maandag 6 januari 2014

Veilig

Het moest er toch een keer van komen: ik lees deel 1 van 'Het Bureau' van J.J. Voskuil. Of ik deel 7 ga halen waag ik echter ernstig te betwijfelen. Wel is me na een paar honderd pagina's duidelijk geworden waarin waarschijnlijk voor een groot deel het succes van deze kantoor-reeks verborgen ligt: zelden heb ik een boek voor volwassenen gelezen waarin het zo ontzettend veilig is.
  En dat is eigenlijk vreemd, want over de hoofdpersoon, Maarten Koning, zegt de verteller om de zoveel bladzijden: 'hij voelde zich bedreigd.'
  Koning voelt zich bedreigd door bijna alles. Een vreemde paradox: continue dreiging in een boek waarin je zeker weet dat er nooit iets spectaculairs gaat gebeuren. Het Bureau leest als een jongensboek.
   Alle personages zijn karikaturen die continu dezelfde handelingen uitvoeren en dezelfde dingen zeggen, in eindeloze variaties. Al na zeven bladzijden is het Bureau je net zo vertrouwd als je vroegere basisschool. Niemand lijkt de pubertijd bereikt te hebben, van seks is geen sprake, de emotionele reikwijdte is die van Snelle Jelle.
  De problemen waar Koning mee worstelt zijn voornamelijk de problemen van een onzeker jongetje. Bij zijn eerste dag op kantoor worstelt hij met de vraag hoe hij zijn appel naar kantoor moet brengen. Conclusie: 'De appel moest hij in de hand dragen.'

Wanneer het grote drama toch om de hoek probeert te komen, al vrij snel overlijdt één van Konings collega's, wordt het vakkundig ontmanteld:

'Wat is er met Veerman?', vroeg Maarten.
'Dood!'
'Dood?', zei Maarten verrast.
'Beroerte! Op de plee!'
'Hier bij ons?'

En zo kabbelt het nog een paar pagina's door over de arme Veerman, wiens dood minder opwinding lijkt te veroorzaken dan nieuwe regels rond een prikklok.

Dat je toch geboeid blijft lezen komt door het scherpe oog van Voskuil voor de verhoudingen tussen al die autistische mafkezen en zijn talent om zelfs de meest onbenullige scene nog enigszins literair te verheffen.
  Maar vooral voelt Het Bureau al na honderd pagina's als een soap die je al tien jaar volgt en waaraan je je gedachteloos kunt overgeven. Ook een soap heeft dat verdovende effect, via omgekeerde weg: in een soap is het altijd crisis, en daarom is het voor de kijker eigenlijk nooit crisis. Er gaat elke aflevering iemand dood, wordt iemand verliefd, bedrogen en vermoord, en dat met zoveel pathos dat het netto effect hetzelfde is als de totale onderkoeling bij Het Bureau: vermakelijk gedoe zonder dat je bang hoeft te zijn dat je echt geraakt wordt.
  De enige vraag die me de eerste paar honderd bladzijden nog enigszins bezig hield, was waarom die Koning in vredesnaam op dat vreselijke kantoor met al die mafkezen blijft werken. Maar die vraag wordt op bladzijde 210 al beantwoord:

'Soms', legde Maarten uit, 'niet altijd natuurlijk, maar soms, voel ik me zo bedreigd dat ik de plaatsen waar ik me nog veilig voel zou kunnen uittekenen: mijn huis, de smalle corridor tussen mijn huis en het Bureau, het Bureau. Daarbuiten is het gevaar. Maar in het Bureau is het al bijna onhoudbaar.'

De morele kritiek die Voskuil naar aanleiding van zijn romanreeks kreeg (hij zou zijn oud-collega's schaamteloos te kakken hebben gezet), bewijst maar weer eens dat veel mensen slordig lezen. Het Bureau heeft Maarten Konings leven gered. Zonder die relatief veilige haven was hij niet eens zijn huis meer uitgekomen. En alleen maar Maarten Koning op een stoel,  daar had zelfs Voskuil geen 5.500 bladzijden literatuur uit kunnen peuren.

