maandag 4 april 2011

Knieën teen

Foto: flickr, by Vlad B.
Zoals een gelovige een paar honderd jaar geleden gekeken moet hebben als iemand verkondigde dat hij nog nooit van God had gehoord, zo kijk ik naar het filmpje van PVV-politicus Lilian Helder die probeert te verbergen dat ze de allereerste beginselen van statistisch onderzoek niet snapt. Het gaat me niet om dit specifieke onderzoek, waar waarschijnlijk inderdaad het één en ander op af te dingen valt, dat is wel vaker zo met wetenschappelijk onderzoek, het gaat me om het totale onvermogen om een enigszins intelligente discussie te voeren over de voors en tegens.
  Bij het eerste college van het vak 'logica' aan de universiteit zei de docent al vrij snel: 'stel, y is een functie van x'. Meteen ging er een hand de lucht in: 'wat bedoelt u daar precies mee?'
  Er is een moment dat een zinvol gesprek niet meer mogelijk is. Samen met brievenbuspisser Lucassen heeft Lilian Helder een duidelijk punt gemaakt: de nieuwe minister-president kan maar één iemand worden en dat is Linda de Mol. Linda zal vol begrip met Lilian in een hoekje gaan zitten om haar een beetje te leren rekenen, en als Lucasje zijn broekje niet droog kan houden zal ze zijn traantjes drogen en zeggen dat ons dat allemaal wel eens overkomt.
  Hierna zal de hele kamer 'hoofd, schouders, knieën teen, knieën teen' gaan zingen.

zondag 3 april 2011

Groot Hart

Foto: flickr, by Vectorportal
Linda de Mol presenteert de Postcode Loterij Miljoenenjacht. Ze verkondigt dat ze hoopt dat de winnaars niet op een Hollandse manier zullen reageren: er moet gejankt worden. Er zijn verschillende manieren waarop je andere mensen kan domineren, fysiek geweld is er maar eentje van. Een net zo sterk middel is om mensen dankbaar voor je te laten zijn. Linda de Mol verkondigt dat ze mensen graag blij maakt.
  Als ik Linda de Mol zie dan zie ik een monster.
  Linda de Mol zal niet stoppen voordat heel Nederland op zijn knietjes dankbaar ligt te zijn voor Linda de Mol.
  Ook in kleuterklassen vind je monsters, zowel voor als in in de klas. Linda de Mol is een kleuterjuf die Nederland als haar klasje ziet. Het kind dat Linda negeert wordt in de pauze mee naar achteren genomen. Niemand zal het kind ooit nog terugzien, de moeder die huilend voor de poort verschijnt zal gek worden verklaard. Alleen Linda de Mol zal een beschermende hand om de schouder van de moeder leggen.

'Ik begrijp je leed', zal ze in het oor van de moeder fluisteren.

De mensen op het schoolplein zullen niet uitgepraat raken over het grote hart van Linda de Mol.

Museum

Foto: flickr, by Seth W.
Gisteren en vandaag was het museumweekend. In het Noord-Brabants museum in Den Bosch bestudeerde ik naast de schilderijen ook de mensen. Ik onderscheidde twee stromingen: de mensen die hun jas uittrokken en de mensen die hun jas aanhielden. De mensen die hun jas aanhielden verspreidden de volgende non-verbale boodschap: 'ik ben hier alleen maar omdat het gratis is, jullie moeten niet denken dat jullie me iets wijs kunnen maken en als ik iets zie dat me niet bevalt ben ik zo weer weg.'
  De mensen die hun jas op een haakje hingen of in een kluisje stopten gingen er daarentegen helemaal voor.
Mijn vriendin en ik stopten onze jas in een kluisje. Ik was gefascineerd door een kubistisch schilderij van Jan Sluijters, een schilder waar ik nog nooit van had gehoord. Ook was ik geboeid door schilderijen waarop de belegering van Den Bosch in de 17e eeuw te zien was, met het oude Vught op de voorgrond. Ik kocht een boekje over de oude vestingwerken en stond een uurtje later op de markt als een toerist naar stukken van de oude stadswal te zoeken.
 In een café op de Parade zagen we hoe Ajax aan de hand werd genomen door een piepjonge linksback die hopelijk nog nooit van Johan Cruijff heeft gehoord.
 Ook gingen we op zoek naar een restaurantje in Den Bosch waar je een leuke pizza kan eten, een hele opgave. Uiteindelijk werden we de weg gewezen door een vriend van mijn broer die uit zijn eigen restaurant kwam om ons te hulp te schieten. Na de stad was het in Boschveld een oase van rust, en we waren net op tijd om op Studio Sport nog eens na te kijken wat er nu weer allemaal bij Ajax aan de hand is.
 

donderdag 31 maart 2011

Een middagje in Den Bosch

Foto: flickr, by strafefox
Je kan tegenwoordig geen tomaat kopen zonder dat je naderhand een enquete-formulier in moet vullen (was het wat u ervan verwachtte??), dus bij deze een middagje Den Bosch aan de hand van wat rapportcijfertjes.

