dag langs zien komen. Na het invullen van een vragenlijst worden ze onder de scanner gelegd, waarna ze in het apparaat eerst neutrale plaatjes te zien krijgen. Na een serie met daarin een boom, een huis en een koe, komt er plotseling een plaatje van hun ex-geliefde tevoorschijn. Onderkaak wijst op dat soort momenten verheugd naar zijn computerscherm:
'Kijk, de amygdala, en hier, de pre-frontaalcortex. We zijn de emoties nu echt op het spoor', verklaart de onderzoeksleider als de laatste vrouw jankend de ruimte weer heeft verlaten. 'Nog even en we weten precies hoe het zit.'
We willen ons al klaar maken om naar huis te gaan, als er op de deur wordt geklopt. Een lange vrouw met golvend kastanjebruin haar vraagt of het onderzoek al is afgelopen. Onderkaak lijkt even te twijfelen, maar gebaart dan dat ze kan gaan zitten. Tijdens het invullen van de vragenlijst gebeurt er iets vreemds: de aankomend professor maakt meerdere keren oogcontact met de zelfverzekerde dame, iets waar hij zelf nog het meest van lijkt te schrikken.
'In de scanner dan maar', mompelt hij terwijl hij zich al achter zijn computer heeft geinstalleerd. Tijdens het scannen lijkt de vrouw niet erg onder de indruk te zijn van het plaatje van de man waar ze vijf jaar van haar leven mee heeft doorgebracht. Glimlachend komt ze weer onder het apparaat vandaan, een schril contrast met al haar huilende voorgangsters.
'Gaan jullie maar naar huis', zegt Onderkaak tegen ons, 'ik wil deze mevrouw nog even wat extra vragen stellen.'
We laten de aankomend professor in een lichte staat van verwarring achter en gaan op zoek naar een bushalte.
(to be continued..)
Liefdesverdriet (2)
| Foto: flickr, by maoi |
'De raad van bestuur las jullie artikel en was niet zo blij met de profielschets die daar uitkwam. De universiteit van Apeldoorn presenteert zich graag als maatschappelijk betrokken, mijn opmerkingen over vrouwen en mietjes schenen daar uit de pas mee te lopen. Graag neem ik jullie een dagje op sleeptouw om jullie mijn andere gezicht te laten zien.'
Onderkaak presenteert zich inderdaad uiterst correct, hoewel in zijn zwarte Saab zijn oude gezicht alweer tevoorschijn komt:
'Hoer!', roept Onderkaak, als een vrouw met kinderwagen niet snel genoeg oversteekt. Vervolgens somt hij de mensen op die volgens hem niet kunnen rijden:
'Vrouwen, bejaarden, allochtonen, jonge ventjes, Turken, Marokkanen, homo's.' In zijn woede lijkt Onderkaak de profielschets van de vorige keer alweer vergeten te zijn. Mijn vrouwelijke collega kijkt chagrijnig uit het raam.
'Misschien kan je ze onder de scanner leggen', mompelt ze als Onderkaak eindelijk uitgeraasd is, 'dan kan je zien wat er aan ze scheelt.'
Het sarcasme lijkt Onderkaak te ontgaan, verheugd kijkt hij in zijn achteruitkijkspiegeltje: 'dat is helemaal geen gek idee.'
Aangekomen bij het Broca-instituut scheurt Onderkaak het grind op en parkeert zijn auto recht voor de ingang.
'Ik ben aankomend professor', verklaart hij als we uitstappen, 'ik mag mijn auto zetten waar ik wil.'
Tijdens onze gang door het instituut zien we links en rechts mensen wegschieten op het moment dat ze Onderkaak ontwaren, iets wat de aankomend professor zelf lijkt te ontgaan.
'Ik ben zeer geliefd', verklaart Onderkaak terwijl hij zich ongegeneerd uitkleedt en zijn witte labjas aantrekt, 'ik ben de toekomstig leider van dit instituut.'
(to be continued..)
vrijdag 29 april 2011
Liefdesverdriet (1)
| Foto: flickr, by ekai |
Deze vraag houdt onderzoekers van de afdelingen Hersenwetenschappen dusdanig bezig dat ze vrouwen met liefdesverdriet onder de scanner willen leggen. De onderzoekers vermoeden vooral activiteit in het limbisch systeem, de prefontaalcortex en de amygdala te vinden. Zowel vrouwen van rond de twintig als vrouwen van tussen de veertig en vijftig jaar doen aan het onderzoek mee.
‘Dat geeft ons een kans om de gevolgen van verdriet om een relatief korte liefde te vergelijken met de gevolgen van mensen die bijvoorbeeld in een scheiding liggen’, aldus onderzoeksleider Edwin Onderkaak.