maandag 23 december 2013

Voetballen voor de coach

Phillip Cocu. Laatst keek ik naar Phillip Cocu en vergat ik even dat ik naar een voetbaltrainer zat te kijken. Ik dacht zeker vijf minuten lang dat ik in een film van Alex van Warmerdam was beland. Zo'n stille, gevoelige film over een stille, gevoelige man. Laten we zeggen: een leraar Maatschappijleer. Zijn vrouw heeft hem drie jaar geleden verlaten voor een lasser met een brommer. Hij woont op de vijftiende verdieping van een flat in een buitenwijk. Hij kookt voor zichzelf.
  De eerste scene is één lang, ononderbroken shot van hoe hij zijn fiets uit de gemeenschappelijke stalling haalt en door het gure, Nederlandse weer naar de middelbare school fietst waar hij les geeft aan Havo 4,  de horrorklas die hem in zijn maag is gesplitst toen hij even niet oplette bij het teamoverleg.
  Als hij zich omdraait gooien ze propjes in zijn nek. Soms doet hij alsof hij boos is, maar er is helemaal niemand die hem gelooft. Een bakvis bij het raam is al een jaar verliefd op hem, maar dat heeft hij nog steeds niet in de gaten.
  Maar hij zal tot ze door dringen. En dan zullen ze voetballen, voor de coach. Luister maar naar Lou Reed:

And the straightest dude 
I ever knew 
was standing right for me all the time

So I had to play football for the coach
 and 
I wanted to play football for the coach

The straightest dude I ever knew, dat lijkt me een prima omschrijving van Phillip Cocu.


donderdag 12 december 2013

Oud

stout connection
Foto: flickr, by Rupert Ganzer
Het was elf uur 's-avonds en het was stil in de stad. We hadden de ene kroeg verlaten en waren op weg naar de volgende. Nostalgie dreef ons naar een café waar we onze jeugd verdronken hadden. Voor het café stond geen rij, terwijl het toch vrijdagavond was. 
  Binnen stond een meisje glazen om te spoelen. Na een tijdje kwam er een man met een ladder binnen. Hij knutselde wat aan het plafond en vertrok weer. De muziek stond aan, de lichten dansten over de vloer. Het meisje achter de bar was begonnen aan een project. Ze legde bierviltjes over de hele lengte van de bar.
  'Is het hier tegenwoordig altijd zo rustig?', vroegen we. 'Tegenwoordig gaan mensen pas uit rond half twee', antwoordde ze. Toen ze de hele lengte van de bar vol viltjes had gelegd, begon ze aan een tweede laag.
  Twee vrouwen kwamen binnen. Ze keken naar ons en draaiden zich zonder iets te zeggen weer om. Om een uur of één begonnen er zowaar wat mensen binnen te druppelen. Jongens met mutsjes op. Meisjes die eruit zagen alsof ze moesten oefenen voor de cito-toets.
  Toen het half twee werd en het volume van de muziek omhoog ging, vonden we het tijd worden om maar weer eens naar huis te gaan.

woensdag 4 december 2013

Offerdier

Crying is a crime
Foto: flickr, by Annie Christabel
Het succes van het boek 'Toen ik je zag' van Isa Hoes blijft me bezig houden. Deze week staat het voor de derde achtereenvolgende week op nummer 1 in de boekentop 60. Waarom lezen mensen massaal het verhaal over de dood en het leven van Antonie Kamerling?
  Hiervoor onderzoeken wij uitingen in de sociale media. Een representatief twitter-citaat:
  Ben stil. In één ruk 'Toen ik je zag' uitgelezen van @HoesIsa. Wat een waanzinnig liefdevolle, zorgzame, krachtige vrouw #respect

Isa Hoes is een vrouwenheld. 'Toen ik je zag' kunnen we dan ook als het vrouwelijk antwoord zien op de boeken die op nummer 7, 21, 25  en 37 van de boekentop 60 staan. Dit zijn boeken over respectievelijk Fernando Ricksen, Jan Boskamp, René van der Gijp en Zlatan Ibrahimović.

De mannenheld is een goeie voetballer die ook nog veel zuipt en met mooie vrouwen naar bed gaat. De vrouwenheld is een vrouw die op een liefdevolle en zorgzame manier het kruis draagt van een manisch-depressieve man die haar gek maakt met zijn getwitter.
  Hamvraag: de meeste mannen die 'Ik, Zlatan' lezen, willen waarschijnlijk stiekem zelf ook een beetje Zlatan  Ibrahimović zijn. Maar willen de meeste vrouwen dan ook een beetje Isa Hoes zijn? Of is het een zeer dunne scheidslijn tussen medeleven en leedvermaak? Denken de vrouwelijke lezers stiekem ook een beetje opgelucht: 'wat een zorgzame, krachtige vrouw is die Isa Hoes, maar wat ben ik blij dat mijn man niet de hele nacht in bed ligt te twitteren'?
  Als dat het geval is, is Isa een soort offerdier dat voor ons de hete aardappels uit het vuur haalt. Onze dankbaarheid voor het feit dat Isa naast de twitterende Antonie lag in plaats van ons, uiten wij door Isa een zeer krachtige en zorgzame vrouw te noemen. Het offerdier dat de klappen in ontvangst neemt, krijgt daar ons welgemeende respect voor terug.

