vrijdag 30 oktober 2020

De Repelsteeltjesblues (een Dylaneske songtekst)

RGB Free, by Zela
Vers 1

Niemand kon ons gisteren kisten
toen we Repelsteeltjes geheugen wisten.
Een schoenenzaak gerund door zeven biggen
waar Assepoes haar schoen liet liggen.
De junk zocht zijn naald vergeefs in het hooi
zong zielloos onder een indianentooi.
Al Bundy kwam net op tijd binnen
om 'Married with Children' voor te zingen.
Prinses Maxima miste de tweede mis
dook onder in haar vaders gevangenis
waar het tribunaal bijeen was gekomen
om Johan Derksen grapjes te tonen
van een Argentijnse zwabberpiloot
die hem dropte in een roetzwarte moddersloot.

Refrein

Vergeef onze zonden op één
dan breken we het brood in twee.
Rapper Akwasi maakt de heilige drie
tot een eenheid als ik jou niet meer zie.

Vers 2

In Wuhan vliegen zwarte vlerken
tussen de mistig verzakte zerken.
De aarde zucht onder teveel aan stof
jaagt achter vlinders als Nabokov.
Geef me je hand als ik het vraag
ben je te laat dan ben je te traag.
Zoals de Verlosser de ruimte zag
waar de back in moest sprinten
zo zoekt de kat op zijn gevoel
naar de muis tussen de plinten.
Verjaag de muizenissen in je hoofd
met de alcohol die je is beloofd
smeer het op je handen, smeer het in je haar
voor je het weet is de lock-down weer klaar.

Refrein

Vergeef ons onze zonden op vier
dan mogen we snel weer aan het bier.
We lossen de zaak op als De Vijf
en ontsnappen uit ons quarantaine-verblijf


Vers 3

Aristoteles ging als een beest tekeer
midden in zijn argumentatieleer.
Hij liet Plato zo hard schrikken
dat hij zijn Ideeën naar beneden mikte.
Zijn hond zat steels te grommen
hij noemde hem Pluto wat kon het hem bommen.
Alles was om de Geest begonnen
het lichaam verworden tot zonde.
Vastgelegd in het alfabet
de Verlosser gaf de laatste zet.
Nu zitten we met de gebakken peren
Al Bundy kan ons nog wat leren
als hij pokert met Socrates
geeft hij Maxima en Johan les
in stoïcijnse overtuiging
Zlatan maakt voor niemand een buiging.

Refrein

Vergeef ons onze zonden op zes
bijna al je pionnen zijn binnen.
'Mens erger je niet' is de les
dan gaan we het potje wel winnen.

maandag 26 oktober 2020

Spanning

Als ik de snelweg oversteek kom ik in een bosrijk gebiedje met een aardig kasteeltje en iets wat je met een beetje fantasie een slotgracht zou kunnen noemen. Spaanse toeristen op bakfietsen komen langs, ze worden voorgegaan door een Nederlandse man die in gebroken Engels iets over de Zuiderwaterlinie probeert te vertellen. De toeristen kijken beleefd naar het kasteeltje, zo'n 400 jaar na de oorlog lijken de spanningen tussen onze volken wel wat bedaard. 

  Toch vraag ik me af hoe ze zouden reageren als ik recht voor hun bakfiets ging knielen met mijn vuist omhoog, terwijl ik roep dat ‘Dutch lives matter’ en herstelbetalingen eis vanwege de inname van Den Bosch. Hebben die Spanjaarden wel enig idee hoeveel leed mijn voorouders destijds is aangedaan?
   Hun Hollandse gids lijkt me echter niet het type met gevoel voor humor en ik wandel maar verder, het bos in.
  Al snel kom ik de prachtigste paddenstoelen tegen. De klassieke vliegenzwammen natuurlijk, waarvan ik nog steeds vermoed dat er kaboutertjes in wonen, maar ook kastanjeboleten en beverzwammen.
  Als ik zo’n prachtige paddenstoel zie die helemaal weerloos langs de kant van de weg staat overvalt me de haast onstuitbare aandrang om hem aan stukken te schoppen, om hem met een grote uithaal te vergruizen, zodat het paddenstoelenstof door de lucht vliegt en er niets van over blijft.
  Natuurlijk doe ik dit niet, het is zonde en achterlijk, maar de aanvechting is onmiskenbaar. Ik moet er aan denken als ik ’s middags met mijn driejarige neefje alle speelgoeddieren netjes op een rijtje op de bankleuning plaats. Dit gaat een tijdje goed, totdat de spanning te groot wordt en mijn neefje met een genotvolle zwaai alle dieren van de bank kegelt.
  Nu had ik deze aanvechting niet, maar dat komt waarschijnlijk alleen omdat speelgoeddieren op een bankleuning mij niet genoeg prikkelen. Voor mijn neefje is dat keurige rijtje dieren echter een te grote provocatie, net zoals de prachtige paddenstoel dat bijna voor mij was.
   Ik denk dat Lucebert dit ongeveer bedoelde toen hij dichtte:
 