Tijdens het onderzoek zullen de vrouwen met beelden en namen van hun ex-partners geconfronteerd worden, terwijl met een MRI de activiteit in verschillende hersendelen gemeten wordt. Op de vraag of de onderzoeksleider zelf wel eens last heeft gehad van liefdesverdriet, antwoordt hij ontkennend:
‘Ik doe niet mee aan die onzin. Ik vind het eigenlijk typisch iets voor vrouwen en mietjes. Maar aan de andere kant ben ik wel weer nieuwsgierig; waar gaan al die zielige liedjes toch over, denk ik weleens als ik de radio aan heb staan.’
Onderkaak heeft naast zijn medische nieuwsgierigheid ook nog een andere motivatie voor dit revolutionaire onderzoek:
‘Als ik weet welk chemisch proces precies verantwoordelijk is voor al dat gedoe dan kunnen vrouwen nooit meer zeggen dat ik ze niet begrijp.’
Hij trekt een verbeten gezicht, giet zijn vijftiende kopje koffie van de dag achterover en maakt ons duidelijk dat het interview is afgelopen:
'En nou oprotten, ik heb nog meer te doen.'
De resultaten van het onderzoek worden medio 2012 verwacht.
zaterdag 23 april 2011
Regen
| Foto flickr, by amandabhslater |
Naast het feit dat Campert een geweldig schrijver is, is Campert ook herkenning.
Zo staat er al op de eerste bladzijde van 'Zachtjes neerkomen' (eergisteren aangeschaft, 3 euro):
'Een uiterst fijne motregen hing in de straten... Hij hield van dit weer. Anders dan blinkend zonlicht, striemende regen of bijtende kou, stelde het geen eisen aan hem, terwijl het toch niet karakterloos was. Het was weer dat hem in zich opnam zonder erop aan te dringen.'
Enkele keren heb ik geprobeerd uit te leggen wat ik tegen felle zomerzon heb, aan mensen die me in wisselende gradaties van bezorgdheid dan wel meewarigheid aankeken. Ik vind de zon, zeker als je geen vakantie hebt, van een stuitende opdringerigheid. Je kan er niet aan ontsnappen, hij is als een kleverige vriend die continu iets van je wilt. Sta je 's-ochtends op dan schijnt hij al door de gordijnen je kamer binnen, en de hele dag blijft hij je achtervolgen, allesziend, je aansporend om toch in vredesnaam snel iets van deze prachtige dag te gaan maken. De zon schijnt! Ga naar het park! Ga zwemmen! Doe iets leuks! Van de weersomstuit ga ik in een geblindeerde kamer een boek zitten lezen, en wacht ik tot het weer wat slechter wordt. Ik kijk om de hoek van de kamer: is er al regen? Als er een fijne motregen is, trek ik snel mijn jas aan: naar de stad!
Ik dacht dat ik gek was, maar gelukkig begrijpt Remco Campert wat ik bedoel.
vrijdag 22 april 2011
Anti-climax
| Foto: flickr, by Selma90 |
Ik sta de was op te hangen, ik ben op de hand van Vincent. Als ik Vincent was dan zou ik ook lekker in die bosjes blijven zitten. De vrouw begint rondjes om de bosjes heen te rennen, af en toe doet ze pogingen erin door te dringen. Als het zo'n vijf minuten bezig is, de was is opgehangen en ik sta in de zon tegen het hekje van het balkon geleund, verander ik van kant: wie denkt dat rotjoch eigenlijk wel dat hij is. Er kan wel ik weet niet wat aan de hand zijn, kinderlokkers, auto's, als ze hem gevonden heeft moet ze hem maar even een paar stevige tikken verkopen, desnoods wil ik haar wel even helpen.
De vrouw begint steeds meer op een paniekerige hen te lijken, ze fladdert van links naar rechts, ze rent naar een speeltuintje om de hoek om versterking te halen. Vanaf het balkon heb ik een mooi overzicht, ik kan het hele grasveld met aan de achterkant de bosjes overzien. Ik hoop dat Vincent te voorschijn komt, dan kan ik tegen hem schreeuwen dat hij als de wiedeweerga naar zijn moeder moet gaan.
De vrouw komt terug met andere vrouwen, het begint al een beetje op een zoektocht te lijken. De man van een paar balkons verderop klimt naar beneden. Andere kinderen beginnen zich ermee te bemoeien. Dan komt Vincent op zijn gemakje aanwandelen, hij zat helemaal niet in die bosjes. Hij draagt een shirtje van Barcelona en hij zwaait met een stok. Zijn moeder geeft hem geen klappen, wat een beetje aanvoelt als een anti-climax.