zaterdag 5 februari 2011

Knip- en plakkoning

Foto: flickr, by Jos van Zetten
Sinds een half jaar kun je 's-avonds op nederland drie een blonde aso met een grote roze microfoon zien die er zichtbaar van geniet om mensen op tv zo erg mogelijk voor joker te zetten. Hoewel het PowNews af en toe best gevat uit de hoek kan komen, begin ik me toch lichtelijk te ergeren aan hun grootste truc: het tijdig knippen.

Powned afficheert zichzelf als: 'rauw, provocerend, dwars, intelligent en ongecensureerd.'

Rauw, provocerend en dwars zijn ze wel, intelligent daar kun je over discussieren, maar als het PowNews iets niet is, dan is het ongecensureerd. Laatst hadden ze de rubriek 'een neger omdat het moet', dit naar aanleiding van een 'allochtonenquotum' voor televisie: volgens het NPO moet minstens 11 procent van je deskundigen van allochtone afkomst zijn.
 Dit is inderdaad een vrij bizarre regel, en hoewel de de slogan 'een neger omdat het moet' tegen het randje aan zit, kan ik nog steeds de humor er wel van inzien.
 Wat me echter mateloos irriteert, is het laffe knip- en plakgedrag van Rutger Castricum. Je hoort wel vaker van politici dat wanneer zij Rutger een keer stevig van repliek dienen, ze dit nooit in een uitzending terugzien. Elke gesprekje wordt zo gemonteerd dat Rutger de sardonische slimmerik uit kan hangen, en de politici of andere slachtoffers met de mond vol tanden lijken te staan. Met slim knippen en plakken kan je een eind komen, maar bij die uitzending over de 'neger omdat het moet' begon het trucje wel erg op te vallen.

'Bent u een neger', vroeg Rutger jolig aan willekeurige gekleurde voorbijgangers, om meestal na twee seconden al weer weg te knippen. Echter net te laat: bij een heel stel mensen zag je de geirriteerde reactie al in de ogen verschijnen, ze wilden hun mond al opendoen om Rutger te antwoorden, maar helaas: knip, en weg waren ze weer.
 Voor een omroep die 'ongecensureerd' in zijn slogan heeft staan toch een beetje teleurstellend.

donderdag 3 februari 2011

Noodgreep

Foto: Flickr, by jitenshaman
Een paar dagen geleden is er een column van mijn hand op vi.nl geplaatst. Zonder te overdrijven, kan ik zeggen dat deze publicatie een groot succes was: binnen enkele uren had ik een kleine honderd bezoekers op dit blog, een unicum. De reacties waren echter niet onverdeeld positief: ik was volgens de reageerders een stumperd en had mijn huiswerk niet gedaan, iemand verkondigde zelfs dat wanneer ik me op mijn werk ook zo gedroeg, 'het geen wonder was dat ik werkeloos thuis zat.' Emotie en begrijpend lezen verdragen elkaar blijkbaar slecht.

Wat had ik nu gedaan om deze verbale reprimandes te verkrijgen?

Ik had het gewaagd de voetbalkwaliteiten van een spits in twijfel te trekken. Let wel: ik heb niet verkondigd dat Bjorn Vleminckx zijn vrouw slaat, dat hij in kinderporno handelt of dat hij 's-avonds in Nijmegen autoradio's loopt te verzamelen, ik trek zijn kwaliteiten als spits in twijfel. En met hem trouwens die van alle voetballers in de Eredivisie, maar toen zal de rode waas bij sommigen het lezen misschien al enigszins belemmerd hebben.
 Het is niet makkelijk om als man in deze tijden nog veel respect te krijgen, het is een onderwerp dat me steeds meer begint te interesseren. Om het zelfrespect nog enigszins op peil te houden zijn er noodgrepen nodig, ik denk dat voor de nec-supporter Bjorn Vleminckx een noodgreep is. Schiet Vlemincx er een paar in, dan groeit het geslachtsdeel van de nec-supporter enkele virtuele centimeters. Staat hij een paar wedstrijden droog, dan kan de nec-supporter zijn geslachtsdeel bij wijze van spreken nauwelijks meer terugvinden.
 Door de voetbalkwaliteiten van Bjorn Vleminckx openbaar in twijfel te trekken, heb ik de mannelijkheid van elke rechtgeaarde nec-supporter in diskrediet gebracht. Ik kan niet zeggen dat het me spijt, daarvoor heb ik teveel het gevoel dat ik interessant sociologisch onderzoek op het spoor ben. De volgende stap in het onderzoek zit nog in de testfase, maar ik neig naar Feijnoord, iets met het hoofd van Ron Vlaar en de scoringscapaciteiten van Luigi Bruins. Nu nog een veilig onderduikadres regelen.