We begonnen bij dat nieuwe Douwe Egberts café op de hoek van de Visstraat (tegenover de Kees Kroket, voor intimi) en dat was meteen een toppertje. Leuke tent met een heuse lounge-hoek, als je aan je tafeltje naar buiten kijkt waan je je haast in een echte stad. De appeltaart smaakte zowaar naar appeltaart, een grote verrassing aangezien je de restaurants de kost zou moeten geven waar je een ijskoude appeltaart voorgezet krijgt waar geen kraak of smaak aanzit. Ik had een gewone koffie (het moet niet te gek worden), maar daar was niets mis mee en mijn vriendin scheen erg tevreden met haar blossem-thee. Een vriendelijke bediening leidt tot het eerste rapportcijfer van niet minder dan een 8!

Hierna begon een zoektocht langs verschillende winkels naar een kledingstuk dat waarschijnlijk ooit bestaan heeft, maar wat zich rond deze tijd zeer waarschijnlijk niet in Den Bosch ophoudt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik deze zoektocht in stijgende gradaties van geestelijke onthechting heb meegekregen, maar ik was toch nog net genoeg aanwezig om de klantvriendelijkheid van verschillende winkels te kunnen observeren.

Ten eerste was er de H&M, het meisje dat we aanspraken droeg op dat moment een stapel van toch zeker vijftien kledingstukken, wat haar er echter niet van weerhield de halve winkel rond te struinen op zoek naar ons begeerde goed. Nadat het niet gevonden was slaagde ik er nog bijna in om haar vlak voor de roltrap te laten struikelen, maar zelfs dit kon haar goede humeur niet verpesten en levert de H&M een 9 op voor klantvriendelijkheid!

Vervolgens de V&D. Het klantvriendelijkheidspeil werd in deze zaak meteen twee graadjes minder, maar zakte niet door de ondergrens en ik houd het daarom op een degelijke 7.

Hierna kwam de Cool Cat, die zo vriendelijk waren om ons onmiddelijk naar de buren te sturen, waar ze het waarschijnlijk wel hadden. Een 9 voor klantvriendelijkheid en een 4 voor bedrijfskunde, zullen we maar zeggen.

Die buren, dat was de Only, en daar stond de muziek zo hard dat je letterlijk tegen elkaar moest schreeuwen om je verstaanbaar te maken. Ik weet niet of de manager daar serieuze gehoorsproblemen heeft, maar als ik mijn oren wil verpesten ga ik wel naar de Willem II en de Only scoort dan ook een 5.

Blijft over de Hema, en dat is volgens mij al heel zijn leven een 7, dus daar ga ik verder niet interessant over lopen doen, ze doen wat ze doen en dat doen ze goed, de Berry van Aerle van de winkelketens om het zo maar te noemen.

Na deze vrij vruchteloze poging om een kledingstuk te vinden, moest ik mezelf weer een beetje focussen: er moest een nieuwe bril worden aangeschaft. Ik hou wel van een beetje tempo in het winkelen en dat trof, de man die ons hielp bij Hans Anders was de Marc Overmans van het winkelpersoneel, om maar eens een voetbalvergelijking uit de kast te halen.

Hij was al aangesneld met een nieuw exemplaar als ik de vorige nog niet eens op mijn neus had gezet, maar dat kon natuurlijk ook een 'is hij nou zo snel of ben ik nou zo sloom-situatie' zijn, om het gedachtengoed van Louis van Gaal maar eens verkeerd te citeren. In ieder geval was de service prima in orde, en ik geef Hans Anders dan ook een keurige 8.

Al met al een enerverend middagje Den Bosch, waarbij de alombekende Bossche huferigheid volgens deze ge-enqueteerde reuze mee leek te vallen!

Echt

Foto: flickr, by Jeroen Bosman
Vol verwachting zat ik gisteren in de trein: ik was een man op een shortlist. Ik was al eens een man op een longlist, de longlist van de fameuze Brakke Hond-verhalenwedstrijd, maar toen sneuvelde ik voor de selectie van de shortlist, wat toch een beetje voelt als je plaatsen voor de Europa-league. Natuurlijk, het was de shortlist van de WetFil-award, we hebben het hier niet over de Librisliteratuurprijs, maar toch, ik had tegen de vrouw naast me kunnen zeggen: 'ik hoop dat de trein geen vertraging heeft, ik moet op tijd zijn voor een uitreiking.' Als de vrouw haar mond had gehouden had ik er aan toe kunnen voegen: 'ik sta namelijk op een shortlist', om hierna afwezig door het raam naar buiten te gaan staren.