  Alles van waarde is weerloos
  Wordt van aanraakbaarheid rijk
  En aan alles gelijk


  Het puur schone wekt vernietigingsdrang op. Wat te mooi is moet kapot, zodat het ‘aan alles weer gelijk’ is en de orde hersteld wordt. Het mooiste aan het bouwen van een zandkasteel is het neerschoppen als het tijd wordt om naar huis te gaan. De enige schoonheid die aan deze vernietigingsdrang weet te ontsnappen, is schoonheid waar zelf al spanning in zit, schoonheid die terug bijt, zoals goede kunst en mooie vrouwen.  Ook verklaart dit het enorme evolutionaire succes van Felis silvestrus catis, ook wel bekend als de huiskat, een wandelend kunstwerk met tanden en nagels dat alleen agressie opwekt bij mensen die voorgoed verloren zijn.

zondag 18 oktober 2020

Vreemde kostgangers (slot) - De redding

RGB Free. by Columbine
 De weken na ons mindfulness-uitje waren drukker dan ooit. Edelsteen had een order binnengesleept voor de reorganisatie van dertien resorts. We zagen Mia al snel terug op kantoor, ze begon er met de dag beter uit te zien. 

  In alle hectiek vreesde ik dat Edelsteen zijn belofte om Bertha te redden was vergeten, terwijl de tijd begon te dringen: van mijn oude collega's had ik begrepen dat ze over twee weken zou worden opgehaald.
  Ik begon me al af te vragen of ik ons nachtelijke gesprek niet gewoon gedroomd had, toen hij me na een meeting  terzijde nam.
  'Mijn vrouw ging meteen akkoord,' zei hij. 'En mijn vriend Tony heeft alles geregeld. Morgenavond halen we haar op.'
 
Toen ik er nog werkte, had ik de dierentuin 's avonds altijd het mooist gevonden. Zonder publiek kwamen de dieren echt tot leven, zonder kwetterende mensen hoorde je het hele park zoemen, brommen en scharrelen.
  We reden naar de achteringang en parkeerden achter het bavianen-eiland. De vrachtwagen van Tony reed gewoon de dierentuin in, langs de apen die op een rijtje naar de indringer kwamen kijken, sommigen kromden bedachtzaam een vinger onder hun kin.
 
  Zes man sprongen uit de vrachtwagen terwijl Tony onder een lantaarnpaal een sigaar opstak.
  Hij had een litteken op zijn nek, alsof iemand hem had proberen te wurgen maar daar halverwege weer mee op was gehouden.
  Ik wilde achter de mannen aanlopen, toen Tony een hand opstak.
  'Laat ze maar,' zei hij. 'Het zijn professionals.'
   De achterkant van de vrachtwagen werd opengetrokken, er rolde een kleine vorkheftruck uit met een grote krat op zijn lepels. Het ding maakte een vreselijk kabaal, de apen hadden besloten dat het welletjes was en begonnen nu ook te krijsen.
  'Je maakt je teveel zorgen,' zei Tony toen hij zag dat ik angstig om me heen keek. 'Alles is geregeld.'
  Hij gooide zijn sigaar op de grond en stampte hem nauwkeurig fijn.
  De vorkheftruck reed achteruit weer terug, met Bertha in de pallet, ze had haar bek open alsof ze elk moment iets te eten verwachtte.
  'Je hecht je teveel,' fluisterde Schele Tony in mijn oor, 'dan ga je fouten maken.'
   We reden achter de vrachtwagen aan naar een villa aan de rand van een dorp, waar Edelsteens vrouw ons ontving met de mededeling dat ze koffie ging zetten. De vorkheftruck trok diepe voren in een eindeloos grasveld, tot we de vijver helemaal achteraan bereikten.
  Nadat Bertha in het water was gegleden en Tony's mannetjes verdwenen waren, leek het even alsof er nooit een nijlpaard geweest was, alsof we alleen maar met z'n tweeën in een donkere tuin stonden.
   Toen kwam ze weer omhoog, precies in het midden van het vijvertje.
   Ik pakte een krop sla van de grond en gaf hem aan Edelsteen.
   Hij wandelde naar de rand van de vijver, Bertha deed haar bek open, hij gooide de krop sla onderhands naar haar toe, hij beschreef in het maanlicht een perfecte parabool, Bertha ving hem op en slikte hem in een keer door, waarna ze met haar oortjes klapperde en langzaam weer onder de waterspiegel zakte.
  Edelsteen stond met zijn armen over elkaar goedkeurend naar het rimpelende wateroppervlak te knikken.
  'De koffie zal nu wel klaar zijn,' zei hij tenslotte. 'Ik laat mijn vrouw liever niet wachten.'
  Langzaam slenterden we terug naar de helverlichte villa en even speelde ik met de gedachte om te vragen wat er toch precies aan de A27 was gebeurd, maar besloot het verder maar te laten rusten.