donderdag 28 november 2013

Gered

Fruit from Richmond
Foto: flickr, by Laurel F
Toen de trein begon te rijden, rolde er vanonder de bank voor mij een rood stuk fruit tevoorschijn. Ik ben niet zo goed met fruit. Het leek op een sinaasappel, maar het was net een stukje exotischer. Aangezien op de bank voor mij iemand eten naar binnen zat te werken, kon het goed zijn dat dit roodachtige stuk fruit van haar was en dat het per ongeluk gevallen was.
  Ik hield het stuk fruit in mijn hand en bestudeerde het. Was dit net in een winkel gekocht, of lag het al drie dagen in deze trein heen en weer te rollen? Ik wilde liever niet met een overduidelijk verrot stuk fruit aan komen zetten, en dan vragen of dit soms van haar was. De onprettige gevolgen hiervan zouden legio kunnen zijn.
  Ik besloot het fruit zolang op de lege plek naast mij te leggen, misschien loste dit probleem zichzelf wel op.
  Een kwartier later lag ik met mijn hoofd tegen de ruit te slapen, toen ik ineens iemand in mijn oor hoorde fluisteren. 'Heb jij mijn fruit', vroeg een vrouw zachtjes. Ik schrok me kapot. Ze had zich omgedraaid en hing half over de leuning voor me. Ze wees naar het nog steeds zeer rode stuk fruit, dat een beetje op zijn gemakje op de zitting lag, in een hoekje tussen mijn tas en de leuning.
  'Is dat uw fruit?', vroeg ik, 'ik wist het niet zeker.' 'Wat fijn dat je hem gered hebt.'
  Tien minuten later liep ik, de exotische fruitredder, gewoon, net als de rest van de mensen, over het perron.

maandag 18 november 2013

Eerlijk

Oprah
Foto: flickr, by Michal Story
Gelezen op Twitter: 'Probeer het boek van @isahoes te kopen overal uitverkocht. Geweldig voor haar!'
  Voor degenen die onder een steen zaten en die het even gemist hebben: Isa Hoes heeft een boek geschreven over haar leven met - en de dood van Antonie Kamerling. In de aanloop naar de release van dit boek was al een juichstemming merkbaar en inderdaad heeft men zich massaal naar de boekhandel gespoed om te lezen over de dood van Antonie Kamerling.

  Het werd ook wel een beetje tijd, want die dode vrouw van Kluun, dat weten we nu wel. Bovendien is kanker wel heel erg 2004. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar uit interviews maak ik op dat het leven met Antonie geen pretje was. Dan weer depressief, dan weer manisch. En hij scheen op het einde ook nogal veel te twitteren, daar werd Isa behoorlijk gek van.
  Ik voorzie een mooi project voor een sociaal wetenschapper: leg 'Komt een vrouw bij de dokter' en 'Toen ik je zag' naast elkaar en bepaal wat zwaarder is: leven met een vrouw met kanker of leven met een man met een depressie. Want ons gretig aangeboden medeleven moet natuurlijk wel eerlijk worden verdeeld.

donderdag 7 november 2013

Schimmenspel

snowy street
Foto: flickr, by Graeme Maclean
De regen druilt langs het Singel, ik wandel langs donkere grachtenpanden. Op mijn rug de tas met mijn laptop. Hier en daar brandt licht, voornamelijk in de diepte. Trapjes die naar beneden gaan, in Amsterdam speelt het huiselijk leven zich af onder straatniveau.

  In de verte komt een tram tevoorschijn die ik halen wil, maar ik moet wachten met oversteken, een taxi moet eerst voorbij.
  Terwijl de taxi voorbij glijdt, voel ik dat ik bekeken wordt. In de heldere diepte staren twee blauwe baby ogen me aan. Hij is in een kinderwagen voor het raam geparkeerd, de straat fungeert als levende televisie.
  Voor altijd in zijn onderbewustzijn: het profiel van een man, met beslagen brillenglazen in wazig lantaarnlicht. De man heeft een bult op zijn rug, net als de hoofdpersoon uit het boekje waar zijn moeder hem met verbazingwekkende hardnekkigheid elke avond uit voor blijft lezen. Hij staart de man met de bult aan tot de man ineens begint de rennen, het beeld uit.
  Zijn knisperende neuronen draaien overuren.
  Twintig jaar later schrijft hij een verhaal over een schildpad met haast, een geestig meesterwerk dat in twintig talen verschijnt.
  Als ze aan hem vragen, waar hij het verhaal vandaan heeft gehaald, zal hij zeggen dat het hem inviel toen hij als zestienjarige met zijn eerste vriendinnetje in Artis naar twee reuzenschildpadden stond te kijken. Hij zal er zelf heilig van overtuigd zijn, dat dit de waarheid is.