Maar om een lang verhaal kort te maken: ik won het ding natuurlijk niet. Wel mocht ik het podium op, waarna alle vijf de columns besproken werden en de winnaar bekend werd gemaakt. Bij mijn column vielen de woorden 'angst' en 'intelligentie', als het wel de Librisliteratuurprijs was geweest had hier zomaar de naam W.F Hermans op kunnen volgen, maar dat gebeurde dus niet.
  Overigens ben ik nu dat boekje van  Bernard Dewulf aan het lezen, waarmee hij hem vorig jaar won, en daar val je ook niet echt van van je stoel. De Volkskrant sprak al van 'onverdraaglijke truttigheid en ijdelheid' en daar kan ik me eigenlijk alleen maar bij aansluiten: na twintig pagina's voelde ik al de onweerstaanbare behoefte om één van die kinderen van Dewulf op een onbewaakt moment even een flinke klets water in het gezicht te gooien, maar dat is weer een ander verhaal en kan natuurlijk ook aan mij liggen.

Mocht je onverhoopt geinteresseerd zijn in de nu al historische beelden van de uitreiking van de WetFil Award 2011, dan kun je op dit filmpje doorspoelen naar 1 uur en 48 minuten. Je kan het natuurlijk ook even gebruiken als reality-check: bestaat die WetFil -award eigenlijk wel echt??

zaterdag 26 maart 2011

Sentimental Journey

Foto: flickr, by FaceMePLS
Aan alles komt een eind, (behalve aan de overtredingen van onze vriend Ola Toivonen lijkt het wel), dus ook aan mijn dienstverband bij TNT-Post. Gisteren maakte ik mijn afscheidstournee langs de velden, of, in mijn geval, langs de Friet van Ome Piet, de lieftallige tandartsassistentes en de om elastiekjes-bedelende kinderen.
  Een echte sentimental journey kan je wel zeggen, hoe vaker je een straat doorloopt hoe dieper je voetsporen uitgesleten worden, en schuifelen door de sneeuw telt volgens mij dubbel. Als volwassene begint je omgeving steeds meer een decor te worden, het gaat tenslotte om de mensen nietwaar, maar een paar jaar postbezorgen zorgt weer voor een haast kinderlijke symbiose tussen mens en omgeving. Zoals je als kind de straatstenen kan uittekenen waar je 's-middags op voetbalt, en precies weet waar de takken zitten waar je op kan staan als je de boom in wilt, zo ontwikkelt ook de postbezorger een natuurlijke band met zijn wijken.  
  Misschien moet ik af en toe maar gewoon wat door de Schutskamp gaan wandelen, om een beetje af te kicken. En hoe zal het verder gaan met De Vrouw Die Niets Te Doen Heeft? Die heeft straks wat te doen: nadenken waar ik toch gebleven zou kunnen zijn.

donderdag 24 maart 2011

Gezicht

Foto: flickr, by screenweek
Over Volkskrant-columnisten gesproken: Paul Verhoeven, dat vind ik dan wel weer een toppertje. Ik vond zijn optreden in Zomergasten vorig jaar al erg boeiend, en hij zet deze lijn vrolijk door in zijn wekelijkse column. Die films van Verhoeven worden trouwens ook steeds beter, over tien jaar vind ik Total Recall waarschijnlijk een absoluut meesterwerk. Wat Verhoeven boeiend maakt als spreker en schrijver is zijn vakmanschap gecombineerd met oprecht enthousiasme: als je tien minuten naar die man geluisterd hebt twijfel je er niet meer aan dat films maken het mooiste is wat er bestaat, en films kijken een goede tweede.
  Deze week merkte hij fijntjes op dat films niet voor niets 'movies' heten: ze bestaan bij de gratie van beweging. Een opmerking met een Cruijffiaanse scherpzinnigheid, en ik ben deze wijsheid meteen aan de werkelijkheid gaan toetsen. Omdat ik over het algemeen zo'n vijf jaar achterloop (ik moet toch eens gaan informeren waar je zo'n ei-pot kunt kopen) zag ik gisteren de topfilm uit 2007 'There Will be Blood.'
  En inderdaad: de openingsscene bestaat uit een man die een ladder afdaalt, een ladder weer opklimt, dynamiet aansteekt, naar beneden valt. Al die tijd wordt er niet gesproken, de camera draait mee met de man, de donkere schacht in, weer omhoog naar het zonlicht, de ladder weer af naar beneden: Movies!
  Het is een fantastische scene, van een verder ook geweldige film. Naast beweging lijkt Paul Thomas Anderson een regisseur te zijn die nog iets goed in de gaten heeft: films draaien om acteurs. Zelden heb ik zo zitten genieten van acteerwerk als van Daniel Day-Lewis in deze film. Er zit een scene in waarin hij zich moet laten dopen door een priester waar hij een gloeiende hekel aan heeft, maar als hij het niet doet krijgt hij geen vergunning om een pijpleiding door een stuk grond te trekken. De priester heeft nog een appeltje met hem te schillen en grijpt de situatie aan om hem wat stevige tikken voor zijn smoel te verkopen. Het gezicht van Day-Lewis dat van triomf naar vernedering, van ironie naar haat en ten slotte berusting verandert is de Champions League van acteren.