zondag 11 oktober 2020

Vreemde kostgangers (4) - De oplossing

RGB free, by ayla 87

 'We beginnen vandaag met de praktijk,' zei Mia, onze wandeltherapeute, toen we in het bos in een kring om haar heen stonden.
  'Innovatief', mompelde Edelsteen. 'Eerst de praktijk, dan de theorie.'
  'Innovatief?'
  'Edelsteen is de naam. Ik stond laatst bij een tankstation en toen realiseerde ik me dat er meer tussen hemel en aarde is. Van het een kwam het ander en nu staan we ons hier te focussen onder de druipende dennen. Ik vind het prachtig.'
  Mia schudde woest haar hoofd.
  'Er is helemaal niets meer tussen hemel een aarde. Helemaal niets! Dit is alles wat er is. Is het niet genoeg? Is het niet prachtig?'
  Edelsteen knikte begripvol.
   'Sterk, heel sterk. Een confronterende strategie om de zaak op scherp te zetten. Ik kijk hier werkelijk mijn ogen uit.'

   In de wandelgangen was de afgelopen weken druk gespeculeerd over wat er precies gebeurd was aan de A27. Van de ene op de andere dag had Edelsteen zijn driedelig pak verruild voor een wollen trui en een spijkerbroek. Ook begon hij termen als 'return of investment' en 'customer journey' te vervangen door monologen over 'jezelf terug vinden' en 'dingen een plekje geven.'
  Sommige collega's dachten dat hij bij het tanken wat te dicht bij de weg had gestaan en een tik van een zwalkende vrachtwagen had gekregen. Anderen, met name degenen die al wat langer op de zaak werkten, meenden dat het allemaal onderdeel was van een briljante bedrijfsstrategie.

  'Ik ben vijftien jaar overspannen geweest', schreeuwde Mia. 'Vijftien jaar! Ik werkte voor precies dezelfde soort klootzakken als jullie. Altijd maar bezig met winst. Altijd maar dealtjes aan het maken. Altijd praatjes en nooit eens rust. Ik ben eruit gestapt! Ik heb aan de rand van de waanzin gestaan. Ik zwierf door Amsterdam met twee koffers en een kruimeldief. Nu is het mijn missie om rust te verspreiden!'

  Na deze speech daalde er inderdaad een indrukwekkende rust neer op ons gezelschap. De rest van de dag sjouwden we timide achter onze wandeltherapeute aan, die over een tomeloze energie bleek te beschikken. 's Avonds viel ik in mijn bezinningshut al snel in slaap, maar werd midden in de nacht toch weer wakker.
  Achter mijn hutje klonk een dierlijk geluid.
  Nieuwsgierig trok ik een jas aan en stapte de kraakheldere nacht in. Boven mijn hoofd schitterde het uitspansel, onder mijn voeten knisperde het gras, alles rook naar natuur en een paar meter verderop zat onze wandeltherapeute op een grote kei hartverscheurend te snikken.
   'Ik kan het niet meer aan,' zei ze. 'Ik ben verantwoordelijk voor zeventien resorts. Het is uit de hand gelopen. Ik wilde rust en ik ben nog drukker dan ik eerst was.'
  Op de kei naast haar zat mijn directeur.
  In het zachte sterrenlicht legde hij zijn arm over de schouder van onze wandeltherapeute.
  'Dat gaan we toch helemaal in orde maken,' fluisterde hij. 'We gaan een mooi plannetje maken en de boel fijn reorganiseren. Dan krijg je eindelijk de rust die je verdient.'
   