zondag 30 januari 2011

Belgenmop

Foto: WELS.net
(enigszins aangepast ook op vi.nl te lezen)

Als je vroeger een spelletje op straat speelde en er kwam een meisje voorbij dat vroeg of ze mee mocht doen, en je zei een beetje lacherig dat het wel mocht, en vervolgens versloeg ze iedereen, dan was de lol er voorlopig wel vanaf. Sinds een half jaar heeft zich een meisje gemeld in de Eredivisie dat alle stoere jongetjes totaal voor schut zet. Ze heeft zich vermomd als een robuuste Belg, maar het effect is precies hetzelfde: als Bjorn Vleminckx, een toch vrij beperkte voetballer, die nota bene nog bij een matige middenmotor speelt ook, er zeventien inschiet in eenentwintig wedstrijden, dan wordt het tijd om conclusies te trekken: de Eredivisie is definitief een speeltuin geworden waarin zelfs de lichtelijk gehandicapten zich nog kunnen onderscheiden.

We hebben in het verleden al eerder signalen gehad dat we onze nationale competitie misschien met een korreltje zout moesten nemen: Mateja Kezman die met twee vingers in zijn neus seizoenen lang boven de dertig goals kwam, terwijl hij in het buitenland geen knikker raakte. Alfonso Alves die er zeven maakte tegen Heracles, zonder zich op het oog hiervoor bijzonder in te spannen. Het waren al tekenen aan de wand, het was slechts wachten op de definitieve ontmaskering, en wie zou de Voorzienigheid anders dan een Belg, ons nationale spotobject, af kunnen vaardigen om de genadestoot uit te delen?

 De Belg is voor de Nederlander wat de vrouw is voor de seksist en de neger voor de racist, een middel om de eigenwaarde in elk geval boven een bepaald minimum te houden: ik ben dan misschien wel werkloos, mijn kinderen willen me niet meer zien en mijn auto heeft geen wielen meer, in ieder geval ben ik geen....
Dat uitgerekend een Belg ons met de neus op de feiten drukt, dat het uitgerekend een Belg is die laat zien dat we nog maar een paar jaar verwijderd zijn van het moment dat er subsidie bij moet komen, is een teken dat het Opperwezen best gevoel voor humor heeft, zo op zijn tijd.

donderdag 27 januari 2011

De Kindervriend (slot)

Foto: flickr, by G.Stolk
Ik ben uitgenodigd voor een vredesbespreking. De ontmoeting vindt plaats in Zee&Zo, het restaurant met zeebanket. Initiatiefnemer is de manager van de Albert Heijn, klanten hebben geklaagd over bloedsporen en andere overlast.
 De jongetjes hebben twee personen afgevaardigd, stuurs kijken ze voor zich uit. Als de manager tegen mij praat, zitten ze achter zijn rug gekke bekken te trekken. Heeft hij het tegen hen, dan laat ik snel mijn gigantische verzameling plaatjes zien. De manager lijkt sprekend op die man van de reclames, misschien is hij het wel. De manager vraagt of ik me niet te oud voor dit soort gedoe voel.

'Hoe oud ben je eigenlijk?' Het jongetje trekt een brutaal gezicht erbij. 'Tachtig ofzo?'

'Zevenenveertig.'

'En waarom doet u dit? Heeft het iets met uw jeugd te maken?'

De manager trekt een Yvon Jaspers-gezicht, ik houd me taai.

'Mocht u soms vroeger', de manager buigt zich vertrouwelijk voorover, 'van uw moeder geen plaatjes sparen?'