  Ik staarde naar het tafereeltje met het gevoel dat ik een of ander diep inzicht over de werkelijkheid opdeed. Nadat Mia was uitgesnikt verdween ze in het donker, ik wilde alweer op mijn tenen terug mijn hutje insluipen, toen Edelsteen zijn hoofd in de lucht stak, alsof hij me geroken had.
  Hij wees op de kei die net verlaten was door Mia.
  'Ga zitten,' sprak hij, 'en vertel wat er aan de hand is. Waar maak je je zo'n zorgen over?'
  Ik ging zitten en voor het eerst vertelde ik het hele verhaal over Bertha, Jimmy en de aankomende dood aan iemand die geen moment verbaasd leek over de gebeurtenissen. Alleen Jimmy's rol in het geheel bracht een wenkbrauw omhoog.
  'Wat een rare man,' zei Edelsteen toen ik uitgesproken was. 'Maar de heer heeft nu eenmaal vreemde kostgangers. Ik begrijp je zorgen en ik denk dat ik wel een oplossing weet. Ik moet het alleen nog even met mijn vrouw overleggen.'
  Met deze woorden liet hij me weer alleen. Ik bleef vijf minuten op de koude rots zitten en kroop toen mijn bezinningsbed weer in, in de vaste overtuiging dat alles helemaal in orde ging komen.

zaterdag 3 oktober 2020

Vreemde kostgangers (3) - De bezinning

'Diversiteit en inclusie?'

RGB Free, by heribertosdb

Mijn collega lachte schamper.
'Dat was weer zo'n plannetje van de baas. Hij dacht dat we de gemarginaliseerde groepen van de samenleving beter konden bedienen als we ons wat meer in hen verplaatsten. Bezocht ie een soort nascholing voor veroordeelde criminelen. Uiteindelijk verkocht ie tienduizend flyers aan een pooier. Classic Edelsteen. Maar wat deed jij daar eigenlijk? Losse handjes?'

  Mijn collega nam me argwanend op en ik kreeg meteen een kleur.

  In het huidige politieke klimaat kan je beter een veroordeelde seriemoordenaar zijn dan te boek staan als een foute grappenmaker. Aan de andere kant vertelde ik mensen ook liever niet over de toestand met Bertha en Jimmy, daar kreeg ik vaak vreemde reacties op. Alleen kinderen vonden het een schitterend verhaal, die wilden weten of Bertha die arm meteen had doorgeslikt of dat ze hem weer had uitgespuugd, zodat de dokters hem er weer aan konden naaien.

 'Een misverstand op mijn oude werk,' mompelde ik. 'Je weet hoe het gaat.'

  Mijn collega keek sceptisch, maar begon toch maar verder te vertellen over Edelsteen. 'Na de cursus werd de baas praktisch een busje in geduwd door een kerel die op elke wang een litteken had. Een kwartier later zit hij in een nachtclub een cappuccino te drinken. “Dit was niet de bedoeling', zegt ie voor de derde keer. “Ik ben hiernaartoe gekomen voor een course in diverse communication skills. Ik moet zo echt weer terug naar de zaak.” '
    'Die pooier noemde zichzelf Schele Tony. De vent begint een huilverhaal over zijn nachtclub op te hangen. Dat ie te weinig klanten heeft. Dat Edelsteen hem iemand lijkt die hem daarmee wel kan helpen. Ondertussen scharrelen er allemaal dames in string en beha om hem heen. De baas krijgt het steeds benauwder.'
' “Hoewel ik vind dat er bepaalde problematische aspecten aan uw business zitten,” zegt Edelsteen, “wil ik u dan toch wel van wat advies voorzien.” Hij hangt een riedeltje op over marketing en awareness en die pooier is helemaal in zijn nopjes. Die bestelt 10.000 flyertjes, trekt een stapel bankbiljetten uit zijn binnenzak en begint te tellen. Loopt Edelsteen even later met z'n goeie bedoelingen en 10k weer naar buiten.'
  'Dat soort acties heeft hij wel vaker. Je weet nooit wat je hier kan verwachten.'
 
  Dat laatste bleek te kloppen, zo vond ik mijn collega's een maand later terug in een mindfulness-resort op de Hoge Veluwe, waar we onder Edelsteens bezielende leiding naar een bezinningskaars zaten te staren en ik er met mijn gedachten niet helemaal bij was.
  Van een oude collega had ik vernomen dat Bertha zou worden afgemaakt. Nadat ze de arm van Jimmy had afgebeten was er een juridische strijd rond haar losgebarsten en nu was de kogel uiteindelijk toch door de kerk.
  Ik staarde naar de bezinningskaars en voelde me schuldig.
  Waarom had ik Jimmy niet gewoon laten kletsen? Waarom moest ik per se mijn punt maken, wat alleen maar verliezers had opgeleverd?
  Terwijl steeds dezelfde vragen door mijn hoofd tolden begon ik langzaam in te dutten. Ik was die ochtend om zes uur opgestaan, had drie uur gereisd, in de bezinningskamer was het belachelijk warm en ik had geen idee wat we hier precies moesten doen.
  Ik knikkebolde net definitief weg, toen de deur van de kamer werd opengesmeten en een enigszins verwilderd ogende vrouw het toneel betrad.

dinsdag 29 september 2020

Vreemde kostgangers (2) - Het ongeluk

Nijlpaard
RGB Free, by seepsteen
 Ik ging op de bank liggen en zette de voetbalsamenvattingen op. De beelden van mijn eerste werkdag buitelden door mijn hoofd.
  Er was iets met die Edelsteen. Ik wist bijna zeker dat ik hem eerder ergens had gezien. Of eigenlijk vooral gehóórd. Ik hoorde hem orakelen, ergens tussen de mensen, in een zaaltje, op een bijeenkomst.

 Ik kwam er niet uit, ik drukte het voetbal weg toen PSV in de drieënnegentigste minuut de winnende treffer maakte en ging naar bed.
  Op het moment dat ik mijn ogen sloot, wist ik het weer.
  De cursus 'diversiteit en inclusie' in dat gebouw bij Utrecht Lunetten.
  Daar had hij ook gezeten.
  Die cursus waar ik naar toe was gestuurd toen Jimmy zijn arm had verloren, wat totaal mijn schuld niet was en waar Jimmy's huidskleur ook helemaal niets mee te maken had.
  Ik was in die dierentuin gaan werken omdat ik van dieren houd, wat aanvankelijk een logische beslissing had geleken, maar achteraf een bijzonder slecht idee bleek.
    Elke dag van de week, behalve maandag, ging ik bij ze langs, ze wisten dat ze op me konden bouwen. Ik gaf ze bloemkool of sla, een stukje vlees of kleine vliegjes uit een pakje. Dan gingen ze aan het werk: grommend, piepend of blazend. Soms hadden ze nog een aanmoediging nodig, dat waren de kleine eters, of de dieren die niet zo lekker in hun vel zaten.
    Mijn grote lieveling was Bertha, het nijlpaard. 

  Zodra ze de kruiwagen over de natte tegels hoorde rollen, duwde ze haar hoofd door de plastic lamellen. Als ze zag dat ik het was, schoot ze het binnenbad in. Met haar bek wijd open ging ze op de verhoging in het midden zitten. Ik gooide een paar kroppen sla in haar open bek en deed dan zogenaamd alsof het genoeg was en alsof ik wegging.
  Dan begon ze te loeien en draaide ik me om. Bertha stond inmiddels op haar achterpoten. Ze draaide twee rondjes en ging dan weer netjes zitten. Ze kwispelde met haar oortjes, knipperde met haar oogjes. Als ze ook de laatste krop sla had gehad, zwom ze op me af om me te bedanken. Ik wreef haar even over de snuit en gaf haar een klopje op de kop. Mijn collega verzorger, Jimmy, vond al dat knusse gedoe maar niks.
 
  'Pas maar op brother,' zei hij. 'Straks bijt ze je arm er nog af. Nijlpaarden doden meer mensen dan leeuwen, weet je wel.'
  Jimmy zat vol wijsheden over het verzorgen van dieren.
  'Je moet je niet hechten, weet je' zei hij vaak. 'Zie het puur als werk. Als ze de kans krijgen bijten ze je hartstikke dood.'
  Dat laatste was pertinent onwaar, ik kon praktisch mijn hele arm in Bertha's bek steken zonder een centje pijn.
  Maar zijn gezeur begon toch aan me te knagen en daarom besloot ik hem te betrekken bij mijn onderonsjes met Bertha. Ik liet hem het nijlpaard aaien, eerst nog voorzichtig. Ik liet hem de kroppen sla in haar bek gooien, wat hij stiekem best leuk vond. En als sluitstuk liet ik hem zijn arm in haar bek steken, puur om mijn punt te maken.
  Met een ferme klap beet Bertha Jimmy's arm eraf, waarna er een onderzoek werd ingesteld en ik naar die cursus 'diversiteit en inclusie' werd gestuurd.
  Op die cursus zaten voornamelijk racistische randfiguren maar ook een keurige heer in een pak en ik wist vrijwel zeker dat het mijn nieuwe directeur, de heer Edelsteen was. Ik nam me voor de komende dagen op het werk eens discreet rond te vragen hoe hij daar beland was en viel eindelijk in een diepe slaap.