Ai, recht in mijn ziel gekeken door een supermarktmanager. Vol tranen vertel ik over de panini-plaatjes, iedereen had ze, behalve ik. Langzaam maar zeker veranderen de gezichten tegenover me, van haat naar begrip.

'En één keer mocht ik een zakje kopen, en dat waren allemaal plaatjes van een Mexicaanse rechtsback, met een gigantische snor. Heel mijn boek was leeg, behalve waar ik die Mexicaanse snor had geplakt.'

De manager koestert me aan zijn borst.

'Rustig maar, alles is nu voorbij.'

Als ik uitgehuild ben schenk ik de jongetjes al mijn plaatjes, dansend en zingend verlaten we de Zee&Zo.

De Kindervriend (2)

Foto: flickr, by žųĦą!ŕ ăĦмąď
Als ik mijn fiets op slot zet merk ik al dat er iets niet in orde is: het is veel te stil op de parkeerplaats. Pas als ik door de schuifdeuren naar binnen loop, weet ik wat ik mis: de hoge stemmetjes van jongetjes die elkaar af proberen te troeven. Van nature ben ik niet paranoia, wel doe ik enigszins ontgoocheld mijn boodschappen: zonder teleurgestelde bekkies is er weinig aan. Nietsvermoedend reken ik af en duw mijn karretje richting uitgang.

Plotseling wordt er een spaak tussen mijn wielen gestoken, en hangt er iemand aan mijn nek.

'Stomp hem in zijn ballen', wordt er geschreeuwd. Ze komen van alle kanten: uit het dropwinkeltje, uit het restaurant met zeebanket. Ze hebben vriendjes ingeschakeld, enkelen komen zelfs aan touwen naar beneden glijden.

'Pak zijn plaatjes!'

Met een blauw oog en uitgetrokken haren strompel ik de parkeerplaats op, een paar hardnekkige jongetjes sleep ik nog steeds met me mee. Een bejaard stel staat mijn overlevinggevecht geïnteresseerd gade te slaan.
'Hij moet zijn armen meer gebruiken', zegt de man tegen zijn vrouw.

Als ik bij mijn fiets aankom hebben ook de meest fanatieke bijtertjes eindelijk losgelaten. Mijn eieren zijn kapot gevallen en de melk is leeggelopen in mijn tas. Thuis fatsoeneer ik me, als ik een beetje bijgekomen ben pak ik pen en papier.

'We'll meet again', mompel ik tegen mezelf, terwijl ik de kat van tafel veeg.

woensdag 26 januari 2011

De Kindervriend (1)

Foto: flickr, by FaceMePLS
Het bezoek aan de Albert Heijn is het hoogtepunt van mijn dag. Ik verkneukel me al als ik naar binnen loop, en als de cassiere vraagt: 'voetbalplaatjes?', moet ik me bedwingen niet in een schaterlach uit te barsten. Achter de kassa staat een grote groep jongetjes te wachten.

'Heeft u voetbalplaatjes, meneer?'

'Jazeker, willen jullie die hebben?'

'Geef aan mij, aan mij!'

Ze verdringen zich voor mijn kostbare bezit.

'Wie van jullie weet de naam van onze minister-president?'

Tien paar grote ogen staren me aan.

'De wortel van 169 dan?'

Stilte. Ik schud mijn hoofd: 'Volgende keer beter jongens!'

Ik loop door de elektrische deuren. Op de parkeerplaats tik ik tegen het raam, de jongetjes draaien zich om. Voor hun open monden haal ik de plaatjes tevoorschijn en scheur ze achter elkaar door midden. Ik maak een lange neus en stap op mijn fiets. Als ik thuis de boodschappen uitpak, zijn de lachrimpeltjes naast mijn ogen nog steeds niet verdwenen.

maandag 24 januari 2011

Texan Burger

Foto: Flick, by jimg944
Marco Vreede schuift zijn bord met de resten van de Texan Burger van zich af. Er steken twee sigaretten in het broodje, slappe frieten liggen in de ketchup. De diner bestaat uit een lange, vierkanten bar met in het midden een grill. Een vrouw met een stompje potlood achter haar oor neemt bestellingen af en schenkt koffie in. De radio staat aan, op country 24. De kok zingt mee als het nummer hem bevalt.