donderdag 24 september 2020

Vreemde kostgangers (1) - De barbecue

 Op de eerste dag van mijn nieuwe baan was er een bedrijfsbarbecue.  'Je valt met je neus in de boter,' hadden ze bij elk sollicitatierondje gezegd, 'als je wordt aangenomen, mag je meteen naar de barbecue.' Op een gegeven moment had ik het idee gekregen dat ik vooral voor die barbecue aan het solliciteren was.
   

Uiteindelijk werd ik aangenomen en mocht ik daadwerkelijk naar de barbecue toe.
  Die vond plaats in het Vondelpark en werd geopend door Edelsteen, de directeur.
  Edelsteen sprak over milestones, targets en unique selling points en wenste ons als afsluiting een productieve dag toe.
    We waren in totaal met een man of dertig, in groepjes van vier of vijf werd er gegeten en gedronken, ook werd er halfslachtig tegen een voetbal aangeschopt. Op een gegeven moment werden er penalty's genomen, een brede sales-jongen dook in een geïmproviseerd doeltje heen en weer.
  Toen ik aan de beurt was legde ik de bal op een polletje, het ventiel naar me toe gedraaid. Dat had ik eens ergens gelezen, dat echt goede voetballers de bal op het ventiel raken omdat hij dan een speciaal effect meekrijgt. Ik nam een aanloopje en keek naar de keeper.
  Hij stond een beetje links in zijn goal, waarschijnlijk om mij te verleiden in de rechterhoek te schieten. Ik rende op de bal af, raakte hem met de punt van mijn schoen precies op het ventiel en keek hem na terwijl hij eerst een paar meter richting de keeper ging om daarna een scherpe bocht te maken en precies bovenop de barbecue met sudderende worstjes terecht te komen. Het hele geval kletterde tegen de grond, een oudere man wiens naam ik nog niet wist sprong achteruit.
   Beschaamd droop ik af, de rest van de avond bleef ik zo ver mogelijk bij de oude man en zijn barbecue uit de buurt. Ik scharrelde hier en daar wat toastjes met brie bij elkaar en dacht er juist aan om de tram weer op te zoeken, toen er iemand in mijn rug stond te porren. Ik draaide me om en keek recht in het glimmende gezicht van Edelsteen.
  'Hoe gaat het', vroeg Edelsteen.
  Ik forceerde een lach.
  'Reuze gezellig,' zei ik.
  Edelsteen knikte.
  'Ik zag je schot,' zei hij, terwijl hij een weerspannig worstje op zijn plastic vorkje probeerde te prikken.
  'Erg goed.'
  'Ik raakte de barbecue.'
  Edelsteens wenkbrauwen schoten omhoog.
  'Het was een prachtig schot,' verklaarde hij. 'Mooi vol geraakt. Het ging recht op het doel af, totdat de wind hem te pakken kreeg.'
  Het worstje was hem ontglipt, het viel van zijn bordje in het gras.
  'Die was niet gaar,' zei Edelsteen. 'Daar heb ik geluk mee gehad.'
 
  Een late tram bracht me naar het station, in Utrecht moest ik vijftig minuten op de aansluiting naar Den Bosch wachten. Er gingen geen intercity's meer, er reed alleen nog een stoptrein.
  Het was koud geworden, ik had geen jas bij me en ging zitten in zo'n glazen hokje dat eigenlijk helemaal geen bescherming biedt omdat de wind er aan alle kanten doorheen kan blazen. Een paar stoeltjes naast me zat een meisje mokkig voor zich uit te staren.
  'Wat bouwen ze die hokjes toch onhandig,' zei ze tegen niemand in het bijzonder, maar aangezien ik de enige andere persoon in de omgeving was, eigenlijk toch wel tegen mij.
  Ik wilde haar gretig gelijk gaan geven, toen de geest van Edelsteen vaardig over me werd.
  'Ze zorgen voor een heerlijke ventilatie,' zei ik. 'Zo is het in de zomer lekker koel en in de winter voorkom je dat er virussen blijven hangen. Daar hebben we maar geluk mee.'
  Het meisje moest lachen en ik kreeg het vermoeden dat ik die dag in dienst was getreden bij een bescheiden genie.