Als iemand Marco een paar maanden geleden had gezegd dat hij in een diner aan Highway 61 een Texan Burger weg zou werken zouden zijn ogen zijn gaan stralen. Highway 61 revisited, één van Dylans beste albums. Toen hij Dylan voor het eerste hoorde was het alsof hij daarvoor eigenlijk altijd doof was geweest. Zijn vader had een jaar eerder zijn spullen gepakt, de nieuwe vriend van zijn moeder was bij hen ingetrokken. Toen hij op een regenachtige middag op de zolder door stoffige spullen zat te schuieren, hij zocht naar dingen die zijn vader vergeten was, had hij die oude plaat met de warrige krullenkop op de voorkant gevonden. Een jaar was de plaat niet meer van zijn draaitafel gekomen. Hij ontleedde de teksten en las de biografieën. Hij ging studeren, werd journalist en werkte voor het ene rotblaadje na het andere. Hij was ongelukkig in de liefde, rolde van bed naar bed, van ruzie naar ruzie. ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’, had een Nederlandse dichter ooit geschreven, voor Marco Vreede geldt dat hij alleen in de muziek van Dylan leven kan.

Ieder mens heeft echter dromen nodig, van tijd tot tijd steken ze hun verraderlijke kopje weer op, zelfs bij de grootste cynicus, zelfs bij degene die denkt dat hij alle romantiek al lang geleden van zich af heeft geschud. Hij heeft het nooit hardop tegen iemand uitgesproken, maar de droom van Marco heeft de vorm van een Bob Dylan biografie. Een boek dat het werk van de bard in een ander daglicht zal stellen, zijn teksten vanuit een compleet nieuwe hoek zal belichten. Toen hij zijn buurvrouw zwanger had gemaakt, wist hij dat de tijd gekomen was: de tijd om toe te geven dat ook hij nog ergens van droomde. Hij had een koffer gepakt en was naar de spookachtige heuvels van Minnesota afgereisd, de dopjes met Dylan vastgeroest in zijn oren. Hier moet de sleutel ergens liggen, hier aan de randen van de verlaten ijzermijnen, in de morsige diners van route 69.

Enkele maanden heeft hij door Hibbing en Minneapolis gezworven, hij heeft door straten gelopen waar Dylan heeft gespeeld. Hij heeft het oude schooltje en de synagoge van de Bar Mitswah gezien. Hij heeft aantekeningen gemaakt en zijn gedachten geordend. En op een avond, hij was de snelweg onder zijn hotelraam overgestoken om in deze zelfde diner iets te gaan eten, hij had naar dezelfde verlopen vrouw achter de bar gestaard, had de gedachte zich bij hem aangediend: hij had helemaal niets nieuws te melden. Geen nieuwe feiten, geen nieuwe inzichten. Alles wat hij opschreef en bedacht was al eerder opgeschreven en bedacht, geen letter van zijn aantekeningen bevatte een splinter originaliteit. Hij had afgerekend, was terug naar zijn hotelkamer gegaan en was op bed gaan liggen. Sindsdien is hij niet meer naar Hibbing geweest, de campus van Minneapolis heeft hij niet meer gezien. Hij heeft zijn ticket naar New York geannuleerd, hij wordt wakker in de middag met het geluid van razend verkeer, sleept zich uit zijn bed en bestelt bij de verlopen vrouw iedere dag hetzelfde: een Texan Burger en frietjes met tomatensaus.

Hij legt tien dollar op de bar en groet de vrouw, zonder te kijken zwaait ze hem gedag. Hij klapt door de houten deurtjes de parkeerplaats op, hij loopt richting de loopbrug maar bedenkt zich dan. Hij moet zich inspannen om over de vangrail te stappen, maar als hij er eenmaal overheen is wordt hij door een groot gevoel van vrijheid overvallen. Het laatste dat hij hoort is het schelle getoeter van vrachtwagens die zwaar beladen zijn met mekkerende kalfjes.